Skip to main content

Full text of "Gedichten ..."

See other formats


This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves before it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrain from automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
anywhere in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 



at |http : //books . google . com/ 



?* 'Mi 





^7-.^;:^- 






=ITSBIBLIOTHEEK GENT 




^OOOOOtOSH^^S 




>r^. id II,', 



Digitized by Google 



d by Google 



d by Google 



p. C. H O O F T S 



G E D J C H T E N. 



Dgtzedbv Google 



d by Google 



p. C. H O O F T S 



GEOICHTEN, 



IKIET OFH£LDERENO£ AANTEEXEWINCliN 



V A M 



M». W. B I L D E R D U K. 



TWBBOB »Btl» 



TE LEYDEN, BIJ 
X,. UERBINGH «n-^OON^ 

MDCCCXXIH* 

f% ,r^%L Dgtzed by Google 



Digitized by.G00gle 



Z A N G E 



N; 



800FI U. 



Dioiiized by Google 



Digitized by Google 



ft 



« A tJ <J E N. 



Heilige Venus*, die 't^roer houdr aller harten. 
Hoe komt inijn* Nimfjes hart, zoo' ongevoelyk, 
Daar z* is zoo goelijkf 

Zoud* het wel wpzen, dat iiwVvermoge vlammen. 
Op boezem, die dc golven ftaadigli natte^i, 
Niet kunnen vatteo ? 

Neen zcker, neen, neen, ghy zelve zijt gefproofen 
Uit groudelooze zee. Nochtans verdronken 
Daar niet uw^ vonkeo> 

Maar ik geloove, will gby uw konft betooncn, 
Dai ghy die raauwe boril , In fne«uw bedooven > 
Wel gaar zult ftooven. 

Maar ik, geloove, dat ghy nooh cefni znli koeed^n , 
met uw' albuigend' handt, dat hartjen, fteenigh; 
£a naakeo 't leenigh. 

A « . D«t 



Digitized by Google 



Z A N G E N. 

Dat wederfpannigh , dat hartjen fchuw en fchichtigh , 
Van 't fcbittren uwer toorts , zal ommekeeren , 
£n minnen leeren. 

Andere fierheidt zal eens haar** boezem mannen. 
Zy zal , ( lioe fel zy nu vliedt ) zonder tfaagen , 
Uw' vlam naajaagen. 

Schreumende maagfaden, en onervaare borsjes 
Kunt ghy, wanneer 't u luft, haar' vreeze korten. 
En moedt inilonen. 

Dan leert men , luchtigb , ten zachten bedd' uit ftijgen , 
En in een' onderkeurs ter vender vaaren , 
Op zang en fnaaren. 

Dan leeri men , zaghjens , om d'oude lifin te mompen , 
Zijn* Voetjens zetten, dat het niemandt luiller, 
AUeen , by duifter. 

Dan leert men, liftigh, zljn'boel terfluik in laaten, 
En vloeken *t kraaken van de deur en trappen , 2 
Die 't willen klappen, 

Dan leert men, lafjes, als afgement van minne, 
Het gceven op, en in liefg armcu glycn; 
Dc lipjes vlyen. 

Din leert men , flaauwtjes, de wcerlooze ooghje* luiken; 
En Heve lipjes aan liefs lipjes lijmen. 
En zoo bezwljmen. 

^ Dan leert men , entlijk , aan lief jes hals beflerven , 
Dan, (teiitertjena, op liefs mondt, zijn* verlooren 
-2ieltjcn naafpoorcn. 

Dan 



Digitized by Google 



Z A N a £ N. 

Dan is Hec vreede, en het yerwonhen hartje 
Verzweert te ilribblen tegens de geboden 
Der Minnegodeu. 

Wijze : J^aymeray tousjonrs ma Phiilis^ &c. 

Vluchtige Nimf , watr heen to fnel ? 

Galathea , wacht n wel ^ 

Dat uw' vlechten 

Niet en hechten. 

Met haar opgefnoerde goudt, 

Oader de takken van die hour. 

Wakkere Nimfe, wendt, en ziet 
Eens te de^gh van wien ghy vliedc, 
Sneller dan de 
Hinden van de 

HondenT die'r, met ope keel, 
VoUegen , tot hnn achterdeeU 

Immer en jaagh ik u niet naa. 
Met begeerte van uw' fchaft 5 
Maar van zinne, 
Om uw' minne 

Te verwerven voor de m^'n*. 
Waant ghy dat groot verlies te zljn ? 

Nimfe , ghy vlucht al even ihiurs , 
£n ik heb de borfi vol vunrs. 
Met een kusje , 
Wil-je, bjus-je, 
Dat ten deel , ftn wordt bedankt, 
Geef-je dan meer, dan ghy ontfankt? 



A3 wn- 



d by Google 



6 2f A' ^ ^ t l^. 

Wil-jemy nfet die" gtiiifte doejn-i 
Lijdt dan, dat ik u eens 2oe&» 
Yoor uw* lippen. 
Ghy gaat glippen, 
Denkend', ik zoud' vobrt ter ftefr 
KulTen uw' hals en ooghjens mc^. 

Mbgelljk, jaa, kuft' it vto all's » 
Ooghjes, lipjes, wicten faals» 
En niet traager 
Noch wat laager 
let wat poezelach'tlghs. Ditn 
Dartele dier, verioor-je'r ant 

AUe mijn' luft, eri lekkerny„ 
Galathea , dkt zijt ghy. 
Komt wat naader. 
Want wat fpaader^ 
Als de jonkbeidt ne^tot Hkar' keer> 
Zal 't n zoo wei niet palTen tbeei*. 

Wijze : Gi/fsf^ avdtudf Jpa$ floof ik illl(fn^ deur y dce^ 

M I N N A A A. 
Galathea* ziet, de dagh komt aan. 

GALATtfEA. 

Neen, mijn lief, wilt noth wat niiaitet], 

*T zijn de ftarreo. 

Neen , mijn lief. Wilt n<k^ Wat ittartren ; 't is de m«aih^ 

irx M N A A &. 
Galathea , 't is geen' maanefchijn. 

O A L A T It S A. 

Hoe? 't is noch gtf^' iUti geaaag^ 4 

Wat zoud 't daageu? 

I^oe ? 't is oocb geen 4^q x 'c ^q kvi de dagh niet ziji». 

MX] 



Digitized by Google 



2 A N O B N; 

BC I N N A A &. 

GaUthe' aanfchouwt den heael w«l. 

O A L A T H B A. 

Laas! ik zie den dagh toereedftOy 

*T licht uitbreeden. 

Laas ! ik zie den daageraadr. Oe tijdt ir fneU 

GALATHBA. 

Waarom daurt de nacht cot t'avondc oiet, 

Dat wy blee^wn met ons |)ei4eii, 

Zonder fcheiden; 

Bleven vroUjk, toe daton^ de doodt varriedcf 

Mxl N N A A R. 

Na , adieu mijn' lail , en blijfc gezondc. 

GA(I»A.TMBA. 

Wilt my noch een kusjen geeven, 

Ach mijn leeven, 

Gnnt my noch een kusje van nw* blyen mondc. 

Achi mijn leven , komt ghy t'avondt we^r ? 

ir X N M A A^ B.. 

Laas ! uw* moeder moght het fpeuren , 

£n zich ileurcn. 

Maar, zoo ghy's getrocft^zije,^ ik koom even zetfr. 

OAI«ATHBA. 

Ackl mijQ' weeld*^, hoe raak ik van uw' bals? 

M I N N A A R. 

L^as I de dagh en wil niet lyen 

*T langer vryen* 

Dank hebt van uw' zachte kusjes, en van all's. 



Wijze: ^marilii mia bella , 6:c. 

Kraft , met fmeekende g^uyen , 

Deed Thirfis, om tot eea kus te bekooia 

Zijn' Dori9 hart bevrooren : 



Pie 



d by Google 



Z A N G E W. 

Die niet bezof, wat dac het mogt beduyen* 

Heden komt ze Cwelke buyen?> 

Zonder hem blyer 

Oogh oft gelaat te gottnen, 

Aangeronnen , 

En kull dea vr^-er. 

Tiiirfis, met een hart vol klaghtea, 
Zat, op zijn krank geluk deerlijk te maaleo^ 
Diep in gedachten, 

Wanneer zijn' mqndt rernam de maUTe kraaleiu 
Hy verfchoot , en 2ey : wat quaalen 
Volgen my ftaadigh? , , 

»T rij , Doris, dat ghy rooften^ 
Oft komt trooften, 
Altijdcs moorddaadigh. 



Wijze: ^lle eaccie^ alU eactie paftoriy && 

Roozemoodt, had ik hair nit nw tuitjeoy 

'K wed ik kneveld' het goodtjen , het gaitjen , 

Dac met zijn' brandt , met zijn' boogh , met zijn' flitfen » 

Landc tegeu landt over einde kan hitfen : 

En beroofde dep liftigen Hooker, 

Van zijn' toorts , zijn ge'fchut , en zijn kookof . 

Oft en had ik maar een' van die vonken « 
Die daar laatft in uw kijkertjes blonken : 
»K plantte ze boven de minne zijn' kaaken-, 
Om dezen blinden eens ziende te maaken : 
Dat, als immer hy oorloogen wilde, 
Ily zijn' pijlett, met kejmiffe , fpilde. 



Masr 



d by Google 



Z A N O E N. 9 

Maar ghy wedt, had ik een yan die weocjei, 
Dat ik alle me Insjet allenf jet , 
Daar ghy my tia om verlegcn latt blijvcii , 
Makkelyk weeten zcmw dcure tc driven : 
£o en wilt my geen waapeneii guanen , 
Die a zelve verovercn kunnen. 

Wijie: Pourgtt^ mi fuyez yd«/, crmUt^ &c 

W^aar heenen Amaril , waar heenen 1 

Ghy v^rreght nw' voetjet te bitter een' lafl. 

Keer om , Haa valt 

Wat mooghje meenen; 

Oft waan je den geenen , 

Die 't ai verraft. 

Den wakkeren Minne^ t'oncgaanl 

Helaai! bet ia'er ver van daan. 

Sterffelgk lichaams logge pak 

Valt hier in fiielbeidc vetl te swak« 

Dat geeaje , met geen Igf verlaaden , 
Kan harten en hinden, al vlieden ze fnely 
Inloopen wel,^ 
Op alle paaden 9 
En naayen zijn' naaden « 
£n fpeelen 't fpel , 
Dat alle gemoeden ontruft. 
Met deeze wonderlQke loft; 
Waar door men , als nitzinnigfa , wart 
Verlegen met zyn eigen hart. 

Dan heeft hy noch van ploim en peanen 
Gefpikkelde wieken* Die zijn hem zoo rtS , 
Tot elker flef, 
Al wat niet kenneA 

As ^^^" 



,y Google 



to 3t A n O E l€^ 

Zijn' aoolen berennen^ 

Beroeit hy daar mefi. - 

Het. luchtigb geTeedefde ktodt 

Naakijken Itfat dea neofden windt: 

Kn wat hem dan iioch is te veer , 

Bcfcliiet hy met zijn vlug geweer. 

Wij2«:y< voudrois bka^ 9 Claris^ &cv 

Wrang' Ajnaril ! »al Mm nooit murruw menkeik 
Uw hart zoo raauw» eer oudcrdpom 't bekliint,. 
En van de borft maakt een gordijn vol kreuken ^ 
Die 't elpenbeen nn tart, hoe zeer het glimt? 
Hoc lang zal noch de blinde fchutter borgen 
Uw' wilden wil , die fchopt de minnezorgen T 

Uw' wilden wit , die- noie e» proefde 't qiujneti ,, 
En *t willigh wee, d« innerlijken ftijt; 
Nocht hoe dat die bekoininerliigeD bijnen. 
Die knaagen aan afweaen* taayew tijdt ; 
Nocht 't vinfiigh vuur der lieffelijke lonken , 
Die kropp«n 'c htrt met ovecvloe^lt van vonkeik. 

Wanueer zal u eens lieve luft bevtogea ^ 
En geven , aan dien fbakken zin ^ een' boghc?' 
i\ch, die a eeas zagh fmeltea van verlangea 
Kaa lekkerny van kusjes kiefch m vQcht! 
£n bieden zelf uw lippfo « an gebeden ! 
Wat ioeter wriak van all* uw* koeKg»i«den? 

Wllze ^ Jonkyratiw ik IndyVertrowivty &Ci 

In het Idalifch dal 
Heeft Venus zonder gat 
£en*^gaarde; daw in btoelt het at, 
Wat zoetjent door de zinnen lekt, 
W«t hartjeo lokt ,, wac zieltjen trekt. 



,y Google 



Bm 



z A py c? K rr. ti 

Het fi niet 'awg^ gete«n , 
^^* by geval, d«t heea 
Eeos quam de icboone Doris tre^n. 
Zy gaf der poorte cen' kleene klop» 
Die fprong tctltDiit gewilUgh op. * 

Haar keurigh ooghjen ging 
Waardeeren alle ding; 
En wat ia frcaihtidt zooderting 
Uitmuntend bovea rnder floegh , 
Dat mijnd' z*, «n plukt* het met oea' veegbw 

Zeer luttel liep het aan , 
Oft z' had haar' fchoot geladn 
Met puik van allerlej- fiera^n. 
En toen het befte was gebuit , 
Zoo ftreek ze deal: » ten luftiiof nit. 

Maar toen zy zich aileen 
Bevondt, daar zy met vredn. 
Mcght fchiften de hekoor\ijkhe4fi ^ 
Die z' in haar* boumen had verziamt^ 
Zoo voeghde z' teder, daar 't b.taamt. 

Zy platotte in *t oogh een vonk , 
En fteld' 'er by te jrronk 
Een' lieven lach, «« teize lonk. 
Zy gaf dof to»g» e^» vHer van taaV, 
Der keel 't g^fclal van lucbtegaia. 

Voetflapjes wis en Mt 
Zy toemat haren tredt : 
En maakte vaO*, aia elk t«rz«r 
Van vingertjens, op^ boe^ oh faftay, 
Eea' z.w$ir» dm 'c bmt w«l wcq!4* aeiwwt. 



d by Google 



sa 2 A N G B M» 

Ik meen , g^y , Venus , voelt 
Uw vlammen wel verkoelt,. 
Sint dac zy «• dus iieeft gedroelt^ 
£a , zoo ghy niet ras op en zgt, 
Ghy raakt dea. minQefcheptsr quijt, 

Ziet wat zich onderleit 
De. fchrandre geeftigheidt : 
Op een vermaalden kloot , die dreit ,, 
Speurt'zy den wegh det hemels ma;. 
Z0O zy hem vindt, zy is 'er draa. 

Dan gaav* ik niet een zier 
Voor al" zoo meenigh dier ; 
Als daar gefchildjert flaat met vier. 
*K wed, zy den kernel plondren dar,. 
En laat 'er aiet ^6n' groote fttr: 

En als zy , met der raart , 
Die t*zaamen heeft vergaart, 
Dat zy z' in gei^nen paauweflaarr 
Zal zaaljen , voor een*^ kar oft fletf ^ 
Als Argus oogen Juno defi r 

Maar naartuw^ kranfTe ibtan , 
En zelve zitten gaan * 
In uwen waagen , dan gelato 
CNa mijn.Terflandt) met beter vracht^ 
Doeh niet genoegen aan de j^ht r 

Maar flaan in elke Ij^ir, 
Voor diuf, een minnekljn; 
En , met de ihuren fchoon van rcliijn> 
Befpikkelen ^e wieken vlng 
En wilidtgraagh,, v»n hiuifi' naakten rug. 



Dgtized by Google 



Z A N G B N. 13 

O welk ©en dufvekot 
Waftc dan bet hemelfch flot , 
Als *t met en kieldt , dan 't overfchot 9 
En Venus zonder roozenhoedt, 
Wat zoud' zy wezen? vrouw tc vocu 

Geen goodtje bleef*er, cbtt 
Niet liever, op het krat 
Van fchopne Doris wagen zat , 
Dan huis , in luflhof zoo vernielt , 
Oft a^ezetten hemel » hieldt. 

Wijze: FbltZipnit Archer ^iroiSt d, MatUme^ &g, 

O Doris, zoo gfay licbt knnt ovenrinnen'. 

In fchoonheidt d^alderfdioonll* die'r zyn te vionen». 

Laat vaaren andre zorgh^ en brandt van aunaen. 

Laat ti de minnebrandt in 't horte zinken ; 
Ondntte treorigbeidt wBt nlet gedinkrn : 
Gelijk een lleen in *t gondt zoit gfay dan blinken, 

Afaar ghy hebt uitgedooft de mtonevonken; 
Verznimt aw helder roorfaooft op te pronken. 
Uw bloe^'endt harte fchqnt ziy'D jeogbd-^ntzonken*^ 

Mijn hart, gelooft het vry, »t zijn zotw zeden». 
Te. zorgen tegen morgen^ en t'onvreden 
Alzoq te brengen dear den dagh van hedem 

Se felle doodt , dit 't allei doet verfmachten ,. 
Vernielt all' 's menfchea opaet en gedachten ; 
VinoiX op genooten goedt heeft zy geen* krachten.. 



Ar 

Digitized by Google 



Ge- 



z A v^ a m VL 

Genobte luft wordt nemsmxtae^Ji vorioorem 
Nocht noodlot^ nocht iattma ea ktn wb iloostih. 
Dewijl de tJJde fiftt ^jdt , wilt vxeii^hfb o«rt>oonaw 

Gelijk de C^Ue pl^leii nit de baegen. 
Zoo komt ook d^onderdoom fnel aangevlogen. 
O Doris « brandt vaa lim, tenri}I wy iBogei& 



Wijce : £bi daaget Hit den Ooften^ &c. 

2^al netnmecmeer gebeuren my dan , naa dezen flondt, 

De vriendfchap van uw oogen ,. de weltuft van uw* mondc , 

De vriendfchap tan uw* oogen , van uw' oogen? - 

De vriendfchap van «w* oo4sea,de weUulV van uw* mondt». 
De gunAe van xsm luztjeny dat voar my open ibndty 
De gunfte rvm vm iMVtjar, vom uw har^enf 

Zoo zalik mochtans Migrven uw eeuwigh' oud^daaa. 
Maar mijn' verfbrooide xnmen, wat zal hua annegaan? 
Maar mjjn' Ttrfirooide zinacn, ftrooide ^nned? 

Mgii^inne» mogen ffwcrven , den leiden langen tijdt,, 
Nu zy, mijn* overfchoonCy 2941* u, mijn' leidiiar, qiuiit. 
Zjjn quijt, mj^n" oveiiBfaQoaie , overichocae. 

De fdioott*bov9t mr, cdi crameay't en baaue gtenbfldwang. 
De traantjens rolden ueder, vaa d'een en d'andre wnig. 
De traantjens rrtden neder, toiiam ned^'. 

De znivTA traantjens deedan mear dan een lacbjca doet : 
Al in zijn hoogMte U^n^ z^ trooAMt s^n: 96iao«<)u 
Al in zija boogli0B ^^t boo^kfle mdem 

Vroitw 

Digitized by Google 



J! A N 6 E !!• 15 

VroHW Veatn mtt batr' fltrre » t^hiat klnrder 6m ilo in«an y 
^efpiedde ^ vryaadje , en X9f^ hec Wondtr lan. 
Befpiedde die vryaad}e, die vty«ad|€. 

£n hjBbbea teedre trttnt|eiis, My sf » soo grooc Ma'krachc^ 
V/aarom en is het fcfareyta niet ta der G«des auighif 
Waarom en i# het khxty^a , it het fidueyen ? 

De traatttjeM rolden nedbr. l^aai^ ii OoiKo, at loec, 
Bej", liever zoud^ ik ieheanen, zty 7y, mijn*^ rooaenhoetit. 
Bey , liever sood' ik fcfaenaen , soud*' ik ftbeflnen. 

En eer ry kon gedoogen, dat iemandt die rertrad, 
Ving 2y de laauwe traanrtjens in een koel rooM blad. 
Ving zy de iaauwe traantjens^ laauwe traantjens. 

Wat geef* ik om mijn roozcn , oft *t maakfel van mijn* krans 7 
Ik zal gaan naaken perlen van ongemcenen glans. 
Ik zal gaan maaken^ i^rlen » maaken perlen. 

De traanen werrfen perlen, zoo ras hatrt* 't woordt ontging,. 
Die zy met goudt denrboorde , en aan haar* ooren hing. 
Die zy met goudt denrboorde ^ goudt deurboorde. 

Als Venus in de fplegel zicfa ziet met dit flerandt , 
Zy wenfcht geen' tooverrieme , nocht kra^fTb tot haar' baat» 
Zij wenscbt geen*^ tooverrieme , tooverrieme. 



Wijze t WeZypetU Arther^droiSt A Madam , Ac. 

T gemoedt herwenftht verroore^vrolijkheden^ 
Ea wentelt in den fchyn van het voorleden, 
Wanncec 't de (bq>iie^a siet, die *t heefc getreden. 

Hoot- 
Digitized by Google 



l6 Z A N G £ If. 

Hoor' ik htar' naim, ofi komt me min my tegeuy 
Het bloedc komt nic mijn teen naa 't hooft gelkgen ? 
Uw hartje , Lief, en voelt dat geeo bewegen ? 

Waar is verzonken 't zoet van die gedachten » 
Die 't teedre lichaam naomen vaak zijn' krachten 7 
£n henght n niet » me liel , van d*oade nachten t 

£n heoght a hiet, me loft, wat bl^de daagen 
Zoo veelerleye vondt van kutjens zaagen. 
Wat Goodtjen zee ray we6r op d^oade waagen ? 

'T gezelTchap , vi|n zyn' heosbeidt , wy l^daoken , 
Bezit,*in V^nus nikm, de voorfle banken. 
Ghy kooft hec krat, als wy» will ghy de rankeo.. 

Ik wonw, ghy waart gepaart ook van geljjken» 
Zoa mogfat het a niet benren » om te k^ken ; 
£q leeren ons, in plaats van koITen, prijken. 

Fy , dat *er nnren van die nachten liepen , 
Die ons verwijten mogen , dat wy (liepen ; 
Daar ons de Goden tot hnnn' weelde riepen. 

Tot hemelfch broodt wy lepten hemelfch wijntjen. 
Toont ons, noch eensjens maar, dat zoet aanfchijntjen , 
Ay goude Venus, met nw maUe kijntjen. 

Maar vliedt de fchoone tooveres van dezen, 
CHirar' onlnil moet ik bet dan m^ne weezen> 
Zoo toont ons, Venus, vry wat koeler wezen. 



wy^ 



,y Google 



2 A N G E N, 17 

Wijzc: 

Roozemondc, die lagfa en fliep, 
Blies vyooleB nit htar lippen. 
Pan die i«gh »t , en ylinki liep 
Zoetjes op taar bowje knippen. 
Mitt, dat hy zijn' d^un iiet (lippen, 
Viel een btc«* van »t Moorelof ; 
Die *t recht op baar* boezem mikte. 
Diet hy riep (want hy Teriehrikte) 
Aok, tch, achJ de fpeen ii of. 

Wijze : 

Haatjen op bet rsnnen flelde 
Beid' haar' loopertjens; aoo ganw, 
Dat ze , met haar' zoolen , nanw 
Krcnkte »t kmidtje van den velde , 
Dat gela^n wa« met den danw. 
Denkt, oft 't binnenft haarder ziele 
Wag, van vreea, in zwaare fmart. 
Geeraardt was baar op baar*^ hiele\ 
Wclbem lagb baar in baar ban. . 

Wq>e: 

Valkenooghje zat en loerde, 
Achter 't riet met fmalle bla^n. 
En zy zagh bet veer vaft aan , 
Dat haar vryer Boksvoet voerde ; 
Die niet verre wat van daan. 
Pottert , riep baar hellc keeltjen , 
Hoort nw hart alleen dan my? 
Want by arremd* baar gefpceltjen. 
Die keek bril , en dear droop, by. 



Wv- 



,y Google 



|8 2 A K G 1 N. ^ 

Wijtt: 

Zwaantjen >- die- haar- hTjCCtrnt^: 
Niet en dard'. hticr lieftveiklattoir, 
Zat en klaaghd* hec aa&^de: baftisii , 
Op den oe,vj9fjviinjd»zeft;. 
Straf ift*hyij. en. bat^fertjme* 
Dan de Npo^rd^-^v^dt ^vfjniif; 
Roeles dft9 dft watprvlief; 
Spitfer daot he» r(;heatigh\rieti. 
Schooner dm de xonnelbhyiitiw 

WIJBB: 

Eerrijkjen »t_on|>fl*ftde»v* 
SUiime^loj^j in^ *t b#Ue ^»*sy 
Daar haar foUaapjp*,, op datiptfj, 
Hunnen .hpogeff'».grw>gh> v^««atd4e»t 
Bloemert \nefpi ittOt ro^^obkadaa , 
In haau ainfichjt » nek-, pni fcfopi 
Haar g^iMit bttgon te ilrans^m 
Hy, gcdiftftftigh, vwi haaif wtngWto* 
Las ze , net sijt^ lipi^ea^ opi 

Klaare zoudVeen kranijp. nwudtcn. 
Mits zy hucfieit om het kcnidt, 
Hippelt daar een voMJen nix, 
Zy befterft all linneUaken. 
Eelhjrt vlicgjit 'er xas ; en fpuU 
Snorrendt fapi uit wiJAgaardbeezen 
In haar aanek^tt en onthaatt 
All' haar kroii > 5^* op het naaku 
Daar me6 wat aft ftcalfif geneezcn* 



Wij- 



d by Google 



2 A ir G E I^. 19 

*Wy2e: 

Het gezelfchap toud* een reisje 
De gnlgaauwc Gloorroot qoellen. 
'T goft haar» jaaren op te tellen 4 
En befloof: 't is tljdigh rleitje. 
»T looze Tesje, datliep proileo. 
Toen dacht iedw, aan hatr hnileti^ 
»T was een jenglije vtn een nicisje. 

Wijiet 

Hooger, Doris, niet, mljn glot4^e^ 

Spaar uw* krachjes wat op my, 

Al te zoet is d* liMijke- ly?, 

Daar ik flaauwende loi ifl gly; 

Die lachjes» 

Die klaghje» 

By dragfajes. 

Die daghjes. 

Die nachjes, 

Dae alderzoetHe soe^'e 

Mengen moetje 

Met een roe'tje. 

Oft ik Itik a«n leUcia^ 

Als je drocf oft divtci diohjd 
Onder zang van finareo qneelt: 
O de wondt, o de wondis wMldc, 
Die myn* htrflen « mjjn htngea firMirt 
Die quikjes» 
Die hikjes. 
Die fnikj<8 
Zijn ibikjet 
£0 prikjet, 

Per 



d by Google 



Z A N G E N. 

Der zielen. Uw gezichje 

Is hec fchichje , 

Van het wichje 

Uic Dioncs bloedt geteelt. . 

Immer, Doris, ftort de ka^et 
Van aw' tedere treekjes uit. 
Maak gelonk, maak gelach, maak geloidt^ 
Dat de zinnetjes zachjei suidc 
Wat vreesje? 
Mjjn geesje, 
Mijn vleesje 
Geneesje, 
Die 't peesje 

Der Minne braght in lasjet. 
Spoeit uw' pasjes, 
£er dat gasjes 
Felle brandt mijn zieltje buit* 

Wijze : Bedriift genet/ght, ghy jonge jeughdt^ &c 

Op 's Winters endt, 
Wanneer de Lent , 
Dat C * ) prille paik der tyen , 
Zoo aangenaam, 
Voortsdoet de kraam 
Van haar' kleinooderyen 5 
Het menfchlijk zaadt 
'Alleen niet gaat 
Naa bla6n en blpemen reiken : 
Juppijn verfmaadt 

Het 

(♦) Pril. Latins venuftus. aardigh. 



,y Google 



Z A N G £ N. 2i 

Hec goudtGeraadt, 

£n pronkt zijn kruin met eiken. 

Alcydes, dien 
Men heeft gezien 
All' ongediert verdelgen ; 
Die braave lanft 
Zijn voorhooft kranft 
Met zwakke popelcelgen. 
Zijn zinnen Mars 
Verlucht; hoe bar» 
Zy zijn. Tot vreoghdeteeken , 
Die duUe droet 
Den kop zoo kroes. 
Met veldtgras laat beileeken. 

Een heel pri€el 
Op 't bekkeneel 
Bouwt Bacchus, en laat hangea 
De breede bla^n 
Vermaalt met dradn. 
Tot op zgn bolle wangen. 
'T lof aangebroght 
Wordt , door 't ^droght 
Van Satyrs gaanw in 't plokken. 
De Zon flelt toe 
Een' lauwerro6. 
En hnlt daar me6 zijn' lokken. 

De (b*enge maaghdt, . ^ 

Die nict en haaght 
Dan wetenfchap en waapen, 
Nu onlanks brak 
Een olytak. 
En vlijd' z' om beid' haar* flaapcn* 

D^o. 



,y Google 



ftl Z A N G E N. 

Dionei bloedt 

En heeft geen' moedt 

Om 't fchorre groen tc draa^n. 

Met myrtebla^n 

Laat zy begaaa 

Den Min, die fiert bur* waagei. 

'T is pas haar' maght 
De roos, op *t zachc 
£n teder hair, te lyen: 
Haar' kamepier 
Weet, met een* zwier. 
Die gefchakkeert te vlyen. 
Zoo zeer verfreit 
De friHigheidt 

Van lila^n en bidemen 't leeveo. 
Maar all* die fclrat 
Caav* ik , om 't bladt , 
Van Doris handt, befchreven. 

Wijze: Maintenant hs DUuXf ont quitti Us cUm*^ &c. 

i^maril had lang 

Onder *t zelfchaps zang, 

Beluiftcrt Thirfis fleiiw 

Zy, zong hy, wis zqa' siel. 

Haar ooghjen viel 

Op niemandt anden dan op hea. 

Viak haar lip en mondt 
* Op het tipjen ftondt, 

Om t*aitren haare fmart* 
" Staagh »t woordtj'cn, van de tong, 
Te rugge fprong. 
En dock we6r ia *t f^shreiuivaUigb ba^. 

VMk« 



d by Google 



Z A N G B N. fl| 

Vaake dacbt x*ik xaidE , 
Door de vingerfpnak , 
Zoo ver eens , dat hy 'c vat. 
Staagb'.'wert de knenktl ftrm. 
Wen 't 'er.toc ijiiam. 
Ah bad zy ganfch^getn hart fllMdc. 

OPj. «en'^]BO«gcfiQodt 
Zy zich zicttn -vo^dt 
J£ens, aan de koele beek. 
Hy,j(ette«i«eht.izicb.idtar 
Dicbt acbter haar, 
£n baar* gedaante in 't nat:>btketk. 

Ziende naa den grondt 
2y vernam terilondc 

Qm fan^iz^y en 'c.gecn dat^letft. 

Toen zeid z' , ik geefk 

Nu; al te yeel ii \j*tmttjfip een. 

Wijze: 

*T Mujuittqqtfejc t •VPlid«iek>gtff>e , 
Klaagbde aan Venus , dat zyn peesje 
In mgn' traanen was genreekt; 
Zoo dat by , in lange wijlen , 
In mijn ban, niet van zjjn* p^len 
£en kon fcbieten, dat t^,S!tmtK* 

waii.gliy,»#pid»i;«c „ fjiiQ sfrnttOmt 

Ziet maar, dat gby twee drie draadea, 

Doris uit baar bair kabaf!. 

Nemmer zolt ghy» han^XQOS^i^i 

Peet- 



,y Google^ 



34 Z A N G E N; 

Feesje fpannen op nw boogbje , 
Dat bet by aw' pijlen pafL 

'T boefje qnam , als zy zich kemde , 
Sceelen dard* het niet; maar lemde 
Met een^ bedelende ilem, 
Tpt dat zy 'r hem drie liet raapen. 
Klaar had hy, daar me6, zijn waapeti; 
Ik een fcheutje ; *c fchichje klem. 

Wijze: C*eft tftp touru hs eaax^ &c 

De vlammen , die ik vo6 

Met mgnes harten dauw , 

De wondt, daar ik af blo6, / 

En aogel , dien ik knauw , 

My branden, fmarten, prikc, met een* vertwijfeltheidt : 

Want d*e61heidt mijner min zich zelve loon ontzeit. 

De fchoonheidty daar begeert' 
My, om te dienen, leidt, 
Een' ziel is, gefloffeert 
Van voile mogenheidt. 

Z'en heeft geen' dienft van doen. En aU'er jemandt waar, 
Die'r diend', hem zond' zijn.dienft zljn dienifiger dan haar. 

Hy waar te veer verwaant , 
pie 't ooge leid' op loom 
Een' hemelfche gedaant' 
Bewooht van heili^ (bhoon, 

Kan vallen in geen* fchnldt. Zy is zoo veele waardt, 
Dat haar kont loon van hem , wiens dienft 4at zy aaorftttdt. 

Indien ik dienllen doe ; 
Dtx dienftigheidt , die 'k toon , 

Komt 



d by Google 



Z A N G R n. t5 

Komt geen' verj^lding toe. 

Zy is haar eigea loon. 

De zoete dienft ook zoo voor haar verdienflen zwicht, 

pat, met oncfang van d1eaft« zy my tot 4ieail verpiiclit. 

Ik Haav' om flaaverny*. 
Kai dienft is *t dat ik dorft. 
Om vankeiiis ik vry^; 
IVIaar gont ze m'in uw' borft: 

Op dat ik afzyus pyn, M^vrouw, daar door ontgat* 
Celijk my loon misvocght , misvocght u ongenat^. 

Wijze: /e youdrois bun 9 Chris ^ &c. 

Sakklende Tijdt, nretviiw ontijdigh layen , 
Hoe komt ghy, nu te fpoeijen ftaat , das loom? 
Zijn mogclijk uw' wieken in het ruyen ? 
Oft zijn ze llijf door ys van ouderdoom ? 
Dat ghy, als fuf, de daagen die my drukken , 
Dat ghy ter ren omflingren moeH , laat tukken. 

'K heb geen gczicht van Doris te vervmchtcn, 
Voor dat uw* zon, tot negen maal' toe, brail': 
En viud my zoo gcdoemt in achttiea nachten, . 
Mits my de mijn' nict ecr verrijzen zal. 
Slaa voort, flaa voort, wegh met het mottigh marred. 
Wring 's hemels as^ aan ringen rek de ftarren. 

Mqn wenfch den Tijdt in traagheidt fchijnt te ilerken. 
Dies keer, o Rlin, ik t'uwaarts mijn* gebedn. 
Hecbt aan zijn' ritg zoo lange docb aw' vlerken; 
Uw* vlam ontdooy zijn' kleumde ftrammighe6n ; 
Bruik op zijn vel , voor fpoortn , uwe pijlen i 
£n bem verleer dit deepen van de wijlen* 

Digitized by Google 



N G E N» 



Wijze : CeJTtz morteb de Jhufpirer^ &c. 

. Schendt uw perruik, vertreedt haar' fchat, 
Fier Amfterdam! 'T is omgekoomeo. 
For(uin if nwer liefde zat. 
Haar hart heeft eenen keer genonien : 
De glass, daar ieder u omme benijdt; 
Dien gaat ghy quijt. 

De fchoon^ Rloris, 't hoogh lieraadc, 
Voltooying van uw' oppereere , 
In 't blaaken van wieni lief gelaac 
Zijn* Moeder en de Min hoveere' , 
Misgnnt kaar' silveren voet aan de zoom 
Der Aamllelftroom. 

De Nimfen £ie *k, met bittre greep, 
De kranflen van haar* kruinen fmakken ; 
De guide Venus met haar' fleep 
Opbreeken , en kleinoodje pakkcn. 
Van air haar' zoete bekoorelijkheSn 
Blijft hier niet iin\ 

2oo gaat het , daar men , naa waardy , 
De GodUjltheto verzuimt te vieren. 
Men kcnt geen goedt , voor »t is verby: 
Dan Wocdt berouir met ydel tieren. 
Ghy boodt dier bemeirdie fchoonheidt niet roeer» 
Dan menicMjike eer. 

Uw duVbeldt nat , door deze noodt , 
Veryil, wordt ftijf al« Heeneit vonder. 
Zoo Y , ala Aamflel leit voor doodt. 



d by Google 



Z A N G £ N« 

Zy haalden beid' hmm* hoofden onder ; 
Mitt zy vmmuiMB bet droeve gefprek 
Van haar vertrek. 

Ghy waant aHTchiefl, bet gnoote licbt 
Zal bonne (bbobben doen verfcbooyen : 
Die hoop if windt^ AUeen H gezicbt 
Van Klorif oogh phgbt hen t'ontdooyen : 
N« dat in 't zaiden zijn* wooainge veft, 
Dit '« noordeas neft. 



Vers^eefs verwacht de Landtman, dat 
Het kroidt, door tandt der konw, verbeecen, 
Zicb weder pronk*, met bloem en bladt; 
*T xal zgn Terrj|zenis rergceten ; 
Naar dien de lerende sonne» die 't fpgft* 
Niet en vernjft. 

Nocbt leelybol , nocht roozeftrnik 
Loft aan den arbeidt vio het baareo ; 
No Kloris , die gewooa waa *t poik 
Van bon verweent gewas te paaren, 
Haar' bandt aan planten van anderen grondt 
CAch arme!) gont. 

Treort roozelaar, treort bollen, trcort, 
Laat vry de mol nw' plaatt verwildren. 
Uw' kindren mi^nel^'k gekleort 
En zal ay ecbter niet oitfchildren. 
No wordt de geefligheidt van haar* pcnftel 
£6fit tndert deeL 



B a WU" 

Digitized by Google 



fl8 2 A N G E N. 



Wijze : Set h nto gratks^ & taito belia , &c 

Zichtbaare Go(!t, te praalen. 

In wiens aanfchijn , natunr haar' ziele zette. 

Vol eindelooze flraalen 

Van vroolijk licht, en levendmaakend' hette, 

Die 't al verqiiikt , / 

Die 't al befchiLt 

Wat leeft , oft hellcpt leeven ; 

Zulks u , met reeden , 

De krans der weientheeden 

Wordt gegeven. 

Heel goedt, en heel befcheiden 
Schift ghy van een de doodtvyandfche tijdeo, 
.En lafcht ze tulTen beiden 
Met Lent en Herfft, die niet zoo bitter Ihryden. 
Zoo d'eene dagh • 
U hoogh gaan zagh, 
En d'andcr dagh vernedcr, 
Scheen niet aan *t hoUen 
pes werelds geeft, by 't foilen 
Van het w eder ? 

Geen hart en hoeft t'ontbeeren 
Uw' milde gunft; ghy lonkt zoo vrieodeljjken 
Op flaaven als op heeren ^ 
Op flordighe armen , all op pratte rijkea. 
Geen ftraf heftier 
Is , aan uw vier 

Vol deughds , belaft te voeren ; 
Maar alle dieren. 
Met vreughd , tot i« de oiercn 
Te beroeren. 



,y Google , 



Z A N G E N. S9 

Ghy roert , op d' aardfche lleede 
De menfclien , by hnnn' geeft van lichaam dwergen , 
AUeenlijk niet , maar mede 
In woefte zee 't woeft ongediert als bergen J 
Dat nemmer ftil 
Zich ruflen wil, 
Dan dobbert op de vloeden, 
Geeft zich tot fpeelen , 
Wanneer uw oogh komt Ifareelen 
Huon' gemoeden. 

Lof hen , die heeft gefchaapen 
U, die mrjn' oo^en licht geeft,oin t' aanfchonwen 
*T fieraadt daar zy naa gaapen , - 
D'eerwaardigfafte van 't ganfch geflacht der vrouwen , 
Die all' haar tredt 
Van zeden zet, 
Om d'eerc t'achterhaalcn , 
Die ghy knnf wenfchen 
Van dankveitdige menfchen , 
Voor aw' ftraalen. 

Toen fchoonheidt zagh haar' konffe^ 
Sefteedt aan uw aanfchijn , zoo wel gelukken , 
M^vrouw, beving haar gonfle 
En luil , om daar een zweemken by te drukken 
Van goedtbeidts aardt. 
Die zit, gepaart 
Met d'eerentfefle Reedc » 
Diep in uw' a6ren« 
Indaadt zich openbaaren 
D'eerft* en tweedc, 

-Smelt ghy, i« »t mit, te zaa-nen, 
O ceuw'ge liefd' , die zeekcr »t bed zult ge«vea y 

B a - Oiiz' 



Digitized by Google 



30 Z A/ N G E N. 

Onz' zielen en liobasiieR, 

Dm any rty flte»c^ lief, «» left, en leeven. 

Geen' borft is dicht 

Voor uw 9tticbt , 

Ghy kent myn borft van binnen. 

Is z' als ik toone , 

Zoo laat my van inijn* fcfaoon^ 

Trooft gewinnen. 

Wijze: F^tttin htlaas htdrotft ^ &c» Oft: C»#/? trop 
eourm Us tauxy &c. 

Vooghdg^ vitf BU|&* liel, Qitmsntend hdogh Heraadt, 
Die op den top des lofs in w^vaxi tinne ftaac. 
Die zwetft door OHJn gedacbt , en door mijn' adren ziriert » , 
£n mijn vervreemdt gemoedt» met zoette dwang, befHert: 

£en trekje van nw beeldt noit aic m^n fa«re vef4fV«en , 
Sint dat aw glans , aan m^'n te keurigh oogfa « verfcbten , 
T welk toghc naa 'c overfchooQ « •» fohoon hj ftboo* vetfgijjt ; 
Dies aaklighe eenzaamheidt de bloem inu||at iMveaa. Oiit. 

Doch lichaama fcboonheidt my geenjGns m^n' raft on^oofc \ 
Al flonkerc kraivend goadt , zoo zwaddrigh , om aw hooft , 
Al vlamjC aW hel aanfchijn van blank en bloozend licht; 
Al ftraalt gby Min en £er, in *c zwenken van *c gezicht^ 

Al troont geleerde bandt , met vingr^ wis en fnel , 
Vloeizoete wijzen nit bet zangrigh fnaarenfpel ; 
Al lokt nw fne6ge zang , met ftrf eletid lief geluldt y 
De vlotte ziele tot bet zwijmend licbatfm ott ; 

In ftrikjens vaA nw hair m^n geeft nkt it verwart. 
Uw blinkend aangezicht fUcht my geen brandt in 't hart. 
Van 't fchittren nwcs ooghf ra word ik fliet vetblindt. 
Nocht aia» BOdlt koftfttgh fpel isijn zacht geaoedt verwint. 

Maar 



,y Google 



Z A N G B N. 31 

Maar wijze goedtheidts knicht , en 't needrigh bntf. gelaat , 
Dat tedre borft verquikt , en ttoife borft verflaat, 
Maatwijze gee(Hghe6n, bevallighUjk venatlt, 
Deez^ hebben op mijn' ziel verwiaoings roem behaalc. 

Waart ghy Penelope , en ik LaSrtes xlaon , 
Tocht weigerde ik , ipdien de Grieken my oncbodn : 
Ik dacht, gelijk als by, wat geldt my naam en eer, 
Oft dat ik Priams lladt bet onderft* boven keer t 

Al ging my Kalchu aan , eo leide *t voorfpook nit , 
Dat ik mgo Vloot te rng zond' wenden , vol van buit , 
Van zilver en roodt gondt, en van geftikte kleto, 
£n flaaven sonder ul; by kreegh tot antwoordt, Neen. 

Ik gaf my nit qw* fcboot om geenerlei vertoogh. 
Ik waan , ik veel te vail zond* kleven aah qw oogb. 
£en Idnkje bad ik daar af liever, op een* dagb, 
Dan dat , den beelen t^dt , 't ganfcb leger op my zagh. 

Docb waar *t dat edelbeidt zoo prikkelde xnr gemoedt , 
Dat gby my voor mijn landt te waagen riedt m^'n bloedt, 
Gelijk Panthea'r man met barnas beeft bekleedt. 
Van baar kleinoodjei fpiji , toen by voor Cyrni ilceedt ; 

Ik voer naa Troje toe. Maar als bet lagb in as , 
£n ik ontrenc de Ifarandt, daar Napdii na Itit, was; 
Onnoodigb, dnnkt my, waar 't, dat ik my zclven vaft 
Met fcoorden ^ knoop op knoop , deed binden aan de mail. 

Loftuitery de kloekft* men vaak bekooren ziet. 
Maar meereminnen zang belas mijn* ooren niet ; 
Al qneelden zy baar bcft: „ Uliffes, berwaart* jaaght, 
„0 alderi>raa£[le beldt» daar Grieken roem op draagbt!*' 

B4 My 

Digitized by Google 



3* Z A N G E N. 

My dunkt, al waar ik vry van keeten, en van fnoer^ 
Ik deede inijn' peilloot niet eens verwrikken 't roer; 
Maar hield ipiju' rechten loop, met ftijfheidt van genio^, 
Kaa d'lthakoifche wal , op a, m^n' leidUar , toe. 

Mijn' vlam, in fpijt des tijds, zoud' blijven ongeblufL 
IDer Zeegodiunen min, nocht der Prinfeflen lull, 
En zoud' den yver do6n ; die my tot uwaarts dreef, 
I^ocht ftillen 't wee ^ in 't hart , daar liefde uw' naam in fchreefc 

De glaafde dochter.van de glinfterige zon, 
IVIy , met haar goochell^el , wat marrens bronwen kon. 
Maar uw* verheve deiighd te wifin uit mijn gedacht, 
Had tijdt, nocht toovery , nocht zoet, nocht zuur de maght. 

Wijze: Efprits^ qiti foujpirez ^ &c. 

Ghy,d:e met zulk geweldt gaat uit zijn' boezem rnkkei* 
Mijn volghfaam hart ; hoewel op weenigh toeverlaats ; 
Gezworven heeft het lang genoegh in ongelukken : 
Ach, rooft zijn* plaatfe niet, o^t geeft het beter plaats., . 

Uw' elpe borft , it die zoo vol van mededobgen , 
Als wel uw' reeden en uw' zeeden geeven fchijn , 
JEn als 'er zoetheidt vloeit uit uw* vennogen* oogen» 
2oo hulll mijn hart aldaar, en 't zal 'er beter zijn. 

Dan lull u , helder op te klaaren tl mijn treuren , 
Codin, uw edel hart we^r in mijn^ boezem voeght. 
Dus verre ftrekt mijnwenfch. Want oft my fchoon moght beuren 
Uw lichaam zonder 't hart , noch bleef ik onvolnoeght. 

O nesk' Hippomanes, wicns wilde wnfte ziunen 
De flukfe fchoonheidt zwichtte, in Atalante* loop» 
Uw duldelooze lull moght licht haar lichaam winnen » 
Daoi: gulden appels gloor : maar 't hart is niet tfe koop* 



,y Google 



2 A N G £ N. 83 

Beiglizieke Veoni , gliy behoord* hem te vergeeven , 
Dat hy» tea outer, daif, nocht zwaan, uocht wierook braght ^ 
Dewijl ghy hem geleert hebt winnen boel en leevea ^ 
I?iet met nw* eige, maar met maake Plutoos kracht. 

Trek tot Endymion deed quljnen en verdroogen 
Het floimervalligh hart van de vergulde Maan. 
Staag fliep hy; en zy lonktte op zijn* belooken' oogen, 
£o^ kullte en ilrooktte , en prangde , om 't kisjcn ce vcrza^n, 

Ach ! waarom met zoo lief omhelfl de konde klippen , 
Als 't lichaam, daar de ziel af elders is verwart? 
WUt ghy my trooften , Trooft ? als ghy my leent uw lippen , 
Zoo laftt my eigendoom geoieten aan aw hart. 

WU26 : Dt traantftns du zyweinde , tHe icin den ruiter wei , && 

Wie zond'er kvnnen toomeo 
Vw* kraften en gelnidt , 
O moedwillige llroomen , 
Die geefTelt deeze fchoit? 

Nochtans doet ghy my dent eq, 
Dat al nw nats geweldt 
Niet nit zoud' knnnen direnkes 
De vlam9 die ^t harte (melt. 

Csiyk ghy, met vergranmen , 
0e fcheepjens wieght en< rolt,. 
C^ leevendige Tlammeo 
Wordt.zoo m^n hart geibk^ 

M^n hartjen geen geleidi? 
My op ^ reiz*^ en doet. 
Maar toen ik van haar fcheidde ^ 
Dk *t net haar* fchoonheidt voeibr* 



d by Google 



34 Z A N G E W. 

Het koA zoo nsa niet ylen , 
Al« wel mijn* voecen veur. 
Zoo kleefd' het aan de ftijlen 
Van mljn' bemindes detir. 

Daar blijft het liangen 4 eeven » 
Mijn troofl-, mijn toeverlaat. 
All ghy 'er bleeft aan' kleeven » 
Verfma^nde *t hcete <ina«it ; 

Toen ghy zocht, welgebooren ,. 
Uw moeder krank Van peft , 
Door wederflandt en fchooren » 
Te blijven by, in 't lelL 

Oft ghy aw*^ denr doet flulten » 
Met wervel ^ grendel , boot ; 
Al blijft m^'n hart daar buiten^ 
Het ziet door 't e^n bout. 

Het ziet -de pracht van zeeden y 
Die nergens u begeeft, 
Maar met befcheidenhedto 
In air ttw» handel leeft. 

Wijze: Bedrijft gemught, ghy j^nge jeughd^ &c» 

Zoo Venus fcfaoott 
Aanfchijn ^ ten tod» 
' Door '^8 hemels blaanW, ttrfcheene. 
Met Tlechten bkmdtt 
£n morgeilondt ^ 

Vatt fchitterendc fleene*. 
In di^ gelhlty 
Gelijk zy bralt, 
Daar »t t}[dt i& om te ^geir» 

Zonk 



d by Google 



Z A U t V. Sf 

Zonk jenglicl en mio 

De weitldt in , 

Met ne6rflaan van haar* oogen $ 

Het donker vocht 
Der gramme locht 
Voorvluchtigh zonde w|jken t 
De woede zee 
Haar hoomoedt me6 9 
Hoe dul zy baarde , ifaryken ; 
In fiang , in (broom , 
In gras , in boom , 
'T gedierte dartel fpeelen ; 
En 't ongerull 
Cevogelt loft 
Gevoelen , cm te qneelen. 

Elk een zgn' gad 
Zoud* ylen naa. 

En die Cmaar fchertfefad ) vlktlen | 
En zoete fmart 
Doorfnijden 't hart 
Van jRurd- cil waterlied«n; 
Voort bloem en kruidt , 
Ten velden nit. 
Met geile tier , , gefprootcn , 
Het bUjbebU^ 
Hooft, hemehraart 
Opheffen , met zjjn* looten. 

Doch Venns, of 
Zy vroolijk lof, 
Goude en fcharlake bloenen , 
Dan op dat pas 
Te zaamen las. 



d by Google 



3d Z A N G E N. 

Eu renken watrd om roemet^ 

£n nam opzec 

Van iem^ndt, met 

Dat hoopje, te yerfrooijen,^ 

Door eere van 't, 

IMet eigen' handt. 

Hem op de kimln te ftrooiieEkt 

Indien zy daat 
My lokte naar. 
En ope gunfte toonde » 
Mijn lief, en ghy 
Aan d'andre zy, 
My tot een kuBJe troonde ^^ 
Tot u ik Uep , 
( Ook oft zy riep , 
£n dreighde fchier te vloeken) 
Myn trooft, mijn goedt, 
Mijn* ziel, mijn bloedc, 
Mijn? hoop ^ miju heil te zoeken* 



Wyzej Efpriu ^i fevffiriz^ &e* 

]\'Iyii licht, als d»eerfle dagh uw' oogen opHcn leerde» 
*S bekoorden hemels oogh zoo teder op u viel. 
Dat, \w. uw* eedten geell, by iint het noit en keerde^ 
£u 't lieve lichum in besoighden arrem hiel. 

AI was het in zfjn fchik ; de Goden t'zaamen fchooten ; 
Van vreughdc Veinu bloofde; en 't on^emeeten rondt 
Verlttndelheidt , nocht g^eil, noeht kractit , oocht zin beflooten » 
PiB k^wairt welgeaeight , ta zijuea fchoot en voudt. 

All* 



d by Google 



2 A N G E H. 3J» 

All* fprtakcn 2' iiit €in* mondt hana' zeg«ii , eeven miamu 
Dies dauwden nederwaarts huon' gaaven , ongetelt » 
JCn fpitilen uw gemoedc met deughden onverwinlijk » 
Uw' hwflen mec vernufi, uw' oogen met geweldc 

Apollo , die zijn gunft van niemandt overtreffen 
£q wilde sien, bellondt, met laur* in 't hair vertuit^ 
Zgn keel t'ontfluiten , om deez' dichten op te heffen , 
£n huwde met de ftem den wefirklank van zijn* luit. 

„Gelijk ik, iedcrs vriendt, verheiige, met mija* ilraalcn^ 
Al twit gevoelen, en wat gecn gevoelen heeft. 
Waft, dochter, op, om zoo, met deughd, gelaat, en taalen^ 
^n val , en fpel , en zang ^ t'ontroeren al wat leeft. '* 

Uit had hy. En , gttijk verknocht met flerke bandtn' 
Is walU-heide aan zijn woordt, beleeft het onze t^dt. 
Dies , met haar' eigen' handt , u Venus ftelde in hanckn 
Haar' fchepter, daar mijn» ziel zicH nygend* onder vlii^ 

Uw zinlijkheden zijn my heilge waarde wetten , 
O moogende Godin , die Ht onderdaa iheidt bidu 
Ik kan , nocht dar , nocbt wil daar tegens my verzett«tr^ 
M»r opent my uw bart^ dat ik ze beter zie^ 

Wijze; Jtanhtordt dock rn^'n geklagh ^ ^c, 

Gliy heilighheedtjeni , die, in bloemen en *n fcrniden ^ 

U legert , en bezwemt de ftroomen van de -Vecht , 

Die zteht van zin , en flecht y 

Haar* vloeden drijft ia zee » voor' *t booge huii te fiHufdea ^ 

O ghy Godesjes, die, met danflb i^ rijmen, qticelen,. 
In weeldeg keur befleedt uw* Itaadigb jongen tij^dt. 
Die *t na ce z^n gevrijt^ 
1^ zelf te vryen lull, met lacben ^ )0>!cken , fpeelen; 

Br ^^ 



,y Google 



S8 Z A N O B N. 

Met wtkkre fchtllijkheidt nn relief te veriakken 
De gcile veldtgo^n , alt zy *r mind op s^n verdacht , 
En 00 honn* heete jaght 
T'oncfchoilen achter 't riet, of tchter d^elzetakken v 

Nu nit hec zilvren oat aw' (Iraalende perrniken , 
En min dan hallefweeghs bet blank doorfchJjnigh vel 
Te toonen, on we6r fnel, 
Indien n iemandt meent, dei minnaan brandc t*ontduiken ; 

Gby hebc Cter eere my) wel eer, door gunft gedieeves. 
Met aardi^ lof gepronkc bet aardcr^'k en de lucbc ; 
Het ay dat Venos vrucbt 
Oft Zanggodin , goedt m^jns , u dat bad iogegeeven. 

Bloeit nocb uw» xocte gnnft, en wtet ghy te vereieren 
Uitbeemfche verw en reuk van bloemen en van kratdt , 
Zoo leeft f e kenrigh nit ; 
Om my niet, maar 't lieraadt van Aamftellandt te vieren. 

Niet dat ghy , koomend' haar eerbiedelijk t* ontmoeten , 
Zult, om het beiligh hair van zonnelijken glans, 
Gaan vlyen Iprans op krana: 
Mua pail ze tot mijn booft « en legt ze voor baar voeten. 



W^'ze: Amhoordt 'I gtktagh o H^iyetuh jet/ghdy && 

Wat nevel met zijn* latnwe bron 
Bezwalkt , o levendige zon , 
'T eerwaardigh licht 
Van ow gezicht, 
Dat my verwon ? 



Wat 



Digitized by Google 



Z A N G E N. 99 

Wat droeflxeidt is'tr too venro€dt» 
Dat zy QW eedel vroom gemoedt 
Raanw aangecaft. 
Met oyerlail 
Beklemmen d^t T 

O Kaokafus fladgli ongeweekt. 
Die vol van fcfaerpe diflels fleekt, 
£en traant^ctn zeow, 
Dat uii mevrouw, 
Haar' oogen leekt: 

Ken traantjen zouw ▼emmrwen fnel 
Vy tot in 't fteenig^ harte» wel» 
£n *t wreedt gebroedc, 
Dat n doorwroet 
Het fchorre vel. 

Dies droef heidt vliedt , en fchaamt n , fnnrt 
"Pontwekken in haar teder hart: 
Die vaaligheidt 
Der wieken fpreidt , 
£n licht uw* flart. 

De pijn, de kointtief , en »t verdriet, 
£n hebben zeo veel ibafheidts niet. 
Oft ik en ly 
Die licht , zoo gkf 
Maar van baar vliedt. 

Wcgh fluks: onz' hatten zijn verftrengt* 
Ons beider geefi en ziel geplengc 
Zun, onder een ; 
En 't merg in *t been 
Niet onvermengt. 

Wij- 

Digitized by Google 



2 A . N G E N* 

O Ph«bus fiere pronker» 

Geen' ruft ik u misgon. 
Vaar vry, met uw geflonk«r» 

In zee der vloeden bron. 
Den avont met zyn donker 

Is voorho^ van.myn zon. 

Niet dat gh' in mijn »ih, wijketi 
Moet voor uw' zniler klaar , 

En 't heir dat 's hemch rykeo 
Beklimmen komt met haar. 

»K wil by n niet gelyken 
Haar' Ucbten aliegafir. 

Maar in de duiflerheden » - 
Pie koomen zwieren aan-. 

En met ecu mift bekleedea 
U#* tfgeleide paCn , 

Zal ik , ter mijner beeden , 
Twee ftarren op zien gwm 

Twee ftarren die met blaaken» 
Verdrijven 't naare zwart: 

Pie teelen , en ontwia' tn 
Doen wr, dat ftarren tart,. 

In mijn gemoedt» en maakon 
Een hemel van mijn hart, 

Pie'zal ik » op bet fpaade, 
Meer d»n ecn' morgenttondt^ 

Ittbltakende gewaad* 
Zieii gliuftren all verzont: 

£n proevcn de genaadt, 
Pi« Min filja' dira^o gont. 



W^- 



,y Google 



Z A N G E imV 41 

Wiize: Ceft trop cimru les eaux^ &c. 

Ghy, die met heerlijkheidt 

Verdoofi Japijn zijn troon , 

En van wiens majelleit 

Hy houdt te leen zijn kroon. 

Die, als *t u luft, den hoogen hemel, met een^ zwier 

Van uw' geduchten ftaf, bedoven zet in vier: 

Acb, ach! geen' enkle ftraal 
Doorvlijmt mijn ingewandt; 
IVIaar ghy zijt t'ecnemaal 
Met pijlen, boogh, en brandt. 
In my gevaaren. En dien het begrip zoo wijdt 
Der wereldt naauw omvat, zit, in mijn borft, geirl^cw 

De graage gloedt, die woedt 
Met ziilk' een ylammevloedt ^ 
Door boezem , en door bloedt , 
Dat overloopt mijn moedt : 

£n my *t gefmolten hart ontzinkt ah ziedend loot. 
O fchoonfle fchoonheidt, vangt, en Oooft het, in uw CchoiObL 

Wtize: Quefta dolce Sirena^ &Ck 

O mijn verzonke zinnen: 
Hoe zoet wordt ghy gezeeltf 
Dewijl dat u van binnen 
Almaghtigh* heugheidt ftreeltt 
Efi »t ylijmen van hjtar' vinneo 
Met welkoom wonden fpeelt. 

Mgn lief, mgn licht, mijn leveo» 
Van al myn lot het wiel 
Wordt door uw' handi gedreven » 



d by Google 



4% Z A N C E N. 

Daar ik zoo vlak in vieL 
Ghy hcbt njijn* «iel vergeveo , 
Vergeven ik mijn* ziel. 

Want nit aw' aamende oogen 
»T vcrgift »y dorftigh dronk. 
Zich waanende te zoogen » 
Verzwoigh zy vonk op Yonk. 
Ik , om haar te verhoogen , 
Haar aan uw' ziele fchonk. 

Dei brandt s' om die te naakeut 
Daar in te sijn gegrift^ 
En fmelt van *t weldigh blaaken, 
Dat ghy door 't ooge zift. 
Maar ghy knnt heelzaam maakea 
Dit dubbele yergift. 

Want zoo ghy, in het lleedcjea 
Van m^ne ziele, dart 
£en kleen genegenheedtjen 
My gnnnen yan uw hart, 
Verlichten zal het leedtjen , 
Dat nn mgn* boezem fmart. 

En zoo ghy d'cedle ftraalen 
Vol vriendolijker gew , 
Die op my nederdaalen, 
Doch 4laalen zonder keur , 
Laat gaan, om in ce haalcD 
Mijn zieU zy is'er deur. 

Wijzc! Mi cacciiy alU cacciey Pafiori, &c. 

Rozemondt, hoor je fpeelen nocht zibgenf 
Ziet den daageraadt op koomen ^ngen ; 

Dar- 



,y Google 



Z A N G E N. 43 

DarteU dutven, en nrtanen, en oraflen, 
Zoficlen den vaak nit nw* oogen wel knflen ; 
Zoo *x u lofle de doode te raimen, 
Om de lad van de leevende plnimen. 

Alle weiden, en dninen, en daalen 
Hunnen t£oi met Terfaeugen ophulen. 
*T jenghdelijk jtar, met s^n* vrool^ke tyen* 
Is rechteyQort op xijn qmkflif te vryen. 
Krnyen, bloemen, en boomen verovren 
En zicb pionken met leevende iovren. 

*T weeligh vee, op de gntzige looden, 
O me min , ont te lurnUofte nooden. 
Al ban gezicbt, bnn gebatr» en hnn fpreeken 
Loopen op 't left van de minlgke treeken. 
Op , op , op , eer de zon in den danw fobyn : 
Last ont alle gedierte te ganw zyn. 

Wyze: Jtmsriffitfe wnrn" vriindim^ &c 

Kl^e, wat beeft 'er nw bartjtn vedept, 
Dat bet verdrietjet in vrool^kbeidt fchept « 
Kn t*aUer t^dt even beneepen , yerdort, 
Gelgk als een bloen^jen^ dat danwetjen fcbort? 

Krielt bet van vryers niet om nwe deur? 
Moogb je niet gaan niet te knft' en te kenr? 
£n doe je niet branden , en blaaken « en brain , 
Al, waar 't n op Inft een lonkje te flaan? 

Andera en fpeelt »er bet windetje niet , 
Op elzetakken , en lenterigb riet , 
Als: Ittftigbjea, Inffigbjej. Lafligbjei, gaat* * 
Hct watenje, daar *t tegen 't walletje flaat. 



Ztec 



d by Google 



4% 2 A N O £ K. 

^iet d*openhartige bloemetjeg flatn * 
' Die u, tot alle blygeeftigheidt , ra^n. 

Zelf 't zonnetje wenfcbt* u wel beter te mol ; 
£n werpt u ecu lieffel^k oogel^'n toe. r 

Maar zoo ze kunnen, door al ban vtrmaat* 
Niec ileeken met vreughd uw' zinnetjes aan, 
Ik leg u te maaken aan *t fchreyen de bron > 
Pe boomen , de bloemen , de zuivere zon. 



Wtfze: 

I\oozemondt, ats my zicb meldde 

En ten toon de rijkdoom ftelde 

Van uw blikfemend gezicht , 

Zoo bekoorelijken blonk je, 

Dat myn tieltje waaghde 't fpronkje, 

Ende worp zich in dat licht. 

Eeven als des waaters beeveit 
Zonnerchj^'a te rug gedreven 
Nu bene^n, nu boven plaatH; 
*T waaterfpel van 't lichte looghje* 
Dat*er flikkert, in uw ooghje, 
Met myn zeeziek zieltje kaatfl. 

Ach oft ghy dat flniten flaakte ; 
En te grond mijn zieltje raaktc » 
En nw bartje dat ontfink ! 
Die , op znlke hoUe baaren , 
Lijfioos moet te folle* vaaren* 
Kan Qiec becer ga»n » dtn t'zink. 



w^. 



,y Google 



Z A N G E N. 

Wyze: Aanh^ort Soch m^'n gfUagh ghy Ruitirs^ &c. 

Voor 't al te fchittrigh licht , 
Dat VehiM , uit haar' lampen 
Geblaazen, heeft gefHcht 
In uw bel aangezichty 
£n aard, en hemel zwicht, 
£n afgrondc met haar' dampen. 

De Nimftn fris en gladt. 
Die door den Aamflel zwieren, 
O prachc \an onze Ihdt , 
Die hebben nijdt gevat 
Op *t blinkend fchoon , en dat 
Met nygend voorhooft vieren. 

Zj quellen haar gemoedc 
Met faonderdt duiaendt fmarten, 
Om dat uw' fchoonbetdt doet 
Oatfteeken , in haar vlocdt » 
Met onlefcbbare gloedt 
Der watergoden harten. 

Met moedeloos geween 
De Meereminnen queelen « 
Dat uw* volmaakte ledn 
Van boven tot benedn 
Met nieuwe konll gelhedn 
Haar all' haar* vryera fteelen. 

Een troosjen hebben zy. 
Dat '8 hoop om te beleeven, 
Dat, door nw' ftrafheidt, ghy 
Den tfjdt cult gaan verby 
- Van zoet« vryery, 
£n hebben niet bedreveo. 



Wllf* 



d by Google 



Z A N G E N. 

Wijse : Bell§ qui m^ayz hkffl i'un traiS^ fi dottx^ &c. 

Oorlogli, oorlogb bVuizen 
D'oogen vol van jgloedc , 
Van ongetemden overmoedt : 
Maar zy verbaazen 
CWat toght daar ook nit ziet> 
myn* dapper* inbofft niec. 

Deeze dreigeiweiitett 
Stoffend' op de IcNohc ^ 

Van all* uw' zi«l» im» en gcdachCy 
My inneprenteo 
£en jooken naa den ftrijdt, 
Daar gfay too ^rtogli sat ziju 

Al dit htwn tMtea , 
Dat my hr^ bertidc , 
Door liefljjk Bcht, it aangtleidt 
Op den ftrij'dt 4tr Garten 
In vrondfchap en in vrel, 
Zoekt ghy 't) ik zoek het met. 

Wqze : £«IU qui m^avn Uefft ^im trMB fi doux^ &e. 

Oo^ 6nverwonnen V . 

Die mijn' geeft btvnicht 

Met deze wonderiykt vlucht 

Van jongeaonnea. 

Die plondren, »et haar* brandt^ 

Al n reedfchap van 't verftaodt: 



Serais 



d by Google 



Z A N G It N« 47 

Straalen » die ik rtaken 
Voel bet diepile ffe, . 
Dae in mijns harcep wortel zit t 
Zacht , met aw blaaken* 
Ziet vo#r o , wat ghy doet. 
GUy dreight uw •igeo goedt. 

Zoo ghy te verdelgeo 
Wsant mijn hart, ghy doolt. 
Het is al over lang verkQolt , 
Door 't vlammeiwelgeo ; 
£11 al 2iJQ wezen fchier 
Leen' van uw heerfchendt vier. 

WiijUiA^I^4i/f trep cmru la «m«, &c. 

Oe fchoone tooirecett 

Voor wie Damafco boogh. 

Door Hydraottea l«f , 

Ala zy cm roof uit toogh. 

En naar haar* wenfch den onverwonnen Reinont zagh. 

Die, door pluimffarijkery van flaap. verovert lagh: 

Dit 'a leegt^ zeid ze, ghy 
Zalt mijn gevangcn zijn« 
Maar om uw* lefta, wat vly 
Ik, yzer beft, oft lyn? 

Necn , neen , voor geen geweldt itw flerkheidt zwicht ; men moet 
Haar maaken dwee , door trek van eenigh fmeekeodt zoet. 

Stal hield haar zoete taal. 
Toen gluurde 't oogh rondom: 
En , met een' fchoone flraal ^ 
Uitpikte ecn^ fchoone blom: 

Toen noch een* , toen noch een\ Haar rijke (cboot die zwol ^ 
Tot dat zy was van roos , ligu^e , en lely , vol. 



d by Google 



48 Z A N O fi N. 

Zy ftrengelde de ro^Oy 
£n daar 't baar voeghlijk dtH^^ 
Zy, tuflchen 't vroolijk groenf^ 
Nu blank, nu bios, in vlocht: 
£n hem , terwjjl hy lliep, met deeze zeelen floot: 
En voerde , daar hem noit zijn* Taogeais Verdroot. 

Maar, o m^n licht, by «eo« 
Lee ft yvrigh myn verihndt 
All' uw* bekoorlijkheftn , 
En breidt een* taayen baadt« 

Die hart en zinnen boeit , bet dan Annidaas fnoer\ 
Ay my, die mijne boeifter in mijn' boezem voer4 

Wijze: Mes pkurs ji font changez tn n^, dec. 

De Min, met prikjens van zijn' ftraal, 
Wekt op den fieren nachtegaal. 
Het fchelle uachtegaaltjes kaakeo 
Doen al 't gevedert gildt oatwaakeii» 
■ Op galm van hun geluidt, 
Scbiet uit ziju' ilaap mijn^ fluit. 

Laat zien eens oft de finite klank^ 
Ontftek^n aan den voglenzank, 
Zal ftrekken daageraadt, en konnen 
Doen rjjzcn , Roozemon4t > aw' zODnen 
Belet van fluimerzncht ' 
Te ftraaleu door de Incht. 

Op , heraelfch ftemmetjen , op , op » 
Den mondt van 't vlog gedierte (top. 
Door 't hefen aan van zoete rgmen « 
Zoet' af, den nachtegaal, zijn lijmens 
Dat hy , uyt luft tot leer , 
iSiJQ* Hem in oortn ketr. 



d by Google 



Ook 



£ A N G B N. 

Ook niet te bratk, o zaogrigh riet; 
Hatr' flaap flechs tokkel ; flear hem idet. 
Om al het groeo der maijeboomea 
£ii ruild' zy niet , mUTcMen , de droomeo , 
En fchilderige fpraak ^ 

Der zoetYlaaJjende vaak, 

Miflchien zy my te woorde ftaat , 
£n doet wel , dat zy waakend laac. 
Hair' lipjes moog1iel|jk mijn' lippen 
Met lodderlijke toglijens krappens 
£n dat haar ooghje zeit, 
ISfa lipjes doet be(€heidt. 

Maar ziet, terwijl ik woordtfens ^btiw» 
Die drenken in.de mqrgedonw, 
De duifjei , met haar trekl^ebekken, 
Haar droomen , eh het mijn begekken , 
£n werpen , bet bezint , 
Geen* knsjes in' deQ windt. 

Op Roozemondt , eens nit de boght » 
ZiJD wy niet lang genoegh Terpocht ? 
£n znllen wy niec darren plokken , 
De Insjet, daar zy ona toe lokken? 
Het tart ons al te ga^r; 
Zy, en de jeiTgbdt » ea 't jtar. 



Wijze: AmarWimia beJla^ &c. 

Edel pttr> zi^lzoete licfaten. 
Die , zonder byflandt van helle geluiden , 
Uw' meeniog knnt bedniden , 
£a met een vw^fk cen' x^ke reede flichteni 
B#c«T II. C Sme6n« 



d by Google 



50 £ A N G £ N. 

Smednde van gczwande firaalen 

Teekent -en ttalcfi I 

O zon , wat 's na uw boogen f 

Stomme ileeken? 

Lakt uw' ftreeken 

Leeren fpreekea 

Van Klaares oogen. 



.Wijze: Fhrtuin helaas bfdroeft, &c. 

IVTedea flraf van aardt, in w^ker i^liorre bor(l 

De felheidt he;eft haar nefl, die niet dan wreedtheidc dorft, 

Uit wier genadloos oogh noit eene traan en viel , 

Met uw yerhairdt gemoedt en onbeweeghde ziel: 

De langdunrige koud maakt ys tot kri^amn. 
Dooi: koud acht ik uw hart in iieen verkeert te t^n, 
Maar 't y», in Aeen verkeert, en bl^'ft met langer koudt: 
Daar uw bevroozen hart verileent zijn* koudcbetdt houdt. 

Kijkt vry door 't gulden glac, en boet uw* luft aan my. 
Het bittre weder is zoo bitter met als ghy. 
Van binnen qnelt my braadt , van buiten quelt my konw , 
£en' dubble martelaar tot (choHwfpel van mljn* vrduw. 

Ondraghlijk is mljn lafl » jondragklgk is m^n lcidt«. 
Ik lafter ook den Min , uit onverduldigheidt. 
Uw' ftrafheidt loopt te hoogh ; mijn lijden is tc groot, 
O gunt my een iran tween , het leeven , oft de doodt. 

Mijn' vrenghde neemt.bsgin, zoo ghy -my *t leeven zendc. 
Verwiift ghy my ter doodt, zoo neemt m^fa' ftitrc«ea endt , 
Dan , naa mijn- leeven , oft iiii|n* doodt, 'Vtifttiift gbv niet : 
Maar naa n^si Ite^rrca vel ; ^aargby^onr' l«ft wm titc. 



d by Google 



Z A N G £ N. 5t 

Waarom betoovert ghy, en trekt met kracht myn^ ziof 
Indien 't u cegen is , dat ik uw aanfchyQ minn' ? 
Oft , zoo u niec mishaaght mijo brandt dus vail gelUchc « 
Wat bant ghy my van uw vermogen aangezicht? 

Zerpzoete tooveres , oft waanc gky dat de windt , 
Wieos overilrenge konw m^jn'* firamme led^n bindt , 
Uitblaflen zal de vlam van die mistroolligh hart? 
Ach neen. door toght mijn vuur bee opgeblaazen wardc« 

Wijze : Efprits qui foufpirez , &c. 

Jk loot de zuchten , die mijn'' bange borft verfloppen. 
Maar ( laag I ) zy vallen all' den noordenwindt te buit. 
Mijn' traanen roUen nefir onder de regendroppen , 
Die vloeijen over Uraat. Wie zal z' 'er leezen nit ? 

Ach traly alzoo hardt, alf 'c hart van mijn' Godinne, 
In wreedtheidct teeken ,~ die geverwet- tijc met bloedt , 
Ghy weikt zoo Inttel van den heecen brandt der minne , 
AIs haar verfhalde geeft van mijn naabye gloedt. 

Ach yzer, om my 't hooft zoo batfelyk te bieden, 
Wat reeden hebt ghy doch? is H trouwheidt voor uw' vrouw! 
Helaasl.dat 's misverllandt. Want het kan wel gcfchieden, 
Dat ghy my-gunfte toont , en blijfc haar eeven tupuw. 

O wellckoome Haap by de vermoelde dieren , 
Is dit rechtvaardigheidt , 2achtzinde zoete Godt? 
Myn hart is aan de zood' geflookt met dnizendt vieren : 
- £q zyne (lookfler flaapt. Ach hoe verfcheiden lot ! 

Alf ghy haar' oogen loikt, bmftvoormyniett'aanibhonwcn. 
Waarom dan laikt ghy niet myn' oogen te gelijk? 
En zoo zy eenwlijk wil my haar gesicht onthouwen »^ 
My if niet lievert dan vw eeuwigh dnifler rijk. 

C a Maar 



,y Google 



£2 Z A N G *E N. ' 

Maar neen ; van u en is al med geen trooft te wachten. 
Ghy drie maakt een gefpan tot mijuen ondergangk: 
En wilt , dat ik zoo wel de llarrelooze nachten , 
Als droeve daagen flijt* , met jammerlijken zangk. 

De duifterniflen aard* en hemelvfildt Ijekleeden. 
Slechts Venus en haar kindt my lichten toe ; en radn 
Te wenden t'huizewaarts van hier mijn* ydle treeden , 
Die nevens traan , en zucht , en klacht , verlooren gaan. 



Wii«e : J9 vovdrois bien o Chris , &c. 



tJitheemfche fchoonte, o aaafchijn rijk van.glooring, 
Dat my 't gemoedt doet fcheemren van aw ticht ! 
O oogen vol van kracht, en van bekooring. 
Die fellen brandt in mijnen boezem iticht ! 
Wat buit , op my , wil dat paar (lerren haalen ? 
Ik geef mijn' geefl den geeiten die zy ifaraalen. 

De Morgeftondt liet, acht ik, zichontfchaaken 
»T behaaghelijkft der kleuren verfch en bly. 
Op dat natuurs penfeel , op uwe kaaken , 
Haar* kohft beweez' , met doorfchijnfchildei^. . 
Ach , ach ! die bios is brandt : en in m^n' niereji , 
Kan ik de kracht gevoelen van die vieren. 

»K lie Venus kindt, en »t lachje dartel dwerlen 
Door 't voortjen van der lippen frifle gloedt. 
Daar brallen z' in hua pnrpcr ende perlen. 
Daar vodn zy zich , met renk van amber zoec. 
(^er meelter Min , moet ik mijn zieltje millfen , 
Zoo flait het doch in die gevankenUTea. 



Wail- 



d by Google 



Z A N G E N« 5a 

• 

Wanneer dat Jun' is in haar' troon gezeeten , 
Geloof ilc niet , dat hy haar achtbaarheidc 
Zoo fhatelijk en prachtigh nit kan mecten, 
AIs die gelaat, dac gloort van majeileic. 
Wijk, wljk Codes, en eert metlof van daadel. 
Dees* braaf heidt , waar Id^e van den adel. 

In 't hoogh bewindc , t' en paH n te volharden« 
Den koninksdaf is *t reede dat ghy fhakt. 
Laat Rozemondt voonaan daar med bewarden. 
Haar' handen tot den fchepter zijn gemaikt. 
Zy zal , daar me£ , den ondergo^n tet leering , 
Wei beter flaan de maate der regeering. 

Haar ilerk vemnft , dat bovea 's hemels ringen , 
Op zijn gemak, verheffen kan de vlncht, 
Met'hallef oogh, de toppen van de dingen 
Bereikt ; en baart , met halve regels , tucht. 
Poor tbovertaal , doet zy , dat by de lieden 
Gebodt gebedt, en bidden Atekt gebicden. 

Wyze ! 

Leonor, Bujn lieve licht, 
Voor aw oogh de zonne zwicht 
Met haar blonde ffaraalen , 
Die ganfch niet , in mijn gezicht , 
By zijn* gloory , haalen. 

y 
Vonken focly van die git , 
Gitjes met nw gou^e^ pit , 
Blikfemt niet zoo fellik , 
Dat het hart, dat u aanbidt, 
T'cenenmaal verwellik. 



,y Google 



trc- 



54 Z A N G E N. 

Lieve Leonor^ ghy moorde 
*T harte dat u toebehoort , 
Met die lieve lonken; 
Zoo my niet een trooftigh woordt 
Komt in »t hart geklonken. 

Woordtjens kiint ghy dnizendt fme^n > 
Die daar, geeftigh, aardigh, been 
yiidn als Minnegoodtjes. 
Maar tot trooft en komt 'er geen 
Uit d'yvoore flootjes. 

Houdt ow' eigen flaaf te rafi. 
Zaaligh kunt gh' hem maaken draa» 
^ Zoo ghy flechts laat flippen 
Op zjjn' beede een ganfHgh jaa., 
XJit die lieve lippen. 



Wyze : 5« , /» , yi* , nM dormite pajtori , &€♦ 

]^aare nacht van benauwde drie jaaren , 
Sint me zon is ter aarde gevaaren, 
Wegh met de droefheidt , die plight my te pJjnett. 
Legtze te koft aan uw eigen verdwijnen. 
Van den glans, in mijn hart, die 't doet daagea, 
Ghy te zwak zijt de krachc te verdraagen. 

Nieuwe zon mijn gezidht i« verrezcn , 
Die , met vroolijk en vriendelijk wezen , 
Straalende (lerrek door ribben en (^ieren , 
Weelde komt wekken , in inborft en nieren ; 
Doende fchreyen en fchrikken verfchoyen , 
En het mergh iu de fchenkeU ontdoyen. 



Leo* 



d by Google 



Z A N G E N. 55 

Leonor , ladiend Ikht , liere leven , 
Die de deughdt draaght in 't aanfchijn gefchreven » 
'T roode koraal yan nw minnelijk mondtjea 
Dauwend* een Ja is mijn morregeftondtjen. 
Uwer oogen bekortnde klaarheidt 
My verlicht van de nacht ea de naarheidc. 

Heldere oogen, waar jnne, de fchoonheidt 
All' haar' heerlijkfle fcbatten ten toon fpreidt , 
Flonkrende ilarren, mea siec, in nw zwinken, 
Goedigheidt, vfoedi^eidt, raoedigheidt bUnkea: 
£n de geen' » die den hemel bedolea , 
SchoQw ik doof 9 by uw* ^oeijeode koleb. 

Priflb mondt , met uw aangenaam. admen , 
By den welken de rozen zich fcbaamen , 
Kan bet gehiidt nwer tovrende taalen 
leder , bet harte , ten ooren nit baalen , 
Wat is *t vreemdt , dat mijn zieitje , door 't kleven 
Van een knsje , geyadn is gebleveil ? 

Znnre keert ghy in zoetl^jke zuchjes, 
£n me qnaalen in gnlle genughjes. 
Lekkere lipjes, en loddrige lonkjes 
Baaren , by benrten , en bhifTen de vonkjes , 
Die m^n' adren verquikken van binnen, 
£n ontfteeken , met ziedende zinnen. 

Edele oogen, gezegende vieren, 
Ach hoe branden nw' braave manieren ! 
■ Bronnen van blyfchappe , brallende baaken , 
Alle mijn ingewandc doet ghy my blaaken. 

£n uw vlaaijende vlammen haar* krachten 

All' de mijne verfiiclten , verfmachten. 

C 4 Ach ! 

Digitized by Google 



56 2 A N G E N. 

Ach! mijn geefl, ach! mijn geesje ging glippen* 
Zoo de lieve , de laaveodc lippca 
•T zelleve niet , in het ^roogende rooHen 
Voort met het vocht van een knsjen en troollciw 
Des zich magh haar* genade verboogen » 
Even als de trionife der oogen. 

Maar al nagelen fcherrepe fchichten 
My het hart aan aw' lonkende lichten, 
£n alhoewel zoete zoen^ens en flemmen, 
TuiTen aw' iippea, mijn zieltje 1^klemmeit» 
Niet en n^'pt *er zoo zeer als de l^sen , 
Daar aw deagbden mijn boezem me6 bjjaeo. 



Wijzc: Ik zoud y Jonkfronw ^ virtrouwti &c 

IVfevrouw, zoo ik vernam. 

In awer oogen vlam, 

Een vonk , die oit ow harte qnam. 

Zy keerde van mijn brandt de pijn 

In zoetheldt van een' zonnefchijn^ 

Maar dat bekoorend licht 
Van »t Goddelyk gezicht, 
Waar aan ik heb mijn ziel verplicht» 
Dat blikfemt daizendt lieflijkhe^n. 
En gnnt 'er my ( helaas ! ) niet een'* 

Ik heb Q vaak veiklaart , 
Wat ik u offer. Waar 't 
Niet beter lijf en ziel aanvaart , 
Om eenwigh a ten dienft te ftaan, 
Dan die te doen in 't vier vergaan ? 



Ghy 



d by Google 



2 A N G E N. Kr 

Ghy ziet, hoe 4at ik flijc, 
£n word mijn' kraditen qn^'t , 
Door hitte die myn hart beftrijdt: 
£n fchijnt, Godin, alleen vereert 
Met offer , fchoon tot tfch verteert. 

Mijns levens lufl verdort , 
In traanen , die ik ilort , 
Uw* ftrengheidt niet geweekt en wordc* 
In windt van zuchten , die ik loos , 
My laaffanaaU docht , aw hart bevroos. 

Indien ik n verhaAl 
Den* aardt der vremde qxtttsU ; 
Het fchijnt, ghy niet verdaat mijn' taab 
Oft dat uw wijze geeft begekt 
De tongen daar de Min me6 fprektr 

Tot.wraak van al dit leedt, 
Wenfch ik aan a belleedt 
Al 't goedt , dat ik te wenfchen weet t 
En nemmer u de dienft, dien sfhy' 
Onwaardigh vindt, van noode zij. 



ZANG, IN DBN JAAftE BIfiCXII. OBR^Mr. 

Wijze r EJprifs qui fouj^irez^ &c. 

V(^eet iemandt beter fans -als bonger tot de fpjjzen , 
Of -bedde dat zoo zacht als vaake flaapen doet, 
Weet iemandt beter fmaak, in drank, als dorH ce wijzen:' 
Of koopt meti dees qidi geldt » zoo ach; ik rijk zijn zoet» 

- Digitized by Google 



S^ « A N G E N. 

Indien de Winter mecr zijn handen vreefi te zengen 
Aan 't armelynen voer , al» aan een wollefsvel ; 
Of kan een'ruim Palei* veel meer gemaks inbrengen , 
Als maat*l^k huis - begrijp , zoo wenfchte ik rijkdom wcL 

Indieu de rijken met beminde bedgenooten 
Veel beter zijn voorzien dan de gemeene lid ; 
Oft zoo de rijkdom waare liefde kan vergrooten; 
2oo du&kt my , dat ik in den rykdom voordeel zie^ 

Maar zoo faletten met getapiffeerde wanten » 
Tegen de kouw en 't nat niet meer doen als een hut ; 
En »t hangfel gebordunrt orii guide ledekanten , 
Geeu kommerlijke zorg& noch heete koortfen fcfant. 

Maar zoo de honger en de dorft zijn Hcht verzaadigh ; ' 
Verbetert geene wijn zijn fmaak in *t gouden vat; 
Zoo uit bet midden dcr banketten overdaadigh , 
Niemandt met go6 bekoomff, en fma^k, meer eet als zat. 

Maar zoo de klefiren , die van 't goudt en zilver kraaken^ 
Met glinfterigb gefteent* en peerlen dicht bezaait, 
Zijn geen bequaamer dragbt, als sijd*^ of* woUen laaken , 
Dat met zeer luttel , oft geen fleekfel it benaait. 

En zoo een bedgenoot, fchoon, Jonk, gelijk van zinnen,. 
Onder gemeene lidn , die veel zijn in *t getal , 
Veel eer , als onder weinigh rijl^en , is te vinnen ; 
Zoo vraagh ik, waarom dat men rijkdom wenfchen zalt , 

Zeit iemandt dat een menfch is tot bet fehoon geneegen , 
Het oogh door 't fchoon verheught , door *t leelijk wordt gequelt^ 
*T is klaare waarheidt, dat, ik heb*er gantfch niet teegen, 
Het fchoon gezicht vermaakt ^ ma^ zien en koft geen geldt. 

Aan- 



d by Google 



2 A N G fi N* 59 

AanfchoQwt d*ecrwatrde ion, en het befcheiden werken 
I>er geeitige Naniur ; cUt 't felioonhetcit in haar kracbt. 
De kunfl if bootfery. Zeght gby* door 't flaadigh oerkea 
Wordt men dit ras gewoon I Zoo doet men ook de prachu 

Of bidt ghy *t Ayootnor dat het n wil Terlknen 
Rijkdom, om landt en lidn te krijgen in vooghdy^ 
Als men die recbt gebroDct, zoo moec men 'tanpt bedienen. 
£n zorgh voor andre lidn , donkt n dat heecfckappr ? 

Of waant ghy dat de eer alleen is by de rijken I 
Beilondt de ee^ in fchat^ daar zy niet in beftaat « 
Zoo zon Fabricins voor Craflat moeten w^ken , 
In eer , daar hy hem nu verr' in te boven gaat. 

Beftondt de eer in fchat , wat roemen kond' hy draagen ! 
De geen die zeide , dat zijn mcefte hoovaardy , 
Was dat hy bad geflooft met moeicen al zijn' daagen , 
En C dank rechtvaardigheidt ) nooit q\iam hem rijkdom b^. 

Eer is het lof der Dengbdt ; maar hier is niet te zetten 
De wankelbaare roep des volliks lidit als windt , 
Tegen het braaf gekrij^ en 't ifaiadigh lofkrompetten , 
Van een vemoeght gen^dt , daar Denghdt haar Eere vindt. . 

If rijkdoms overvloedt en ftaat tiiet waardt te wenfchen , 
En is de waare Eer 't vemoegen ran »t gemoedt : 
Zoo zyn de wenfchelgkHe dingen voor de menfchen 
Eerl^k gemoedt, en Inttel zorgh, en maatigh goedt. 

In plaatze dan van een van Codes he^ gaaven , 
Zoud' ik verkrijgen niet dan ydelheidt en rouw , 
Indien dat ik verHet om overvloedt van haaven , 
Om ftaat , of 't wereldts ter, een watrdtverkoore* Vronir. 

C6 SB 

^ I 

Dgtized by Google 



6o Z A N G £ N. 



PB WBLXOOM VAN IDA QUBBEBLS HOOFTf , OBBOORB1« PBBI 

XX. VAN I.OUWSIAANDT BBS JAA&9 MDCXVUI , 

OUDB STyU , TOT I.OMDBK* . 

Op de wijse: JFaumtr ik flasp, &c» 

Kraftige son , om wien de wereldt dreic , 
Ghy lichten ook ytn minder helderheidt, 
ScadthoQderenen vtn de zon by nacfat, 
Werpt een lieve look, op het nteuw geflacht 
Uit een ynindcljjk paar gefprooten : 
£n hoodt uw flinkmr oogb geflooten. 

O docliter, die niet met de klank alleen. 
Van de naam Ida raaken suit , de gcen 
Dien uwes moedert deyghdt zit in H ^emoedt : 
Maar het fijnfl gezift nit haar vleefch en bloedt^ 
Uit haar geeil en zidl vertoogen ^ 
Haar oogen voerende in nw oogen ! 

Zgtwelkoomt d weleedel fchepfel, ghy 
Die , zoo veei bet alt beeldt oft i^^iildery » 
Vw ondren , aller ecren waardt ^ jiitdnikt. 
Schepper, Schikker, geef, dat het haar gelukt 
Al d?aanzieneliike zeeden 
Noch bet tie treffeq dAn de leeden* 

Schiet op €» met nw' wasdoom zeilt voorby 
Pen traagen-tredt van *t kinderlijk getyv 
Om ras een flonkerftarre van dc jeogbdt 
Te verftrekken t en met nw klaare denghdt. 
Landc ea licden door te liohten ,' 
Pat. «U^ licliteu voor tt iwichten*. 

Hte 



d by Google 



Z A N G B N. 6i 

Het btrt dat might , en 't leidt my op de lelo ^ 
Dat aan aw licht, ach hoc veel meer aU een 
Dan znllen gaan ontfteeken haar gemo^n t 
£n haar zelven met lekkcre ijlhcidt vo^a^ 
Tot dat al de wenfch van alien 
Aan een allecn komt toegerallen* 

^Gezeegend* een, die zTch verdnbblen met 

Uw ziele sal, in jonflea onbefket; 

£n werden zoo geqneekt door eene vlam » 

Met de bloeme van hooft en qusbksls ifaun, 

Dat haar ook , in haare daagen , 

Gebeore zaligh zaadt te draagen. 

Den yu van Lintemaamlt des jaars nocxviii.. 



Wyze : Amynti PJmounux don$ la plm riehi gkiri^ &c» 

Indien het klagen kan verzachten d*ongencde 
Van *t wankelbaar geluk, zoo klaagh ik niet om niet, 
Maar kiaagh ik te vergeefs ,-het is een kleene fchade, 
Verlies van klaghten ^ voor dk *t al verlooren zieu 

Den Hemel die befchreit , met nitgefforte ffroomen , 
Door mededoogencheidt ,' de grootheldc van m^n qnaadtr. 
£n *t znchten van de windt , beweeght de droeve boomen ^ 
Om te beweenen mijn bedroefd' en bange ftaat:. 

De blygeefttge May heeft zeRefi een mithagen. 
In haar Ueenoodige en pracht, van bloemen acc ui g hf ont %. 
l£n wendt, 6 Vogelkent, nw teere flenr tot klagen. 
En klaagfat, waoncer g^y Mione-iiedtjena ^Bee^o ioiKk» 



Digitized by Google ' 



6% Z A N G E K. 

De fwvt dii^eo oH mga droevigli hare getogea , 
Benevlen de Nttsor met al haar VTolijkheidt : 
Maar op nw klaar aanfctiyii » 6 Vronw van groot vemiogeo , 
£q heft noch droeve damp, noch naare duyflerheidt. 

Uw dreutfche fchoonheldt kao met een geskht verilrojen y 
En drgven in de vlucht de nevels en de nacht. 
Hoe xoud <fe wedermln een yzigh hart ontdoyen , 
Op 't welk meedoogentheidt met alien heeft geen machc 

Aeh mjjn Godin al waart , al fchoon , al goedertieren , 
Kondt ghy « ntet tot hnlp , door medelyden , fpoen ? ^^ ^ 
2oo trooil de Slave van nw edele manieren, 
Naar henfcheidt nwes aardts , nit loft om goedt te doen. 

Wij/e: Fortttim iylaat bidroift^ &c. 

Verheren grootfche ziel , die 'f wereldtt doen belacht ; 
Die r^kdom boven maat, en heerfchappy, veracht; 
Ecrwaarde w^'ze Vronw, die met uw hoogh veriUndc, 
Per andren giant verdooft, en zeden maakt te fchand\ 

Dit *8 mijn hooghdragentheidc , dit *<al mljn hoovaardy, 
Dat vii^ verheven ziel koomt over een met my. 
Dit '8 al mgn hooge moedt dat ik n waarde ken; 
Dit 't my m^n vryheidt waardt , dat ik daar flaaf van ben. 

Mijn Vronw, ik ben nw flaaf nn heel, want ^hy verwont, . 
*t Wetffpannigih deel mijnt harts , dat n noch tegenitondt \ 
Wanneer nw henfcheidtt kracht beweeghde mijn gemoedt, 
Geiyk de zachte flaap den afgefloofden doet. 

Vol o^roffi waa m$n borft, vol ftUt windt en brandt, 
Ben onbefuyfde florm qnelde m^n infewandt ; 
En mijn WfdecMe gteft wag heel met twill heroert^ 
Dewgl men in a^n hart een heftigh ooriogh voert. 

Mijn 



d by Google 



Z A N G B N. Ss 

Mijfl yroQW , 't Tenronneii deel van 't htrt wai op « zy; 
Ett- 't overwonnen decl weygerde flasrerny ; 
Hier was een harden ffarjdc, tot dat mr benfcheidt qnaoiy 
Die licht de reft van »t Kart Termeeftert inne nam. 

Gelijk den zachten flaap , die reel eHendeo Aift , 
De moede leden ftookt met aangenaame mft : 
Alzoo Qw henfcheidt, die van 't hart wat laag verbeit, 
Screelt my *t gemoedt, met nocfa he fti gcr sacbtj^idt. 

Door QW verwmiiing, Vroow, ein^gltt den harden ilrgdts 
In mijn verwonnen hart ghy de Prinfefle zijt : 
Daar nw vcrheven deoghdt op 't rijkft gefchildert ftaat, 
Ach zoete flavemy , die boren vryheidt gaat ! 



Wijze: De traantfes dieze weiftSty &c. Ofte: JTanm 
'/ at myn vYienden , &c. 



Hoe diep zijt ghy gezonken. 
Met ttw gewenfchte fmart^ 
O koete zachte vonken, 
£n borrelt in mijn hart! 

Ghy komt my flaagh Vermanen 
Van mijncr zielen Bmidt^ 
Som parit gy Wye tfanen^ 
Ten droeven oogen wit. 

Qytn onweern en bluffen 
Uit mijn verheert gedacht» 
En of gy fom Wat rnflen, 
»t Was gad'rtii van nw tartfeht. 



Uw 



d by Google 



Z 'A N G E N, 

Uw krachten die my gliflTeo 
Door *c merrig in 't gebeenty 
Zovtd* ik niet willea milTeiiv 
Om *s di^ertadtt gefleeat. 

Al doedy fomtgdts qnijnen , 
Als 't lichjiams oog ontbeert , 
Mijn liel liet lijkwel fchijoeD, 
Oe fchoonheidt die zy eerc. 

En (bfaept 200 grootliehageR^ 
In 't Goddelijk deraac, 
Dat zy naa fmart te dragen>, 
Voor zulken wonder ftaat. 

Een wonder dat verflaauwen 
AUe ander fchoonheidt doet , 
En dalen haar wynbraauwen » 
En xinken haren moedt. 

De leden endc zeden. 
En 't vierige verftandt 
Op Pallas leeft gefoeden , 
Van Pallas eigen handx. 

Ombeld mijn geeft vol mionen ^ 
En zy, van hare kant, 
Omhelzen al mijn zinnen^ 
Met even (Irakken bandt. 

Had my dit heil begeven , 
Zoo was mijn weelde voos i 
Enal bet dofle leven, 
Ontzeegh my ^aakeloos. 



Des 



d by Google 



2 A N G E N. 6 

Des die vtn »t OTerwelven, 
Dei wereldtt Boawheer i», 
Geef dat ik mxf my zelven 
£er ik nw liefde mil. 

t'ZAMENZANG. 
Wijxe: BterimukiH als ghy goat wstir hakn, &c 

. CBPBALUf. 

Ach Amarilliil 

AMAlLXXtXriC. 

Zeght wat nw wil ii. 

CSrSALUfl* 

Mga hvcte gloeyt als ▼niur van Inanft. 

AMA&ZLlXff, 

Wei neeint bet soete Wey van Geyten lane i 

C B P R A X, u a. 

Maar loo >t gees baat voelt? 

AMARILLZf. 

Neemt Cicorey die koclt. 

CBPBALUt. 

Alwaar »t er mee bcfpoelt, 
*c En lefcht geen Minne. 

AMA&ZLLIi* 

2ond *t Minne wexen? 

CBPHAKUf. 

Jaa *c, zoud ik vreezen: 

AMABII.LZS. 

Die hoor ik plagh een menfch te fchendea. 

CBPRALUS. 

OchI 't is een zware ziekte yol ellenden. 

A MA* 



Digitized by Google 



Z A N G E N, 

AMA&ILXrlS* 

It 't ziekte die beimet ? 

CBPHALVf, 

Och jat zy, altemet. 

AMARILLXf. 

Zoo wil ik dtn 01411 tredc 
Van Q gaan wenden. 

CBPHAtUf. 

Och wilt niec vliedeo. 

AlffA&XX.LZff. 

IS^n Oaden 'c riddtti. 

CBFRALUff. 

Wat rieden die tot tna^na Tenefaten ? 

AMARXLKXff. 

Dat ik my dapper van de Min son wachten 

CBFRAKU^ 

Och biyft my doch de naall. 

AHAftlLLIf. 

Neen seeker niet. Wat haallf 

CBPHALUff. 

Zoo moet ik dos verbtaf!. 
Van Min Teriinachten. 

AMAB.XLLXf. 

En of ik bleve ? 

CBPRALU8. 

Zoo hiel ik »t lcvc% 

AMARXLLIt. 

Zond* ik n dan vtw leven baten ? 

c B P H A L U ff. 

Jaa , want ik ilorve , gingdy my vcrlaten, 

AMA&iLLra. 
Adien ik neem mijn keer. 



Cf- 



d by Google 



Z A N G £ N. ^r 

C B F H A L U #• 

£a ik befwijlce zeer. 

AMARILX.IC. 

Ik heb wel Vryers mcer 
Zoo hooren praten* 

CBPHALUS. 

*t Zal zoo gebenren. 

A U AK I Z L I $• 

Praatjeni zya learen. 

CBFHALDff. 

Vw vlncht zal my miqn levea rooven. 

AMAR^&X.It. 

Neen neeo , ik moet Vryert nitt gdooftAv 

OB»RAX.Ut. 

Uw Moeder gaf 't a in. 

AVABIllIf, 

Adieu ik vreei de Mio. 

OBPBALVf. 

O jonge domme zin I 
Ik zing Toor dooven. 

AlCA&ILLIff* 

Of ikze krege ? 

CB»BAL0f« 

Zoo waar *t te dege. 

AHAK.lLLIff. 

Wanoeer wy bey ziek zoiiden wezenf 

CBPRAJLVff. 

Jaa, waiit dan zouden wy eerft bey geacftn? 

AMARILCX8. 

Neen, dat geloof ik niet. 

CBPRAZtCS. 

Wel proeft bet, en bezleu 



d by Google 



Sa Z A N G E N. . 

AMARILLIff. 

Neen neen, mijn Moeder riedt 
My nooit aan dezen. 

C B P .R A L U 9. 

•t Is zoet, dus wijkt „ niet. 

AMARXLLIff. 

' Aan u dat blgkt „ niet. 

CBFBALUS. 

't Zljn zoete fmerten die niet deeren: 

AMARILLIS. 

Om ihiert is *t niet de pijne waardt te keereo. 

CBPRAI.0 9. 

Ghy weet niet wat gby mljdt. 

AMA1LXI.&X9. 

Adieu ik vile met vlgt. 

CBFHALVf« 

Wei Amaril de tijdt 
Zal a bet leeren. 



Wijze: Si tanto gratiofa^ &c 

VooghdeHe der gemoedent 

Die, zonder Circes krachtige venijaen» 

£n zonder guide roeden, 

Slaat met nw oogbs vermogen zonnefcbijnen » 

Wie »t levend' licht , 

Door zyn gezicht,^ 

Bekoort wordt in te znigen, 

't Harte moet dalen , 

En, Yoor de fchoone (Iralen, 

Willigh buygen. 



d by Google 



Z A N G £ N. ^9 

Natanr befprengde* nw leden , 
Van *t helder vporhooft cot het nette voecjen. 
Met eerwaardige zeden , 
£n {lrooyd*Qr in cen lodder lekker zoecjen : 
Daar aan veraaft, 
Zich metier haaft 
£en grooten hoop Minnaret; 
Die voor u knieleo. 
En bonwen , in haar zielen >. 
U, Altareo. 

Kiemandc is zoo Hikziende , 
Van oogen uyterl^'k noch van verlbnde, 
Of hy wordt wel befpi^nde , 
Van verr* nw fchoonheidc als een klaren brande: 
Zoo komt het by 
Mgn Vronw, dat dy 
De draogc fcfaaren wijken , 
Als gy getreden 
Komt , vol bevallijUieden , 
Dear haar ftrijken. 

Die CImons grove ztnnen 
Van boersheidt raauw kan wenden tot hooveeren , 
Door flonkervlam van minnen , 
Hoe naauw zond' die een edel hart regeeren ! 
Dat, in zijn fchik, 
Haar oogenblik 
Zou voor gebodt ontfangen , 
En yverigh voegen , ' 

Alleen tot haar genoegen, 
Zyn verlangeot 

Den Heemel overdaadigh 
Zeegende *t nor, waoneer hy werd gebooren. 

Die 



d by Google 



fo Z A N G E N. * 

Die , van uw oogh genadigh , 

O Bteiiwe Zon ! zal wcrden *t Lief verkooren. 

Maar ik zal veel 

Meer als mijn deel , 

Van 't fchaars geluk ontdragen : 

Wilt flechts verlienen , 

Dat uw yet van mijn dienen 

l^agh behagei). 

Wyzet Uii Hefdtn ziei,^ l^'d* tk yifdriet^ &c. 

Schoon Nymphelijn ,, ach mindje mtjn „ wat xond ik al vercieren , 
Om naa mijn wenfch „ dees bedetjens „ too wel gemaakt » te cieren ! 
Met blinkendt goudt,, ofperlen zondt,, ghy roelen rat belallen 
Uw halsjen zoet „ dat kraal als bloedt,, dtarom niet beter palten. 

Ik zoud n kle6n„ met kenrsjens re£n„ van lickteverwcn blijtjens. 
Die zouden ihan „ gefchilder^ aan „ uw breedathtige zijdtjent. 
Uw voetjens mit,, haar fchoentjens wit,, daar by geyal in 'tbokken, 
Het incarnaat,, zoo wel by flaat,, van boo^ns ntit getrokken. 

Uw armkens mefi „ zoo wit als fnee „ zoudik koraal om fchikken. 
Dees vlechjens blondt,, op nieuwe vondt „ zoodiku leeren ffarikken. 
Met fnoertjens veel „ nu groen, nn geel „ by lodderlijke bew^'ens ; 
Voor watren*thaar„of kruyven't daar,,en dnyzendt zoete lenrtjens. 

't Perruykjen zou,, ik, trekken nou„ wat laagjens, dan wat 
booghjens. 
£n als het klaar,, gefutzelt waar,, my fpieglen in uw ooghjens. 
pan werpen licht „ nu mijn gezicht „ op 't eene , nu op *t ander : 
Dan nemen raam,, hoe 't altezaam,, zoo voegen by elkander. 

Indien dat gfay „ uw ooghjens Uy „ en licfielqke zeden , 
Zoo vreughderjjk „ zoo vriendeiyk,, zoo vpl bevallijkheden, 
£n uw aanfchgn,, vernoeght,tot mijn,, dan,met een lachjen^wende*. 
Zoo zoud tk , hiel „ in v mijn ziel „ gtan » metter woone , zende*. 

£a 



d by Google 



2 A N G E N. 71 

En als ik wat„ beflodket had ,» deti brandtvan allc Imeclijenf , 
Uw ?edetjen«„ vm l^detfens,, tfir fray getoydc vlecl^cns; 
Zoo zpud ik ftrengh „ met armen engh,, nw jcnte lijf|en prangen , 
Tot ik, daar ttyt„kr«egii, bnyt cm buyt„uw«icitjen weJrgevangen. 

De verwe van,, mqn lippen, an,, vw wangsjens, coiid ik plekken , 
Door foentjes facht „ en met haar kracht,, uw ziel temondt uyt- 

\ crekken. 

Ik wed , ik weet „ ghy dan beleedt „ dat niemandt van uw fosjens , 
Daar gy, yerblindt,, nuimaak in vindt,, gaf ooyt zoo zoete kmjena. 

Wijze : 

Periosta, die met traage Ifaroomen glydt 
Door d'akkers vet , en 't altijdt groeae veldt , 
Die fpiegel ^or de laage boomen 2^'t, 
.Wei dicht op u begraafde kant geftelt, 
Ach ! (lond ik ook op uwen oevar groen , 
Zoo groeyd* ik me^ , gel^k aw Elfea doen* * 

Niet om dat ik mija voeten fpoelen zouw 
All *i middagksbraad; mijn hboft en hairen zengt. 
Of dat ik op uw zoete koeleM 4ouw , 
Verlekkert ben, daar ghy mijn wijaeii mengt. 
Noch om dat met uw vochte fauce mJjn 
Aardtrijk vermeogt, zou.vetter voedzel zyn, 

Maar om dat ghy mijn Vrouw te ftade ftaat, 
Als zy haar fpiegelt in uw loome vloedt, 
Sorgvuldighlgk met u te rade gaat. 
Hoe dat haar paft een Strodn of Roozen-hocdt. 
En ghy verbeeldt haar oogh en aanfchijn hiel , 
Geen^anfchyn niet, geen ooge, maar haar ziel. 



Haar 



,y Google 



Z A N G £ N. 

Haar siele, die bereyde (laven baart 
In 't fpreekend* oogh , en »t duydende gelaat , 
I«et pronkwijs opgefpreyde gaven waart , 
Kloek, edel, wij«, zoo braaf ten toone ftaat, 
Dat ik verwardt met al mijn zin in die 
Ntet van haar oogh noch van baar aanfehijn zie. 

Eleftra, zint der Goden waarde min, 
Ipbigln6 ons alien heeft ontfchaakt, 
Zagh ik bun noodtgeboden nader in. 
En vand uw erf haars maghts op my gemaakt, 

? brave , die uw braaf geflachte flacht , 
an vroomen werden vroomen voortgebrachc 

Uw Vader wai 't, die.mofte (Keren veel 
Gemeenten met zy n treffelijk gebiedt , 
Niet by, die daar verwoefte 't vierendeel 
Des wereldu, neen! die Agamemnon niet, 
Maar die natunr tot beerfchappye fchiep, 
t)f fchoon 't gcluk niet hoogb genocgb hem riep. 

O Koninklijk groofmoedigh edel zaadt. 
Van Moeder zijd' ook vol voor-ouden deughdt , 
Indien dat gy uw goedigh ooge flaat 
Op 't hart dat zich, terwjjl 't u dient vcrheught. 
Zoo zal »t verfmafin, leedt, naarheidt, doodes ptjn, 
£n ghy, mijn lief, mijn lichi, myn levcn zijn. 



KLAQHT 



d by Google 



Z A N G £ N, J^3 

KLAGRT VAN KONINO HENRIK »E GROOTS, OVER 

'T AFWBZBN van CHARLOTTB MAROaXETE VAN 

MOMMORENCT PRINSBSSE VAN CONDA. 

Wijze: Oi Ms tu^ SoUil de mon ami, 

V(^aar blinkt ghy klaarheidc van mijn' oogen ? 

Waar bUakt ghy, lichc vaa myn gemoedc, 

£n zal men, uit den zouteo vloedt, 
U nemmer hemelwaarc zien hoogen ? 

Nu ik mijn' fchoone Zieizoa mis , 

Schaft my de dagh maar dtiiflemit. 

Nochtans, niet tegenfhand' bet daalen. 

Van uw' perruik in 't diepfl der zeen , 

Gevoel ik, door het aardtryk been, 
De prikkels van uw fcherpe ftraalen , 

En, in de fchaduw, grooter gloedt, 

Dan meenigh, op den middagb, doec. 

Wat baat my uitgefiaan bet flrijden 

Ala yzre klip in zee van bloedc ? 

Wat baat vennorzelt met den voet , 
De koppen , die mijn' eer benijdden ; 

Zoo 't lof van mijnen lanwerkrans 

Blijft onbefcheenen van uw' glans ? - 

Wat baat genoomen , oft gegeeven , 

Naa dat het mijner vuiil geviel , 

In *t midden van het krytgekriel, 
Aan dnizenden van faelden 't leeven ; 

Terwijl mijn geef! geflaadigh quynt , 

En voUe doodc nocht leeven vijndt? 

BoorT Ii;. D Al 

Digitized by GoOgk 



74 



2 A N G E N; 

Al wafer aangefpahnen , tegen 
Het recht van mijnen fchepter, waj, 
Dae rprongk aan fcherven, bros als glas. 

Oft zwicht voor 't fchittren van mijn' deegen, 
Maar deze flapt nu, en ontlaac. 
Door brandc , die my ter borfi uit flaat. 

De punt en fned, die wonder wracfaten. 
Door 't Woedigh fpel van Mai^, geftst. 
Die aarden Wi naa 't boghtigh hart , 

Vennurwt jn fmijdige gedachten. 
Omleggen gaat het ftaal , te week 
Voortaan tot%lem Tafi kerv* oft fteek. 

Doch, kan men Van die leelybloemen 
Vennengt met roozen op uw' koon , 
En 't kruhrend gotidt, waar by mijn' kroon 

Is op geen* eenen dagh te noemen , 
Niet worden, dan door 't^zer, heer; 
IVlijn* kling krijght haaft haar* temper we£r. 

Zoo d'opflagh van die flonkerftarren , 
Zoo *t kleinoodt van doorfchijnigh fmalt, 
Daar *t genrigh mondelljn mefi bralt, 

Niet zijn te naaken , dan door warren ; 
Laat wanken waapenen ; en brom 
Dan , onder *t fcbnt , tlrompet en trom. 

De zelffte vlam , die nn doet 2ijgen , 
En, door de ^radtt^ -dier bftte , fmelt 
Het zwaardt, vatr mijnen dbim b^knelt, 

Zal tot zijn' fltp«VfgheiWt gedijgen t 
Tien jaaren oofldghs , in een tmr , 
Zal voeren xth hc^'tthmettinr. 



,y Google 



Doch 



£ A W *J p S. 75 

'Doch zoud' het my niet mecr verve^lw, 

Indien 't my met deo tijdt ontlchoot, 

Dan *t vechten^om I^eleen verdrpot 
Aan twee van *s wereldefi derdendeelen: 

Dewjjl een' docbtfsr vap Jupyn 

Geen' hooger lury^, dap ghy, kpn zijn. 

OP ]>£ ^i^s VAH oiyiAOR* 

'T Musje, losje van mijn mei^jey 

Plant zijn' pootjes op bet vleisje 

Van haar* blaake poeile krop ; * 

£nde ileekt zy n bekjen op , 

Om te prikken naa ^ perlen. 

'T fchelmpje denkt, ik wed, die kerlea 

Moeders ,zijn van *x lek^ meel , 

Daar men toertjes , voor de keel 

Van Jnpija en siX^zijn gaflen, 

Af gaat bakken. £n de bailen 

Smelt men C't is docb hemelfch ys). 

Tot een drpnkjen op die fpijs. 

Acb ! ^oe zpjQw ^er eeotje fmtaken , 

Kond* ik Oechti da^r achter raaken ? 

Hadde my 't gelnk zoo lief, 

'K pafle op kac nocht ki«kendief. - 

Oft zy beeten , gre^peh , greezen > 

Doodt en moghtniy njyemandt teezen. 

Die een brokje.van dien koil, 

Die een flokje vaA die moll 

Eens te Ijjf flaat , met dat brafTen 

Is by ilraks der do94c oqtwftll^a* 

Maar al wat ik h«|» ofk flip ; 

T'elkpn nisjen ktoA ik Aip. 

^K zie een vog^tjen in \t gUasjen* 

My de.Mb bi^ ^tunmi' *er , baasjen , 

D S Uit; 

Digitized by Google 



Z A N G E N. 

Uit ) fe waart haafl opgefnapt. 

'K heb zoo meeD*geii mug geknapt , 

Die , bekoort door 't verfche bloozen ' 

Van m^n meisjes kaakeroozen , 

'T bloedtje fnoepte, wea ze fliep', 

Dat , daar over, wraake riep. 

'T glibbrigh graantje fpat daar heenen. 

'T houdt de fpot met al mijn iteenen. 

Vat ik het; het wil te nod 

Van zfjn al te uayen (boo. 

»T hooftje wordt my heet. het faalen, 

Wil ik 't op den grondt verhaalen? 

Neen, 't waar jammer, hals gekrafl, 

Daar zoo fchoon een koom op waft. 

T' ZAAHEMSPRAAK Tt7SSBK ORBADB BN DB MVS, 

Musje, Ittsje, gaauwe diertjen, 
Wie zag bye^en oit, oft miertjen 
Zoo Borgbvuldigh als ghy zijt? 
Niet een fpeltje word ik quy t , 
Oft gby vifcht het uit den zande , 
Ende brengt het my ter hande. 
Naay ik, nemmermeer en faalt 
Ghy te pafTen op de naaldt: 
Haar, zoo ras zy nitkijkt, trekje 
Naa je , met uw naayend* bekje. 
Zie je dat ik my onthnl ; 
Even als een loome fa! 
Staaje niet; maar uit me vlechten 
Plukt de fpeltjes , die haar hechten^ 
Mits dat ik een hairlje raak. 
Dus 4ei Joffronw* Op zijn fpraak , 
»T miisje tocn , dat voelde rijzeo 
All' zijn' a^^n, door dit prijzen: 

Digitized by Google 



»T 



Z A N O E' N. 77 

»T fpcl begint eerft, wat je waint. 
*K -ben een mnsje van eea' maaodt. 
Loopen, moertjea taaltje fpreekeo, 
Leert een menfch 't in honderdt weken » 
Welgerochten ! Op een prik , 
Vaft, in vijf, al dit heb ik; 
Dan noch *t Tliegen , 't naaldefliereo ; 
En de knnft van 't kamenleren, 
Zeeker, op een lotje naa« 
Heeft mijn geeqe wcdergaftf 
Wacht« fladeer ik noch een jaartjet 
'K wed , ik geef *t te ra6n aan Saartje. 
Maar leef ik 'er negentien ; . 
Wonder znlt ghy aan me zien* 



0» SBH AVSSOOBN* 

JLieve lichte Leoooor^ 
Ik en hield u daar niet voor, 
Ala ik lieye lichte' zey, 
'K meende nw oogfajes allebey : . 
Kiet, dac, in bet geen ik fprak, 
Al te dobble waarheidt flak. 
Op den eenen avondtflondt 
Zeide my nw ichoone mondt, 
LiefHe, Hevren h^b ik geen. 
'S andren avondts zegt gy neen. 
Zinn^ea te wispelziek, 
Ziet oft Qw gepluimde wiek 
Andre re6n van wenden vindt, 
Als het irendea van den windt. 
DikwUs windt noch Ibadigh want. 
Maar dat gy gedunrigh diaait. 
Oft ghy neen waarachtigh zweert, 

D 3 Gh' 



d by Google 



78 Z A N G E N. 

Gh' hebt ^Ht nn e^ f ol ge!e^rt. 
Al die voTgeri liiarea drtf 
Delveo a^lven zich e^n graf. 



OF LISF9 AFWBS&Bm 

Leonoor , a!rf Ik 2ag^ datstlcn 
Uwer oogen bruidW <)l?rtk, 
Strax bezweek de zbn , en gink 
*T hooft misiifooftigh, onder haalcD} 
EeveA oft zy , van tiw ftfaalen , 
Slechts te leen Ifaar lidtt ontfink. 

Lieve lippen , fchoone mondt , 
Die, met leeve&de robljnen^ 
My zoo dikwijls deedt verfchijnen , 
Iq deA dagh , een* morgenflondt ; 
Keert, om 'i hemeli gf««lrtrtnf ^Mdt^ 
Met uw roodi^ i6 dstft VwdWijtteti.' ' 

Wakker' laK^ f field* kn^tfUM, 
Die , met fth^oken^ fihMt^^ , 
Plaght, alleen hi^ tootiiodftf vel, 
Maar de ziele te VWiiWitkW; 
Denkt eens aan bet hittekre^left 
Van gefcheiden ttiflgefc^« 

JDoodfch , en eenzaam l^t de tiii^ 
Dien uw' vroolljke manieren / 

Plachten wetligb ttf doett ticrtn. 
»T huSs is maar eeii bo6p vtft puln. i 
»T heeft niet« leevcnds, d«i de kruin, 
£a *t krioel der vk^ dieren. 



Treu- 



d by Google 



2 A. N Q E/ Nt 7> 

TrenrigH fafl^ »y dt weyeo. 
T9iet dan ichtuivel icbijo^ baar groen*. 
Bloem en bJaitdeQ siet. en doen , 
Dan de wolltGQ helpen fioluosyeiu 
Al hun trood Uid( in 't verbeyen 
Van uw haaftlgit h€jmmn$ fpQ^il^: 

Daagen zljii mf logh at« loodt, ^ 
Droomen wat verquackingj geevci. 
Denkt , hoe verr' i» hy verdreevfen » • 
Uit gewenlle bli^dicliaps fchoot; 
Dien de flaap, een foort van doodt, 
Leevenderif, dan het lecYea, 

Zachte Vechtvocht, loome b^aren , . , 
Die , van Uitrecht , tomt gegle^q, 
'Knelt het maxel van'haar'lefin.. 
Wilt het, bidd* ik, wel bewaaren. 
Zoo het ecgens, in uw Vlaar en 
Holder Ipiegelglas, verfcheen. 

Oft ghy dat te Muiden broght. 
Hoe zouw zich mijn geefl verbl^en , 
In de auivr'e fchilderyen , . 
Daar penfeel nocht quad aan wrocht ! 
Maar, en kat z'u, van 't gedrqcht 
Doch der veldtgodo nlet ontvryen. 

Bitzer zorge knaaght rnljn* zinnen. 
Dar *« , zeo iemandt van booZi^a 
Komt hoc roerend beeldc ce ziea, 
Hy *t zal aet etn' i^rong veyfwinnen 
Doen; e» H geen by wa«ot te viAneo , 
Bcide my ep h«m oaitvliSn« 

. D 4 Waar 

Digitized by Google 



8o Z A N G R N; 

Waar dan vifditen wy de klear, 
Waar dth z^htrti wy de toogen. 
Die , gefmoltdtt en vervloogen , 
2weefden A nw waster dear? 
Ach ! hoe leelijk waar te leur 
Ik geftelt-, «n-hy biidroogeb? 

Veldt* of StroQmgodin ook faalea 
Mogfates tegens haare gw. 
Zoo ZY, nit eerbiedenif , 
Naar een' kandtkus qoaam to taaleo^ 
Goede neening peenighmaalen 
Schoot, ook.als zy raakte, mis. 

Vlij telijkcn, voorti verhoedt » 
Dat ooch fcfaait, nocht riem, nocht baakeo 
'T lieflijk aanfcbijii fcbichtig maken, 
Met bet plaffen in uw* vloedt. 
Zoo g^ef Venus, dat nw' zoet 
Nemmer 't zout der zee moogb* finaaken. 

AAN MBJOFF&OVW TB.AJBCTINA 06EX>* 

Oogcl, oogelyn der jeugbdt, 
De min te vlieden is geen* deugbdt. 
Want volgt men Venns met befcbeidt » 
Geen' we^rgaa beeft haar zoetigbeidt. 
Docb wie baar op de bielen treedt , 
Dien (braft ze met onlijdlijk leedt. 

De wijze warmt zich by baar* glocdt? 

Maar Toor bet byftre branden boedt » 
Cedacbtigb boe der mug beqnam 
He.t vliegen , in een* fcboone vlam ; 

Gedacbtigb dat de bevighcidt 

Geeo ding ter wereldc wel beleidt. 



,y Google 



Of 



Z A N O B K ti 

^ *T SCRHTYSK tBMBE SCHOOHB BANDT. 

*T haili^en , daar ik by zweere* 
Schil4ert, met een' wkte vetrc» 
Nat van gietelijke git» 
Uit, in hct gemaalen wit, 
Troonytjcni van haar' gedachte^t 
En zoo ver papter, tn ichackte 
Met haar** zoiverfaeidt bet wine 
Op den raavezwarten int, 
Worden zy verwonnen van de 
Versgevalle fbeenw der hande'4 
Handetjens ge&faaapen toe 
Wetbefchrijven van mijn loc. 
Deed de zilververw4e Lede, 
Door tekooring ^ier icbooahede* , 
Oit de pruitfche Jnnoos man 
Zich verfcheppen in een' zwan : 
'K^md, hj rpeelt de potfen weder 
En verkeert in xwaaneveeder , 
Haakend' om te cijir gehaiit 
In den fchoat 4er Manke vniiL 
Maar by zal 't 'er quaalijk honveo. 
Pallas en 4ie Min , aau&houwen 
Zy een' veder, die vereert 
Wordt van vingers zoo geteert. 
En zoo fchoon dat z * hem behaagen ; 
leder zal ze wiileo draagen ; 
In zyn» wiek Diones bloedt; 
Pallat op haar' Oorreahoedt. 

WUt BOEK IN tCSOOMB flAMDT. 

O gby wysheidt, die begrepen 
la bet boek z^jt^ dat beneepen 

D s Wordt, 



d by Google 



8i Z A N G B N. 

Wordt , door 't leenigh elpeabeea 
Van die lieve vingerlcfin ; 
Wacht u, Dat befneedcn doimpjct 
Leit gewiflijk op zijn luimpje» 
Met dc reft der fchoone handt, 
Om de parkemente want 
Te doorbooren met »jjn' treekea» 
En u , naar het breia te fteekcn. 
*T welk, gehtkt liet haar» gby zljt 
Zekerlijk u zelve qn^t, 
Dwaalend* in bekoorlijkheedtjcna 
Van zoo lodderlljke leedqen^. 
Dus zoo fprak » met ydlen zin , 
Ik , der wysbeidt , wijsbeidt m. 

Zy, veerzieniger, beloegh de 

Zotte zorg , en t^intwoordt voegb<te : 

„.Baat 18 tegen* alle fchafi* 

„ Zoo ik my verMezen gaa 

>, In dat blank geblaatiwt met a«ren#(^ 

,, Winnen zal tk hcele fehaaren 

,; Wederomme, die getroont, 

„ Door de poezelige ftboonf^^ 

„ My,, met yverige zinnen , . 

„ Zelve zwUen koomea vinnen, 

„ Maar yerloorcn g«an » wie kan *i 

,j In een* zoo bchoiiw«n* handi? "" 

VOLMAibKTS IMKBT » KOK HY KtTSSSJfc. 

Vleesrobijnen ^ Deenigb kraal » 
jyiondtjes miiinelijk van taal ^ 
Karmoeij nfatijiDt boordtin ; 
Oft gby fthoott die zijde woordtjer 
Met een'" fdl^andcrbcidt gemcngt 
WondierriilL ter wereldt brtngt ;, 

Oft 



d by Google 



Z A N O. E\ N, 81 

Oft ghe, in hsS&^' gelnid^t , 

Levert loovren^ blDemea, fnticjet 

Van het geeiicB ecoer siM^dt 

Dat, eer ^c U gftwortelt^ dratght^ 

£n, door tvXkt lekkernyen, 

'T puik Tail gcefteir onzer tyeii 

Zoo verlokt, verleidt, veraafl* 

Dat, met duldel^oser haail, 

leder poogfht tc zwclgen itwe 

Hoek en hangel haarder ninne, 

Eer by naadmk orerwoegh; 

Dit en is noch niet genoegh. 

Oft ghy ook de tooverfiemmen , 

Cm te vafler hea te klemmen , 

Schoon verzelt met klaiflerklaok 

Van een* zielzuigeoden zank^ 

Met die g«ur van adm, die lachjes; 

Noch gebreekt *er aan ow* krachjes. 

W^lt gby, dat zy n Yolmaak*? ( 

Bidt haar , dat haar boraje blaak' ; 

£n, met bevend Mevend reppen, 

Zy u le^ dat brandtje kleppen. 

Maar hoe hoogh zo«w dan het mijn 

Boven alle huizen zijn? 

AAN DB OOQEN MIJNXR VB.0UWB. 

Ooghjes , levendige tbal^es 
Van de fchitterendlte flraaltjes , 
Die ^e zaivre zonae fchiet , 
Herwaarts naa der aarde niet « 
Maar, uit haar* veel klaardcr oogen , 
Die gewent zija naa den hoogen « 
Daar zy me^ den hemclli^n 
- Is gewooA godn dagfa te bien t - 

D d Is 



,y Google 



Z A N O B N» 

Is nw jeogfaie nocfa zoo jonkfet, 
Dat ghy, die, die diere Vonkjet, 
Vonkjes kofleler dan gondt, 
Beter niiet te raad* en hondt ? 
Dat gy zoo vergeefs mooghc firooije^ 
Vonkjes maglitigh cm t*ontdooijeii 
£n te ilelleo in een btandt, 
Harten hardt als diamant? 
Letters » Itjnwaadt , koude fteenen 
Worden van hnon* glans befcheenea,, 
Zonder fpaarzaamhetdt thoos. 
Immers vijn z'er vrnehteloos. 
Ach ! wat onbedachter wHdtheidt f 
Stort ze licver, met die mildtheidt* 
Op de koohjes zonder licht 
Van mljn glimpeloo» gezichc. 
Zoo ze my die doofUeidt dooven » 
En van. dniflernis berooven , 
Roemen zal ik boogh de maght 
Die daar in dekharheidt braght. 
Doch, ik kea 't, bet is gefchaapen ,. 
( Raakt mijn oogh aaa zulk een waapen , > 
'Dat ik het op *t ooge wett*,, 
Daar 't my af is bygezet ; 
En , met we^rlicht nit m^* lampen 9 
D'uwe wedr tan boordt koom^ Uampeo^ 
Want , om die te wonden , nut 
Niets is y dan ban e%en fcbat» 
Zoo ghy , datrom » met nw blaaken 
My niet wilt zoo weerbaar naaken^ 
Jaagbt ze dieper^ door de korfl» 
Tot ia *t binnenfl van mijn' borft» 
Daar der U eev hoop gefaaa^lt ^ 
Die zemy, met vlam 9 doomaagelt- 
^ hart zoekt li<htenia& aaa mees 

Mccr* 



d by Google 



2 A N G £ N* 

Meerderaan van *c xoece seer, 
Dat het koaaght tot slier noreB. 
Vinnigfall talUa klcene Tirareii. 
All ik immerf branden moet ; 
Liefil dan In een' grooten gloedt. 

GBtPAN TAN SCBOONRBPBH* 

Zniver' hebbelljke hand^v, 

Zinnediefjea , flookebrandtjes , 

Die een zieltje, waar gby ufl, 

Bljjft, aan elke yinger, vatt: — 

Schentigh paartje van robijntjes» 

Amberkufljef , perelmijBtjet , 

Die de zoete flemp>es ftort , 

Daar de droef heidt blijd af wordt ; 

Lodderlijke, lieve lipjes: — 

Tandetjes, albafle klipje;^ 

Daar Het hobbelende boot 

Van mijn hart op finkken iloot : — 

Blixemfchuitjes , vroolijke oogfajes, 

Helderfchitcerende looghjes , 

Die , met glimpen , van uw C * ) fmalt, 

Boven 't goudt der flarren bralt ; 

Die bet door den dagh kunt breken , 

Dan zy, in de nacht, mtdeeken; 

Die , van flerker glans , niet by 

*T groote licht, verdwijnt, als zy; 

Die bet rijzen doet mljn adren , 

Dan de zon de natce bla^ren: 

Klpe fcheeltjes , doorfchijn floeri , 

.Luiftrend* op zljn perlemoers; 

Die my , met die vonkjes vierigh , 

C) AfmaUSmalto. 

D7 



Dan 



,y Google 



M Z A N G : E N*. 

Dan te inildt »|t , . d«i t9 gieiKgli; « 
En mijn ziel^e derwMrti troont > 
*T »y dat gby, le dekt <^ cooni : — 
Overjuifte paflenooghjes ♦ , 
Tedr ficra«dtj«n, ebbe boo^hjes, 
^ Booghjes, die de Min ontleent, 
Als hy jii«t te fchertfen meent j — 
Nette lijsjes , daar zoo eAltjes 
In gekaft zijn die jaweeltjess -*- 
Kaakjes, zacht, vtn ys en gloedc; 
Leelyin^lk en roozebloedi; — 
Nektar, roodt, in zilvre kelken; 
Blosjes, die my doet vcrwelken; 
Porfelaintjeg vol^gi^naat; 
Kooltjes, die mijn hartje braadt : — 
Voorhobftf aardigh* ommetrekje , 
Zonder voortje^ zonder vlekje j 
Troonys gladde dcrdendiel, 
SuUebaantje van raijn' ziel : — 
Braave bekkeneelfieraadtje;s ^ 
Welgevlochte dunne draadtjes » 
Zachter dan het geen u bindt » 
Fijner dan de worrem fpint v 
Geeftezweepies ; wifpeltunrtjes , 
Daar de Min af leert zijn' kuurtjes, 
Peenjes tot zyn boogh af dreii , 
Netjes cnde llrikjes breidt, 
Om de minners te belaagen ; 
Boeitje8 , die hy my doet draagen : — 
Helder haUje, nette nek; 
Fraaijer, om de kruifde pick 
Van de lokjes, die gaan doolen 
Over 't fleufje daar verlioolen ; 
Die »t verfieren , als het blondt 
In den blanken bloem zijn' mondt ; — 
Ghy hebt, lodderluke fchaartjen. 



EHc 



,y Google 



Z A N G £ N. 

Elk sjjQ trgfa|tB, w^n, ttr^, 
Oaar ghy htrt|ti iMd« o6kt« 
£n Tfrltklum , «ii veriokt. 
Ghy miJQ' fcU^brtidc btU gtiwovts. 
Ghy hebt my «}]&' finftft bdbhoirtii. 
Ghy my tlecht ttijn* flaaveny. 
Maar wat wa« *t vao nood « 4it ghy 
Tot mijn btndeti , tot mrjn ftratidea » 
Tot mijn brtnden , t^zaatutefpuiden f 
Daar en hoeft maar eene ktip, 
Om te fchenren *t zirakke Tchip. 
Lichcljjk zengen xich de diertjet. 
Die llai^gh henglen om de viertjes, 
£n hy is zoo ras gezeelt , 
Die.zijn* Yryigheidt rerveclt. 

GMREK IN tlBF 0BZ0C1IT. 

Naademaal de felle brandt. 
Die my woedt in 't ingewandt , 
Brandt zoo groot ali die van Troye» 
Niet en kan her y« ontdooyc* , 
»T'welk zy, die my trover haaght. 
In een* borft van yzetr draaght ; 
Raadt my 't bitter der ellendcn-,^ 
Die my geef! en liehaam fchendew^ 
Weigrende vemnfts heftier , 
Ys tc werpen In fnljn vfer. 
Diet ik , die uw* fraaijigheden 
Eeri!, Mtfvrouw, heb aangebeden, 
Speur^ met alien yver,- naa 
letwes nu , dat n misHaa. 
Maar , dewijl *i zoo zwaar is , in de ' 
Overvloedt der gofin, te vinde' . 
Eenigb qnaadt ; doch koa vcel doe ; 



Licht 



d by Google 



Z A N G E N. 

Licbt my met uw' oogen toe. 
Laat wtt dienen *t helder iUtren , 
Aan mijn^ blindtheidt , voor lanuaren , 
Om beipi^ii een kleen gebrek , 
Da( my toe verkoeling ftrek. 
Niet ; mijn* xlnnen zicb verzinden. 
Bet zond' my dat licht verblinden. 
Dek die fiarren. M^n gedacht, 
Uit htar* klaarheidt paort z^jn* nacht. 
Ach! hoe zood' zich misHal toogen t 
D*uwe Aeeken nit mijn' oogen ; 
Zie ik die« Zoo ik ze mis; 
*K ileek in diei>e duiJQernif. 

AAH DB VLOBRSTBBMBN. 

Leenigfa manaor, vleefche fleenen* 
Die 9 vermorruwt door mijn weneo » 
Air de traantjes hondt te raadt, 
Di^ mijn weemoedt loopen laat ; 
Die de deerelyke dropjei , 
Rollend* nit de voile kopjes 
Mljner oogen, inneznipt, 
Schier zoo ras ab yder druipt; 
Hoope zond' ik mogen raapen 
C Waar , van nwe flof , gefchaapen 
D'inborft ioijner vyandin. 
Die ik boven vrienden min ) 
Dat de laanwe brakke beeken. 
Die my lanks de wangen leekea , 
In haar bart, gedrongen door. 
Heel niet zonden gaan te loot* 
Maar, wat icbeelt, by mijn bezwaarea, 
Dat van andere minnaaren? 
Gioote Min » hoe ongelijk 

Utat 



d by Google 



Gaat het in i^ koroMri]k ! 
Andere , to huitti* grdotike (aarcen , 
Klaagtn over ftccaeo' barteii 4 
l^n Cbeltas!) Ik wenfch de gees'. 
Die my findt , «ea hut vn fleeo. 

0> »B QMBll TAK nillOllOftA. 

Wereldtt welflU wijdtgefpaDMD, 
Oaaken Tan faffeit pihoefi ^ 
Oft gfay syt mn gmidt ▼ermailt, 
Dat , alt diasanceii , ftrult ; 
Oft 11 d'heerlqkheta verfleren 
Van den vaader aUtr vicren , 
Lnfihof daar syn waagen vaart, 
Knaakoitt daair hy itUaget batiti 
Heldtr* kenrt oiigeflieeten 9 
Nodi icfaqnt Mn a iet vergeeten 1 
Want de geene, die het kon^ 
Schiep geen* we£rga# tot nw' ion. 
Diet » wanneer i'haaf blonde .ktiiteo 
Nederlbijlkt, om f*op te hniyea 
Met het zilTcr van de cee , 
Blindt X' 'er al het aardtrijk me6. 
T aanfchijn van ni^n nttyerkoore 
{iet men met twee sonnen gloore*. 
Ala haar ooghfcheel d'eene Unit, 
Binkt de dagh tot d'ander' nit. 
Dies (cloor enkele gesichten 
All Terpoozen hakre llchten , 
En sy toonen wild' haar* kracht) 
T'mijnent wierdt het nemmer nacht. 
Zonnen, die doorftraalt foo grondig, 
Zonnenv daar ik tegen jsondigh. 
All ik in nw klaarheidt sie \ 



Ao- 



d by Google 



Z: ife KF) Q: » m 

Anders, dan ffHawjlfjBBff l^if ;, . . > 
Denkt mij^* 2^1» tot alh9ih9#i«dl , Ml :\ 

De rijmen dezer blaaden 

Uw' b9«**»j 'wirjaa^v.; - : "^'7 

Beveelt xe mA9if>mm*ty&g^,: n; . 

Dat zy btttt l^f «tt letveib r » 

We^r leevren lUttk ^Q 'fanuMto 

Is niet onbiUiyk: wmt 

Die heeft het hw gcgBeveai, 

IM BBir3>OOf3i|l»ia!yR90|«H!«&AABll* ! 

In de biaa^ea v^ e«w ^ rp«ij(», 
Vindt ghy# o ■lyi^' i«e^ Twpiie, 
Kleeaa gUt Waar ej boo grooi 
Als de gnafi ; te kle«ii eea 4oo^ft 
Waar de ganfcbf w«feld(]iloQW 



BROl- 



Digitized by Google 



. BRUILOFTS-, 
LYK- EN GRAFDICHTEN. 



Digitized by Google 



X ■: ' .II 



Dioiiized by Google 



«f 



BRUILOFTSDI Cff TEN. 



ADRIAAN WOUTERSZOON VfiRFIBE, 

B N 

KATHARINE GERRITS KOP.' 

Ziet hier den tijdt, om loon voor lang Terdriet t^ontfkogen, 

O heete Brnidegom, wient yverigh feriangen, 

^8 lange , van.een uur heeft tenen dagh gemtakt. 

tie Inye hemel is ten laatflen on gcraakt. 

De langgewenfchte nacht ens afpanf komt 43ekliiiiiiien , 

£u bliodtdoekt deze bel der weereldt , met haar fchimmen* 

Met flnimefige ftilte if al , wat leeft , befpoelt ; 

Behalven 't Brnilofthuia, dat fchatert en krioelt. 

Het vrolijk woel^ barft door aijn' gefpleie inuuren, 

£n ileurt, in hannen droom, de flaaprige gebnuren. 

Ghy jenghlijk' Hymen, die de Bruiloftfakkel draaght, 

Geleiden beddewaarts komt de gekranfte maaghdt. 

Zijt gunftigh Hymen, iUert uw gang tot dezer ftede, 

En-brengt uw' broeder den gekruifden Min doch mede , 

Den 

Digitized by V^OOgie 



94 BRUILOFTSDICHTEN. 

Den Min , die , met u , nit een moeders fchoot gebaart , 

Naa Vaders flrengheidt , en naa Stiefvafirs hitten aart, 

Ghy heil'ge Venus, o, die lieflijk doet verwoeden, 

£n laaft met hemels Tap de blaftkende gemoeden 

Der dieren j dien ghy 't hart met nwe kracht doorfnijdt ! 

•T gevogelt fnaverfnel, in 's jaars veijeughden tijdt, 

5eva6n met minne , doet ghy quelen , tjilpen , fchreeuwen ; 

£a JlEnoopty door ^x tcelcu , een eindtloozen draadt .van eeuwen. 

V6 lluurffe .buyen ^jn, Godin, voor u gedweegh, 

En vlieden van uw* komft, en ftuiven nit den. weegh. 

De zee verkeert in lach , voor u , haar grimmigh ftooren ; 

£n zoete blo^men werpt a 't aaidtrijk op te vooren. 

Niet rijft'er zonder u , in 's levens Godljjk licht. 

^ocht vrenghdCj^ nocht minlijkheidt wordt zonder u geiticht* 

O eenwigh liefft liKl Yuk menlclien en van Goden , 

Zijt gnnlHgh aan dit paar, in minnen opgezoden; 

In eenen vlecht de twee C<liss heeft hunn* wenilrhe noodt) 

£n (looft hen , o Godin , in nwen gulden fchoot. 

Gelieven , wijflijk moet , u , Venus gunft toedraageq. 

Ik raaz' in nnjne borft, van hare kracht geflaagen. 

Mljn ziel ofitvlieght my. Wat *i dit anderi dan befcheidt 

£n helder teeken van haar tegenwoordigheidt ? 

Xhn^cl ik zieze^ daar de drie Jdjiijiif voor njigea. 

Ik zie z'in voile xpraeht nit haren wagen (lijgeiu 

Ik zie dat.de Go4in haar' zilvre soolen zet» 

£n vlijdt zich lankzaam t*zc*t, op *t fieriJjk bniiloftbedt 

Het kofiel laken Tan haar' fchoot, en langen boawen, 

Be«rloeit de ganfche fprey, met al zijn' ryke vouwen. 

Die kraaken van het goudt. *T hais is met heiligfa fpbok 

£n weerlicht van haar* giant vervnlt. £eii' soete rook 

De kamert uit haar blondt en bollc toiftl zaikia , 

Dat hoogh gctimmert bralt met pniiken op peroiken* 

O driemaal zaaligh paar! om lijf en ziel in een , 

Ddor hare mengelvlam , te fnelten van u twten , ^ 

Wacht K 4e Koningin dei heugheUjken leveni. 



,y Google 



In growkloete w^d, eh duiaemlt kiflbn tev«n». 
Een overzeldzatm lot I Ach , Att dit eeuwigh dunr' ! 
En hier vorlie** haar.redit Fomiine wHpeltnur. 
Bedaat nw* wilkn ; ik word' borge Toor 't gelokken. 
Maar de Godinne wacht. De dmfjenf, die getrokken, 
Dns ver i liaar bebben , zijn met IcuJftn drok te werk. 
Haar leege -waagen liangt en dobbert op het zwerk. 
T'haarwaartt , Oelicven , Ipoeit , dewijl *t n magV gebeuren : ' 
De noodt kan veel,^n geen genote Inften flenren. 
Gebniiktirw' tijdt. War's dit? Ghy fanrmelt^ fcboone Brciidt, 
Uw wakkre voetje'fleept, en traantjens fpringen nit, 
Die »t lieve blinken van nw ooghjcns heel bezwalken. 
Is 't errenft? of gevcinft, om 't zclfchap te verfthalken? 
Ach laat? 't is erretiflh 't. ©e fteden die 't geweldt 
Van overvallend heir , M rep en roere ftelt , 
V^t komt haar harders op, van cen verwCnnend woeder, 
A Is dat hy fchenr' het kJndt van lleve tVIoei en Mo^dert 
Van Moei en Moetter fdretir "t op h«ar verflingcrt kindt, 
Yoor wicn de bittre noodt cen eeuwigh fcheiden fpint! 
Dit roept nw droef g^laat: ghy, met bedropte wangen, 
Blijft, tan nw' armen om haa*' hals beftorven, hangen. 
Nochtans ghy hadt iiw' borrt gemoedight , met het fap 
Der wijsheidc , tegens ranip : en valt ghy nu te flap , 
Daar 't tijdt is, onvei^^anwt zidi in het quaadt te toogen? 
Ach mnden is 't van ver, en anders onder d'oogen I 
Nochtans n heught'wat die vemaamde Jufhis zeit 
C Wiens v)-andt ghy veel laaft) in zijn' Standtvaftigheidt. 
En (fint zy fpreken PranftliO hebt dorftigh ingenomen 
De Meeflers van den booft' en-bellen Prins van Romen, 
Plutarch en Senftka; waarnaar u Inft beving, 
Om te doorgrohden cen* humi' berder leereling. 
Pen GodHjken Gafcoen. Zoo magh men billijk heeten , 
^Die «oo wel , wat wy 2§n , en hy was , heeft geweeten. 
Der ouden wijshcidt fineedt, met lift, ons, naar haar wenfch, 
Dee»' roept, ghy blaaS vergeeftj de ilof is maar eei menfch. 

£Ik 

Digitized by Google 



96 BRUILOPTSDICHTEN; 

Elk van elkandren icheelt; diss, tot hsar stligh leven, 

£d km de wysheidt geen gemeeneik regel geven. 

Den zalken barft bet hart ; zalk is , in onfpoedt , tai : 

De con biek , dien van broofch , en deex* van beter klai* 

Al hangc bet aan de noodts onbrekelijke wetten. 

^n niet zoo kleen of 't it een fchakel aan die ketten, 

jMet eindt en aanvang vaft De leering dient te nut 

Aan *t bart, van Godt bereidt: de dwaai g^djtiurigh dot. 

D*aalouwden vatten wel bet Gerlijkfl in de dingen : 

Montagne ziet waar 't fchort^ en komt door 't diepfle dringen 

Der waalende natuur, welk* by tot hair toe klooft, 

£n leert (oft ik dool wijdt) zijn* Meeflen over *t hooft, 

Komt in zijn* banden iet , dat aanzien heeft gekregen 

Ter weereldt, by mistfouwt xijn oogh, verzoekt te degen. 

Of *t waan, oft ydel is, gefpleten, oft ondicbt. 

En klopt, en blaafl, en wikt, en draait bet tegen *t licbt. 

Onnoozel en oprecht vindt by, dat kleene zoetheidt 

Aan *t vlidnde leven kleeft, zoo 't vriendtfcbap mill en goedtbeidt, 

Hy zoekt Faams nut: maar dat^ tot z^'n graf nit zwel, 

Daarom en zweet by niet, by kent haar veel te wel. 

Hy fpikkelt zeer uitbeemfcb, zijn roimvloeyende reden , 

Met bloeifel van zijn* taal; en. op baar' eige fleden 

Voegbt by zeer aardigh in , al wat'er aardighll is 

In Pallas beiligbdom , 't zy fprei^k pft fcbiedenis. 

Zijn* zwakke beughnis kon dcez* zeer verbaalt bewaaren , 

Oft trekken , uit gefcbrift vergaart in d'e^rfte jaaren , 

Waar van by luttel beeft in taalen doorgebragt. 

Al *t werk van valsbe^dt walgbt , en van de benZelpracbt. 

Docb als een dicbter ik dit oordcel gaa belyen, . 

Die naauw weet wat by zeit yervult met razeryen. 

Ben ik te ver verrokt; de Moeder van de Min 

Gaf *t my miHcbien, tot lof haars onwden dienaars^ ItL 

Maar gby, verloofde maagbdt, nitmuntend puik der vronwen-» 

Wicns opwaartszicnde geeft zicb niet, en beeft gebouwen 

By *t fierfel van de naald: maar met een* hooger lull. 



d by Google 



BRUILOFTSDICHTEN. 97 

T onfterfelijk verftaadt <ier overle^v gekuft , 

Indien ghy geene flnt by heaU6n kunt befpenreii 

Voor uw bezwijkendt hart, bet weUek yft ce fchenren 

Van Moeder en van Moey , zoo troofi u hier dan me6 ; 

Dat haaft een WOutcr, oft een jonge Jan Verhee 

Uit u verry zen zal ; die met zijn zoete vaarlTen , 

»T gedicht zijns tydt« verdoof, gelijk de zon de kaarlTen. 

IVIy dunkt , ik zie dat deez' a troetelt , vlait^ «n fmeekt , 

Terwijl de vader in hnisbondeos aoi^n ileekt. 

Deez' winft een groot deel zal van dat verlie^ verzoeten. 

En d^overgeve gunft, uvi liefi, «l *t ander boeten. 

Pies u van 't QOolTelijk omhelcen eeas ontilaat, 

'T welk, hoem^'er meer af zuipt, hoe dat het min verzaadt. 

Zy gaat. Hoe klopt nu 't ti^rt den heeten lieveloozen I 

Zy reifl. Haar aanfchijn blooft, en fchnilt heel in de roozen* 

H^r hemelfche gezicbt zweeft by der aarde been. 

2^ liilde Venus 2ij waardinne tan a tveen. 

TX JuMuSf CIO to OVXIZ. 



B R U I L O F T 2 A N O 

OP 't buwbi^ va» pbn bbs&b 
C O R N E L I S P L E M P, 

Den ABC&TBN DOCTOR, 
SN . JOFT&OUW 

CEERTRUID DOBBES. 

O rcboonfle zooa Jopijst^ Apollo, dien vafi aU« 
D^tmzienelqkfle kraas te beuft is toegevalle'i 

£er fiarren yoeflerheer, de$ hemela brai^flc pronk^ - 
[et nw aanfahilin vol glanft, en tltq'dtf €evtii jook; 
KOOFT IL S W 



d by Google 



9t B^UILOf TSDICHTEN. 

Die *t tl vermatkt wtt tieft , m ftiMgt wtitt blijde soetheidt 

Van dicht, en ztng, en fpel, tfw* ftlbefbfaeide vroedthetdt ; 

Latonet WMrde vreiigkdt , tKtnet toeverlaat ; 

Oft u vai Dupfanet tijdt nodi let tt voore flutf 

Toen *c blank 4er fchoobe leell xoo poeiel alt befaeeden 

U in hec ooge floegb , ea vooitvloogli door dt leden. 

Uvr GocUffk halte klaagbde en qaijnde , 'k weet niet hoe. 

*T verlan^en Boo|» bet nit. Dot is nn Plemp te mod^ 

Gezwiode flits , Yaa 't kindt op handel t^ner booge 

Te zecr goeddnnkendt, is <ijti* ribben door g«vlooge'. 

En baaten moght beiti nkt^ d<t by a , voor alt^t , 

Zyn* banden, lippen, en t^n htn beeft toegewijdt: 

Nocbt dat gb'biem inneblatft gedicbt«B hoogk van waarde , 

Waar door by treedt gelijk uw leeveadt beeldt op aarde. 

Hypeiflft, byvreeft, byweent, byzorght, byzncbt, byltcent. 

*T ineetend gift rerceert beta *t merregfa in *t gebeent. 

Gaat been , verwoede Bfin , belnfl iip ifauidigb plaagen , 

En fpant de zwaanen vry yoor aw' vroiiw moeders waagen. 

De fmijdigb' balzen van *t gailacbtige gediert, 

£n zelfs de goude kar, met mirtetelgen Oert; 

£n dat haar lAoctfeli reok befmette aaa alle zyen 

Den aalTem van de lucbt, waar a gelief te ryen. 

En tot volvoering der triomfb, zet « C«oo 't 

Magb belpen ) op bet pmitil in Cypriottes fcboot. 

Eei* betrelijke roem, e(n* trefl^ke vermaardtheidt 

Is 't zeker voor een Godt, te fo^Utn met vervaardtheidt 

Het menfcbelijk geflacbt , 't bartfcbieten overfel 

Te pleegen voor zija* lad, en 't branden voor zgn fpel f 

All oft bet ilerfljjk vleefcb daar mede waar te voeden. 

HecHt znlk een' bittcrbridt in d^bemotfchc gemoedenf 

Indien n lof vermaakt, is *t n om eer te doen; 

Zoo keen uw* sitnm 001^4 boudt eenttaal op van wol«4 

Aan (bikken breekt tt w^ boogb , * daar *t altes ^roor aoet tmidbnu. 

En knakt, tot "Q^litttert KM, den k^oker en de Miohmk 

Verbraodt le^ ttet wr tlMi» gtliS^ vtnvtesea bilt^ 



,y Google 



BRUILOFT^DICHTEN. 99 

En doar naa dooft tiw* toortf ib mimHitfi trainen vit. 
Dan » valt het n te soct 4e fduitttrkonft c'lHuateeren , 
Zoo fchiet, in Venns noao, d« p^eo, toe t3e Teeren , 
In menicheiijlEe borft. Maar all de niHniaar blaakt , 
Zoo draagbt wel sor^se , dat gliy sija^ beninde raakt. 
En niemaadt it soo woeft, dat I17 op n vergrannnen 
Zal met eea^ envIeA moedt , all n^ venvoge vlammen , 
Aan d*eene CB d^andxt 2qde ^ntfleelen ^^t ingewandt ' 
Geljjkelijk, met een* Onleflel^*1een bfandt. 
Ik lafter nici 200 zeer «w* f^odcfeeldts Itoogh vermogen, 
Om dac ghy tot elkalr de lioornen faebt getoogen 
Der taa^e boo^ , toes ran vw ftbkliftcn fcherp en ros 
De fiieUle ging, op *t}ivn ran oitii* Apollo, los;. 
All dat ghy Dapbne, wter gcdaante ftaftgb gevlooten 
Door zijn' gedachtea komt, Het koudt^n ongefcfaooten. 
Apot^lO) 9tg ik 9 one* Apollo : want de mtn 
£n roerdie Apolloot konil niet aiterlijken an; - 
Maar pafle , door de febors In wljsheidrs pit te dringen. 
'T geheim van onzen aardt , ^t gekrie%v«1 van de dingen , 
Al heeft hy 't doorgeboort. Het recht , verwart in naar* 
En diepe dniileibeidt , ii voor zijn' oogen klaar. 
De Godtbeidt grondeloos beeft hy sich onderwonden 
Met een befdirenmdt' vernvft eerbiedelijk te gronden. 
Der ziekten nnkken zyn bem ook niet onbekendt: 
En fh^t voor tegenweer moet worden aangewendt , 
CTot lichtenis en baat der ne^rgeflaage laiden ) 
Van bergbwerk , en van gTt>ene oft drooghe mtheeofcbe kruidea. 
De Zinggodinnen ;^Ijn bem onderdaanigb. Haar 
Bindt by aan t^'dt en maat, als oft by FboKbos waar. 
Hy fireelt het lekker oor met Ditgeleeze fierfel 
Van treffelgk gedicht , en Qverfchoon verzierfel. 
Te troooen weet zijn* handc, met vingers wli en fuel 
' Vlaaijende wijzen nit bet xangrigfa fiiaarefpel. 
Zoodaanigb eenen man hebt ghy ontlielt de zinnen « 
O Mini en doec ghy hem niet van zyn lief bettionen ? 

s s A«b; 



,y Google 



103 B.RUILOifTSDICHTEN. 

Ach! leght, op Geertruld aan, nw' boogb, ett voeght^r op 

Ken' welgeveerde pijl net ee^' gewette dop ; 

En verght uw' fpieren wat, eer ghy de pees laat glippeoi 

Dat immer diejp het riet magh in haar harte ilippen. ^ 

O blanke Daphne, ghy vervolghde veldtgodin, 

Houdt op, en fchorft.uw vlucbt. Begeeft u geenfins in 

Den fpicgelklaaren vloedt van 't altjjdtskoele* SpaareQ. 

Uw' zorgh is laate zorgfa.; Laat laate zorgjB vaareii. 

De Min heeft u gewondt. Het Spaaren, nocht.bet Y, 

Nocht 't onverzwelghbaar nat der holle Meer daar by 

En is het in hunn' qiaght, den fchoonen brandt te blufifen. 

Maar zachten zal hem bell nws trouwen minnaars kufTen. 

O Min, ik zeg u dank; dat ghy, naa mijn gebedt. 

Tot doele van uw' boogh deez' lieven hebt gezet. 

De hexnel zegen', o gelukkigh paar, uw' daagen, 

Dat nemmer ghy van ramp , en minft van Min mooght klaagen* 



BRUILOFTZANG 

OP 't huwelije van den hb&r. 
A L L A RT VAN KROMBALGH, 

EN JOFFROUW 

TESSELSCHA ROEMER VISSCHERS. 

"^IngoAt ftreng van heerfchappy, 
Ziet ghy wel die Maaghdt aan 't Y, 
Op het efillte van haar' daagen; 
Die uw' rapedfr heeft ontdraagen 
Blos van kas^ce^, en den flagh 
Van die liejafelijke lach? 



Wat, 



,y Google 



B R U 1 1: F'T ^D I G H Tf fi N. loi 

Wat , 2ich trekt Vf zotgen aau , 
Zinnen wexken , handen gaan ! 
Doende zijn baar' oogen zeedigh. 
Keel ei^ lippen zijn'Onleedigh. 
Magh een* jeiigbdt zoo groieii en frit 
Tegen zooveel-teoeyenti^ - ' - - 

Vat zy diamant ; eeii ktaff 
Sprceken doet bet f}oQMii« glaa. 
Ziet dien daim , met gonde draaden , 
Maalea kolielef gewaadco : ^ 
Viiigers voeren pen « penfeel t ■ - 
Knokkels kiktUn 4i tttd^- '' i-^ c :' - ,-t 

Ziet dan gf^ Mtmtindtjen WelrV ' ' 
Met de aooten , op en'^'bedt : 

•T oogh zich aa* de letterA lifmen ; ' - 

De gedachten aan herrijmenr "^ 

Tong zich krommeii'ih dfr-klink" * 

Van den Rddmeir en ^-^^ks^ • ' ^ > 

Wie krfjght, lift aie'-^ig^Sfc*'^a«Mt'.'^ 
Den gefleelden-'^amffitf' '■'- ' -'^ -' 
Wie die knofctels., van ife -fnaawh ? ' 
.Duimpjes uit het g^onden gaaren? 
Uic die viageri, pen, penfeeff 
Van den zang, dieklaare'keelT > - * 

Wie "b^ifefSiht' die ^g'de ^maafe / - 
Van de Franfcrhe W-Roofflfelfe Tpriitky' ' 
Wie kan, oogen ioo ■'belaiidtn^ jj r. > 
Scheiiren van de WQze blaadeJnT-*' " 
Maaken wie den geeft zoo dnf , ' 
Dat by op het dicbten ftff^' 

E 3 N«a- 

Digitized by Google 



102 Bl^UItOFTSBICHTBN* 

Naadeflual gavondao wardc 
Niet een hokktltjea in *t hart, 
Ofc het If beict ; o Minae, 
Aan wat eindt suit ^y *t ont^aft'? 
Aangtsicn 0;^ «ircb ea wcnfish 
I; een heel en leedi^h, meoT^^i. 

Op Hoof Miogodv, met ten* veegit 
Korzelhci(|c is *t Isj^fifi flee^b. 
Zoud* een* mtaghdt ik nn niet dwtng«t»». 
Die door oorlogbi drok kan ddngea » , 
£n ontvaUen 49en de (pies 
Xan, tan CefaxvM H^orief? 

Meeni^Mu^ Mb ik ctxioa 
BUjnen vades Mwij by wiea 
D'on^xfiuk^f kjrgflot' sweerea^ 
2i]nen helm. «.ii«t bctf van ve^rett» 
Senkelaar^ en zy4flf^Mr> 
C Tokkeldf ik fleg^) imqun acCr* 

Miin' vrottw flioedsr defgeiykt. 
In de beiighe^n b«9» s^kJ^r 
Ala zy salbefchetdt, naa reden^ 
Doen , op diiigenden gebeden { 
2iet haar Mars eeni vierigb aan» 
AUe zaaken lattsy fUao. 

Laat 11^, Maors, a& asdezi^MnP 
Uit aija aange^icbt gelAe^n^ 
Doen eerbiede^jlq, m^t zyaea 
Uitgeftorten aioedc verfcbijaea 
Voor die Venus van gelaat; 
^K wed ly VesBi gaagen gaac. 



Uit 

d by Google 



BRUXI-OFT3DlCHT»N^ ic© 

Uit had hy, HUx teacQ qxum 
Marflon wttgUL f Aisflerdam, 
Hatr beflram pec 4« nrM]ie«» 
Die hem Htn |»d. M««(le«lBeii « 
Voor ee« jMtjttn van hatr' m(Ni4t , 
Blende al wu M bt«4et aondt« 

Wonder, woadcr groet. Ik lit 'c. 
En mijn oogli gclooft het nict. 
Kan men too een maaghdt beswecren? * ; 

TeOelfcha v«an nit haar* ktoeitn ; 
Schiet eea' vtteger aan, voor deez'. 
TeOelfcha vaart ik liaar irhnt^ 

Krombalgb , tot haat' boezem in » 
Voert een heel nienw hni^zio , 
^ienwen geeft, en nieuwe ktachten , 
Nienw* liepnii van gedMhten, 
Nienw verihuidt, en nienwe re^n, 
Nienwlgke genc^sendtheto. 

Alt Medft nicti^peea tM 
Haart fdioonTaden done ftrot 
'T kiemigh bloedt, en nit de pnllen 
Welbefveoitelt^ireAr opvnUen 
Met een* Terfche ziel hem lleti 
JBft» wai •i, en MRm niet. 

In cqn* boi^^lecT idct van H mw f 
In zjjn YDavhoe£t nlet een» ^nw, 
!T Wat ten van di* (^dekickf zenm^ti. 
l-kkM dcntftt, irievwe denn^s, 
MoQiic me^jti, mtnaekenr, 
lUcftUtn i^n' alrtn denr* 

B 4 Tef- 

Digitized by Google 



364 BRUILOFTSDICHrEN. 

TelTelfcha fchier iEfODllttlit , 
Stift, en fchr^'f- en fckilderfclucht 
Druipen door haar' lofle vingren. 
Snaaren flaapea, boftken flingren. 
Naaldt , bordaurcuigh , ende raam 
Zy vergeet , om beter knuun. 

JoBge Krombalgti >¥olgb» *et naa , 
Oft een' derde TeOelfchaa. 
Want de tweede wy beleeven: 
£n haar dezen keer vergeevea: 
IMIits, voortaan^ zy nemmenneer 
Doe te rug gelijken keer. 

aiDcxxiii , 20 van Slachtmaandt, 
Z AN G 

TER BRUILOPT VAN DEN RBER. 

C O N S T A N T Y N H U Y G B N S» 

KIDDER) GBHBIMSCRRIJVBR DBf PRINSBN TAN 
ORAXflBNs 

EN. JOFFROUW 

SUSANNE VAN BAARLB. 
Trouwende den vx in Grasmaandt^ des j'asrs cio 19 cxnwii* 

Hef aan, me Zanggodia. on iM^lgk te Termaaren, 
Met adelljken toon , 'c onfch'eidelijke ptaren 

Van ^c beflgegaaide paar^ dac min met miaoe loont. 
De weeld is in haa;:' krita. *T pat op een boogfa^'dthonweiu 
Het edel hooftfieraadt der Aamitelfche Jonkfroawen 

Vcrliert men ; en de kxoon der mtagfaden wordt gekroont. 



d by Google 



•T en is van geenen docn, met vierige gcbtden , 
Te daagen, weftwaart aan, de Paphifeh' heiligbcdcny 

Om over aegening van 't bruiloftbed te gaan. 
Onnodigh is het» 4at zich ztelve cy befnoe^ea 
De gunfi van Epikojur , en deezer feefte mpejjen* t 

De bruidt» vooc .Venus ^ Min^ ea Hymen kan beflaaiiw 

Indien dat, inden vkefcl^,, jnet haar' beuai|iUjkbe^n « , . 
D'heilheiligh' Eer verfoheen, zy zoud' haar* eige^.zeden^ 

Hoe zinlijk datze zjjn, met wanAal zien bekladt: 
Niet ruilejid' oft z*en had gekat en zwier gebogen 
Naa 't \7ezen van Safann'; en zeggei^, deze toogea 

Zijn van de vo^^jkhetdt een QaiTe;; zpnflep diac^ ^ 

Want liaar yerbeven geeft Qntszlade^t in de kUarboidc 

Van onge&opfie deughdt, Jblin)ct met de.blijde waarheide . - 

£ens zuiv^en gemoedts » daa^ nietr. fcbijiibeiiigHs , Ailiiiilc«' 
Alzoo dat elks gezicht gezoogen door 't g^flonker 
Daar heene vliet , gelljk als' naar een Ucht ia 't doftkep 

Waar mede d'aardelkUim der zonnefclyin verv^Ut^ . L 

Zorghvnldige Natnur, wsft ir«^t» ghy wel b^^a^lenv ' :. - 
Toen ghy die zoete.ziel niet coders. ^fftkt.te laa«iea 

Als' in een Uchaam Imr van fifaaijlgi^n^ ge^jklr. .i 

Wanfcbaapenbeidt bezwalkt den l|ufies der ma^ieien. 
Hier maaken een gefpan het ichoon en ^t goedertieren , 

£n baar beid JU^ en waardii aanaard ea ))imelx!^k» . : > 

Maar lief nocht wfardt zyn k^^^ iiefi,4w l»w*l' fiaetftefl ,» 
Dat by ons adaat ^rx van 'tr.bii^r hjj^jtijb^^ei^kftnv' 1 / i«i . 

'T welk nit hot .wpeden^van .d^(t^bi^n4t der liem^ ontOaftl^-l 
Dat maagj^^l^k ye^nnft wclf cer g^irqt^, tfiJ^n^s^sL . . a - . ' 
Alleen op wetenCcbap, nu gcofid^44i^'^eii7IP9^° 

In mionekommer^ ,weet tot baay^ w4 gf#n fikii,^* 

Zs^ Op 

Digitized by Google 



10^ BRUII^OFTSDICBtSll. 

Op nieowe wiji» flita Utt* Hdijei iij de lochjM* 
Haar» heUw* hadfen zijn' bedwelmt met tc^re toghje^^ 

Haar hartje dtobbert , etj gantfch oneenpaarigh flaai. 
De zoete zinnetieM tm Itochtigh zjjn en wtifjes, 
J£n in een oogenbHk we^r nrfjniertgh en fti^ei. 

De Idop dir t<tren wcet ran gefcn» gerijmde matt. 

Zy ko»c te koor§ te kenr; tc fcnoop, die ftiet njoct glycnt 
En fcheidt nit ket beztt ran zoo Teel» hcerfchappyen 

Haar opgedraagen doDr de jeugfedt van heuflcher aardt» 
Wat loft u , Koningin der harten , in te haalen 
Van uvr vermogen rijk de wijdtgeftrckte paalen? 

Oft ig een ktirt n liieer ah doizendt liartea waardtf 

En ghy, © Brnidegoom , en vindt gh* tt n!et verflaagen^ 
Van ankft, dat gky alleeft *t gebiedt znYt moeten draageti 

Van baafy die dnizenden regeerdc met een r^sf 
Ach , ach ! #at gtooter gloedt it 'c , dien ik zie genaaken 
tJW ingewMidt ^ ntr zy is zellev* aan het l>Iaaken , 

Die zoo veil* vlammen plagli t^ontfteeken in haar ys? 

Alwaar 't de ^pperfle en' Mffendighffe allet he!ten^ 

Hy zoud* in ztUk een* brtiidt gedwongen z^ct te ftielten> - 

Gelijk de wi«te fiiecfw by *t heetgeftookte vianr. 
Maar fmelt vry> dat vtw ziel gefrtolten in magh vloeijen 
Ter wakkre wonde, die zlieeft in haar» borft te voeijeni 

En ftrek een bolfitm aan die leevende qnetfuwv * 

Jk zie tiw* vbBI Ve^langt haa dat zy zidi ontfonwe. 
Gby biedt baar d^bpe palm, betJEegel van ^ trouwe^ 

Der zege seeker^ zoo zf die flfecbs annerandt. 
Maargby, amaigbdfc, rfetd^, watgh'op u laadtvoorlallen* 
Indien uw vingera zieft vervordren toe te taflen. 

Snfanne,^ ^tik » ^ aanvcardt det Prinfen recbterban^t. 

Doth 

.Digitized by Google 



BRU!tOt*«»tCHTEN. te? 

p6^ gcene rediteriiandt gefchoeit met yx're plaateu , 
/Waar mth dat hy den geen* die Hollandta Tryheldt haateo, 
' Het bekkeneel in benkt, en »t holle brem TCrplet; 
Maar een* , die dient den Vorll voor tweede taal en teekea , 
Stadthondfter van iJjn niondt , in onwe^rroepiljk i^ken. 
Die *t zeggen maakt tot zlen » en Ttn een woordt , cen wet. 

£en* handt de moeder van die konflelijke trekkni « 
Dewelke oni (bhtldery van eenen geeft verftrekken , 

Die aan 't bevallljk lljf , in fchoonheidt niet en wijkt. 
Een handt f die blijdfchap kan, in droefheidts boezem , baaren. 
Als zy, met troetelHem begaavende de fnaaren, 

'T gefchal der klaare keel, doer leengeloidt, verrijkt. 

Deez* draaght n aalli/k op cen hart , dat al zijn grootmoedt 
Beflaat in dienftvaardy , en overgeven ootmoedt ; 

£eh borft, die andert niet, dan vnur en vrundTchap', a^t. 
De fchaamte maakt n (bhuw. AchJ denk boe zich doorfnyeii 
Gevoelt al'wat 'er leeft, van 't lieffeiijke lyen: 

Jaa zelfa , dat zich der Min , nocht aardt nocht hemel fchaamt. 

Hunn* Mingodt it de 2^n. Wen die haar komt Ver;rarmen, 
Ontflnit zy zich van drooghte , en als met open* armen , 

Den hoogen hemel lokt , dat hy baai^ luft vef zad. 
Des hy bewogen tot het weelderige bpelen , 
Komt, daalcnd^ in haar* fchoot, die vruchtbaarlljk befpoelen 

Met regen ; en zich qnijt als mannelijke gad. 

Haar' handt reedttoe;zy relkt ; zy raakf . Maar lii *t Yerbeeldejj 
JVan 't groote woordt bevmcht met alleys bruigoom? weelden , 

•Tverftandt wedr fleeken bljjft. 'Toogh van 't begrip wordc 
En maalt ,- ten brecdft* haar af veroorloven van kiisjes , (wijdt - 
Omhelzhigen , en die vervaareiijke lusjes; 

En hoeze, win«' een hart, Wefir gaat hei haare quift. ""' 

S tf Del 



,y Google 



Ves deiil^bet:.,^altv etitdut. Ach is hkr aan geen belpea? 
Haai^' flarren dutken in de parleinoedre fchelpen. 
Die wer|i^a p^rlen op van waater doorfcimnhel. 
NQc)}taiis de zedi^eidt verbiede haar 't voile fchreyen. 
En weigre^de over boordt dp traanen te geleyen^ . , , 

, JOpf t ]iaar, totfoly 't oo^j tot kafle dienen 't veL 

Ach met wat v^rwe z^l.z/'hgstx uit^raaks, zin v.erbjoemen ? 
Hy kau geen neen, en dar het tegendeel niecooemen. 

Haar' beughuis fchijnt die Item te bergen in een hoek» 
Jlpe .datze ,'c reedfchap van de taale tracht te ftellen, 
'T en weet geen duitfchc filb van J en A te fpellen. 

Oft huppelue op liaar tong» zy is terftondt we^ t'zoek^ 

la welk^eien* arbeidi ga^t haajp geeft, pm t< geleggen 
Van 't laflige geluidt, en met een zaalig zeggen 

Te loonen 't lijden, 4at haar' minnaar nooit v^rdcoot? 
Ik, zeikf moed' en mat van baar* bekommeringen 
Ten eindt van adcm ben» en fuffendlop hot zingen, 
t Mijn' dsnn beflniten zoud', indien dat zy befloot. 

Haai; hartje m^gli niet meer^ D« kneedcr van d« flemmen 
Gevoelt bewegenis. ,'T yvoor vergeet zijn klemmen. 

»T bWilligUtaltemaal tot o^ de lippen naa. 
Te twiften fchljnen dpez* twee rod kpraale dijken, , . 
Wie d*cerfte voor den vloedi der klank zal moeten wijken* 

Zy w4aght het endeljjk , en flaakt het zwangre Jaa. 

Beflaaze Coi;iftantIjn^ Ras rep u. hartebrander , 
Vang dp 't ge^^iekte woordt. 'T en won. noit Alexander 
'Zoo'veel in all' zyV tijdt, .al* ghy op eener.ftondu 
Hy heeft Vet: en om wis te wezen ttonenmaale ,. 
Dat^zy »^t lierroepcnd' niet we^r in haar hals en haale» 
Verzegelt met een klevend luisjea haaren mondt. 

ECHT^ 



d by Google 



E C H T Z A NO 



L A U R ,E,^ Jf -(S : j9:TR,n^ ,A: ,A X„ 

^ ^ -■ - -. ^'' -- f . •' . ; - • u 

»N m6vrouwb 

S U S A N N ^ ^ D EM O O K: 

VerTs^ana dtn vii ya» Oigstmaan^t % des ia^s cifti9 c zzix.. 

Wat fuft ^, Ani^BpHwr, ea ll»M gtli#i<.b«l*a4fii, , • : 
Om d'oqg^woaoe glans » ^a ^etdzaaiP^ Jl^aaden . . . . > I 

• Der blaakend' Avondt^r*? oft wa^ftt ghy't 'feh<rmeU.fita. 
Die , do9r die gloor^i} ,. Uef dap oit baar'. ftraalca d^edoo ^ ' 
Het onderworpea aardtrip di:«ighc m^ .nie^wighed^ ? 
'T pUg^t zoo. Maar, deze rei»y regeert het aardcrijk b€a« 

T-is, dat de (Ur»g€iok« door ovca-lieHre.vonken 
Van rwree geinoeden elk aat? 't andprp wtri^lioplieo , 

Dus heefelljk verfcjujiir met vlaiometir zoa^^i; fmejt^' 
En, uit begeeirte om,die^ gelkven t^ verg^sep, ., 
Nauw pafTendr op haar' difpil ia d?uiu;e te, verklaarea , 

Meer daa ge|ae^« tqoiiR ia/t beWcr welte let, ; 

Er O 



,y Google 



tf« BlltJlUOtT«T>lCftTRK 

O moeder Tin de Min , 41* o><t en dart benyen 

»T uitwt»digh fraalb^wiji d«r wekrlijk» Itqcrfchtppyen , 

Aan Jim* oft h«tr gemtal , nocfat lltan nu (Uf oft kroon « 
Maar noegend* tin den ifauit van *t geeftel^'k gebieden , 
Der ziel^n waitdtel ibiin* Pan^n ^kr bem^litdefl , 

Daalt vry van boven ne£r, hier vindt ghy beter troon. 

Ziet ^y die r^ke koett met s$d* en gondt nitflrigken , 
Die, d*aller£rifle jeaghdt, met zulk een* drang loopt kijkcnf 

Hoe praobt in vMoghdc gesalt beCdujat die legerOee? 
Naar hunnen lail C zoo *t rehijnt ) verlangen de floynen , 
£n naa 't gefaeim ban toe te trduwen , de gordijnen. 

Dat bedt is voor Reaal den bonwer van nw see. 

Reaal, die onvertzaagbdt , in *t waaidfte zijner jaaren. 
Zoo lang bewoonde bergh en* dal der brakke baaren 

Daar ghy n^t zijt, Godin, gefprooten met uw brandt, 
Dat , onder 't driftigh dak van flodderende draaden , 
H9 burgep Diet alleen wexdt, maar, door dappre daaden, 

Het ridderfchap bevocht in uw vocht vaderlandt. 

*T is by, die, in triomf, van daar't begfnc ce daagen, 
Eerft* OvexHe over ^uam, alt oft by, nit zijn* waagen, 

Neptmn geftooten had, en mende self zijn* jaght , 
£n voor zieh been, tot blyk det« brave ridderllukken , 
Dreef den fcliatrijken Oeft der kraidige Molnkken ; 

fin i»eer, in HoUandc^ dan Ma zoooer teffess bragt. 

Wat was *er eta krioelf wat leefd' het doer de gaften, 
Wanneer hy eerft, op landt^ treind* nit de pekelplafTeo , 

Met *s waters oveifwSnft,' het aardtr^k eeren qaara? 
Het Inichend volk vk>ogh toe, van atlerleyeo gilde, 
Het lehettt dat Ainfletidam de wereldt worden wilde, 

C Zoo fiieenwd' het menfchen ) oft de werekk Aallerdam* 



Nauw 



,y Google 



BRUILOKTSDICHTBK. rir 

Kanw meer €• Mo^^tr t^n tt 4mq, Mi oQa i n i iiwrti ii» 
Als gby gebooiea wet4t» ea qpboinlt nit 4e ^ploideD, 

Uw* fchoosheidt, allcr Trenghac en goelijkliedeD Wot 4 
En net nw Ttrfcke Tier, al tefieiit., eeHhaMl bfanktf 
Wat 'a hemela opperkreta beflotoi hiaUk; ea annkae 

Meet lerena, in eea' uac^ jdan in een eeuw^ da s«n. 

Deez* beldt^ dic'QWCtt Mui, daar reagtttOt ^oodea. 
Door blikiikin ran 't gcfchat, door liaagtl Tan de locdca , 

Zoo aaaliik heefc gevolglity ea noit aagh dan voor vit, 
Trekc nu^ ten zoeten dorm, geterglit van nw trcttpetten, 
£n aokergroadt genaakt ^ om >t vaal%falijk te lettea , 

Met voorwindty in den ficfaoot van ajn'dooricliooteBmidc* 

Naa zoo veel kommert , naa zoo veel' ^vaarlijkbeden , 
Die zijn rappier .en pen ziJA^endtUJk^doorgeilredei^, 

CWant op gebruik van bcid* hem richtte Pallas af) 
*T lot , dat in euvlen moedt , met rennen en met draaven , 
Zoo lang bem naajoegb, lijdCf nu, dat zijn kiel bier baaven't 

Docb kribt noch al , en maakt z^n bmiloftbed een graf. 

Maar 't kribt om 't jokf. Dit graf dat webben dventelve» * 
Van glittfierende dra6n, daar zal by in bedelven 

Zijn overleden Icedt gelijkende eenen dcDom. 
De bitter* beugbenis van ramps geReurde boijen 
Zal by bier hellewaart, met kJank van kusjes, loijen* 

Haar* oaafinaak fpoelen: af in ten vergecellboom. 

Dit graf zal, aan zijn' hill, den wegh, ten leven, wijzen. 
Een* vrengbdt met vnicht ( gunt ghy 't ) zal uit dit graf verrijzen # 

En dobbren dosn zijn liart, in weclden u bewufU 
Acb wat verandering , als by , gewendt op woelen 
Der golven hoi van gang, te fchoppen, komt tc voelen, 

Voor waagb van *t werklijk zoot , deez' wiegh der zoete mil ? 



In 



d by Google 



In ft. fttii* en nette dotk , gtit ^!Hiref nocb ^n netcer ■ - 
Hem toeren een' Moorin : Bloorin flechi naa de letter f 

Blfok naa den geell en vkeTch, zoo datze 'c zilvec tarr* 
Want zy haar' Bnidegoom groocachtend* , en verkloiniler 
Van eigene waaody > haat vaxBEen, hocft geem wt^ker . . 

In d'elpe borlb, daac.'t wit-dopt blinktvan *t zniver hart. 

Ten ofierv op dit bedv brtagi zy datt hart oniflQoten, 
Hy 't zrjn ook, om van *'t een gefotin 't ander, looden 
Te wachten , die , hi deagbdt , naaraarten bnnne Itam. 
Daalt, Venus V dan , om a naa deze koctt te fpoeijen : 
En veil den lloel uws rijka,-op dit altaar, daar gloeijen 
. Twee harten, t*uwer eer*r m^n-onlesbre vlam* 



OP *r ifEGENDS VBRJSAIlEtt DBS BXtnLOFSDAGRS 
VAN JOFPROUHr 

TJSSSELSCHA VISSCH£RS<, 

• *" EtI HEER 

ALL ART VAN E R O M E A L C II« 

^ an de zocte TeflTclfchal 

En haar' iiitverkoore gad 

I lee ft , tot noch toe , op 't verjaaren 

Van hun ccluelijfc vergaSren , 

Dc Godin der huwrijksplicht, 

IVIet haar' fakkel, toegclicht; 

Om 



d by Google 



BROinJOFTSDICHTBN. 113 

Om de zorgen heo te leeren. 

Die geen' huishonw ktn oncbeeren , 

Oft zy gaat, in Ibort, te grondc 

AUes heeft zijn* maat , en llondc. 

Wcgh, die maal, met Janoof blaaker. 

Jtom't, 'e 9h(Bb«t •'^oofijl^miiikcr ,'' ^ 

£n ghy negen zafters, voorti. 

£en van negen' bond* de toorts. 

Op bet negeaflt vf ^aareit i,-. 

Van hnn allereerile paaren. 

'T hnif beeft na een* goede plooi. 

Dies die zorgen g^tft ae'gool^ 

Voor een* tydt ; en wilt ontfonken 

'T vnnr der geelHgbeidt, verdronken 

In bekomriBgffii#t'g««w, :-' . • l :?, . • ,/ 

Blaall haar ^ jong« leev«ff in* ■ / - . \ 

Doet die Vemyfke T^gren 

Weder op vyool TerQiogrenr " ^ 

Wanken pan, ptnfiMl, «b fiift, . .:' ' l 

Teelers^ittft MU >del tOaSu ^: • / . :. 

Lang genoegb' ir *», 'dac» sy fiif^ep. : . '/ 

De doc»liS^ttgt TernbiftetE'L . i r "j I'r/i .! 

Hebben lang gfla•egI^ge▼kft . / ' . ': 

Naa de lekken»y,.te"gtft 

Daar zy ben op plicht te nooden. 

Wekt , nit bet getal der dooden ^ 

£en* , aan wiem 4'onflerfliijkbeidt . . t ^ . 

Over lang is toegcz^idt. ;m i« . . . . 

Doet baar 't heugblijk boefnat leppen > 

£n een* verfcbe jeugbde fqheppen, 

T'allen negen jaaren we£r: 

Zoo veronwt zy nemmermeer. 



AAfI 



d by Google 



114 BRUILQFTSDICHTEN. 

8USANHX VAN BAA&L£t 

0» IUA« SttWBZ4}K» 



Levendt kleinoodt , 4Mi^i4«fiv«Ct 

Hraitlf weeldft, wM«Ut« ibint, 
Stichteret van h^i^ lunadMt 
Licht der edelfi TorftMMten^ 

Flookerbag ,2i> H«iliMidtt fffolk^ 

Die voor fchoon&cidtf ^pMchtig p«Uc 
Gtu l^rloAg^ on J>edtJigli4tett» 
OogBjtn van hot^^guatder tiMcMitt* 

Dank heb Venut dtt.afs vmfhfi 
' 'T ooghjen by, der vaan^jeacbdt. 
Want al it een nnliik ooghjfttt 
Noch zoo gaanw , too glad ^ras loosen 9 

Het en heeft geen voUe^ luusdt , 

Voor bet wel en if gepaait. . 



LYK- 



d by Google 



LYK. EN GRAFDICHTEN. 



LYKKLAOHT 

PIBTfilL DI&K8ZOON HASSSl^AAa^ 
OvirMm din xxm Vim Qtgitmumdi^ c»4e e«TS« 

Zoo Roiiift Rcltt Ind Ml t^Ueln In mmb rotire 
Den Raadt, ckii Ridder, M (It Wflgeboovr Vto«vt, 
Wanneer meyi bragt^ vsn *€ TBor dtr on d t fuid fthe kollr, 
Geb^ent, welkt 'Hcefdi oft Uoedt aoyt koimk vooe Ittt tc^i 
Maar lielaildt wat geweeft: flMglit Altzan^r felMereti» 
Om 140 HepluiflioDi Iqkflaatfy te ttrceren , 
Zoo mtmr en hoogen toorn , too irtl alt volk eir Tee » 
Tot dat ntttgtei kaated es saglifliii floe of fle«: 
Zoo moogbt ^ AiufcutaM nMt nc^ dan no wel i^enreo 
Pe C*) ilrookea Tan te^ tok, ttn tl nw* Uedn de Uenrea, 

£ti 

C*) *r f^ UmgwifpH fHkimn van 'zi^ in zilyif^ ^ 
di Ofirbtdtn tf ifiir vm hibmht ^ i$ tMkbMrikn itaH9n» 



,y Google 



ti6 LYK- EN GRAFDICHTEN. 

En d'hairen nit uw hooft : 't welk Moot zij , als van ouwdts , 
En fchaam* zich al 't jaar lang des Kaizarlyken goudtt. 
Slecht vry aan alien oordt de borftweer van uw' rchanlTen , 
Zwart het vergaldC fieraadc,'bteekt de doorlachce tranflen 
Van al uw* toorens af : voorneemlljk vajQ den geen' 
Die Hasflaars wljk bewaakt, want hy is overledn. 
De nietfpaarende noodt heeft hem *t gezicht geflooten. 
Draaght rouwe , rouw draaght. Zeil doet ijtrijken sl\ uw vlooten 
Op ftroom, en in de Waal, met jammerlijk gefchrey: 
£n dat van dezen dagh geen vendel uit en wey. 
Doodt leit de Vendrigh, dj:e« Ivpewel hy viel in handen 
CToen Haarlem *t jnk ontfing) der woedige vyanden, 
Het eenigh vaandel bragt, tot Spanjens fpijt 'er af. 
Zoo lattel g^ hji't pp, ^pen.?t al de.ftedt op^f. 
O heldthaftige borfl, 't en docht u niet belegen 
Te zijn, zoo lang Jiw':bande moght bniiken bus en degen. 
Oft fchoon de Kaitiljaan uw* ftadt benauwt.en fluit, 
,Dat, zonder-l^ftgevtar, geen vogel vlieght daar uit. 
Zoo luiftert ghy, ziend* u van all* uw Overheden 
Celjjk haarov^ffaooft, gebod'ii ni6t, tiiaar gebeden, 
Naar cea* vennaaning, die op deze wijze viel: ^, 

D'onwaardile by :Zi<h selye il aba de wtodfte 'xtel v ' ' ' 
Hartvo^tigb Jong»Un^ Wy licbben,op de'veften- y- - 'i 
Uw' klaarblaakende Ue&i tot -faetgtfmeene beli^n, 

el. ibreogen prikkel die uw onvdzaaght gemoedt , 
aa waaren lof en eer van vroomheidt jaagen doet , 
Befpeurt: zulks dat wy self datr ht, en Mer benpven 
Soldaat en Buggery, gefticUfsiVik^»«*fteT«i.' >::; 
Wy hetbeu) ip deo i|oni^,4eii Spaiijaardt; ilvoio hmft ^ J^ 
Hy, u ltre/^^,i}i 't g/3zigbx^» ,Z)e« aMrzetai'V^rbaiifl: ' ^ 

Als had Jhet^hlikici^ad . fpfts^ vai^ ^1 V 4at .gfar 4tt«(R&t toogeif ^ 
Zoo verre tocgereikt als 't branden van uw' oogen. 
D'uitvallen hebt ghy me4 zoo forfelijk verzelt , 
Dat, voor het Spaanfche vet, uj^' hasden dankt het Veldc, 
Waar uj ;^e,.om 't.rejfdfte werk,^iij«. ovftrhocrti bedolven. 

Zoo 



,y Google 



L.YK- IK GRAFDICHTBN. XI7 

Zoo grabjtelt mo^t® Leetnr in 't lOtddeti v«tf de wolves « 

Wen hy, dwr onder flukt van fleUen h$n^l ploft, 

Als ghy in 's vyandtt troep , van alie kaoten troft.' 

Uw wel manhaftighe arm heefc ieder haaH doen weten , 

Dat a geilampt ftaat in 't gemoedi , end* is vergeten 

De deerelgke doodt van uwen vader niet, 

Dien ongewaapendt zljnde e^n Spaanfch Laniier doorlHec , 

Met een' quetfuur , die in mr hart lal eeawigfa bloe^n i 

Dat a fleekt in den krop h^t bitter ilaaa' met roeden ^ 

£n fmaadt doodta meerder aan uw* Com gedaan CbeKasi) 

Om dat hyzeid': ('t was waar), de Prins is over Maas. • 

Van zulk een* yvcr was 't , dat Pyrrlms werdt gedrtven 

Op Prians zoone, die zqn' vader roofdc 't leven. 

Met voordeel niet van moedt en braave vroomheidts eer, 

Maar van getal en plaats , en heimelijk geweer. 

Zoo pall het een' naa lof en vryheidt's'landts te dorllen. 

Die deq ^nUbtvreii recbtgeichapehe oodogiisbocflBO , 

£n dappren Kiezen in bloedtvnuid^cfaap naabeflaac: 

£en' , dien zijn' moeder niet flaphtrtigh af en raadc 

Voor aan te tre^n by daagh ; by duifler tiit te vaOen ; 

Maar aandraaght kruidt , en loodc, en voedfel op de wallen : 

£en', die tot eige moey heeft Kena onvertzaaghdt , 

Heldin , die Hopmans hart in vrouwe boezem draaght. 

O fpruit daar 't pogh op valt v»n moeder y moey, en neven! 

O llijve flijl Tan.'ckuia, dat zicb.«oo OYexjgevsn f 

Ten dienfle van het hoogh geflacht van NaHan tooat ! 

Ghy ziet hoe 00s d6 Spaaofche Graaf van Hollimdt hoonc. 

Daar zun' Voorzaatea.noit» noit batting en ontfingen 

Dan by inwilging, zich vervordert hy te dwingen 

Dit vrye landt , ^ zoO veel treffelijke fteen , 

Om Op te bceagen van tten kooppenniogen een'. 

Dat meer is^ het geloof, het vrijdft van alle zaaken 

Vermeet hy zich^o trots f> tot een fluayin te ttaakea^; -, - 

Om Czeidt hy^ »t wfdeel G^dti te honden nit geva^. 

Al alliens oft hy vooghdc^ Godt mind^ija^rig}! wtar. 

Want 



,y Google 



iia LYK- m' GRAFDICHTEN. 

Want wMr hy >f lieiielf knttp, *czwaacdt;ilakltyjn 4e fcbeedt 

£o floegh met woordea iloodt, ge^jk tlt^C^htt deede. 

Om dat wy weigren iiUk een* onwettige wet, 

Ziet ghy hoe liy oni dreiglic. fia zoo dtir geen ontset. 

Oft geen* verveHchiog komt, hoe aanl^'k wy.onf qnijten, 

De honger, *t loodt, het liaal xtA zoo geweld^ fl^'ten 

Onz' krachten en getal, in korte dagen, dat 

De Tolctaaafebe vloek tc dschwn Ihrat der lUdc. 

£n de beqnaamfle wegh om hul^ lanka ce wachten , 

De folk if 't. Ook verilata \ de Spaajaaidtf zoo, en trachten 

Met ernft te weiiien op een fchans» ter plaats daar «y 

Vermeefter' en gebied' al wat*er komt verby 

By we6r, by oawedr, en hy nacfat by daagh gevaaiea. 

In venge dat nocht krnidt, nocht volk, nodit eetbfe w««rea 

Te krijgen znllen z^'n, tes zy m' *er raadt in lofaaf. 

Wy bidden , wekt a zelf. ziet hnn dk voprdecl Mt 

De braafOen van de jeoghdc die znllen t'xaamea fpmncfi , 

Zoo ghy dei zgt getroofi, om een* galcy te iwmiiea» 

En te beilooken, en te flenren in z^n wtrk 

Den vyandt met geweldt, en mariten zelve flerk 

Den «fgek»peB hoek. *T zy dat bet te beflaagea 

Oft wel oft qnaal^k koom» de Fliam zal oanaedraagen 

De wyde wereldt dewt^ awe grooter pradit, nw' een 

£n dappcen borgert naam ontftaaa n aemmenaeer} 

Al qnaam ter halver daadt a ook c'ontilaaa het le^en. 

Want ottTolbnghten wil aMa vollea lof Bu>et gevM , 

Alf zy «ich TtsOx^ in eea ihntt ftnk bl^ken doet* * 

De Jongman itondt vexbaaft, zoo trof hem in 't gemoedt* 

De lieflgkheidt det loft. De glani der fchoone daadea 

Daaghde in zyn boezem op. En, zonder lang beraaden, 

Sprak hy : Ik flaa gereedt. Eer wai noit diet gekodit , 

Sprak Nikolaaa z^n bro^r, ik zal a op dien toght 

Niet zeadea zonder aiy. Eea* hoope Jongeliagea 

Tre«n va^rdigh met ban* ea ia de gakye 0>ringea* 

Ot vyandt fiaaltade op de klt»nhaSdt ham getali 

Was 



d by Google 



LTK- in GRAFDICHTEN. iff 

Wu reedtf te ver btTclMuift; M i«At luui ^ ^tea kti$^ 
Met xalkMB* sMiglM vtii fcliQ>«a» ta van fefaaittn, 
Dat Hasflaar om lich nltt voodtm M laatcto fluitttt 
Het naa de Meer toewtiidt« en bmgt het door dt Kaagh 
Te Leiden binnen. Bfiaar sijo yvtr cvao graagli 
Om vaderlijke fiadt, en vtitaden iMndt te Uedea 
^ Liet hem hier foffen niet, De Pvina, dat pat » zocht lieden 
Met hoop van overloon te wUgeny-on te gaan 
Met bdeven door 't bdegli. Ghy Haaflaar ncemt hK aan 
UU lontre liefde aUecn : en sweect met faaiOgbe eadsn 
De lettren, die men Uec in loode kookera Uecdea^ 
Door midden tnm bet beir te loencn in de flade; 
Oft tt doen xiakea ta den 8*ondt ym *t diepe net, 
Indiea ghy iHeidt beiet: tm Com t*on^aan ket qnellen 
Der wreede pijnbtnk , die miflcUea v mogkt doen melton 
Den fchnilhoek van den biiefy tot naadeel van de IMf) 
Te ylnchten mm der bandt^ fel^k ala Bmtvi dt'd» 
D« vyandt yeUt aUeea ket knoge nSet; maar fianden 
Van wacht , op elkc kaap tan de geb^boke landta. 
Ghy treedt oft aamnt *tK dock iqi oan t en waaght atdaar 
Al 't eindt van Imm dat eea menfth van aohtMi jaar 
Zich zelven toeMdt, op gevnr van *a vyandca ifOBdigbeidt, 
Van 'a watert Ikbce taonw^ ea vaa vm eigen mooc^faddtt 
Om ook beleidt te sqn dear voorraadt wai soo fcfanaU 
Waar toogh oic iemandt om sod Tijfcen bait te hoilf 
Ach ! tdet voo vierifk mogfit Menasoena Thebev mia«ea ^ 
All a 'f landta liefde flondt gcwonelt in de linnen. 
De C * ) Mnizen die sich voor de &ooarfbhe bvrgery 
Tot in den vloek der doodt toe overgaaven , ky 
£n waren niet de goea' die gwoter naam verdienden: 
Noohtbcid*dtBmtenf meer dan jjhywaart, vrybeidtt vrienden : 
Nocht die fprong willlgh in den poel , nooht dia gerooft 
Zijn handt baaft op *t alMur, b«t der foitnin gecrooft, 

O 
(•) DiciiMunu 



d by Google 



ISO LYK- BN GHAFDICHTBK. 

O overredel liart'ter iviuie-defi^dt geoegeo! 

Wei, tegeni eeneniGraaf,tSioghe ti .*t ^^g^tiik opwegeo. 

Noch deed bet a te fcort, 4Clsr t, omte loOko a. 

In hasdea vallen deed deo Anmiraal Boflh. 

Om a , die ziende dat Don Fredrikf oorlogbsgaflen , 

Voor uw* perfoon, Niklaai aw' broeder annetaflen. 

Hen onderrechtte , en zeide , n maakende bekendt : 

Zoo ghy den Vendrigh zockt, laat desen los, ik ben *t. - 

Om a , door twiens beleidt onz' jenghdt naar Indien vaarea 

Moeft om den ( * ), Opgang voor den ( f > Ondergang te waaren. 

Om n, die, toen met lift de booze vyandt qnam 

In Engels fchijn , moeA faelpen hoeden Amflerdam 

Voor 't jnk , *t welk men yergeefs had van den hala gaan trekkco > 

Zoo 't we6r met vreemden dwang zond blatfen onze nekken* 

Met raadt en ruftigheidt deedt ghy niet weinigh baatt 

In dat gcvair , altijdt Naifans , en alt^'dt Staats. 

In Godtfvmchtdocht u dat d'ontdekte waarheidt leeren 

Befl vordreo konde, en 't al te diep grondeeren deeren* 

Te meer n blaakte diet de dtatd^ denghdt. 

Gelijk 4iU vadera zor^ hangt over teedre jenghdt 

Van eige kinderkena , alzoo hebt ghy gedraagen 

De goedige gemeent. Znlks daizenden beklaagen 

Dat zy. ontbeeren , die haar floofUe in s^nen ichoot, 

Haar holp met bandt en hart , in brandt , in watemoodt , 

In onraadt, mtlrtrflaiidt , en 4iefcn tijjdt van graanen. 

Zoo koQit de fladc vol ronwf » en al de firtot vol traanen: 

Ben' eer gewiflelJjk , waar toe dat alleman 

Van Alexander niet g^wongen worden kan. 

Voor al uw weldoen ook en is n met met alien , 

Dan dese goede lof alleen te loon gevallen : 

Daar ghy noch nooit naa flondt; volnoeght eh zoo te vre^n 

Met nw gewetenf roem, dat in nw leven fcheen 

Oft nanl^ki ieoMadt vaa zoo veel' verdienften wifle* 

Z90 sagh men eerft, toen Kato doodt was,.wat men mifte. 

Doch 
C ♦ ) Ortittt o»ft«tt, C t) Occiitm ynfttn. 



,y Google 



LYK- EN GRAFDICHTEN. m 

Poch zal a mifTen niet, ter.eere znlker dadn, 
De lofkrans ccuwigh groen, in 's hemels hof t'ontfaSa, 
Daar nemmer hongersnoodt , oh vyandt in de i^cht en is : 
Nocht miHen ons van zulke deugbden de gedachtenis, 
' Die 't HoUandfch bloedt met luH van naa te tredn ontlleek 9 
Zoo lang geen Hollandfcb hart in Hollandt en gebreek. 

ORAFSCHRIFT. 

Dit grafhottdf HaffeJaar gtborgen in den fchooti 
Ceen man oit achtte meet de deugkdt^ eft win de doodt, 

G R A F S C H R I F T 

VAN JOFTEODW 

BRECHJE SPIEGEL S, '^ 
QyerUdeu , den xv van Leuvmaandt^ des jturs mdcv. 

Goedtheidt zooder laffery 9 
Wijsheidt zonder hovaardy , 
Scboonbeidt zonder zicb te haageit, 
Eere zonder roem te draagen. 
Ope borft inzonderh^dc 
Had zy, die bier onder leit. 

Biandula funefto fub marmen bubcbi^ spxkolis, 

Ceu refa vix ortofilty reje^a jacet, 
Quam OuiriHs luxere , Fenufque^ immitibus , *//»» 

^nte diem , fatis^ efi fibi quefta rapt, 
dit feftis Aftraa cherts excepit^ alumnam 

Sede hcans aninum lucidhre peH, 

HOOfTlI. F P'^' 

Digitized by Google 



Iti XYK- «W GRAFDICHTEN. 

Piu vagha tmba in que ft a tmba^ amanti^ 
Si cnoprty & gid ii brbchia tPiBosLf /*»; 
Infin che Pahna adoma di virtu 
S*degnando y bey, ma pur caduchi manti^ 
Infifta il del po fey la terra in piantim 

CRAFSCHRIFT 

VAR OSII AKMXB.AAL 

JAKOB VANHEEMSKERK. 

H^emskerk » dif dverf dpor H yt , en 't yf er darde ftreeven , 
Liet d'eer aan 'c landt, hier *c IJjf, voor Gibraltar het leeven. 

CRAFSCHRIFT 

VAN 

ROEMER VISSCHER. 

D^wijl de kindtsheidt, Tiryft' van sorgen en Tan fchrikken. 

In *t broofle leven if hat zoeteUJkfle pu; 

En langer, dan de Benfcfa, een roemer danrt van glas ; 

Te recht fleet , zinrijkkindTeh , tijn* tijdt met popp* en quikken , 

De ronde Roemer , die nooic rijk van roemen wu. 

A N B B R. 

* R oemer Viffcher rnfl hier binnen , 

Mod gefpeeit met HolIandTch |ok. 
Want by quikken by de fchokk* 
Schreef, en popte net de zinnen; 
Ziende all' *8vereidts wctenCcbap 
Aan , voor vulfel van de kap, 

GEAF- 



Digitized by Google 



LYK-^ BN GRAFDICHTEN. 113 

GRAFSCHRIFT 

VAN MBEtTE R 

HENRIK DE KAIZAR, 

VB«.JIAA»DT fTREN- Wl BEEl«©THOUWBE , 

Geftorven vp z\jn^ geboortedagh, 

X)en konflenaar alhier gckailt, 
Daar de beeldthouwery om huilt, ' 
Is fterf- geboortedagh geweeft. 
Een lleen zijn lichaam ons ontfchuilc: 
Maar duizendt tooneii der zlja' geefl, 

GRAFSCHRIFT 

CHRISTI3NAAS VAN ERF, HOOFDEN. 

C!hri{Hna , de DrolHn van Muiden , eert die graf. 

Noit vrouw meer gunft verdiende , en min zich diende 'er af. 

GRAFSCHRIFT 

MARIAAS VAN ERP, VAN UFFELENS. 

Van Erp Maria koofl , om rnflen , deze ftefi. 

Vol geeil en goedtheidts wa^ ze , en pronkte noit daar mefi. 

GRAFSCHRIFT 

GEE41TRUIDS ^AN ERP, HASSfeLAAR^. 

Geertmid van Erp, als bloem, ten middagh, afgeneie, 
Leit hier. Zy fierd* haar' deughdt met een* vrymoedigheidt. 
F« GRAF' 

Digitized by Google 



194 LYK- BN GRAFDICHTEN. 
GRAFSCHRI'FT 

VAN 

MARGARITE PROOSTEN, APPELMANS. 

IVTargaritc Prooften fleet 
Noit , met wrevelheidt , baar leedt. 
Noit en blies de gaoil det Lots 
Hatr den boezem op , met trots. 
Eer^ en yrenglidt, en geelHgheidt 
Dreeven 't lichaam, dat hier leit. 

OP BB BOODT TAir 

GUSTAAF ADOLF, 

XONZNO DB& ZWBDBN. 

De Zweedfclie 2Jon , geprnikt 

Met yz're ftraalen , daikt 

Aan *t middaghpnnt. Wat wonder 

Is 't eevenwel dat deez* , 

Dia, in het Noorden reez', 

Gaat in het Zuiden , onder ? 



De Zon, in 't Noorden, opgegaan met yz*re (Iraaten, 
Gaat , aan dc middaghUin y en in het Znideo , daalen. 



GRAp. 

,y Google 



LYK- »N GRAFDICHTBN. las 
GRAPSCHRIFT 

VAN KBBfTBB. 

JAN PIETERSZOON ZWEELING, 

O&OBLIfT DBft tTAST AMI TBRDAM » 

i)i# dt Pfittmen Dayiis op maatZMng gefitlt hetft, 

Hier leit, die flelcfe wljz' den koninkl^'keo woorde. 
En SioD galm^n deed, dat men 't in HoUtndt hoorde. 

LOOS G R A F» 

OFT, OP DB GBVAMKBNit TAN PBM BBBRB RXDDBA 
BBAAI. TOT WBBMBN. 

J-Tier hatfelt, hem geva£ii, fortnin, alt in een* val , 
Dien zy noch zelf niet weet, waar dat ze werpen zaL- 
A N x> B & f • 

(Jet wiTpeltnnrigh Lot 
Hem hntfeU, in dit kot, 
Gelgk een' dobbeldejen. 
Die Ct zj waar hy belandc) 
Geworpen uit der handc, 
Zal blijven op de be6n* 

GRAPDICHT 

V O O R. 

ANNE ROEMERS VAN WEZEL, 

LEVENDB IN DB ZTP ALff BBORAAVBN. 

O.e dofikre doodt , bevro^nd* hoe lichtl^'k kon haar (Iraalen 
£en* halve Roemert Ann* ontrijden met haar' draf , 
Dacht , zelfs voor ilervens tijdt , die fchaade te verhaalen » 
En groef haar in de Z^'p , van al de wereldt af. 
Zy moght » met geefi met al , ook in geen kleender graf. 

Fa GRAF- 

Digitized by Google 



126 LYK. EN CRAFDICHTEN. 

ORAFrfCHRlFT 

TAN 

Mr. PIETER VAN VEfiN, 

«CHXLDBII» BN PSKflONARIS VAN XUR HAAOB. 

Van Veen had op i^n dmm de wet » 

En daar en boven droegze *t plec. 

Noch fteegh zijn* eere bet in top, 

Hy draaid* 'er alle harten op. 

Zijn' dengdt, in die (of 't lijf hier fiieeft> 

Als levendige graaven, leeft. 

GRAF- BM TYDTDICHT 

OP im Dddot VAN tijn* ftoMiteli^t. 

Waar noCh baarD' noLLandt HeLdt , 200 Welrdt , zoo VVII» , . 

zoo grooc^ 
aLs DeLft ontf Ing, eerft op , Left In, (aCH Wefi!) ^tln (Choot ? 
MDCXLVIL 

GRAFDICHt. 

^ooit HoUandt baarde een "Heldt, 200 goedt, zoo groot, 
Als Delft ontfing, eerft op, left in zijn fchoot. 

A N D B R f . 

Prin« PRtfiRK Wis zoo rijk van vreede ia z||n gtmo%dt^ 
Dat hy nooit t'onvrefi Week, in 't midd' van brandt en bloedt. 



MKN- 

Digitized by Google 



MENGELDICHTEN 

B N 

BYSCHR.IFTEN. 



Digitized by Google 



DyCoogle 



^ 



MENGELDICHTEN en BYSCHRIFTEa^. 



OP «XT UITKOJCBN DBS. DXCHTMI 
VAN DBM HBXRk 

CONSTANT Y<N H U T G E N S. 

l^ienw, en niet herboore rijmen. 

Die de ftrengile^ zielen zwijinen , 

Dobbren , jatu verdretken doet , 

In dc weeldigh' overvloedc 

Der geleeze lelckernye f 

Die die borft der Poezye 

Huygenf vlieteo laat voor zogh « 

Komt ghy diet te Toorfchija nocb f 

Podzy, 6f die ten eewn 

Daaglijkt by Jupijn gezeeten 

'T wellekooinnc «elfchap zijt, 

Dat hem maakt 240 booftzweer quijt ; 

Digitized by Google 



130 MENGBLDICHTEN EN 

Die hem bell verbindt de zeeren , 
Door de zorgen van 't regeeren. 
Hem gebeeten in zijn geeft ; 
t Wen een Hedt zijn leedc geneeft, 

Dat geen Efculaap kon kleinen: 
Uit bet hemelfcb porzelain , en 
Ganymeeds kriftaalen kelk, 
Wint ghy over, deeze melk. 
( ♦ ) Taafelleftjeg van goddinnen^^ 
Die de zaadzanmheidt verwinnen , 
Ct ) Acfatemaertjcs , daar haar hah 
Mefi Verfroit , ter (laapgang, wardt; 
Neftar noch niet, maar zijn mol^c, 
:5ijn het drankje, 2!jn het kofljc, 
Daar het zogh af is gegroeit, 
Dat 'er uit dat borftje vloeit* 
'T beught me,^ dat het wift te tdclen, 
In.mijn'- ooren , kraanekeelcn , 
En , ali door tea' dichte zoeU 
Door mijn' zinnen lekkcn blecf. 
Open ftaan mijn' geeft »ijn adre' 
Nil, en fnakken allegaadre 
CAls, by brandt ^ naa bron ,, de vis;) 
Naa de lieve laaffenis, 
Alle jeughjet hier naa haaken; 
Zoo , die fchind van 't minncn ma^^ken 
En van *t minbelijden zond » 
'K meen ten minftcn met den mondt. 
All die drijven, dat een Ridder 
Speclt by niet den minnebidder , 
En zijn eigen ban vcrgeeft , - 
fonder hart en leeven leeft. 
liier n«( jookep alle grijtcn , 

i>Ite 

i * 3 J>effkrt. c t.> ^Ihthn,, 

Digitized by Google 



B r S C H H r F T E N. 131 

AUe dwsazcA, alle w^sen. 
Die ^t maar Bebben eenf geproef^. 
leder hoopt wat hy behoeft. 
ironwde wttnt dtt hy retkindrcn^ 
En zijii jatren zullen mindrea 
Algeai«<veil door <Ut ftp. 
Dwaaiheidt zoekt *er wectcnfchap. 
Wiiiiliekit zoekf *er flnllighecdeB » 
Maar geznlt in mAc rw iwden » 
Dat haar H gro«i ti t gell vcrgaau 
Nut ii netkheUt by 4t nan. 
Naa de xoethekk wi^vpert xotbeidt; 
En de vTOttMtdt naa ▼ei!ti>i^e(dt. 
Want baar rijplieidc al %t grOO« 

Leidt cen leeven tU ecu ddodc 

Deg, wet grilten van de gekktn 
Wijfheidtf drooghtt llfirf te Q^ekkeft* 

Recht is dat i&en lieb verpljn , 

Als z^ in n4ft gtpepen sijn. 

Rijfliers zu19c fei«ebt ^ptettea , 

Welker praA^ banhet i en 

KitteltongtgM niet on^breekc » 

Als Apol den 9tpm Qfreekt. 

Zulke fiiikerzoect Bsakfes , 

2ulke gennjas, zbHm fiMakjes 

Over lang men kattwe» ittogfct 

Vix bet vrol^k iwotde vdebt , 

«T welk die boffft dit PoSflfe 

Hnygent ngvtf i«t ^ bJj* 

Met de neefle ttnldtbeidt (faraah ; 

Had bet aan » tnve geftah^ 

HaaperbaodC dtt futbtes Mtteri , 

Van de logge loodt letttfn. 

Letterzetttr fpottt n iet^ 

£n4e tet oas tanger ni^t. 

3F<5. or 



,y Google 



132' M.BNGELDICHTEN IN 

OP DJS L££DIG£l UUR£N 

CONSTANTYN HUYCENS. 

Oorenftrikken, xieljai^tt gtrca, 
Hartcnetten, zoete fnuren,. 
Bandeii«.die-m]jn zinneroer 
Vafter boeit , dan eenigh fnoer 
Van beV>oring ♦ de ge«ocden ^ 

Die xich ^oor geen weWuft hoedeo ^ 
Krotikelkoorden rank en fluik. 
Die, van levendigen bulk, 
Uw' geflacbt en afkomft reekent^ 
£nde maakt den dooden fpreokenCi- 
Lange lijven wervelva«, 
Staande aan hals en buik gepaH, 
leder naa zijn eifch gewrongen ;. . 
Tongen, buitemondfche tongen 
Van de gallei^rijke Init; 
Waagens die de klanken kniidt 

Van de hongerige keelcn ,. 
En met haar ah uw gefpeelen » 
Trouwlijk op enneder gaat. 
In een maaifc^appy van maat ^ 

Keuryzieke demmeningerf; 

ToUcen van gelcerde vingersv 

Ach! wat i8 't u wel gelnkt» 
Dat u Huygens doime drukt i 

Hcmelhoo^ wel mooghc gy vpyltjk 

Stoffen, op zoo hoogh een hylijlt 

All ghy door z^n handtgeprang^ 

Doet aan sija doorluchtftn zvig^ 



Ztng-, 



d by Google 



B YS CH B. IF TE N. 13^ 

Zang, die 9 met hur ftaatigh nriertn, 
Slaat de matt van go6 manieren ; 
Die door wrevele ooreo wriogt , 
£n met deftigfa fmeeken dwingt. 
Zang die met de genr der reeden 9 
Wufte ztnnen kan doorkoeeden ; 
Die de tong» tot lof bereidt, 
Nevens 't hart ten Hemel leidt: 
Die met neep van fchrander fchempea 
Weet de vullepiheidt te flemped ; 
Dieze te geneezen weet. 
Met een baateHkke beet. 
Die den wettelgken Hymen 
Heerlijk maakt met r^pe rijmen ; 
Wei 00k waarTcfaoQwt voor hec quatt 
Van den ingetoomden flaat: 
Die in pracht van moamieryen» 
En de vrolijkheidt van 't vrycn, 
Aan den dagh brengt geenen vondt 
Ala die zoet is en gezondt. 
Zangy die met een kluchtigh pnuten 
Geeft in print verfcheide (Uatea^ 
En een ieder weeten laat 9 
Wat 'er in het zyn , toedaat. 
Zang die de geflemde Steden 
Door de flaaveniy geOre^en 
Loffelijken draaven doet, 
Boven Spanjes overmoedt: 
^Die de Dorpen van het onwde 
Rijn - en Delleflandt , bevrouwde 
Met een Maaghdt, wient eergeklank 
Hen zal ho6n voor ondergank , 
£n al eenwen door doen duuren , 
Beter ^li de Go6n de mnuren 
1* werrek hiin&er banden, de6n> >. 

F 7 Rncbt- 



,y Google 



114 M&NCSLDICHTEN am 

Rnchtbwt doo^ eep lidR* Htlcei. 
D*onwde bliode, Me befchrtevttii, 
Tioyes doodt keefc wt hair losten. 
Deed wel xtsfl ^•den tHbhnp 
Staan om t^tte btHTfeefHiait. 
Wat wil oti dtm oorloghi naaken ? 
*K hoor, ik hoor veWcheide fpraaktn 
Hefti^ en in anren tto£ , 
Roepeii, ^ra boon Hvygnff tot. 
Cefar wil s||il tlc»d«fi 1l>«tldeay 
Me^ci zijii brainebMdeii 
Veldt in $ en hem ddtfi ddov H fiaan/ 
Roomer heeten oft TdfcMti, 
Maar der Vnflkcn ghuii d« Groote 
Met <gn dittaken atn komt floote*^« 
Die van verre ftbiMuwen bard« 
Is *t Bartai niet, *t i« Ronfard. 
Docb my donkt by nIet ootflelt teer 
Zeidt » als oft by op den Veldtbeer 
^ Zijn genant van Kaflknw wMs, 
Gunt ^bem my niet , geeft hem dees^ 
Deeg ii ook een van de nmken 
Van de braave flam der Vnmken ; 
Znlks bem meede raakt de roem 
Van de goude Leelybloen^ 
IVIaar Prim Henrlk o» bet leeirto , 
Wil niet neemen all gdgeeven » 
''T geen hem , door gebooree , komt.. 
Oft zijn tong de Sanger kh>mt 
Scboon in drie bezondre bochttfo > 
Hy en is ont niet ontvocbeen »' 
Roepc by, *k waagh 'er lan eeo flagb> 
Zoo goedt recfat niet belpen magb. 
Wyft men waar men onder Waalen , 
Onde oft nientrc Roottfdift taalen , 



Cm- 



,y Google 



B V S C ft ft. I P" t E N. Is5 

Efflmer mondt Van menfclie Toti^ 

Die zoo.^wel zijn Holhtt^di koof 

Dug geraakt Eurttop* in rocron. 

leder hoopt htt tnt U voer«li. 

f/lzzr de bittre K«(Hl|aan 

Ziet het met een dwertoo^ jisat 

En, geljjk tot tlln^en, 

Vreede viU hen »t xwaarfle ftryen, 

Maar hier if *t hen groottr fpijt 

Vat te mtflin aan dea ftrgdi ^ 

Overmits hy niet Yoor ayntn 

Landsman Hnigeos siet te rnqoeo. 

Pie dat hoUe svetlira ftraf 

Leerde w«I den Uaatkaak af ; 

Maar de betgefleepe fpraaken 

Niet en wildf roefHgli maakes 

Door dat ronpeiigfa gemor: 

En, haar gladdc keden, fchor. 

Maar daar lie ik alt Sabyf^ 

Met het open hair verfohiinen , 

Maaghden die door langgeTley 

Steureit al dat v^ldtgefdurey: v 

Om te IHlIen deie bnyen 

Laateo zy sidb dit verlnyeo. 

Eedle volken , die Tertttirdt 

Z'^t voor *t 9«ik tifi 't ptdk der aard, 

D'eere die n dOtft kyakWeltg 

If wel met gemo6 te deelen. 

Hoomer en Toibaan en Vrank 

Moet genoegh zijn , dat de klank 

Van de Conftantynfche nooten 

Hem te weenigh docht te vlooten. 

Zoo zy niet geraakte me^ 

In bun voile taalen t'zee. 

?ijn geboorte, dat »« een ander. 

Nie- 



d by Google 



156 MENGELDICHTEN BN 

Niemandt alt de Nederlander 
Heeft da^r ietweg^ eigent aan. 
Hollandt heeft hem hooren flaan, 
Hollandt hooreo geven knipjei , - 
Met de teere vingertipiet , 
Op *t getaakel vaa de Init , 
Effen was zijn xaigen nit. 
Hollandt zal b vel verhaalen , 
Hoe gepaarde Naclitegaaleii 
Voor een flaapdrank fchonken hem 
Haare fchelle waaterdem ; 
£n, met op en af te vliege*,, 
Deeden hobblen in de wiege 
*T kleene wicbjen; dat, al eer 't 
Haare lijmen had geleert, 
Scheen , aan lijn gefnikte krenntjef » 
Bezigh ^et gedicht van denntjes. . 
Lijdt dan dat daar roem af draagh 
Het geweft van »• Graven-haagh. 
'K zie dat ieder vat de leflen 
^an de Rey der Zanggodedfen * 
En zoo rat zy vie6. gebod , 
Al de gramfchap van de zod. 
Maar zoo groot een twift met dicbten 
D^oogelooze zanger (Hchten 
In zi||n eenw kon : en n« we^r 
Crooter Hayg«ni all Honeer. 



DANK 



,y Google 



B Y S C H R I F T E N. i^ 
DANK HEBT 

VOOS. SEN 00XDB19 AVOMDT YAM DBN BBBUB 

CONSTANTYN HUYGENS 

GBWBN8CRT IN M}jm ArWBZBM VAM MVXPBN* 

Wegb ghy, die Toor bcuzelln^n 
Hondt het wonderlgke zingen » 
En geen* dichten toevertroawt. 
Pit zy ooren maaken 't woodt, 
Ooren maaken harde klippen , 
Vaak hoorde ik Cdat '•meer} de lippfio. 
Van geboomt, en fleilen iteen 
Kallen naa gerymde re^n* 
Menfdien woorden hoorde ik vaaken 
Banwen naa van layen daaken ; 
Xalk ook en gebakke klay 
Zoo langtongt zgn als de lay. 
Bergh en daalen liaadigh ^onwen 
Snaatren, konden zy onthotiwen 
Hun gehoorde lea, zoo fraay, 
Als een Spreeow ofc Papegaay. 
Hy die 't Moye mall zoo klnftigh 
C*} Loofde, vondt'er zoo vernuftigh 
Dat z*han' lei onthielden lang 
Drie maatflaagen van een' zang, 
Vafthart meen ik. »T was ten tijdo, 
Als hy Golf zyn' brnidt ontvryde, 
£n het hnwlik maakte klaar, 
TufTchen O^eaan en haar. 



<*^Qpfrifsftilit. 

Digitized by Google 



Ttou 



i$8 MENGELDICHTEN Bit 

Tronwe zijne reden fnerpen: 
Zoo Weet hy 't h*to in t» fch^rpeik 
'T komt niet fiaftgh by leerlings geefl, 
Dikwqk i» Se neeiltr *$ moelU 
Maar wie dacht , dat hy zijn klaagen 
2k>ad* doen h«ageii , veertien daagen 9 
Aan die groote grove romp , 
Dien'er meenigh fchonc voor plomp ? 
Aan dien flapel raw van nioppen » 
Dien de baaren d*opren (loppen* 
Baaien vitt bet txddet tchit, 
Dat daar op t^il Q^'t nitfpOfttirt. 
Meqr, nocbfani, di t^dvef ireeise. 
Van *t onziglibiltf bos g«leg«* 
Met zgn toppea tvdfedht, 
H<Wrf * i?6cpctf tf^er Vecfct, 
Heftelgken v6«f litft weeneft 
En bet fleenen vafl de fteraett 
Tegena tirtndt eft tegiM^ ftraoiti, 
My te moet Ufl trieifleif f oo«. 
Daar verhaalden tf ITafl fSr^Wf 
Woordjet zoeter <li de b«fburt, 
Zoeter alf de nteitire flofl, 
Dien de Doitl te Dordrecht lo/ft 
Daar verhaalden tfy t^h dennen. 
En z^'n kenden en t^n kretmeit. 
Met een opgelteeken kfok, 
Hallef etrend, of^ Heel jdk^ 
Cm dat, eer ^n ja^t de fbhooten 
Streek, het zagli zijfi (leeven fboten. 
En moefk vuitfi over ftunf , 
Groetende, irut veff, den nrant, 
Daar de Velzef oflgednldea 
HoUandts Overheer o^hnldeo: ^ 
- £n hoe deeze bijftre rtmp 



OVer- 



d by Google 



B Y S C ff k I F T i N. 139 

Overmitt mijn aficijit qnariip. 
Vafihart^ weet ghy met uw* ftemmen. 
Zoo te firetlen , zoo ce keounen 
Eenen lleenhoop wUdt en woeft. 
Tot , zy »t hebben orerm^eft 
Met uw' klaglye* nit te fchild'ren? 
Weet ghy met nw» «aflg t»ont#ild»reii 
Steen , die ila£gfa met hnn geroet 
Waatr'en windt den ko|» maalt kroetf 
LichtUjk zondt ghy dan den tianen 
Van de Zoider Meerendnnen 
Leggen 't vnnr Hoo saa , met ikioy 
Zingen, dat z* a! *t iru van 't Coy, 
Op de^n , om wit woordtjei bttitea 
Het bekoorbaaf oior te fltthen : 
Ala die dmgh vol katte(|titeit 
Eert^'dts leefSe tt#t s^ ittaiei* 
Ik verlekkcrt op «fW Vleytn , 
Voel d6 vreeze voor verleyen 
Scaan in OHiiaen boesMi flUt 
Uwe keel heb al httr wiU 
IVIaar it 'c rete dat ih Ml- noMen 
Tegens nwe belghzncht, boeten 
Brenken, die dot K^oAthHt fliadt 
Oft het renklool Ink begaat. 
»K was verieilt aad Ciw^ ftatett. 
Die , met haar vergffte gaten , 
Bey bcdaaghdiheidt ende jenghdf, 
Wentelt In een veitetja vKft!gE<ft, 
Tniffchen , teemen , £le^en , flaapen 
I« het oorlogh daar. J)at waape^ 
Ik en Icerde t'geenef tijdt 
Voeren: en in znlken ftf^dt 
Had ik noit oft hart oft handen; 
Bet myn* ooireii waiteftanden 



Naa 



d by Google 



140 MBNGBLDICHTEN en 

Naa de lekkerny van een 
Kort ontbiijcen uwer re6n. 
Ah naa , wac men op kan zetcen 
In een bruiloft, in bankecten 
Bruilofts taarten , die zoo wel 
Meenigh meflen nit z^'n vel. 
Maar wat is 'c? des Weereldti winden 
Zljn in geenen zak te binden. 
Betes, zomtijdts Ipopen tan, 
Daar zy dry ven , alt vergaan. 
Waart ghy my in tijdts vericheenen 
Fafie ftar^ ik had daar heenen 
Daar ghy leidde , loop gewendc 
En is 't dat ik hier ontrent, 
U een reis magh zien gerezen . 
Dan zal »t die goed* avondt wezcn, 
Daar vm zang van heeft gerept* 
Ondermflchen veel dank hebt. 

OP X>*INTftXA DBS. KOKXHOJNIIB MOBDBft. VAM vilANK* 

R^K T'AMSTBU>AK) UIT BBT LAT^JH VAM 

DBM BBBR. t^AfPAB. BAUUBVf. 

D$ Stadi j^etku 

Met znlke eerUeding, als der Heidenfch' Heiligheden 
Geachte moeder, door der Phrygen la^idc en ileden, 

Gevoert werdt , en geviert alomme waar zy quam ; 

Bewellekoom n nn ik, nygend Amilerdam, 
Hooghihchtbre KoninginI vaar in ter goede flonde, 
Verhef uw hel gezight, en zwaai het oogh in »t ronde. 

Al watghe aanfchouwt, iswinlt Mijnkerken trow van kruin, 

Mun» buizen, haavenen, bewijzen mijn' fortuin. 
Gewoon, op houten ros, door zout, door zoet le draaven, 
Ontfang ik in mgn' fchoot de koftelijkfte gaaven 

Van 



,y Google 



BYSCHRIFTEN. i|t 

Van Ooft, Wed, Zuid, en Noord, die^ik dan ommedeU. 
D'ouwde en de nieuwc wer'lt, zy ftaan hier beide veiL 
Dank heb des Qw gemaal, die troofter der verdrnkten, 
Voor wien 't heel' aardtrijk beefde, en tile bergen bakten. 
Dank heb nw' Majefteit: dank heb uw groote zoon : 
Die m'hunne gunft en htndt tot deze fleig*ring bodn. 
Doch , is »t wat grooters , godn , en Koningen , en helden 
Tc baaren ; laat by u , zoo veel mijn ootmoedc gelden , 
O Moeder , allergrootile , en zonder weder gad « 
Dat aw' gewenfchte jonll my nenunermeer ontftaa ! 



op DBM MBOB&BnXTtCBBM KBMDTB&IBV-fCBftJJVBK. 
VAN DBM BBBS.B 

DANIBL MOSTERT, 

OSHBXMSCRB](JVEB DB& 8TADT AlISTBBDAM. 

Kloel^^ vondc der reisbre fpraakco , 
Die haar ftomheidt hoorlijk makcn , . 
Meenigh, honderdt mijlen veer ; 
U toewjjd' ik d'Opperheer, 
Onder al , wat 'a menfchen liften 
Uit hun brein te pnuren wiften. 
'K zet geen geelUgheidt zoo hoogh, 
Als dtt loi(fa^;n in het oogh. 
Maar, tot Boch toe, was die praaten, 
Ia ons HoUandfch enkel blaaten , 
Van een wildt en laf gelnidt. 
Dat het voortaan innekraidt. 
Zyne. zianen , ten verilande 
Lieffielijk b«lezen , van de 



Smaak 



d by Google 



942 MENGELDICflTj^N sn 

Smaak der w^lgefdukce klank : 
Heb de fchrandre Moftart dank : 
Die ons geur vaa (c^ft leert keonen^ 
JSn de Nederduitfche pennen , 
Aardigh , met de fneedigbe^n 
ZiJQS vernufu , dus heeft Terfhe^ii* 



OP HIT ORGBLB1.I7ZK VAN 9BN RBBBJfB 
VAN ZUIZ.XCHBM 

CONSTANTYN HUYGENS 

B.IDDBR, RAADSHBBftB BN OBRBZMSCRB.TVEK. 
XJ^BB. H006HBIDT VAff O&AKJB. 

Wie vlijtigh »t oogh op 't boek der weereldt velt, 
la elke Ibort van fchepfels vindt gefpelt 
Des Scheppers lof. De byen en de Mieren 
Getuigen 's met haar' geelt. De domme dieren. 
Van groot tot kleen , jaa d*alderminlle worm , 
Verklaaren 't met gefchiktheidt hunner form. 
'.T onroerend* tnigh, de leevenlooze diagen. 
Die zeggen 't niet alleen , maar leeren *t tingen. 
Het drooge been , bet dbrre boat, bet tin » 
Verheft zljn* (lem» en zwaait des nenfcben cin 
Tot deftigheidt, tot ootmoedt, tot eeibiediag 
Aan zynen Godt| met wonderl^ke aitwiodiag 
Der woeiHgheidt : en preekt in taal , verlhan 
Van Noor en Moor, Oofl- en Weft-Indiaan. 
Dank beb *t vemuft , uitvinder van de kctlea 
Dei Orgels , dat de zielen weet te flreeltn , 
£n ment ze , met geneugbte , tot bet paik 
Haar beils. Het pleit, gevoert om 't ilim gebniik* 
Waar nit voorbeen veel aanflootf WM gerezen , 
Heeft Hnygens no beflecbf ; en 'eB^t geweezen. 

K.OEL- 



yGoiDgle 



BYSCHRIFTEN. 14) 

KOELTE VAN ANTWOORDT 

VOOK OF IN NAAM VAN JOFF&OUW TfiStBLSCHA 

VI88CB£&»9 NIBUWGBHOUWOB MET DBH 

HBBR. A£AAB.D VAN KROMBALOH, 

-0 P V U U R. E N y L A M 

VAN DEN 0BE& 

CONSTANTYN HUTGENS, 

VORDBRBNIA RA^JC VOOHftBAAK BT JOF- 
FB.OUW MACaVB^T VAN KAFHBM*^ 

]^]^uchtre.iDOiMit|e, mionevtftcrt. 
Hoe komt a vroaw Yeniif baflcrt 
Vui geloopen in hec hooft, 
Dat n teffen* z'qn ontrooft 
Loddertong ea troeteltaalea , 
En ghv hullep in moec- kaalen, ^ 
Om voor ii te honden H woordt 
Afgerecht op maaghdox^naioovdt. 
Wilt ghy die m^n* j/rooodcn voocden 
Strekken, die in fiiik van koorden 
Lokken andere enden, (moyO 
Wijzead* ban den vr^gk te koy, 
Daar my in ee^ C*^ Adiaar lokte. 
Die zijn hartjcn ovecdokte. 
En t$ gijtfel ilelde , dtt 
Het bedenkriijke padt, 
Dat zoo me^nigh. end^ dofC fcl^ytf n , 
My met lieffelijk verleyen 
Zoud' , d«or allcr wftddpa oefl , 
Brengen daa^ ik vesen aoettf 



( * ) Letterverzetting van Alaard. 

Digitized by Google 



Woof- 



144 MENGELDICHTEN en 

Woorden naghtiglL om bezweeren » 
Quaadt van buitene te leeren, 
Zya noit opgezocht door my, 
Uit Armidaas boekery. 
Noit en hcb ik neus gefieken 
In de fnod bibliotheken 
Van Med^', oft Circe. Trek 
Om van vlees te maaken fpek 
Had ik noit. £n zoo myn gorgel. 
Die gby prijfl al waar 't een orgel, 
let kolachtighs heeft gezeidt, 
*T moeft my wezen aangeweidt. 
Speelnooti van de groote dieren 
Die het hemelhol bezwieren, 
*T voUek dat den grooten krccft 
Oft den flier bereden heeft, 
£n die woefie dang van llarren 
Onder 't ooge kyken darren , 
Waar de man , om met de mats 
En haar geellen om te gaan : 
My zond', midden onder *t kallen, 
Lichtelgk de moedt ontvaUen, 
Zagh ik hooren maar, oft ilart. 
*K ben een soetemellex hart. 
Dies n pafte befi het vloeken 
*T zingen moefi ghy eens bezoeken, 
Dat zyn woordt me6 reftlijk doet; 
Hebt ghy tot gcen zeggen moedt. 
Laat voor Machtelt nooten krtaken , 
Die nw meefterfchap verzaaken 
In de min, daar A, Be, Ce, 
Hooger is als Effen, £. 
Hiet de ftraalen, die van bniten 
Op nw ftaalen oogh afflniten , 
Nevens 't helft van aw gezicht. 

Via- 



,y Google 



BYSCHRIFTEN. 

Vinnigh vliegen in haar licht : 

Even als de fpiegel draaijen 

Doet , de maan oft 2onneraai[j«n , 

Heenen, daar ze 't^iaiwicht wendt, 

£n de klaarfle k^'kers blendt. 

Lichtlijk coud »t dat licht verpcntren, 

J)ttt haar harfleoen aan 't leutien 

Raaien moghten me6, gel^'k 

»T net doet aan de Volewijk, 

Dat van boven* t'onder fchiey beeft , 

Als de gootlingdonder vier geeft, 

Mogelijk (wie Weet?) door deezeii 

Dat 2y raakte t'oyerieezen 

Uwer zwarte klaghten grol; 

£n die bijbel in haar bol. 

Lnkt dat, 'k wed a» uit vreei voor vallcn 

Van de finalle bnrreghwallen , 

Voor de befte bnurt aanfchouwt 

»T lof der linden in 't Voorhouc 

Lichtlijk dat haar niet aoud vaaren 

Het veryaaren , door de haaren 

Van 't onminnelijke meer 

Dat »er leidt in 't Leider veer. 

Vaftaartje , beleeWe baasje , 
WU je nu jnid op een aasje 
Wcegen, wat ik my nishad, 
Toen ik « te brniloft bad ^ 
Aan det Yg en Aamflela zoomen? 
Zeg me, wie zoud» darren dr6omcn» 
Wie xoud' darren denken , dat 
pogenvlam zond' konnen vat 
Op nw fchootvry bonjen vinne», 
Dit? de baarelyke Minne 
£n sgn ichicht noit meer op M, 
moon IL G 



145 



D«i9 



,y Google 



146 MENCELDICHTEN en 

Dan ccn taaye Ddrrepee ? 

Hebben niet afs dnifYK kldnren 
Mogen rnwen huidt gd)ieuren , 
Neemt daar innc geeii verdriet. 
Koop en rri dat breeken niet, 
Vaaken za|^ ik 't meisjfen tafteft 
Naa de karfTen brohift van baiiea 
'T heeft zoo wel verlbndt daar of, 
Als de grobtile van het hof. 
Zy behoeft u niet te bleeken. 
Bruin Iff Mank be(! af kati fleeken. 
Laffe fchildera vinden 't hart. 
Konfligh diept men wit met zwart. 

. Bebt ghy niet te Tcel van dniten ? , 
Dat doet meeai^ hnwlijk ffniten. 
Maat in geldtk^ hiidt zoo wel 
Niet , als maat in zai^gkappiei; 
Maat in srw^gen, ihaat in kallen, 
Maat in wgi 2^» itiaat in mallen,. 
Maat in fpijze , maat in drank , 
Maat in fHlflaan , maat in ganlr, 
Maat in winnen, maat in waaren, 
Maat in fpillen , maat in fpaapen , 
Maat in moede , maat ih itAn , 
Maat in zuchte , maat ill zin , 
Maat in Oaapen , miiat in Waaken , 
Magh men niet vt)or fcbaadlijk laalrefi. 
Overmtfat vitii iaooiij baiatt 
Om te wordfen metsfenr mftat. 
Wil je jaagen zulk eeft Wildtje , 
Laat haar^ door uw giridfen briltj* , 
Niet kleen zandt , oh airtfer gruts , 
Of de fdrofouBwidt vaa Ipett Mi , 



,y Google 



Maar 



B Y S C H R I F T E N, 147 

Maar tot onder in den rijktti 

Welgefpekten gtl^dft ^ikea: 

'K wed n , dat dnknit ea kroott 

Straalen als mijn brniloftstreoiw 

Kondt ghy 't ^aasfen daar nta gettea 

Dat g^udtgnldens pilloletten ' 

Werden , 't Tratr noch wel 100 goeck. 

Zelf de Mingod , weet ghy , movt 

Hebben , zoo by brandt zal fHcbtCtt 

Goude doppen aan zijn ichiehttn^ 

Belght n dan niet dac ghy zondt 

Weenigh opdoen xonder gondt« 

Laat van geene zeedfgheldea 

U altooi zoo ver verleiden 

Dat ghy minder zegt jri# »c ifc 

Dat wtar ^t heele doelhirit nkte; 

Vcel van lettren te gcwaagen' 

Die ghy hebt te IQf geflaq^ , 

Weet ik nanw , of 't ii gert€m 

Letters doch voor letters gam , 

En zy letten «ieeft de vromren , 

Heb ik Katzen les onthovwen; 

Die ten oorlogh- heeft het boek 

Doen ontzeggen van den doek. 

Eevenwel en zondt niet daei«ii, 

Dat gh' haar averechta koadt l«em 

T'zaamenfpellen tot ^n Hm, 

Uw' hooftktters K, V, M. . . . 

Maar wie pli^h das voort te ftnivea 

Als i)c doe ? die zoek te tdkiAna 

Van my hnwlijkmaakeoi laft: 

£n, ik hijlikmuk ^ vi^ 

•T welk, wttnneer »t my fchoeo mogfat vocgen, 

Schaimte moeil nochtans my wroegen, 

Dat Sk oflderwijs, die wis 

C 2 Orer 



,y Google 



Y4t MBNGELDICHTEN in 

Over ftl mijii wijzer is. 
VeniU'kindt> de. loose floolcer, 
Betren p^'l in nwen kooker 
Vinden kan^ dan ik n sen; 
Al en waar het maar nw» pen. 
Ghy zegt; zy zich niet begeeven 
Dar te luchc, om hoogh te zweeven, 
£n maar maatel^'ke vaart 
Weec te maaken by der aardt. 
Schoon men fchill' 'er af de veeren , 
•T vliegen zal zy niet verleeren , 
Aardend' altijdt naa den grondt, 
Daar ze , toen ze wies , in ftondt. 
Jaa, dat meer is als ze fpeelen 
Voer ten hemel, naa te queelen, 
Leide ik haar noch toe , den zwan , 
Die haar aan zijn wieken wan» 
Woordtjes zood' zy op die w^'zen 
Lichteiyk zoo hoogh doen rijzen 
Dat l\et galmen werd* gehoort 
Tct ontrent den ( ♦ ) Hoogen Oordt. 
Moghten opgezonge fpraaken 
rr Vampeiftiooft die ooren maaken, 
Daar ghy wilt dat ik by vat; 
Wei bequam u *t hoefdaghnat. 
Want al kont ghy, oft aw* Hppen 
Niet en ha4den mogen fiippen 
In 't gewiekte paardt zijn bron ; 
Noit in my dat koomen kon. 
Recht daar tegens , ben ik reede 
Op een lutjen naa, by eede 
Te verklaaren, dat ghy nooit 
Zoo veel wijns en hebt gepooit, 

C* ) £en /floats aan U r, fet Amfliriam, 



,y Google 



AU 



B Y S C H R I F T E N. 149 

All van deeze vocht geilobbert. 
'K zeg, gfay hebt'erin gclobbert; 
Jaa gedompelt uwen-kruin. 
D'afgcloope droppen brain 
Van het fmetten nwer haaren, 
Ghy in eenen pot vergaaren , 
Wei Poeetfch en potflgh, gingt. 
En ons fmeeren aan , voor Inkt. 
Coedt hebt ghy dan blonde kuiven 
Met Poeetfche fchaft te kruiven, 
Datze blijder blinken fchier , 
Als de kant van uw papier, 

Welgefchaape zijn nw leden. 
Treffelijke tooverreden 
Dunken uwe letters my. 
En uw ftarrekijkery. 
Maaken kunt ghy groot getokkel , 
Met uw' ongeknoopte knokkel , 
Die de fnaar manieren leert. 
En uw keel is wel gefmeert. 
'T roUen van uw koppelrijmen 
Heeft de kraft van afgodt Hymen. 
Windt zijn meisjes. 'T moeft'er gaan 
Zeldzaam, bleef ze in »t vriesgat ftaan. 
2egt ghy dat nw gaaven meer zijn- 
Niet als van haar glans de wefirfchijn ? 
Goedr. Het is wel eer gefchiedt 
Dat van wedrfchijn ijs ontliet. 
Zoud' het als een ooven gaapen, 
Dat ghy zijt van haar gefchaapen? 
Dat waar veel. de liefde is fterk. 
Die men leidt op eigen werk. 
• Vleidt ghy my om Alaards vleyen ? 
Een apteeker, aan 't bereyen 

^3 Had 

Digitized by Google 



X50 MENCELDICHTEN bn 

Had den dagk van doen, niet mitu 
Zoo veel krnjen gaan'er in. 
Al 'c-gelaatje (lond belaantjes; 
Halve zuchjes, heele traaatjes; 
• ' Stompe kusjes , Ionises (hecgh ; 

»T raeefte zeid' hy, als hy zweegh. 
»T vuur en moet hem zeer niet bijten , 
Die zoo luide brandc kan krijten) 
Door ecn keel, daar hitte in haart» 
Wil geen* ilemme bovenwaart; 
Dacht ik ; in 't gela«t van deezea 
Kunnen enkele oogen leezen, 
Wat in »t hart gefchreven ftaat. 
^aart ghy in dea Haagh zoo, maac? 
Kunt ghy daar in 't voorhooft fchettien » 
Duid'lijk zien de doiilre lettcen. 
Van het harte , koopt ghy geen 
^ Glas , geen glai ? ik 4enk wel neen 
Glas en kriftalijn tot bnUen 
Moet ghy boopea gelds in fpillen. 
Zoo ghy *t hart eent op wilt flaan > 
£n doorzien de biooeblato. 
Alaards woocdelooce praatje 
Meefl J^eeft ttitgekipt het jaat|e , 
Dat was }aager all mijn krop 
Lagh als in een yjeodop. 
JBvenenrel ik kan niet zeggen 
Dat ghy 't ook coo aan moet leggen. 
Hachelijk waar zolk een raadt. 
Wat weet ik hoe zy 't verflaat ? 
leder eeoe moet men zoeken 
Naar haar aaogezicht te dpeken. 
Miflijk oft zy waar geitelt. 
Op wat woorden voor haar geldt. 



d by Google 



Vaft- 



B Y S C H R I F T B N. 151 

Vaftaartjcn, hoe 't zal gelukken 
Zoud' my kcmA lijn 'oit te drokken , 
Altijd is het viaagen vry. 
En het weigren flaat*er by. 

Zoiidze salk cen* fkaxem af^aaf 
Neen set'^^iet gh*h«ar Voor zoo ibraf aaa? 
Jaa zQizy gelooft te laauw. ' 
' Neen ze ; Vaflaart is te gaauw. 
Jaa ze : z^heef c geeo' zia in zoenea. 
Neen ze: Minnezoa doet groeoen. 
Jaa ze: z'haugt baar' isoeder aan. 
Neen ze: d«| kan oveFgaan« 
Jaa ze: «H9 te joi^ Van jaase^. 
Neen ze: ioag^tid jEiet ai^ faareA. 
Jaa ze: zy ^oekt mai^^tdepBUlof, 
Neen K*! feo ledor ileekx qaar 't hof. 
Jaa ze : z'jie^t t^ veele kroon^n. 
Nfies z*^ hf 4«agb 4e 9^^ wel ti^opea. 
Jaa a' : kf b^ft dM 4a^^ veeL 
Neen 4F^{ '( if h^ §98ii fcbeeL 

AU 'c u 9qf^t afui Jaa ^ebreeken , 
Lijden zoudf gby^ zoo ik meeti, 
Vadaart , u oe^ -doc «ea ^ee-o. 

Zoetjeg, Uief wa(, m^h een wooirdtiea> 
Ik u bijten flioet iq 't oorQfin, 
Dat mljn boof|eg Taaunelfad 
Schoonijes Cchxr Yeigeteo ha4. 
Spreekje *c neisjeji blond vaq ]iaaren» 
Part voor al b^ar te voilaarcn » 
Klaafde? , di^i «hy 't jay bediedt, 
Valhart, 9ft ^hy »t me^it oft niet. 

G 4 AAIt 



d by Google • 



152 MENGELDICHTEN bn 

▲AN DBN HEB&B 

HUIGHDE GROOT, 

OF 't BBaOBPBH VAN TWEE I.BBRAA1tS TER. 

OOO&LUCHTIGBIL SCHOOLS, EN ZIJN' 

KOOMST TOT A1CSTBBJ>AM. 

Sint hW geluk ztjn* opgang nam, 

O, hooghgereezen Amficrdam , . 

En trof nir' eerzucht noit het wit , 

Daar nn haar' heerepijL in zit; 

Naardien gy^u gingt ftellen t'fchrap. 

Tot winft van waarde weetenfchap. 

En t'uwer onderrechting riept , 

Twee helden, die der dingen diept 

En fteilte afpeilen op cen prik. 

Van *s hcmels kruin in »t hart van *t flifc. 

Noch mangelde aan uw grootheidt wat. 

Tot dat hec Delpbifch pnik in fhtdt 

Qiiam florten uit den boezem Goodtt, 

Hier mede zijt ghy bniten (choott 

Van 't alverblindend onverftandt. 

En midden in de zon geplant 

Dcr gloory en voorzienigheidt. 

Kent dan uw' kan«, eer datze dreidc 

Een aardekloot veryiert en drukt 

Het fpanfel nwer kroone. Rukt 

Die blaauwe perel van haar' top. 

En zet'er »t oogh der wijsheidt op 

Den overgrooten Huigih de Groot, 

ApoUos dierbaarile kleinoodt , 

»T welk glad doorkeek, wat Griek, Latijn , 

Egyptentar bekent moght lijn ; 

G«- 



,y Google 



BYSCHRlFTfiN. 153 

Geznivcrt boven dien^ is me6 
En afgefpoelt » in alP tie xce 
Van 't hof der Franklfch' heerfcfaappy; 
Daar eeuwigh gatt zoo beet een* ty 
Van wereldwiffeU eb en vloedt, 
Dat het een dwaas kan malcen vroedt. 
En fueedlgh flijpen door *c verzoek , 
Veer beter dan 't gelcerdfte boek. 
O blaakcnde vemuft ,. zoo puur 
Al8"*t rookeloore flarrevour, 
Wanneer hem wolk noch fchadnw lee! 
Gy ftelt aan krijgh ea vre6 de wet ; 
*T wargaaren van 't gerecht gy fchilt; . 
Verliclit de duifternis der fchrift 4 
De naamen die uw lofverbreidt 
Vergoodt gy met onilerflijkheidt. 
Oft eeuwelijk onzaaligh naakt 
De geene die uw oordeel wraakt ^ 
Baart wonderwerk by wonderdatdc; 
£n altjjds even zwaoger gaac 
Maar alle wondren flreeft verby, 
O Lief der deqghde, dat, daar gy 
Die groote wonderen bedr^ft. 
Zoo klecn ooch by a zelveo bl^ft. 
Dan mits dat ghy a dus vtmeArt, 
Houdt zich der £ng*len fchaar vereert, 
Met zich te draagen onderdatn , 
Aan n, en fiaiglu ten d^aft te ftaan^ 

1^3. 



Gf KLAGII' 

Digitized by Google 



154 ^ENOELDICHTEN UN 



K L A G H T £ 

PER PRXNSKSiE VAN ORANJBN, OVaR »T OORtOOB 
VOOR *» HARTOOBMBOSCa. 



Schoon Prinfenoogh gewoon-te flonkren. 

Met xaiver' hcmelvUm ! kan ook 
De grimmlgheidt , u dan verdonkren. 

En fmetten, met een aardfchen rook? 
Wat toght verieert die glinfterlicliten 

Hunn' zoeten zwiert 
Om Hever brandt van Mars te ffichten, 

Dan Yenirt vier? 

Zoo gloory«ii«kt ow'^nnen prikkelt, 

Voert , in trionf , mija' flarcrny. 
Een krani van bloemen My gefpikkelt , 

CGeen laowergroen en hecft*er by) 
ZaJ ik u vlechten, heel tloorwaaffemt , 

Op nleuwen vondc. 
Met geur, mijii handq'em ttngeaaflTemt , 

Van Qwen noodt. 

Op gonde Ielyen« en flraaleo, 

Ltat trotftn FvanCche eo Spaanfdic krooR. 
Om daar een perrel af te haalen, 

£n ifcreef^ soo niet, door duizendt dodn* 
*K sal d^lw* al tardiger doen bltken , 

Van Ae&, tot Aed, 
Jrtet traantjeoa danwend* op ntijn' kaken, 

Vit mina^wec:* 



d by Google 



Ik 



BVSCHRIFTEN. tS5r 

Ik poo^^ H g^ed^ vast mija* licfie 

MifTchien te koelea, voor een* lloadc , 
Kon t4j|»taBg *t flksjen , dae my griefHt » 

Wtt trekken ait «le diepe wondt, 
Miar 't ichi|iit gewe^rhaakt., dii U 't mtagsL 

Helaas! mijn hart 
Voelt makUjk iawatstt gaao. den angel « 

Te rng, met fmart. 

Mijn* zughjeai^ tedere getolgeft 

Van d^ongeneexelijke quaal« 
Die plagh uw open oor te zuigen. 

Nn floppen 't kooper, ea metaaL 
Terwijl ghy breidelt d'oorlofhakaoflea. 

Met wal en graf , 
Trompet en fcbot C >ch aiae > (ckaniTen 

Mijn* klaghten af. 

Indien ^t n Inft , Jupijn te fpeelen , 

Zijn*^ vriendtlykhe^n te volgen traght. 
Zijn hoogtille lof in menfche keelen 

Nocbt dondex ii t nocht blikfemjagiit. 
En beter, dat fflijn fmijdi^ fmeeken 

Uw haft verfraay, 
Dan in gedruis , van flaan en ileeken » 

Het vtldtgeftbraai. 

*K hoor alle daagfas vsn verfche dooden 

Geyelt in hoi, oft galery. 
Elk overlijdt aan etge looden ; 

Maar aller koegels iq,oorden my. 
Want ik my elkmaala voel be^eefen * 

Alf van een pant. 
Die denk: op 't hooft met witte veeren. 

Was dat gemant. 

G« Wat 



d by Google , 



tSfi MENGELDICHTBN iw 

Wat mobght ghy, die ii niet en zoeken; 

Beflooken , in hun Yoorded , gsan. 
Zoo veel en if *l niet waardt, de vloekea 

Van heel Ktflilje , op zich te ladn. 
Denkt liever , hoe Mtdril zoud' Itoffen , 

En zyn verquikt, 
Vernam *t, van fcherp te syn getroffea 

U. Achlny fehrikt. 

Maar i« , om lief, om Ejf , pm leven , . 

Om kindt , om soon van vaders naanr» 
Zoo veel, op veer naa, niet te geven,^ 

All om een» gloorjrrgke faam , 
Zoo gnat my dtt ik met n lijde , 

Door koudt, door heet, 
£n voeit my by *t rappier c^ silde^ 
Waar dac ghy treedt. 

BIT ALDUS OVBRGEZST IIT SPAANSCR 9. LOOK BBlffflt 
90RTUOBES. 

C A N C ION 

»B LJL PKUrCBfA 9E OKAMOB 9 
f OBRB KA FARTIDA ITBI^ PBjafCTPB A BBL9UQ^B«. 

princtpe noBh y apazsBJe 

Tan blando y dulee tn tt mirar ^ 
1^9 m$ direys como ts possible 

Ser amorojo y petgar 
^Mt ley que fuerfa es eblig» 

A tal rigor , 
D# querer mas gU9rra entm^ie 

Qutiproprie t 



Si 



d by Google 



B Y S C H R I F T E N. . isy 

Si prettndeys, como ymagino ^ 

For gloria y Hen mio fuj^lrar^ 
Marchad que y mi determinOj 

Hdzeryoi delta coronar 
Una corona mas preciada 

Que de laurel^ 
Dari de flores adornada^ 

Mi pecho fieh 

Si de la corona d*EJpantta 

Jlquejia per la defeaySy 
Mir ad que el ahna vos enganna^ 

Si a tantas muertes la pagays 
Dexalda ejtar per que mis ojos 

Os pagaran^ / 

Que de fus lagrimas y enofos , 

Perlas haran* 

Una ahna en amor ahrafaday 

Como es pojjible fofjigar^ 
Si efih la. flecha tan clavada^ 

Qtte es Imfoffible de arrancar^ 
. Eft A paffado de tal fuerte 

Mi corafon^ 
Qutfoh curara la muerte 

Efta pajjion, 

Bien ferviriari mis fofpiros , 

Para teftigos defte mal^ 
Mas no los oys con los tiros. 

Que fuena mas hierro y metal ^ 
Teneys en guerra los euydados 

Tno mirays^ 
Que por merar per hs foldados , 

Me dexays, 

G7 ^ 



d by Google 



If^ MBNCEIr!>ICHTEN EN 

Si per el bitn de fer fmoff , 

Con Jupiter es iguaiays , 
Por que no foys tan amorofo , 

pues de imitarlo yos prezays f 
No es mej'or en mis amores 

Tmaginar, 
Que de la guerra lot dolores , 

Oyr. llorarf 

Quien puede oyr tfdos lot dias ^ 

Tanto morir fin destnayar_i J 

Nel campe y en las galerias^ 

Todo es morir y pelear^ 
Es fuerfa el alma fe confuma , 

Solo deoyrj 
Que tirar a la blanca plttma , 

IJaJla morir, ^ 

Per que bufcays quien no vos canfa 

Ni vos aflige el corofon , 
Ser caufa de tanta tnatanga, 

Por soda Efpanna no es razon^ 
Nipor Madrid ni por CaftiHay 

Hazer deveis; 
Le que por fola nna Villa 

Qm pretendeis. 

Mas ya que por amor ni vida, 

iVf por hazienia lo dexaysj 
Ni vos impide efta partida , 

Un kifo folo que adorays, 
Llevadme os ruego.fiempre atada^ 

Si me amays , 
Al lado de la futrte efpada 

Que llevays. 



Atre* 



d by Google 



BYSCHRIFT£N« X19 

Atrtyida y confiada^ 
Apart ۥ efia tsnaWf 
Por que ileva per blufen^ 
Que ha 4e fer per yet cantaila. 
Si efte bien la cencedeyt^ 
O fenwera 4e caatarla^ 
Tedos pedrate alabarla^ 
Per que ves Ja embkcep, 

Ai«TWOORD,T 

AAM imif V&YRnsft VAN ASPXBBlf , 09 TIJK QSVYCMr 
MT BT JOFFBRBN ANHB BNDB TBtSBlfCfTA 

TOBOBZOK SBN > 

B2giimende : Deez Nhnfen aUebej verfiert met r^ke gaarem. 

Sint dat de gicrigheidt naakte ooderfcbeidt van have, 
Worp eMc cen fchallik oogli op onverdfende gtve'. 
Die makkelijke winfL Jaa tt\t nen , dtc , vtrdoorc 
Met menfchenmal , ook vaak de hemel is bekoort 
Door K>fceiii9 van gaaf; en dat hy H oor genegeiv. 
Tot bodt yan offer, heefit; als anderi geen bewegen 
Aan zijnen' wfl en wai. T geloof , ten ding boo vry. 
In alle vormen pall. Maar dit ia ktttery. 
Oft is \ een waare waan, zoo zond*^ ik lic&tUjk danen 
Ken vonnis vellen,' om de bargery der (larren 
Te leggen balling 's lands ; en maakte een' le^ge loots 
Van dat doorlnchtigh hof , en all' den hemel doodtfcfr. 
En , om met waarder volk zijn'-zaalen te floffeeren, 
Kenrde ik ze weder vol van lUdders en van Heeren » 
pie wel op gaaven zien ; maar gaaven , die zy niet 
£n lichten van de plaats , daar men ze Hchten zfQt ; 
Maar gaaven van vermift, van zinnen, en van zeden, 
Gelijk de (lemel plagbt aan iemandt te befteden ' 

Dies 



d by Google 



tC^ MENGELDICHTEN^ nn 

Dien hy , tot kandelaar van vijne mil^theidt, koor« 

En drttgen doet te pronk het zweenfe) van sijn' gloor* 

Uw' oogen vierighlijk, op snlke gaaven, lonken, 

O Vryheer, die in *t hart voedt ongelefchte vonken 

Der welgeboorenheidt , en dien te dezer ilondt 

Noch de gezonde fmaak der onde denghde mondt : 

Zolkf niet en haakt de dorfl van nw' begeeriykhedea 

Naa gaaven van der aard', oft *t geen men b»t beneden 

Haar fnijdt als van haar vlees , wanneer men fchenrt baar' fchoot , 

Verlma6nde 't geen cy baart , om 't- fdienntsbaurend roodt. 

En , al wordt elk gernkt van hartitogh,t beet en driftigb , 

Schier sonder wederflandt , naa gift van goudt vergiftigh , 

Gby vlamt geftaadigh op de gaaven der gemo6n , 

Die vaaken d^afkoomft van een' menfch ontwaflen doen 

Den menfchelijken naam: gelijk all wel bewijzen 

pe geen* die ons uw dicht voor Nimfien' aan komt pryzen. 

Dies ik (dewijl z"er zijn, C^^oe qnaalijk dat bet pafl,) 

Die aan gaafgierigheidt den bemel maaken vatt. 

Van waar dai zy , voor al , beboort te zijn gevloden > 

Van n beb beter waan , dan andren van de Goden. 

OP ';r ,C0 VBRZiBRisL vam venui bm adoniz* 

I3« zwaedle (bndt van ramp » bet niterft* ongeval , 

En bitterfte nnre, fcbeen, befchooren voor 't (t) heelaU 

Wanneer, zelv' aangebrandt, de prikkelfler tot teeUn« 

Bekoopend' baare lull van fta^gb met vier te fpeelen , 

Adonis , dien zy droegb in 't barte , zagb ontmant , 

£n in den moiidt der bel geflelt door 't zwyn zijn' tandr. 

Acb, boe wordt baar te mo6 ? de doodt, in wie 't vermaaken 

Noit wief tot lacbeni toe , die krenkte toen de kaaken > 

Mitt zy d*onfteltenis der b^'ftre zlnnen zagb. 

En liet baar* unden zien als wappren naa de lagh« 

Zoo kitteld* baar de boop van 't ongeboopt verwinnen 

Op 
<♦)!)• Fahgf. Ct) Vniyert. 



d by Google 



B Y S C H R I F T E N. i«i 

Op d'tliereeuwiglifle der doodtvrye Godinnen, 
De leevengeefiler zelf. Zy vloogh haar- aan , te fel ; 
£n had , met eenen zet , verovert al haar vel. 
Daar plantte z* haar' Hevrey, cot yeegh en zeegeteeken, 
£o deed hec helder blank , met loode doof heidt , bleeken. 
Diei Venni voor een IJjk van elk* geoordeelt wert; 
Behalven van Jupijn, die kijken kan in *t hert. 
In dus een* deerlijkheidt , die *t hemelfch hof verfchrikte , ^ 
Door dien in oorfprongt grondt all* *8 wereldts wortel ftikte^ 
Ontviel, van groote vrenghdt, haar* vinnigheidt der moort. 
Zy dntte in 't wonder 's werks verwart , en vocr nict vcfttru 
In toHen ftreed de vaagh der innerlijke laanwte, 
£n wekte weder op de geeflen nit de flaanwte. 
QnJjt was de doodt haar* kani , en deifde. Matr zoo naa 
Wu Venni 'c leeven qnijt , door *t (terven van haar* ga6. 
Alf de Godin nn was een weenighiken bekommen , 
£n de geblulle kool we£r, in haar oogh, geglommen. 
En *t bloi haar* wang we«r mijnde ', en *tbla8uw haar lippcn Uet, 
Zoo werdt de tonge vlot , en tnigend* haar verdriet< 
Doch deed haar *t woede wee geen* ydele gedaehten 
Uitwerpen met e^n* floet van nnttelooze klaghten , 
£n woorden voor den windt: maar re6n, daar ieder een 
Kan worden door gefiicht, die ooren heeft tot -re^n. 
Acfa minnaart ! zeid ze , leert , dat wie zich gaat begeeven 
Met errenft tot de liefd , die leeft een dnbbeld leeven ; 
. Het zjjn' en zqnes liefi. Hem trefc haar not en noodt. 
Wie dnbbeld leeven heeft, die flerft ook dubble doodc» 
En ghy, die wijilijk zoekt te vlieden het verfteoren, 
Te blijven buiten vrees , befchut te zy n voor trenren , 
Voor eigen reekent n van *» wereldts goedren geen* : 
Dan die alleen gebraikt loshartigh, als te leen. 
Matr ghy, die wordt gevolght van goddelyke minne, 
Gevrijt van *s hemeh Hem , hoe zet ghy uit den zinne 
Zoo lichtlgk *t opperfchooa , van *t wellek opgetilt 
Beboorde nw geell te zijn ; en jaaght op weieldfch wildt ? 

Zoo 



d by Google ' 



I^ft MENaELDICHTEN en 

Zoo deed Adonit ook. Men heeft geen' <^e (chooceii 
Voor ganjOeoi van om hoogh. Have fcheen* de (Uiren ilpoten. 
Verfchijnt'er aardtfche lull; daar brandc men viejrigh been. 
Dtar coont men sljnen aardt , en fpeelt liet drooge veen. 

AAN AR9S<(« 9 1?ATZB Q4ARB a^X^N 't X4CHT QVNME. 

Gby Qoghjen onzer eenw, vier leden, reden* seden. 
In vnendelijken ifa-^'dt yaa haar* bevallijkbeden t 

Om voordel ilaadeljjk c^n d*een' op d*Ander* uit« 
Waar tQC verbiedt ghy »( licht van nve j^jm %e liduen ? 
Doe klinken op den swier der goddel^'ke dicHten t . 

£n zeegen d*Mxde net du hemelfche gdluidt. 

Ghy «nU K»lUop« met qwecleii overtreffcn , 
Indien 't nw' (iemme lu0 haar' tooncui te yerliefeo . 

£n viu> difio eedlen geeft t0 toonen ons de nmctht : 
Wur 't «un«r qqiaq JU>(« iU if de g(u;gel Jb9«iii«s« 
M^'n vlotte geeft gefoh«ept op gailetntode gee^tf 

Van nigrf^o n^ vpcr been verdvJiJofio ia de Incbt* 

AaB«ju( 't liAdt gedanwt oU ow' gebseisde Upp^Qt 
£en' luf^lyke luim bmgbt m io Noord£phe kl^peo, 

Qkn eenwigh z^ud* die laob in *i( aa^zicbt h^jven iUan. 
T gediert in *c Uef gefcbal z^' ^ortn sonde weikeiu 
Ik tie 4en tpsJoop rei^di van e/Tcben «n vim eiken > 

£n al *c ge^faruik^e volk tot zulk e«n* prekf^ g»n* 

O mijn cohUne mondt ! gby zondc d^ di^ daaleo 
De bergeo en bet woudt in bovAaidy doen dwaalen. 

Zy vielen plotOgb in vervaandtbAidtf ydle zond « 
Door dien 4u zj «w' zang» x^'n wenden en zijn keecen« 
Zijn* vlngbjei en zyn' val, vcrlieft af zpuden l^eren , 

£n kaatifQ xm ow kUnk ; o m^ jcoJbJjnfi moadt ! 

De 



,y Google 



B Y S C H K I F T E N, i6j 

De fnaacrende Echp , di0 nen noit verdabblen boorde 
Mter dan de lattite re^n , viel fnaULCnd* ii de woofde' 

Van nw* gefmolte fynik ten yoUen naagedeont. 
Zoo Heart de Flocentya op vocfUijke toonncelen 
Met morrende teorb 't geTprek der geeo' die fpeelen, 

£n rclu|jn£ dtt bniine wys? op bet gedoaunel ^mme. 

Lnile n te fticliten fladt vol koninklijke daikcn , * 
Het waar' o kleene konii de fleenen vlng te mttke** 

Fabrykte ghy fleditf , zeJf 2f zooden ffauipleo op 
Zicb tot zwaadJJYigbeidt 200 braaf , dat d^eedlfi yeflen 
AmpbioQi xoQdea niet dan nedorigo neflen 

Zicb donken , tn van fcbaant* iotcekken bnnnea top. 

Ik wan ladifiB vw* naat s^'o' getoAen igwmf imAmnt^ 
In eenen Phoebvi soid mj Ucbt£[ik my T C rip —MB « 

Waar* tot zoo ^n den bteldt siqn mwmot aitt te ffoC 
Docb , wilde d'hndfg^dt Tan uw vtnoft sieb tepfi » 
Ik Wfet, nw wetenfcbap kon net mi' let ««dbbeppem 

Het juaklU maa aUeen » niaar icflkf 00k dt fof. 

Sftar wmt ik Pb«bns on betat bet if jk dte dMgtn, 
Ik zette n bovept my in *t blaakenil ran d«n wtageo, 

Ik licbte , met peraaik nee al , niia latenbptdft 
En zond* 't gevlodma lof met lokken gondi dwr tnflen 
Opofferende doen aw* zil<rre zoottjet knflea, 

Gekkkigb booftfiofaadt , waar 't kaflep' nweff voet. 

Gby zondt voor vracbt , en ik alleen voor voerman ryen. 
Voor voerman ? necn. Ik zoud» de toomen laaten glyen. 

Myn hengften hoefden dan beftier van lerp nocbt reep, 
Om »t bollen te verhodn , oft aan te binden *t rennen. 
Gby badt met dennen flecbts mijn* jagbt by 't oor te nennen* 

Uw' flesune rijden zond' yoor breidel ende zweep, 

Quam 



d by Google 



%H MENGELDICHTEN bn 

Quam menrchenbed my tot een* zoeten dagh verfpfeken , 

'K ging om een lonkjen lichts , met inlijke ootmoedt fmeken ^ 

Uw overgodlijk oogh, tot faufTe van mijn' fchljn. 
Diet 't aardtrigk baaren zoud' zulk» ongewoone goeden , 
Dat zijne burgery bad licbttijk te vermoeden 

De zonae maar een maan van nienwe zon te zijn. 

Uw* troetelende tong j met kittelkenrigh vonnen 
Van nooten noit gehoort, zond' de loitrnfte llormen 

Doen vallen op ban vlakft. All Molnt genoot 
Het driftoet uwer taaP , de worilelende winden 
Zond* by in zeemen zak , oft bun de keel toe binde^.? 

Bebalven die a naa, met bolle blaasjes, floot. 

Wat *f wereldt en wat '9 windt ? Ik zie de zeven ringen 
, Dei bemela Iniflervall tan nw beko«rend zingen , 

En bnnnen draay aan trant van dat gefcbal verplicbt : 
Uw* ilemnie noodt ter rey de grootfte perfonaadjen , . 
Die daac op fcbildwacbt (tean voor d'boogbile timmeraadjeo, 

Maakt al *t good bamaft' baira gefpoorde voeten licbt. 

Maar boe ? waar reii ik been ? mi|n geefi' door wonderwerk*. 
Der beil?ge Po^zy, bezetlt, met voile vlerken, 

Het opperfle gewelf van d'onbebeinde kloot. 
Godinne «oo gby my in dit onaardigb brallen 
Begeeft, wat naakt my dan C»ch arm) ellendigb vallen! 

Nocb viel ik liever, waar *t maar in baar* fcboonen Icboot. 



d by Google 



B Y S C H R I F T E N. i6s 

*T LOOT VAN DEN DIAMANT DBS HBBRBN HUYOBMf 9 
GBNAAMT LAUS.A JLATRONI. 

I,AUR.A TOT DBN B.OOVBR, DIB PB- 
TRA&CHa's GRAF VBRNIBLDB. 

*T zy », verwoede nijdt, oft dnlle booiheidt jaaght, 

Ghy die het waardt gebeeot , mijns trouwen minnaan pUagfat 
En poogfet al 't pverfchot , onmeofchlijk te Terftrooycn , 
Om zijne beeldtenis y op aardtryk nit te rooyen , 

Hoe woelt ghy te yergeefs, o bopiw^ht al te fnoodt! 

Hoe fciiiet aw arbeidt mis , en loopt zich zelven doodtS ' 
Vernielen moeft ghy eerii, all* d'onvergeetle daagen 
Van een' drievondighe eeuw » die van zijn lof gewaagen. 

Ghy moefl der wereldt eerfl sijn^ liefde maaken qogc , 

£n bluiTen hvaanzt naam » zoo ver de zonpe rijdc* 
Hoc zeer ghy mooght vcrhardt in wrevle wreedtheidt Wfiezen , 
'T zweet brak u nit , te bergh uw borflligh' hairen rvezet 

Door »t grnwen voor u zelf. Nochuns , naa dat ik acht » 

Wanneer het hailigh hair verfcheen in.nw gedacht^ 
Het hailigh hair , dat bla^n van mijnen naame drukken , 
Die , geen zoo laat een dagfa , nocht zelf Jupi[)n zal rukken 

Van het naamhaftigh hooft, wiens overvli6nde geefi, 

Al medeburge^r van de ilarren is geweefi, 
Eer hy het graf verftiet, dat ghy nu komt verftooten: 
Te weeten , dit geraamt van fchenkels en van kooten,! 

Uw dulheidt doet zijn» zin. Hy zelf had voor onnot, 

Dit afgefleten kleedt, gewilligh uitgcfchndt. 
Watmooght ghy doodtlijk gift, op eenen man , nitbriaken , 
Die , met drie woorden , zich onfierflijk weet te maaken ? 
' BeftrJjder van een fchim , wat waant ghy, met die fmaadt, 

Een wpndt te delven , die tot in den hemel gaat ? 
Dien hondt en. was aan geen verlies van graf getegcn. 
Zoud* BJJQ Diogeoei dan min daar mogea tegen? 

Hoe 



d by Google 



M MENGILDICRT&H «n 

Hoc woelt ghy te vcrgeefs, o booiwight? weirlijk qnaadt 
Score op dts doenders krahi , en tref^ geen hemelzaadt. 
Jta, tot nw* meerder fptft, op my, die ingetoogeh 
Ter zaal'ge zaalen ben , en heeft het geen vermoogen. 
Die annen 9 ik bieken •t , gevitocBten met de m^jn* , 
ViUk , om dkanden hah , eertijdts , geflingerr zijn. 
Mijn klimop noemde ik die , mijn' boeijen. In 't verga^ren , 
Was 'xdikwyu konil te ra^ir , -vriens d^eene olt d^andre wairen. 
Pffe xcdiMriiaadt, ik ken 't, hod met de mijn*, gemaakt 
Eeakoivigk^ waar* het, door het Noodlot, niet geflaakt: 
Die rechterhandt, ^e al haan neefteM brandt befchrtvvii. 
En, dinr^ getaigenii soo breedt^ heeft af gegeven. 
Maar H ltemt» korte droom verrloogli met aUea. Ook 
Op mgn ainwaardigfaft, wae ik zelve niet dan rook. 
lOfliriitirgclitfd, met brandt tot d*eeiiw'ge liefdt ontllMken^ 
Vlamt op ten yUm die 's aan. geen Toed&l kan ontbrwke n. 
Het graf vad mijn* PoCet virwoell ^ hfteL Ik tie 't! 
Mut flroop€ het mya try me6. H!ei^ krenn ik my det nit 1. 
Dm ntcigh overfchot yan twee veiliefae lijken 
Veftcere toort, waar *t wil : Ik geef het kenr van fl^'ken. 
O beenen, die weleer, n eerlqle qneet, in 't bedc, 
Arm I ^KfrMqn' poeflen arm, soo ^kwljla hebt ontredt, 
<;iiy komt my niet te fM. De glana , en 't heeriyk bitaken 
Mijna lieft omvadmt my fbagfa , met een volmatkt ytrmaaken* 
Petrarcha, dien ik hier geniet vemoeght en bly, 
la ftajiyw ongelljk; niet heeft'er d*eerfte by. 
Qnatt, met dat brboTch gewaadt,ontiefliandtwedef dolTen, 
Verwerpen wmden wy 't, en ala een'.ballaftloflfim. 
Ona van elkandrea af te tchenren , waa het wit 
Oet Mlt doodt. Maar nit haar' gifSng gink haar dft ; 
Iffitt 4al het leten , 't welk haar krtchten ons bentamen , 
Heibooren door *t geloof om eenwlijk holp te luaen. 
Gaat heenen , krytman , nn ; verdwaalt rry, in aw lof, 
Moordt een* geifonren man , en tooft een faande vol flofc 
*T gebeente dat ghy IbhtAt, «it ondtnartfehe telpen , 

Zal 



d by Google 



B Y S CH R I F T E N. 167 

Zal thans niet zyn dan asch , en door nw* vingers drnipen. 
De dnyoge buit izl detrr , en met een wufte vlucht , 
Gaan (hrfvett over *t zatocft , gaan zwieren door de lucht. 
De Zephiw zroet van afim, de znider doodshooftblaazer, 
Beleefder ved dan ghy , o zihnelooze raazer , 
Die zuUen 't dierbaar ftof, in plaats van zoo te wodn, 
Defl laatften dienfl van dns een* eeriijte nitvaart doen. 
De geene, dien de nljdt, de wereldt wil verbjeden, 
Zich fltekken til alom , door landen ende lieden. 
Een hoek Ovid* , een hbek Virgil lijkberging gaf. 
'T ganfch afttdtrijk il van doen cot een' Petrarchaai graf. 

A A N D B N 

BAR O E N V AN A S P E R E N, 

f^AA 1>A't R7 TB MUXDBN O^^CB VBRPACRTING OBR. 

GSME^NB MIDDBLBl^ GEWECIT WAS, IM 

DEN JAARB HDCXV. 

^iet heel end al ftiffcbien en zal u zijh vergeeten , 

Wie dat*erh Vatt *l Hot en veffing ingezeetcn. 

Die »t heirrjt Goeilandt fcheidt van 't erfarm Amflerdam. 

O eedeP lix>bfttat van uw» ovefoude flam ; 

Van daar komt dft papfer. Kan drokheidt n toelaaten , 

Te delifteti , hoe ghy left waart Iteffen , voor de Staaten , 

De zeenuW, zohder wie noit oorlogh lang beftondt. 

Op Waatfef tij^ gezooi) , en wijnen gaar gezont 5 

Ter {Aaatfe , *akr een heldt van daadt en niet van dulden , 

Sl«:tilft VfehefiS heet, een»GraafvanHollandt darde onthulden: 

Van daat konft dit papier. En , die door 't witte veldt 

De kleene zitarten dus heeft in 't gelidt ge.ftelt. 

If een gebunr det iee gebynaamt van het Zniden ; 

En faft «jjia* futfery Op ^t eenZaam huii te Mniden. 

Al 2t<S Ik V in ^ gelidt , de teekeni die ghy ziet 

£a 



d by Google 



|68 MENGELDICHTEN EN 

£n tieemt ze voor ontwerp van een' da^horde niet. 
'T en grimmelt hier van geen gefchilderde oorlogbclieden , 
Om uit te beelden , hoe voor Troye plaght te fchieden 
. De fchildtverga6ring , daar^ Homeer af doet verhaal : 
NocHt harde leeringen , die , met zijn* zoete taal 
D'Athener Xenoplion , zoo wijs en zoo bewandelt » 
In 's onden Cyrus fchool , oft 's jongen toghtboek , bandelt. 
Ik heb my wel gewacht te maalen op dit blad 
Pe Phalanx van den Griek die »« opganks roem vertrad ; 
£n hoe zy, ongewoon het zeegewit te iniHen, 
Aan 't moorden was nie;t haar' toelangende farifTen , 
Al cer de vyandt trof ; hoe dat zy werdt verknocht. 
Hoe dat zc Cal» 't P" gaQfloopt', hoe zy werdt atngebroght. 
Hoe 9 zonder hindemis , zy aarzeld' haare fchreden » 
Hoe dat zy kromp in een , en zich wift uit te breedem 
De Roomfche keurebend, verkleenfter van de grootft* 
Die *8 werelds bodem droegh, liaat hier niet naagebootil. 
Met haare ridderfchap , als vleugels op de zyen , 
En hoe zy d'oorloghskans opzette aan drie parthyen. 
Haar' oeftaing, haar geweer en wordt hier niet ontdekt. 
En wat men uit Polyb, oft Cffifar zellef trekt: 
Nocht ook des laaften tijdts krijsknnde. Geen* ftandaarden 
Van onverharnaft volk, nocht benden lichte paarden. 
En draaven door dit vlak. En , wat voor waapenfpel 
Monlnk te Siene leerd*, oh Noue te Rochel, 
U Toor te draagen, waar, mijnt oordeels, heere, doole*« 
Ghy 9 onder Mauritz , zijt geweeil ter hooge fchoole ; 
Die fchildert met den zwaarde, en met de fpietfe fchryft. 
En preekt met grof gefchut , hoe Mars zgn' handel dry ft. 
Want overondren deughdt , dier *t landt plaght te genieten 9 
En eige moedt n 't hart niet ongepriklcelt lieten , , 
Oft ghy en waart te paardt, in 't yzeren gezeet, 
Het zinkroer in de vuift, oft karabijn gereedtj 
De toeverlaat op tijd', om 't Spaanfche juk te koakken, 
B9« nevens awen Yoril, 's landti vyandt op zya' hakken* 

la 



,y Google 



B y S C H R I F,T E N. S69 

la deze.4artelhe£a heeft cicli «w* jevghdt befleedu 
Haar ambar wat het ilof, haar roocewaater *t sweety 
Het toc^emetea broodt, all 't noodt deed, haar* baakcttev^ 
Haar' zoetHe morgedeaa^e tioiBmels ea trompetteil, 
Het lof baar opperlief : dat Uevec oader 't U]£t 
Van de gevaarlijkhe^a der ibyden ii oaibeUI, 
£n oader 't zeildoek aiet xilja' minaaan weafdi te fpeclen « 
Dan oi^r loo&'^k dak van koetfen oft priSeleo. 
Maar federt dat ghy, uet een* ibeag' Agrippaat plkht, 
Voldaan badt aw* Aagaft» befiondt a bet gewkht 
Der bezigheto van fiaat aan 't roer des laadt te trekkea , 
Om 9 met de zinaen , een' Mwqmnu te verfirekkea. 
Di«i volght ghy, niet alleen in necbti^eidt en vl^jt. 
In voorzicbt raamwijs van gelegenheidt en ti^'dt. 
In oordeelj wisheidt, in beleidt kloek ea bebendi^. 
In vaakelooze zorgh, in tronw altijdtf beilendi^, 
Aanmianigbeidt van ze6n , en deftigbeidt van doen 4 
Maar 00k in letterliefde. Ach mogbt f met lanwergroeo 
De maaghdt van Hollandt eeni gekranil, ten tain aititeeken 
Haar booft , als Rome eert^ts , ea door de wolkea breeken ; 
Dat gby te loonen waart near nw' verdienfle en Uoedc » 
En uW Vermogben wiert zoo roim ale nw gemoedtl 
Hoe zonw de blanke Lek vergeeten dan bear ftroomen, 
£n Iniftren naa den galm van de gebnare boomea, 
A&twoordend' op 't gefcbal oathevea by dea drang 
Der Flakken rjjk van.maat, en Maroos braaf te lang? 
Die nw' grootdaadigbeidt, gezint om t'overtreffen 
Elkeen' in gonllbewgs , tot Vorflen zoaw verheffea. 
Tot Vorften zeker. Want, was Mtro niet gelijk 
£en' zafl van kooper aan de pay via 't magbttgb r^k? , 
Geen raadtfaeer , daar Angnft wel rndigb op mogbt flaapen , 
Wiena wgibeidt bem te Ibid qoam awer ^an zMttp^ waapfof 
Wtar dat ghy vingcr ook zelf aan de penne flaat, 
Gby dort zoo Dnitfcb alt Franfcb , dat naa de gloory fiaat 
Van den Hebreeuwfchen btrpt wi^ bclderbeidt vaa fii«ar00 
aooTT IL H De 



d by Google 



ira MEKORLDICHTfiN Bk 

De fchrik des PhiMJjns pbghv ttet tljii^ -0001 <e ^aMn. 

Moght u de kremme Sein , de ixrsWtapt Tttn de ^ftadt, 

Daar Hcorik C*t i« va^faar') ten tfeon^det «ee^, ««, ' 

Eens hoocen, ik<en weec , lolt Mljd^r dftn -&& 4rofever 

Hy om ^t uitheeniibli Pwin^^is , teh C*) Wi^ V4iii-d*B oev* 

Dus richten zouw tHjn* fpriftk. „ Bc^tilid ^wrel ^root BefdieSdt 

,, On u gf^vk te Hito , to hof <der GlrirHteo^eidt , 

„ Met d*eerc, tKe ^cn {»,'dat 00k On vteemde torigen 

„ Uw'. tdale wordt gebouwt- en "^e^^fk opgfeiou^n. 

,, Dan dit verdriet my, Kliit Roofkid^ dartas, Afarot 

„ En Jconden 'kMxweti nriet met ^Ik een lof dh fiot , 

„ Als een Bapoen van naam, die onder ^^eerilelingen 

,, In Hollnndt wotdt^telt, doet foet zijn heerlijk eingen. 

„ Want nemmer Hiv<oK}t een* catl in hooger eer ^jrlant , 

„ Dan alsJKKiT, buiten'»« limds,'«reiPheft een groot verftandt. 

,, Deez» eer, o Vrarifrijfc, hefeft y66t ti yerdientttwKonhig;- 

,, Die hier «an d'OeVerborgh den C t) Tichdhof en wotiidng " 

„ Verbeelen deed, Hotr *t rtk d«r groote galery. 

jy Die'u in ian^en bragt^de weividt detir, was liy. 

,9 .Mem -qnam w^l t»e, voor al , de (taaake dezef eeren. 

,, Maar *t Lofiiril dw liy taat, wy t<?ffens hem outbeeren. 

„ Ontbeeren I hii^ ton votidt ohder zijn beleidt 

,, De hofliel «1 te g^twt 4t "Fit-aniblie mogendtheidt. 

„ O voer al nft >fcmitffc ! o -goedtli^dt , ingebooren ! ' 

„ O zeeghbatte boifloghrtiattdt I Geerfman zouw Kcht van Tdwett 

„ Hem hebben '♦t iQ»St« getrtj^ftn , tls *y gewaapetidt ttad, 

„ Oft een fcftmlmbekkfendt itos in dwang der fpooten had. 

„ Maar hebcgedtftdtFtWiisfbiB. *T is Hoogh genoegh«ettl«igfeKik 

„ Gefchrey , en iroitw. ' IH ffdoft «ij , ^t zijn naam 'c«itirsffetfrf[k 

^ U , blnn^ft , 'hot^ fiA rtfl : ^n btriten , teet ^*n ^tlidht , 

„ VetAmke-1^\P'^*-kttAl b'rfeH^ in <en^^e«#!g!i tifcht?* 



d by Google 



3 y S-CH.R I FIT E !C. ffz 

£b hefien faeaelhoQigh 9 4fta;4k43t(Br: ip t^wa fKasAea. 

De Franfche konflgenoot, loet ^en. Qotelbte ^shaar, 

Zou kooansn offiren op, >zijii- rijQ. aoa .uw ^(aar. 

Gelijken yvert hrandt u 't, d^e any heeft godrevea^ 

Pit flak van ko^ 4xadp .iwkoQi^lijJc gewMv^n : 

Te doen vtrfdiijnday ^ot ^n flaal van owQn ^oMXdt^ 

Voor u met heete ^roet. ^iet fcbuppen net den voet 

Zult ghy 't : dewJ^l, ui i>laat$ ^van riikHjke fieraadcQ, 

'T goedt harc4e Co6a vem>oeg^%<mec een' f«fio«n van bZaaden, 

K i- A O H T 

OVER 'T VAlYlJIK-^la tffiEflllKII 

L A U iR . E^ W S R E A A L, 

OVB-09VEMSt^ VA9V «OI.tA»S^ IH IMDfKK. 

In Bkeimofmii •^s'^an MDexx^ ii, van Jbt^tipiam, 

D« Maan had eilefinaal iiaar:aangezidht vecfbhaappn , ' 

De 2p& driebottadet dt 'tnaal* in Tiietys avm geflaapen, 
Driehondetdt nas^ te iprijk gefiaan aan H hemels loik, 
Dat Zwaantje Hefde -dvoe^ tot £delaart , het p»xk , 
Het oogelijn der jenglidt van d*Amfielfche landdoawen ; 
£n zelve mV^ zy 'c niet. Maor toen !beai nieit kon honwen 
De bnnrt van zif n g«boort , en hy tzolc nbordwaart an , . 
Braght cljn te haaft i«Ftrek^ar;daar de tjjdiiig vm. 
Aan H sae^s «a«hten toen , aan 't buwenmondfcbe fleentn 9 
Aan ''t oogb)6B kledn in touw, aan bet bedeeade^^weenen, 
£en arbeidt vtia '*v geivdedc , ■ die vwk ^ middefaacht , 
Cp klaghten uit quam, en dit liedt ter wereldt braght* 

Wat leght ghy u te kofl , met opgeQ>anne kaak^ 
Aan 't t<qnden wan Jwt sell » «n lAv&vt berflen 't laaken ^ 
Windt 9 ongenaftge wiodt ? mi .«by ^§ta( «Hutk«ii i^oek 

H 2 MiJQ 

-■ Digitized by Google 



171 MENGELDIdHTfiN ew 

Mijn Eedlaart, maakt ghy my doodtectfler aan C*> Schteylioek. 

Ach neemt het zachlea op. Ghy hebt zoo veel te flepen 

Aan al den wlndtvang nfet van d'Amfterdamfche fchcpen, 

Als aan deo grooten man, daar gfay meed* heene veeght. 

Zoo ghy de zwaarte alleen van zijne deughden weegfat. 

Acli neemt het zachjet op : oft hem nocb in moght vaUen 

De kinderlijke liefd' tot flraat en barreghwallen , 

Die in def henghenia vernienwen zndr en -zoet , 

£a naageUn den geeft, daar »e !ljf was opgevoedt. 

Maar ftraat en burreghwal, en markt^ en kerke mede, 

Jaa ieder ledemaat der vaderiijke Stede 

Aan d'uwen zijn verpHcht, door weldadn zonder tal; 

Dpch zijn verplicht atn a wel jr%m boven aL 

Gelljk de zeevaaR is de praal der Aamllerlanders , 

Gelijk df mall het fchik van '(.fchip is, en de fiandert 

De llaatfy van de maft, des hopmans (lal het zwaardt. 

Zoo zijt ghy all' de eer der owen , Edelaa»H. 

Wat vliedt ghy dit geweft? laat loopen hen, die gaaren 

By onttij^t leggen toCf xjp tcbcer nit te vaaren , 

Wanneer de fchuldenaars verliezen hnn gedaldt. 

Oft vliedt ghe om dac de Stadt zoo diep {fauit in nw* ibluildt^ 

En zoekt , *tiit hetiaheidt groot , n zelven haar t*ontdratgto » 

Om haar geHaadig ge^n roodt aanzicht aan te jaageo 

9/Iet jegenwoordigheidt , die haar gedenken doet 

Dat zy in eeuwigheidt n ibhuldigk blijven moet f 

Avrecht&he bankrottter ! Oft hebt ghy hooren praaten 

Dat de weldaaden zich met Inft genieten laaten , 

Zoo lang wel als men weet tot haar' vergeldisg raadt « 

laaar datmen ze, aliTe gtan daar booven, looot met haat? 

Dat vaak verdienfle fpron^ verdieoder voor de ^heenen » 

Belijden :n haar' hiccbt -C«rta«(>, Room', Atb««e9: ^ 

Der 

C * ) Eefi tMTiu Mm U T, zo9 ginnrnt naa '/ fihreyem Ar 
vrovwen , di$ /mmt' wunu ziea 0fvaart9* 



,y Google 



B Y S C H R 1 F T E N. tn 

Der welk' oodankbaarbeidt de dwiogdaoden dwank 
Hec volk te leeren » dank bidn tegeos zijnen <Iank. 
Doorgaaods is 't waarheidt ook , dat niemandt wel magh veelen , 
*T vcrheffen van Propheet, net wien hy jong liep fpeelen. 
Cekr'ops zijn' burgery flcld' op het droogh te proak 
De kiel Cdie zegenjk veel vyandts kielen zonk) 
Als afgedankc. Die ntet doorinchtighs en bedrevea , 
Galeyen flecht van dienil, wel in 't vaarwaater bleevea. 
Maar als een dappre denglidt geaeene deaghdc 6ntwafl, 
£n in liaar* fchadiiw bluijclit; gej^jk de NoordCcfae mall 
Die naa de ilarren toght , net zijn' dikfaairde pniiken , 
Dea glans der zon verbiedt aan braam en broflRe firnikeo: 
Men houtze voor een ftraal der Godthetdt, en dat hy 
Die daar meed* is begaaft , allecn oMet keerlchappy 
£n voeren io der handt bet loonea «n het ftraffea. 
De nijdt dar, aan den ftaf, van zalkea heldt niet baffea. 
Ceen ander .voeilerzo^a heeft oic de firoom van H Y 
Doen draagen hooger laoedr, o JSdelaardc, dan ghy: 
Noic iemandt van de ftam der AamflellandTche jenghden , 
Den overoudren bet doen poplen 't hart van vrenghden » 
Noit Amflerdammer kiadt, van oven^tfidhe flraodt. 
Met zalk* een' heerlijkheidt, t*bais komend*, is gelandc. 
Wat vloeide 'er volks dat pas ? wat grimmelden de gaflen f 
Hoe badden fchnit ^en jagfat gevlocrt de grooc« pUlTen f 
Wat viel *er ooghs op a , en op aw oogen ficr , 
Ontfleeken, 't een aan Mars, het tweede aan Venos vierf 
Hoe ouwiing d'Oorloghsvoril by d*acktbaare Qaixljten 
Ontfkdn werdt , als hy quam van trcedea en ver0ni|jteB 
Der dwingelandfehe crou , hoorde ik a aens verflaaa. 
I^iaa dac ik kan bevxodn^ daar moed het zoo toe gaan. 
Het ihat my lee vend voor. Ik ztede meefle laidea. 
Zich aan gezelfbhap^ pracht^ ea fleep, verydeltui4eQ« 
En reek'^nen hoe ghy ^jaijt een* grooten horreo waart , 
Van 't s^rdfche leevea qnadr geipilt dan op der aardt. 
Die wijder deaken , en nw* ^Tkomft oit beoundeo 9 

H 3 Deez' 



,y Google, 



174* MEJNtJELrilCltT^N* tfw 

Deez' maaktwi ila« X9m d*eiW» dfe ghiy voor o, vdor vrfndcrr, 

Voor HoUandi, hiebt'i)ehirtik. De^' roeuien altlermeeft 

Dje weigefchanpenlieidt van uw' verhe^'cn geeft, 

Die op hct heetfl derjeuf^dt, nocht fmelten kon, nocht flappen ^ 

Maar in de waapons rweettc, en in de wetenfcBappen : 

Dien moedt op waaperi en" op wetcnfcbap , 't verftaan 

Der handeUng van koop , geetfseiirt^ en deed veriimi^n. 

Daar was'er wel zoo week-, <taf d'ioogen traanen droegen , 

Tot tuigen hoe ill- 't hat t do a^elen lieflijk loegen , 

Mies zybeieefden, dat htin A-anflel was geraatt 

Aan eigen burger, die had KonCngen getnaakt. 

Wat faooger hoogheidc weecde flaatzneht ook te t(>Otitn\. 

Dan dat men mtgh, naa luit, yerfebteken opperkroonen f 

Dan zonder tegenTpraaSc^ ^i|k de$ hemela handt, 

,,.Staat op ghy Vorft, zit gby," te fchrijven aan de wandt? 

Daar was 'er die 'c bet^idt vafi ilfp tot flip , naa reerfen 

Van ftaat gektiij«n, die, zoo vetl zorghvtildighedto 

Bekroopen:nooitt van- vsttd^, opwoege* boven al: ' 

Als da*r ghy minft vOoir w%iart gebouden in »tg^v«fi 

Deez* faften in het zieu op zinneo zoo- ei*vaaren , 

Kn ^tfgerccht op lift defr'rijkJ, irt- »fr lompft der jtaren j 

En van uw' lof vervocrt , en vonden nanwiijks naam 

Vooir deughden j flaand* aan »troer van zoo veel toelegs t*za:aiB» 

IVIaar ofizc (x^ittet^eitghdt 5 die , aieden^ gemoeden , ' 

fJw» rapheidt en uw» ratdt itt *t middeh vtfn het woedca 

Des oorlogbs maalen ai met ttiomntelilaanden mondt f 

En hoe gliy den foidtat aan iiw* gcboden bondt ; 

Iloe Man met een gesicBt meeir moeds a in kon blaazen , 

Dan daar zy veiligli ftoft, men ztilpt mt Bacdnn glaazen : 

Hoc 't hart den S))anjliatdt klopt , wanneer mfen uw*s gewaaght t 

En meer, dfet ik weJ ze£d*y zoa d'adbm ecner maaghdt 

Niet al ttf ZWak en tfel-, en dat mifn kaaken mogbten 

Bezwangr«ti eefn tronipet, van zoo vefel^ kopre boghtcn, 

Als daar toe zijn vcretlfchr. Kfet znlk* een glaiis memzigh 

U keeren uifc hfet Goff » tt» t krkkett vatf den dagh, 

Als 

Digitized by Google 



V By S CHRl FTK'K. 175 

Als oft ghy 2ujd^aM'Zljli" luii net ^^ 20a gcrecien, 

£n ytn baar ffaraalen^bra^ totin d^oUtndfche fleden: 

Oft , oft gky voerde meit uw^ vlooten dkp gela^n , 

De rijke zoniers^vaa l^^olukkfin lierwsavts aan. 

En ftrekte.etii voile zon van onwaardeerlijk wonder. 

£n nu gaac, ghy my, laa»! reckt in de-kruin(Kp onder; 

Te zoet op 't zoat der «ee. Acb ! zoo g^y dat heminty 

Ghy voert wel beter, by het waater en den windt 

Gevl^ten ait mijo- licht, get^gen uit mijn loqgen;., 

Hier had uw fchip geen* noodt van doodelijke fprongen. 

In plaats van dat de baar daar vyandtlijken dreight , 

Zoudt ghy hier f))euren blijk van hart u toegeneight. 

Hoe ver hebc ghy 't gemunt door d'ongebaande wegen? 

Gelooft my Bdelaardt , die voorwindt is n tegeti. 

Wat kan bejaagen een die vliedt van die hem mint ? 

Hoe dat ghy fneller zeilt, hoe dat ghy^ minder wint. 

Maar windt verwint mijn* klaght, eer zy u komt ter oorem 

£n ziet gby^ met efaf^ em n$A^ dt Scdireyhoeker Toox«a i 

Als ghy de daakf»9. rodic o€ Amflerdam. verdwttnr, 

Ziet kleenent* lieve, dodi ,. wovdt danr nw hart niet kleen ? 

Wat laat ghy, nevens my, hier mai^hden , arm van ^neoi 

U zuUen janken naa db blanke Meereminnen , 

Wanneer hw*^ fiemn^ dipt dis koete Ve^t verby^ 

De Vecht, die fpeelgenoot van *t ongU^k rijker Y. 

pe toorens dlei dkam flaan , hoe znlledze op die> zangetr^ 

Hunof kruinfflt ttrekhen> in » kanteelen- laaten hangen ?' 

De boonjen iir ilaghpordt rondom haar hooden fiai. 

D9 pluMjen. van benedn b^limtoen na- den wal. 

Maar deze leide. moac zaL hun zoo seer veidrieten f 

Dat willigh , weelfgfe oerft, wil< weigren lot te ichieteQ. 

De vrooljjke ype zal gelijk vergeven ftaan , 

En I«Iadd^ met eeo' so^de^gMffince. vati haar bhiea. 

TT ooftdraagendegeflaoht, door g|ioocs» lonwy gedwongen , 

Zal 't zqgb ontzeggei^ aan aijn aitgeworpea jongon.. 

En roepea om d6- bijl , ea. gdvvmm sich- aan- 't vier 4 

H 4 Ale 

Dgtized by Google 



tr^ MENGEtDICHTfiN bn 

Als nergeot meer toe tmc Wat 2al de gatrdenier? 
Indien dat mijn penfcel zijn iroefheidt oit moefi fpreekevy 
Hy zouw gefchildert (ban ( tot een wetfinoedigfc teekeo^ ^ 
Van onuitdrukkelijken dnik) »t aanfchijn bedekt: 
Gelljk zick hieF mijn hooft niistroofligh onder trekt* 
Met i6n benevetd* xy baar' lichtcn met het haken , 
£n nam de goede flaap haar af den laft van *t waakem 

D£HOLLANDS£ GROe¥ 

AAN DBN r&INSB VAM O&ANJBN9 
OVER DB ZBBOIL VAN DBN JAJkVin CX3 ZO C XXUC» 

H$Man4t S^fku 

Zyt, groote Vorft, gegroet, in nwcn zeegewaagen, 
Wien, bet naa rechte, dan den voerman van de daagen, 

Toekomt eea krans van lof, dat nemmer dorr' of qnijn\ 
Want ghy, van booger geeft dan zelf de zon, ge^even^ 
Doet, door uw dapperbeidt: my eenen d^gb beleven. 

Die blijder is van lidit dan duirendt van de zjjn% 

Mijn Z0B9 n>U° zoo», terwgl dat aodre laniten floofdeit 
T merg bnnner lenden nit, in teelt van oorlogfiaboofdea 

£n vorflen vol verftanda , out boogh te zijn gemeldt , 
Zoo deed , cenw in , eenw nk , tk niet dan kracfaten ga6ren ^ 
Om t*overtreffen tal met deugbdt, en n te baaren 

Tot pnikflaal aonder vlek van een* volmaaktea heldt« 

Maar zoo wanneer met emft mijn' oogen o aanrehonweti » 
Zy fitffen , nanwelijks zich darrende vertronwen , 

Te zien van my gebragbt, ter wereldt, eenen zoon. 
Begaaft met beerlgkbeidt van meer nitnemendthedeo> 

Digitized by Google 



H R I F T R N. 



B Y S C H R I F t R N. 177 

DaOt zy, die draaght «eii* kroon vtn toorenryke fleden. 
In all' haar af komfi roemt de noeder van de Qo6n» 

Wa«c onder baac yfla^ht ichijnt M^rt alleen geCchaapen 
Tot het moorddaadigh zwaardt, dat recht manhafte waapen: 

ApolP i8 afg^recht op £<elle fliu en peet : 
Minerve op laoge fpieu : op 't handelea der toomen , 
Helenes halve bro^r: op vork, de vooglidt der firoomen: 

Op yvurpyi^ 'j bcmela Vorfl, der aardfche Vorileo vreei* 

Maar all gby H ^'^ezkht befcliadawt met de plaimen , 
Kpjglit alle kriyghtaigh kracht- en leven van uw' duimen. 

Gryp maar den degen aan, ghy zijt een Mart in fchijn. 
Als Phoebus, pall n fchicht; als Pallaa, icherpe fpeeren; 
All Kailor, ichaimend ros te wenden en te keeren.; 

De gafiel, al« Neptuin« de blikfem ala Jupijn« 

Wy zaagen *t voor den Botch, daar ghy de dikke drommea 
Van krggsvolk niet alleen aantrekken, op uw' trommen, 

Maar zelf bet aaxdtrqk ook met zandt eo zo6n , en deedt , - 
Dat , naa 't te pafle quam , eerbiedelijken fleegen 
De dellen voor n op, de diiinen voor n aeegen: 

£n d'elementen al bright onder uwen cedL 

T hoefyzer leerden daar gedoogen de moeraflen; 
In fpoor van dijken gaan verdoolde wtterplaflent 

Die zich eerfl waanden een bardt bamas voor de Stadt* 
Dit deedt gbe alt effen maar de weeke weekkea weeken: 
£n bragbt de drooghte, al eer de zomer waa ontfleeken. 

Uw* xathfiidt joegh verby *t (*) beradde zonneradt. 

Ge- 

C*) Men Ziitt dit yifoagen is biradty wannterzB zoo kn^e 
gtrsden kite ft ^ dat dt fihorJuidt van de ajjin ende nay en is, 
H$ 



d by Google 



Gelyk ten^Wc nftn, die tiHtWtt^ ^*i«^AMv«it 
£n eike b&n:eir left , ; als I^ventf !# Btf^tven ^ 

Zoo leit 'f Hertogenbosch gevangen op zijo luIi. 
Het iliaghr <foir B^rgiet' gttaf rl|a ttoo4t^ met flftimrgfa toikm;. 
^ Maai" hoeY detr httttO. zjA by iftec ^Ijiirikiftdc bei!«Ckeii, 
£er dan by fiutteir 2d d^ilfoom lijns on^evfttf. 

Die fdi-nfe b<Jrtt iio'chtaiw tot ho«g!h Be*i[if gebooKB , 

Al ^tbeft Ay Vfe*l veiigWfft , en gceft* gteii*' kani vtolofeieb r 

Maar boudt de boop gevat met onbezweeken tandc. 
Ja,da«r nwe^^SLxttTf^ Ldt aotfd^leetHWWii bart A)e» ik«i#eii , 
Wordt by, dboif »i fttreii nwitrte»ettget, en tfiftt*' tilitiiweiS' 

Wei deoKen aof tb fhtao telf tn dttf itt9einift<it. 

Den Yfel, itdb t€ af<cr vertaatetd^ dpxljn^^ffrdottett, 
Hy boigen ond'er *t jut , eir hechten doet tifn toomen, 

Ter wederzyden . aan een* (Ujfgeboawde brag. 
Helpt godn! boe dfef Moeffzy baftt zorgdootfaeidt bdetcfn? 
Wat frappeff en #tt trtfttt tair vatk en paardftvoetw. 

En wight vitti fdmr k^eegh KWir dtf Velmr op haai* rng^r 

Termeete Spanfdt^, Waal, llborgtdtihfcbott' te KfOSreB 
Moedwilligb , beter tot flfaitfthetMert alt f^ldSatev, 

Het allerfnoodft der jeugfadt van Napels en Milaan , 
Met aitgelaatitt !ot>p v<n Urodlbeidt >. zletl vex^tKyei^, 
En ftorten fohlhtqt , tis een winver op d« Weyeti ; 

VetfdnOur -iirt^hi eo te6, i^ti Gbdt nodtt^meo^ben aan; 

Sllendip AwetsfMtf i€Ai(§n Aet tdtW f^Qtti^ , 

Uw' rijkdott nMKkt n tm. deex* M tiw' »wAk9 dramtn 

Bekooren 't woedend heir. Gby bondt een oogenblik^ 
Ihir me6 lagb Uitrechta trots. Het graaaw licbt op te bluzen 
Met windt van voorfpoedt, fifibt met weArfpoedt te verbaaien 

TOt i^mglLdp *iitt i*I«t, w i*def^C*3 t4rt de (thrik. 



Digitized by ^OOgie 



8 t^S C^ftlf TEN. V9 

7net,|^y,UoeiHiioadyi> Voi^» c^c die ^wdeoglidt beda^en/ 
Vw ftey^ h^et «q w««t vao- zwtUen nocht vaa ftenken ; 

Is HlclX4t «vQa. giifooH eoi viUt xijn' boesttft nee. 
<}elaat no<ch( tenfle Aaauwc £f u ge«ft v»ai ettUe. fieottft, 
Straalc tp^ aw' oogeQ uit, v^^fiM^nde dct godiarte, 

£n offit lijfi' bvMf^eid^ gtor ^ 4ea ^l»odea moed by 2Stw 

ZoFo gr^ gHy, tot fewf^, i» niitekMCe golvcii) 

Des liollen Q^aaiM^ ea keert dtar H onwtitg neA. 
Dq viadsfi aaagtmunc flukft q|) >i]fip* woordea paflen , 
£n doen , tot bove* 't ¥«ldt , d» brtkke^ biMii waflon. 
Gins BMtkc ^y H w«cev l^dt, en ]u«f bet la^dt.toc zat* 

Daar bondt; bet {b*oopttt^ibd,,eA blifft ds vysadt flceken 
Verlegen met aiyn nitgbt; waetiufit dan wiadc te bsedkca,' 
.Oi«a wreektiec voebt Metvldr, «a koelt st|a* moedt inYltm^ 
Mav aagf tiDoft bet dlep der vloadea le btJoeiDcn » 
Hy hel en banel fbbcldty m braakt een* vFeedt van Tledcen 
Sa dreiggpentta » op sija bmodo^,, Amfiscdaau 

O n^ razeey! niat dan ee» bFtft dojocen: 
is in baar eiges bart de magl^telaoze tooren, 

Vergb' *% ntterfi Try «?' ktaft , en^fpitr; en sennw fpMu 
Zee febnrpc a^ iiAieakeit, vtkmah&b ^cuvi^ght nvr*' dyen. 
Vt Vecht en 't blinds veldt znlt gby niec over fchryen. 

Ceen flap y die dat begaapt , gein fprong die *t balen kan. 

f}ky V daae an tefleur^ ?i^s^ teffonB Ur Stadt; an ottder 
En boven 't aardtrijk, drennt bet ailo* TMatm^MnAeu 

^e ^aflattodr glwe^t veraelftltapr dat garacbc, 
Gby fcbndt , am. nw geiUisv, de^letigeii an dto daalao , 
Jia. bllMbiit niet allaen mat ftUerp van fehitterftnuilen ^ 
' OuiSiK bv^gavalk alu aaH* ftlikfem nit dr Ittobt. 

Digitized by Google 



m MENGEtDICHTEK lif 

Uw krijgsVolk, dtt, al eer ie Maar daar iet af monpeh» 
Den Sptnjerdt op cen* fprong, en Wezel ovcrrompclt. 

Dank heb het waakend oogb , en 2orge die gy droegfau 
Deel heb ook aao den dank , nw mannelijk beletden » 
Tot het volvderen van zoo groot een ftnfc befcheiden , 

O Diedeo, die deo llagh 4ka StiuttfTen hemels floeght^ 

De faam fleekt haar* trompet , en do'et ze zeege fcfareeuwen* 
In lamren , doov die kreet , verindreB (Iraks de leenwea* 

Elk deeriigk omziet naa zijn* hielen ea den Rijn. 
Waal , italjaan , en Dnitfcb , elk zoekt zijn ramp t'loatryciu 
Kroaat en Kaitiljaan laat alien hoogmoedt glyen. 

2akt wat by kan ^"^ en dndit zelf in een zak te zijn* 

De graaghil is ieder om den wegh tc rog te baanen. 
De ftandaars van Leon , ea de Borgoenfche vaanen 

' Met qvafttgh krais van bloedt , gaan (IrijkeB aan den windt* 
Des C * ) areodts kromme bek , die *t alles dacfat tc kraaken > 
Gcdwongea it zyn* roof en Anenfoort te ilaaken. 

En ziet nu datm' 'cr meer (t) a^ Roomfthe TOg^t vindt. 

Maar *t leger voor dea Bosd^, daar moedt en yrer wiefTen » 
Ontfleekt een C S > bof Tan vonr, op opgerecfate fpieffen » 

£b heftigh fle^waart ins den roep van zeege, jaaght. 
O ( ** > Scfaetz » die de fortnln van den NafianfcheD bloede 

C*') De Katzar/che vtntUlsytbm tm ttrtnii im gtvotrtw^rdt^ 

Ct> Dmt is; ilaf m$ti meet aremlin^ 0ft wmr kheki vogefs 
vindt ab Rsomfihe awtndtn. 

CS) i)# zege van Wezei iMrit m U kgtr yo9r dim SSitch f#- 
ysirt w$et hrMHdende /iroowiffin boven op di jfiefjhm 

C ** ) Dit is den naam van '/ gejlacht- vsn Grobbendtnk , dim 
*s Hertogenbosch fmewutat te voren h$ift yerdaadigt, wde i»» 
Sioatenhger zUn opbrahu^. 



d by Google 



^ YS GHRIF TEK. iSt 

Te l«nr tot tweemwd field', boe wcrd a toeot te aoeile^ 
Als ghy al 't veldt in vlam, mw* hoop ia aOcbe siagbt? ' 

DelLTygtgodt nit bet hoogb* a&icnde dtt Keberren, 

Wat's di;te ? zeid by » draaght dan ook bet atrdtryk Iterren 9^ 

Oft pronkt verwinner met de (*) pracbt raa '« wereldts top ? 
My luft met mijn perfoon die fecfte te verfieren^ " 
^'n* Ct) toortt venro^e zicb by al die zegevieretu 

In zulk een' bemel baal ik docb m^Q bait beil op. 

Mits daalt by oiider 't beir bei^Aorft met yz're korilea. 
£en nienwe lull terftondt bevaagt die br»re borfien : 

Gemerkt z'^a* godcheidt kracbt es koenheidt van zicb geeft. 
Elk man die wordt'er tien ; gaat zicb ten aanval flellen , 
Met C§) nedrgebogen booft, ootziende dodn nocbt bellea. 

En vol van dezen geefi, door kling en kogeU fbreeft. 

Vlamadmende mortier fpnwt, nit metale ktaken, 

De zwangere granaat , die ploffend' op de daidcen , ; 

Met yfl^k berftea , werpt baar alvcmielend pit. 
Dat brusk geweldt doet kerk en toorens boogb van hniveo^ 
En loodt, en boot, en decn, aan grnis en fplinters fiuiveos 

Eij waar eea kerren treft, zy komt om l^f oft Hdt. 

In arbeidt gaat cea« Mya. Die brnlt^ en baart ten leflen, 
£o fla»t een gtpend gat in de gdcbenrde vefien t 

Zoo dat men 5t krijgavolk xiet in waapen ftaan , voor »t vafc* 
0e Wal , voor windt, voor vaar, zoo ver en fleil gevlogen > 
Door *t7^1e gaweft, als oogen opzien nogea* 

Komt weto aaa klompen meAr, en valt eea tmnt imak^ 

Die 
( • > i)# jtra^ht van V ioy$nfig der wer^dt is U gtftmiU. 
Ci'^ Ds Star van hem Mars, 
. (S) <* ttfit baiffie: ztU tU J^an(ois, 



d by Google 



Ifa. MBCKGELOiCRlPBNr i^ 

Pie tnpt w 4p kM'htrt, <!f Anbremont, en ^1>euk6f» 
Vam boidMnibi^ iMnouv vecbfe«lt. i» lfo«t ^tr- breukeii. 

D'uit a6iii gekreetc keel van uw gefchut wordt ftoiu. 
Ghy wenfclnte wootdt tm 2ljii'; laat hetFu daa» op flaeken 
lltfeitatH^ dM i^adM beod^ u aaofloekf oq: verf^reeken. 

SIteP nibntutdt komt. Dies, fkat gliy *t voori^I net de trom. 

Ghy Priiii', dlen zeete ilinik nodit loditt pltiktt kon hoQwen , 
Waart op toorthHiirvoOftAtgk , em'c^rvrbdvtM^te feheaweii, 

Te wel bezefiend' hoe des hooftmans byz^n driogt : ' 
£n iiweii-dierbren> lalt maar fttrnttaBd^ op d» waardc- 
Van flechte zielen , die dkar wrMcen in dn^ aarde , 

Vbor ecn muskctbal C*>veil, ter gidefye gmfft, 

IJvt* h ee i ' igjffi e t dt beliaag^ zvefr daar bet alt in troenen. 
Mits gby die trom geen aoefdt > ntaar tfoetelettde toencn 

Hoort neoren , twight nw geeft dat de verweerder krenkt. 
Dies zeindt ghy 't oorlogbaoogHf den henflfon W^'ts fiaa bii\nen , 
Die ziet , door *t (f) veinzen been , hoe dat die wnnnrzinoen ,. 

Door nw T06itvaaF#ndieMt «n banteti*. t^n gtmcitkt. 



Di ftrijdbre Grobbendmk gedwee na , if te ^ 
Dat Biflchop, bnff^ry, ftMut, in haodel trceAs^ 
Eer *t ledc lot het al verderf tot in den grondt. 
^e> ^oet heni ^;vee, sskh self nit sijn gebiedv tv banneii. 
Maar hoe ? wat zal By ? i^Iat ni^ ninir U^ mat s^'n^ nanncn- 
• IKjii ftxttfdt vetfehooteii: ifyt tcitooisn loodt tn linit. 

Het yzer walgtit ion btoedt; fbaip is zyn tfik en fteeife. 
00 hribiftrdt naa den haak« faitf swasrdc tegbt'iiaa4erdie#4e. 

Hee 

C *y ^fh ^ »9 v$if als ti lt99pi Viifigh it tumf amkrs ,, eir 
btiUit bnhen noodt, 
Ct > i>' yyandtverSvrgh met utterly giktai wiff^ kmrnttlniUr. 



,y Google 



Brs CHRIFTB DT. i% 

Het oorlbgfa gfeswt vaa vMtw tMU twifbiinrntede tong^: 
' Die met het (^s rappfet* thiof po^gfaden nit. ts aniateiit, 
Nn bieden in papier elkandtren 4v pvncca , 
• Waarmefr Schecjr vry vtitwtit, jb^q, Vorft^ds- fle4t:1>titeog. 

O Boogh gewaflir Bbtelkv iwr i^bonfp irverMtewa;. 
Drie daagen hcbt ghy, om air jonkvroaw te beweenen 

Den flaat , doar gby op flbfte eO' tcotfie oas» nortoglnfiem 
Wat baat eoB^ haodr v«l c^der Tacplicfac aan ydfel Ichnijefrt 
Door is ze reed, gliy diovt vaa «W«b C*> nttfhdoont ftte^eo:; 

£n in der eetm^eSdir nlv lunr met wfiderzicaw 

Maar krade ghe uw^ gpkik y tir blijifdHpc keecde aw treosoa* 
Uvir krimpen if om 't hoofc maar beter op te beoren. 

Gliy wins by ow verlie*^ door fduuidc aan voosded. zMkc 
De goude vrylHiidt aaL, moc goddsl^ken zegeo » 
'T kleen goedt der fiavnnry geiaaiclij^ ovtrwegSKy 

Nu dat men via 9W bo«t <Mk Stsatca Ct) pijlni mukt^- 

0e groote dag^ piSc iir. met menftfaeii' siet 9M11 kftsflfba 
Den kreis van legerwal en ingevlochte fc&anflen ; 

Van waar bet platte reldt wQdlaielirfgh worde befehmnrt. 
Banket «D borftweer dienr dbn hmdtzMt en den vrendo 
Tot zetel. Eo 't gevcirt , wa*r mt€ ghe- mr vyn^ tende, 

Zich tot een C8> fbhoowbnr)^ timit ro ttw^ triom fg ctoiw t; 

Het 

C*'!) *s mfttgtnBoseh fwmJBi Zich wuntghH twt^^ ^ fr» 
tfHverwdnneH. ^T'Witk waar war, nnndnfttn im itZB mrffgt^ 
•m de vryhetdt gevaeft, 

Ct) Pat hi nu daf ftn hoar van *t hmdelpf^tn^ ^wefk dt 
Stoats voor bkzoen votrm^ mif hgf himt van dim £fftth vtr* 
iMerdert 'wordu 

(,%i.th9atrt. 



d by Google 



184^ MENGBLDICHTEN in 

Het liof , en hopmtnfditp wel prachtigh tutgelfateken , 
fiedooven in een' fiduit van gondt en silver fieeken. 

Gewaadt, geweer, elk is oa 'c mecfierliikil gewrocht. 
In knechtt in kc^kheidc, degrootfl f^Mer w^'kc den kleinften. 
'T geflonker heeft fchoon fpel , op dartlen draf van heinflen. 

De klepper briefchtt en blaafl te neus nic moedt en toght. ^ 

Ghy Vorll mont nit alleen met oogh. en aanfchljn vreedigh. 
Denkt om geen* oveidaadt^ matr blijft al even seedigfa , 

En meldt liier wederom aw* altijdt effe ziel* 
Zoo, zeit men, Piib, dat wanneei; by wat gekomen 
Van balling, onverziens, tot d'heerfchappy van Romen, 

Ntet C*) hnppcVfaartighi cyn gelaat oft mond* ontvieU 

De iandsknecht llaat vierkant: de rniter daareotegen 
Aan heggen nitgerekt, en boordt de baitewegen. 

De toegeroefie Stadt men endeljjk ontfluic. 
De deuren fpalken zich w^d op ter weder zyen. 
' De Staaten vendels, en de Prinfen Ct} Hveryen ' 

Zich rpoeijjen innewaaruj de roode ilujjecs uit. 

Chy ^oedertiere VorCl, bevel doet omme zenden, 
Dat niemandt fnork* oft fmaal* op d'oyerwonne benden , 

Die met pakkaadje en deep nu nemen hare wijk. 
Cekapce kruinen, en gebellemd' heenen mkkeo. 

0c 

C*) Dat is: dat nun noek aan zi§n gilaatj nqcht woorden gt- 
wasr wtrdt^ dat hem U hart unighjuu hnpp^ide van hH/dfchaf, 
Pifonem nullum eziultantisanimimotnmprodidifl*e: zeit Tacitus. 

Ct) Livrde: zeitde Franfois, Maar U is lievtry, eenduitfch 
grMdPwowrdt ^ ende betRedt ten teeken dat iemandt draaght van 
Jtefde oft genegentheidt tot eonigen perfoon oft parthy. ^Izoe 
hebbtn de Fi^anpoizen van ons geleent het woordt ferlatenr de 
vin , dat is , wifnyerlaater : Cortau , dat is » kortoor , eenjaardt 
mu gekortt oorens inde a»dere* 



,y Google 



BYSGHRIPTEN. ilS 

De fiei* GroUieiMlonk iiocti fchoorvoet, en met tnkkeo^ 
I J^n fpaiden avoodt wint , eer dat hy ruimt sijn rijk. 

Hy raimt het erenwer, en komt te paard* aanfchokken , 
Met {tit en lolti^ oogli; en kookt in 't hart de wiokkett» - 

Vergadert door den boon en dwenheidt van het Lot. 
Ghy Prins bejegent hem ,' met benffe minlijkheden , 
£n coont , hoe niet alleen ghy knenfl de flerkfle iledeo» 

Maar de gemoeden dwingt te fiun tot nw gebodt. 

De fcbauheer self gint Jan , by wien de Boschli^n xweertn » 
Per Spaanfche wreedtheidt warfch , gaat haar de nek toekeereo. 

C*) Eo Qwen wimpel draaght, die van s^'n' tooren waait. 
Hy kieft d*Oraoje Ct) s^dS voor de getakte ibrniken 
Met dwerflen trek gekroift ; en iqnen welrhaan daikea 

Dpet onder owe vlagh, die beter £ege kraait. 

De poorten, alboewel xy naa de wolken (teigren, 
Voor Q s^n veel te laagfa, en benfTelijken weigren 

Uw' hooge grootheidt te doen bokken onder haar. 
Zy wijzen o de brenk, daar half gerotce lijken 
Verminkt en overflolpt, tot flijk en poin nitkqken* 

Dees* haalt n heerl^k in met nw' beroemde fbhaar. 

Aeb wie en .xonde docfa sich xelven niet vergeeten » 
Befchonken met de kracht van fpoedt das ongemeeten. 

Die zelfs bedwelmt een wdgeflooten bekkeneel? 
De geen' die in beleg en veldflag eer bevoehten , 
Doch de bekooring van 't geluk niet aitfiaan moghten, 

Maar fmolten in de weeld , dier Vorflen vondt men ved. 

Uw 

( *} Hit OfM^i vtnStl yftrit •p Stmt Jam to$rin g$ji$lt. 
Ct) DUran]0 zii^simt is; hit z^'dtndiik vam •rtrnfi verm^ 
9ft M z^'di^ t$ wittM^ diforthj van Onmjm^ 



d by Google 



|a$ .M,lJWGP6I}Fl:CHTllf EN 

Uw vaflg^uwde. bcein «a wofidt, d^off vrtttdilt ttmipeBr 
Niet eeii» van Ti?e<jgh4e vlot,».ii^cb«c4«biiM;t op.de dcmpeif 

Der dartelheidt , maar blijfc gedacbtigh aan ^zijn'' plicht. 
'T is Godt, weet ghj, die dnm tx>i delV ea del tot dnine 
Kan .maken. T fcboon gclaat der lacheadft fbrtuihe , 

Met haar liebrva4rdi|{M^i9.«QiasMJa u 'thAoft niet Ucht, 

Gedachtigfa aaouw^' pllcln>.eii faoe, tf& halYent meg^ , 
Ddor flap ymm^^ mfiA vatii i»nf«ttvelooff de: zegei^ 

Den koenen Kazimir ghy ihiurt naa d'YfTelkant* 
D|e JuMAt. de neftolaan befloofaev en "vcrflmyen^ 
JE;n doer met een geddit, dat ovei^chot ^warTcboyen, 

4Ma^waar hMi we^ giRirfte^t. Volia nu dToveibandw 

Vol is no d*Qymh»tt^ liortottwr en klokkea ^soebBa 
Uw^ eer volmc^ndigh, uitw.de vreugliileylana) ontftodbsn) 

Ten derdenmaale , dooft de Ihrren , met haar licht ; 
Waar voor zich o^-^ft vfoditt bexeventoatitfcen saMbtid^t 
Gel^k als, Toord^n g}tni>Y«ii> aw' daodflcbtta JdMrhaidt 

Zich fchaiaende , de lof v«i aUea veld^eei} tmt^tu 

Welkoom, yexhevfi Vorft: koemiltatlijk ingetofen^ 
Kiet tot bet met^lwevk van h^ote; zegeboogen:, 

Bros , en verganklijk door der eenwen ongena^n r 
Maar tot gewttlvea, di^ de^ Bijdt; dftfl tljto uittac«en.» 
Die a mJ^ liusg^y boiUM vaa^ g^hogen? hazcen. 

Noit was geoosiNit heldt meiir hoogoe ees ontMa^ 



KT- 



Digitized by Google 



tHlh^CHlttlCF TEN. m 

R Y M E L'O O Z E V E I R Z E N 

UIT DEN XAT][J1IS VA» RBBK C. BCTOKllff 

HUWELYXHAATER. 

Ranipctalge brailoftdisiiy quae, nacfat6ieft voordt wimamtj 
Blljn kennis zijt gliy nict; *k wH oois g«en kennit maiiifii* -^ 

'^Patlekkor bnwl^ksgDedt, die kolleliijke dlngea 
Ten hiri>rzadt\, bui^ ea hofy en giovte ifaot vm bcK>d«ir 
O flecbtboofc , donkr n dat eea brok- onr tr venmiilen f 
En waiter nietaaavalthet wyvenhirfrcbekkeit 9 
En 't deegeiijk beroaw^^van 't flatven in bet bcddw, 
Iktben een Godt. ^ Gh|r moght de maoirit; Ste befl» iffbilDOs 
Te wenfefaea voor een obhd^ acbl dkti Vdo Aem vcybeidt 
Gefprootea uit d)e gotfo, geen goudrkan Inac batsalaiy. 
Zy maakt ona Hollaodert ^ door base ia-^t <bc wy flofRin 
Met dfeezen tvotfen naam. Hoe kaa *t hi' iemandt kooneii 
Dat by U.geeft om geidtt wie sood. U^wUlen^ geron 
Dr fdiop r en wfllighl>|k , ten T w ieri an cB r pi Uttuu B U % ^ 
Wy beM>en dm een-'W^f.— De Dn>eat men maBh.dn:-'v«BogHi& 
Verby den Scbont zljn denrwel dniq^n: wat bttaalt- ueii 
Het boven>2ijn waardyl fii 2eg dtar zy onsr bebbeni- 
De tweede bniilofladagif en koonei mar' te voorfidiyn'^ 
Tot tuigen neem Sl a gby meiqenes die geivioogen , 
Met Wngge voeten, komt naa <£eezefk«ftye ftaot^ 

, Hoe doovekooligh dan den man 'er 't aansidic uitxier^ 
*T welk gifleren , van vreqgbdt ontiteeken foteeif, te gloeyon^ 
Toen by zlcb voor liev fh»n , dirt sleh de son fwmiUHfe 
Te lange boven d'acrde, en *t ISoht^ der aVondcftHYfe 
Ter traagbUjk voerde voort de. nmrenr van zijn w«nfiAen> 
Hymagh w«l Ikchen , en reobt ep Ha wolijk QisiQgttn , 

En: 

Digitized by Google 



tm MENGELDIGHTBN in 

En kuiTen sich tin 't cndt , met znlke kkkre soentjef 
Alt ook NeCni proefde , oft Lcibie in katr toghje* 
Nta waatertanden moght , «lat Rofla moell bekennen 
Z'en had^ 'er noit van haar PoSet die beter finaakten. 
Ik heb weleer gesien van Valeraot gesellen 
Den lachert fpeelen , alt *t de zotte Unit vereifchte , 
En quakken tot een krop vol grooter droefheidc uitflaan » 
En dennen op 't coonneel, die t'hais.had flof tot fchreyen 
Door dringen van natnnr, om 't flerven van zljn' vader. 
O Uoedtl 't was giilten ftcft, nii ii liec een toonneteUpeh 
Men is te gaft genoodt, men komc*er cm een kijkje. 
De Brnigoom, dien in 't eerft de biyfchap ging ter hartc. 
No bootll le naa ^ en voor een* grljnt gebmikt sijn* troony. 
Hy zuckt van d'eene sijde in *t hart , van d*ander zijde 
In 't drillend ooglyen een genaakte Itch laat fdiittren : 
]£n pooght dc gaflen, jam wh selven ook» it *t aioog*mk , 
Te tto9ipeo sMt den w^'a. Hy leert s^n' lippen fchaatrea. 
En , tegebf hengh en meng^, gedwonge boerteryen. 
Terwijlen eec %'ijn kart en hondt hy B^y binaen. 
Wegh Hynenl 't ii genoeg van awe toortfen. Joogen 
Van Venvt met ow boogfa ea pijlea, fluks ten hnig nit I 
Chy hebt getriomfeert, hondt n dear met te vrecde, 
T ii laog genoegfa gedmilt aiet mal , niet sonder seer doen. 
AX evenwel nmi vraaght, koe 'c bykomt dat zUn verwe 
Verandert ii op H vel, ea lM>e by soo dmlloort sit» 
En haald hem gaaren mc^ wil ik a dat eeaa xeggea f 
En eenigh naehjea hem x^tk oogen heeft geopeat* 
De soete tovery der lofle minnedroomea 
Vervloogh met eenen , toea de nacht haar htelen lichttt. 
Wat di^ig ook dat het zq , ala 'c if ten top gefleegen 
JSn hooger niec en kaa , soo raakt het aaa het wagglen 
VooxlMurigh toe dea val. al wat nataar te leevea 
Gebooden heeft, dat heeft ay ^ ook verbo6o te daoren. 
Wat boope dat bet ai| , helpc ghy haar aan haar wenichen , 
Ghy helpt'luMf am haar' doodt, Wat hitte , vreexe » gramfchu) ^ 

Ofk 



,y Google 



BYSCHRIFTBN. ^ 

Oft wellall dat'er sy , ly komen datr zy flniteo. 
Zoo komc dat sich 't gemoedt set in verfcheide ftanden. 
En verf cm verwe ruilt. zoo komt het te beminoen 
Het geene dat het hoopt; het geea het heeft, te haaten» 
£n had het liever aiet. Benieuwt het u ? dit tnoetge 
Bedenken, dat die toght ter hooghfle trap geklommen 
Nu vorder niet ea moght , het wu haar tgdt van vallen » 
De reden en de laagh der dingen dit vereifchen. 
*Het is gelooflijk dat Japjjn zich beet gebaakert 
. Aanftelde in Junooi Min, toen hy haar naa moeft loopen. 
En » door veel fmeekenf , eerft kon kr^gen in zijn' armen. 
Hy had ze naaw*l^'kg heel , *t geluk waa noit geboden , 
En die zijn* zufler was , zljn' gemaalin g^orden ^ 
Wat gaat hem over? ach de vader van de goden, 
Der menfchen koniagy qu^nt, en als een nienw galeyboef 
Verfchrikt hy, ziende zich die boeyens aan de be^enen: 
En wenfchte niet te zyn 't geen hy altijdt moet bl^'ven. 
Bewaart is Dana£ niet in den koopren tooren » 
CO dochter van Satom zie toe) men magh wel waaket^ 
De fnoepert regent in , daar hy niet in kan klimmen. 
Een fiier geworden voert hy wegh de fchoone Enrope , 
En zijn verboode lufl maakt een bordeel van Kreeten. 
En Leda , onder fchijn van eene zwan , bedroogen , 
Doet a een* onderflek, en oitkipt de gebroeders, 
Dien men den vaKchen naam van Tyndars flam doet draagen. 
Nn met een* krommen bek , geworden zynde eeii Arendt 
Heeft hy Afierie beknelt, en in zijn* kluiven. 
Mnemofijne die brengt hy by, in fchijn eens harden: 
En aan Ny^is raakt hy met een Satyrs aanzicht : 
En voor Amphytruo zich uitgeeft by Alkmene. 
Heei^ Amphitrite ook niet *t omhelzea moeten miHen , 
Daar niemandt eigendoom , als zy , aan had, en aanzien , 
Dat ghy, Ennofigeer, die *t fcjirikkeliik ontzagh zijt 
Der diepten zonder grondt, in een Dolphijns gedaaote. 
En «li een jooge Ilier vermomt liept, en bevondea 

bat 



,y Google 



9fO Mf.NGl&tdlOH'XSlSC in 

D at van haartmilofMied d lan^ al flik de Wklgtt 

Ziet boe <le Coedeii 't ^een ey <bebbeii , iiitt en achten « • 

£n huwlijks eerfte nathft, de lefl-is hutmer mimie. 

SAaar wat voor caaligbtidt «an knoop, die nict kan flippca 

Gebondcn «}|, laac ik <de brnigoonM selve seggee. — 

Maar wie doch b*er , die «ijfl^ vidgeri niec §s<mi* iekken 

N«a(tO(Mdeeif ^ekketny? "wie teud daaixMit de b«eyeii 

Niet Ujden aan sjjn been, «n fiooven dst hy k^hidz^? 

Beiuaght de bniidt u niet, de Vlieger doet het; geldkifl, 

£|n kttif en hntsnadt doen 't: £t 'g looa van ooz* ellende. 

HAen flaaft niet bonder mit, 't ge«gf vewBoct de Taaiknia. -^ * 

Fy fchandel ^tMuO^k p^A cBe fpraak d^ollandfche vroomheidt. 

Zal dan een inan een ilaaf ^raa^c vooideel zijn , en knielen 

Voor 'c geldt, ^daar de mtnlir hem heeft gegtmr te treddo 

Met^oeten .«llea m%t ter wereldc vrotdt gevonden f 

Wat zal ky, diftwy breedc geflelt in heeHbhappye 

If over laadt en fee , zith om 't gewln veriianien , 

Om d'opgeblaaaenbeidc eens wijff ^ voet te Tallen f 

Hoor Wer wat , 'wijf , ghy flien *t geinkt i« me* te deden 

In eenen boedel , dair het boter tot den boom was ,- 

En elke wrat, hoe groot-zy zijn , inet geldt knnt'deBc^ ! ^ 

£en eedler geeA, en moedc van ^eerelQker fierlieidt 

In deeze bovflen fleekt* Zy flaan zoo niet te ^oo^e. 

Wat heefc een dapper man op ngkdoom veel te ^afi^ , 

Die jdlee C*t gaat doch vaft> Is over 't booft gewaflen? 

Gefireage bo#ilen, moedt; niet zal ons in den we^ -^jn, 

T en zij wy *t zelve zyn. Zoo my-fortuin wil 4l^en 

In (teat , dat my de noodt een ambadit dwxngt te le ercn , 

fOijn handen weeien raadt om rtjkdobm, die genoegh-is; 

En daar en boven , zal ik noch mijn vryheidt bdiben , 

En voogkt zign van mijn wetk , en zoo m^ ^eigen i^roitfen 

Van aUettbekken^ vracke, en fehipper, en getidcel. 

Wil 't gunlifger geluk my in den na>bart ileeken. 

Zoo btUept my faet hof aan eenen hoop kalanten , 

En deex* ubi geldt*- iadieti men dk eeo gond»[fo ooeade 



d by Google 



B y:^ C^H IP t Elf. t^t 

rr en waar niet ongerjjmt auf^^liieii. Wm wihik meerdcrt? 

De leedigheidt , die peft , die zal ik , met de penne 

Oft met de tong^ doen vlidnt en zal niet lieel Itdleedi^ 

Verfuffen « nocht in zorgh verzinken tot dc ooreQ. 

In *t kort gezeit-, ik «fl eena btelen vryers heer zijn. 

Bellerven zal ik niet van vreei , voor 't voorhooft fronfen ♦ ^ , 

Van knorrende overvronw, ▼oor fthefden, nodlt voor tofffet'^ 

£n als ik^waadlen wil, niet hoeven naa te fleepen ' 

Myn' kindren qtiaadt van ftal , die my de lencfen koften. 

Ik zal niet zoifgen dat de knecht de maaghdt bekmfpe , 

£n fchnd ter ilnik Irz^ 1>edd* , en meteen khightigh' oplcg 

Het huia vcrrijk : en C^oo 't geoortoft is te zeggen 

Al Wat my inirteekt irel de tioeije'lijke prikkel 

Der watrheidt al te^^ft^tig) Ik zal my zelf niet kmifleh 

Dat iewer8,iri een*tdek, aan etf6' verbofgen' veutter '^ 

fhMr hoel beloopcn -wftrdt ; want by de fchtmeringe 

Bevindf 'de "vronW zlbh bett, en hoyen *t ilcht der J^6nne, ' 

De maancfchijn veth«ft: «n als ik op een' feiie 

My vat dor ftadt b^^eef , zoo zutleu zwaare droomen 

My roovea niet mifii' rail ; nocht <met den g^eit doeti vaaren 

Daar my gcgrondt vetmoeri -betefekent, dat het Udiaam 

Gcvoirt is van den pol , die my Bezacait mijft* ikker. 

En ^?y>6r AfflfjlritrJ^ 'berefdt efen grooten hooten , , 

Op^d*t-z5ii w^k niet %i en ftia terwrjl hy uit is. 

Maar 'k heb* fle Satyrt 'al i^fztat ittet SatyMichten , 

En zie, naa dit iay dtnflilt, de kiiil in iemandti nea<e. 



rc^ 



d by Google 



f^ MI^NGELDICHTBN IH 

OP EST TWAALPJAAKIO 

5 E S T A N D T, 

DBS JAAS.f X($0 9. 

^V<it komt'er ongewoons van verre 2ich vertoogeti? 

Wat uitheemfche gedaant yerruiler voor mijn oogenf 

Lniiler, ik hoor; ik hoor hec drennende gekrat 

Van fpielTen en van roeri , van fchild* en harrenat. 

Sen voeder wapens is *c> Het aardtrijk overladen 

Van't roUen t* ziddert, en befwijkt onder de raden 

Van 't fakkende gefchnt. 't Gaat langzaam voort. filaar wie 

Magh 'c wezen, die ik daar in 'c alderopperfi* cie? 

Komt iiier ook onvermoedt de langverwachte Vrtde f 

Neen : z^heefc «en zwaardt: maar 't it gezegelc in de fchtedt. 

Te flun en dreightze aiet; doch hoadt het in der haadt: 

't fin is geen Vrede, maar 't veeljarige Btfiandt: 

lyefirloos en afgewendt hondt zy 'c geweer bezeten , 

£n ileept hec Oorhgh naa , gevlengelt aan een keten ; 

Die fchoorvoet wederflreeft met lichaam en met ziel: 

2oo garcn hy te mgh den tragen wagen hiel. 

D^Aarts-ffertogen^ gevoert zoo *t fchgnt van eedle tjunea, 

'/ Lands Liefd en Zeedigheidt met trekken voorwaars winaea. 

Maar Voerman F^ukr Naey beftiert den diflelboom* 

£n graanwt , en fineekt , en viert de p«ardett haaren toom* 

Wilde Ontucht en EJendt zyn t^onder heel verllooten : 

Maar op den wagen zijn 't Beftandt haar fpeelgenooten* 

De mime Vodrfpdtdt met haar horen ryk bevmcht , 

En met haar breidel nnt, de welgefchikte T^chti 

Die dnurende den tijdt van 't al te bloedigh ftrgden , 

Onveilig en befchrenmt verr* moeilen flaan ter zgden , 

En wierden van trompet en trommelflaan verdooft : 

Nn komen zy ten tooa, en fleeken op haar hooft* 



Twee 



4^ 

Digitized by Google 



B Y S C H R I F T EN. 193 

Twee Pjrinfen haren gang omtrctit den wagen maken, . 
Die qecmt vry beter fclioot , waar zy de widen raken 
Slechts effen met dien tip van haare vingers aan : 
Zoo luiftert naar haar kracht den wagen zwaar gelaan. 
If *t wonder? d'een die is den Koning groot van moede. 
Die *t Rijk hem eigen van bloedts wegen, met den bloede 
Daar toe gewonnen heeft, en Cdank zljn rechterhandt, 
Niet min als zijn geflacht) de Franfche Rroone fpant; 
Minervaas vriendt, bezint in haar Ulyfles flede, 
De Zoon des Kryghsgodts, en de Vader van de Vrede. 
Den andren voert den llaf verheven en ontzien , 
Van Groot Brittanjen; dat zjjn naam al verr* deed vlien 
Van oudts ; C hoewel 't de vlo«n van *t vafte landt afpaalden ) 
Zgn naam , waar mee zoo breedt de Roomfche Keyzers praaldcn I 
Hem hebben opgevoedt de dochteri van Jnpijn , 
Die op den dnbbeltop Parnas gezeten zijn ; 
Dees deden hem altijdt ook luifben naa haar winken , 
En gaven hem van jonks nit d'Hoefflaghbron te drxnken » 
Waar voor hy t*zijner beurt , volwofTen , dankbaarlijk 
Haar burgerinnen maakt, en voedert in zljn Rijk: 
»t^yelk zy wecr onder haar niet zuUen laaten bl^'ven; 
AIatr» voor altijdt, zijn naam den dagh in 't voorhooft fchryvea; 

Dns raakt den Wagen voort met dommeligh geluydt, 
pen Nederlanden wordt zy welkoom toegekmyt. 
En heeft tot eenen deep de trenrende Soldaten ; 
En oPer veel al fchoon mistrooiUgh haar verlaten , 
Welke elders haar geluk te zbeken dwingt de noodt. 
Zoo blijft doch evenwel den hoop geweldigh groot. 
Benedens handts haar roers ; haar fpielTen tre^gh ilepta 
Met omgekeerde punt, en fchrjjven 't flof vol ilrepeiu 

O Nederlinderf! die zoo lang om rnfte riept. 
En nooic gemflen ilaap in veertigh jareo fliept , 
lull na een goede poos met maatelijk verblijdeoy 

BOOFT II« I Dock 



,y Google 



194 MENGELDICHTEN en 

Doch op ' uw lioede Wijft wel van der Statcn zljden ; 
Laat u 't Beftandt de fchrik en angft ten deel orttflaan, 
IVlaar vrylijk hangt Vetmoen en Sorgh den Wagen aan. 

Den Wapenheere Mars ^ die luft Heeft overmoedigh , 

In 's Zeemaats grimmigh oogh , op zijnen vyandt bloedigh , -. 
En groeyt in *t veldtgefchrey , in 't dondrigh fchuts getier. 
En 't Wikren van »t geweer, en 't blaakren van" het vier. 
Is 't al te ladge ^^\ begotinen te vervelen: 
En 't luft hem langer bet' met Venus wat te fp'elen ; 
Die« hy zich voegen , voor eeh nachje , gaat by haar. 
O Krijghslie, dat 's voor li eCn 6acht van twaalef jaar, 

Doen 's Hemels Itoning groot zijp minluft heeft genotcn 
Van fchoone Alcmene , en lag in baren fchoot gegoten , 
Bezwaddcrt om end* om van armen wit en zacht, 
't Half etmaal docht hem niet dari cen kort halve nacht , 
Den dagh verneftelt hem te vroegh ; dat aan 't verloopen 
Nachjcn , hy noch een nacht gedrongen was te knoopen , 
Zoud' hy zijn luft verfafin, in^fte6 van haren tftan: 
En d'bnverwonnen heldt Akides quam'er van. 
Die Coddelijk van aardt zijn booze luften fnoerde. 
En levende gedaant des .deughts in 't harte voerde , 
Die vbor d'onnoofle ftreedt , d'onbillijke befprong, 
De dwingelanden wreedt , en ,woede ,dieren dwong, 
Och of met haar gelaat , en minnelijke treeken 
D'alfcheppende Godin zoo ftrcelen en befmeeken 
Den fotflen KrIJghs-Godt kon, en lieflijk onderging, 
Dat hy zijn hevigh hart zoo vaft aan 't minnen ting, 
Dat zy bezwafigert in den nacht van :twalef Jaaren , 
Hem moght de Vreedt tot een zoete dochter bafen ! 
Of ghy haar, 6 Vulcaan^ doch nirbetyen liet! 
Ghy zaaght "wcl eer zoo naauw tegcn Anchifes hiet. 
Of luft het u in 't net haar weder te bekej-en , 
Zpo fluit ^aar dan zoo vaft dat zy hict konnen fcheyen 

Op 

Digitized by Google 



B Y S e H R;I F T E1^, 195 

Op haar beflemde tijdt, die fhellljk oin> aal fpoSn :' 
Het een Bel^dt moght ila^gh dan uyt }iet. ander brodn. 
Maar hebdy 2orge , dat terwijl zy vieughdt bedrijven , 
Uw ambacht wondcrlijk zal ougeoeffent blijven, 
Uw Aanbeeldt ledigh en uw koolle fill zal Itaan ; , 
Door *t ftiUhan van den krljgbr en keert u daar niet aan; 
Ik weet nw tijdtverdrjjf. In plaat* van roers en fpeeren, . 
^n helmen gladt, gewoon nw winkel te iloffeeren, 
. Smeedc een Olos van goudc, zoo grof en hoogh, dat by 
Halfwo0en, van bet Hof de Vyver overfcbry: 
Dan , voUe .ruiUng dek d'aanzienelijke leden , 
Gemaalt met Slotenval , en met verwonnen Steden , 
Daar maateloofe mocit en tijdt in zij gefpilt, 
£n drjjft de groote flagh van. Vlaandren in den fcbildt y 
Daar gby dit opfchrift om znlt flellen met uw handen : 

BESCHSllMBa VAN DE Vb.T VkHI^RNDB NeDE&LANOBN. 

£n als bet xware werk voltooit is tat den top. 

Zoo zet'er *t Jbooft van 't Hooft des Hays van Naffau op: 

Beeldt op den hellem i.it FoJJfandigheidt geduldigb , 

Naarftigen Arreheidt en fFakkerheidt zorgbvoldigb , 

Tifdtgryping ^ Gauvfberaadt ^ en VorfteKJke kunft^ 

Die, zonder baat of fmaadt, verwerft ontzich en gunil>; 

Vbortvarenthetdt en Lift; 00k wild* ik dat gby veuf^dea 

Schihwetenfchap daar by, met vier voormmen Deughden^ 

£n'dat bet goedt geluk uit baarlie berflen wo« , 

£n bield , voor *t zeil , gevat den woeilen vederbos. 

De wgze Vaders door lange' oetifening ervaren, 
Die geenen kommer, moeit, nocb zware koflen fparen, 
Maar waken, dagb en nacbt, met bart, zin en verftandt, 
Zorghvuldelijk bedncht voor 't lief^te Vaderlandt , 
Waar van zy het beftier met rijpe reden mennen ; 
Die grootelyks van hem haar vryheidt waardt erkennen. 
In haar gemoeden vol van heete dankbaarheidt , 
H^m hebben das een Seeldt te rechten toegeleidt. 

I a Maar, 



,y Google 



sp? MEtlGELDICHTEN bn 

Maar, orennitg het Tan geen nenfchen waar te fmedeir^ 

Zy n , 6 Godt des vyers, dit werrek aan beileden. 

Zoo *t te vergelden if met ofiFer en met ecr ; 

En wenfchen dat nw tong »t volmaakte 200 bezweer; 

Bat, of de weereldt fmolt door *f Opper-Godts vergrammen^ 

Het zelve niet en wcrdt verovert door de vlammen. 

Dan zoo de noodt, die *t al yerheert, n dit verbiedt, 

Het zal daar even wel om achterblijven niet: 

Maar wy en ons geflacht die zullen* t^allen dagen 

Zoodanigh heerlijk beeldt in onz* gedachten dragen « 

Kn vieren in onz* hart met dank en lof, alzins, 

De; weldaadt en de deni^dt yan den Naffaufcheu Prins^ 

B R IE F, 

rrr rLot-BMCB* im 't jaak. 1^07 of 8^ 

AAN D^OUDS ABftTKRDAMSCinS KABfEK. 
INX.I|tFD*BI.OBTBNOB« 

i)« Broiders in. Liefd* Bloeyende witifcht 
P. C. HooFT voorj^t, 

ZyvL Groet zend, die niet weet, 6 konfbgk Broeder-tsl, 
Of hy u Meeflerf , of zijn Broeders noemen zaU 
Terwgl het wit gebergt, en moeyelyke weegen, 
De BoiTchen en de Zee d^e tuHchen ons geleegeti , 
£n meenig vmchtbaar Veldt en Akker, my belet 
Mjjn geeft met uw Gezang te voeden alcemet : 
Zoo doe ik, by gebrek van die gewoone weelden, 
^et geen ik kan, dat is, nw doen my in te beelden. 
En daar ik n , noch bok uw knnfl niet kan verftaan , 
Laat ik deei Dichten , die noch mw zijn , tot u gaan ; 
Cretnigen van myn doen , en van mijn wil een teeken , 
dm zoo ^hy niet tot my en kont , tot a te fpreeken. 

. Pie 

•Dgtized by Google 



B'Y S C H R 1 FT E N* ig? 

Die ftadt, wieijf vrjheidt is in VorfUijkheidt verkeert, 
,^n die zich eindlijk van haar Burgers 2iet verheert , 
Van Burgers ^ die door lift en koopgeluk , haar zeegen , 
't Groot Hartoghdom en eer en heerlijkheidt verkreegen* 
Florence, 't fchoonlle dat mijn oogh oit heeft ontmoet, 
Wiens vruchtbaare landouw van 4'Amo werdt gevoedt , 
Doet om haar cierlijkheidt van taal my in haar blijVen ; 
Daar my gebenrdc laad, het geen ik no gaa fchrljven. 
~ Het was noch nacht ^ nocli dagh , als IL nasi buiten trade . , 
Kn Het al het gewoel van de verreze fladt« « 
£n ging na mijne luft, ^zelfchap latend vaaren, 
Daar Febus bleeke glans fpeelde op de zoete baaren 
Van d*Amo , die in zijn.-iErijllal ontrent de kant 
Verdobbelde 't gebocmt van zljn begraafde Ibrant. 
Door yvrigh peinzen lict zich hier mijn gceft verleyen ^ 
Zoo dat ik naauw kon {Chljn van waathcidt onderfcheyen. 
£n zoo ik d'ccne voet voortzette nas 't geviel , 
Zoo was'cr *k weet niet wat, dat d*ander achter hiel) 
Terwijl my heel verbaaft, zicji fchielijk quam vcrtoogen 
Ken vrouw, gewjjnbraauwt s^art, c» zwart als git yanoogen^ 
Van lip en kaaken roodt; hsir fchoone vlechten blondt; ' 

't Welriekend hair, getooit met ee'n nitheemfche vondt; 
Uithcemfch van maakzel 't kleedt , van verwen was 't verfcheide^t 
Heel zagh men hals noch borft, dan eensdecls allebeidc, 
Het wcczen groot£ en'preu^, niet lichter ^^n *t betaamt, 
Zy zag^ wat dertcl, maar zy was niet onbefchaamt. 
Aan haar befue^n gedaant fcheen 't dat haar dagen waren 
Niet min dan twee- noch mcer dan vijf^n-twintigh jaren ; 
Haar handt droegh Mirth , haar arm Fmitltoorenen ten toon ; 
Qok zagh men op haar pruik een kleene laure kroon. 
Vcel jongmans, die in fpel en zingen eendraght houwen^ 
En mengen fpel met fpel, en zang van jonge vrouwen. 
Die vol gen achter aan^ vermomt voor het gezicht. 
En meldcn vremde min, en coemden Venus fchicht, 
De zommige zijn bly, en zo mmigc die klaagen^ 



,y Google 



1^3 MEN'GEtDICHTEN en 

En bctde geil eo zcer )aloers in miti te draageo. 

Dewijl ik ftaa verzet, verwondert, ftokftil, ftijf. 
En niet , dan 't Tiooft €n oogh , en leefdc aan al mijn Iijf , 
Ontfloot die groote Vrouw , die nader qnam getrceden 
/Haar lippen van Coraal, en fprak my deze reden: 

O vreemdling , die om my verliet deu Amftelffaroom , 
Hiet zietge Italie, xlie heet u wellekoom. 
Die vlijt die gy om my met moeit' hebi aan gaan wennen , 
Js waardigh dat ik u mijn waardigheidt doe kennen , 
En d'oorzaak dat mijn naam ia over al^ verbreidt , 
INIiju ingeboorner dadn , -en Landts gelegentheidt, 
C En zonder 't w6lk dit al zou In vergeeten blijven , ) 
Mijn Land2aats fehrandr* geeft, die 't levend kan befchr/jven: 
Hier vloeit het al van daan ; die dees lof is bekent 
Die weet van deze twee »t begtnzel en tet endt. 
Van die dan die mijn doen doorgaans dc Weercldt noemen 
Zal ik, want dat 'sgenoegh, my maar alleen beroemen. 
Ooi oude Taal C't Latqn)*van voor twee duizendt jaar 
En week de Grickfche niet in geenen deel, noch haar 
Wijkt ons Ttiskaanfche niet. Zoo zien wy in dees tijden 
Mijn geeften kloek in fchrift met al de Weercldt ftrijden. 
Mijn roemen is niet yl. Dit zelze, en met'er handt 
Vertoontze my om laagh een groot wellufHglr landt , 
Welks klippigli hoogh geberght met dik befneeuwde wegen 
Waakt tcgens het geweldt dqr volken aangeleegen , 
*t Hooft fteekend uit in Zee met d'een en d'ander iy^ 
En dreigende Ooft en Weft met tfotze flaaverny. 
Een ftadt die heerlijk leit in mariher timmeraadje, 
Rijk van Galeyen, en zeer maghtigh van feilaadje, 
Verfchcen ons in 't gezicht: Toen fprak de fiere vrouw: 
Hier blinkt de Vorftlikheidt in *t borgerlrjk gebouw-> 
Dit zijn van Genua de dik biemnnrde wallen , 
Wiens burgers Prinfen zijn , en zelf is 't ni«t met alien. 

Dit 



,y Google 



B Y S C H R I F T E N. 199 

Dit zeggende, zoo komu* haar.Ueflijif oogb te flaan 
Op 't FranTch en Spaanscb krakkeel, de.groote ftadt Milaan, 
Dees roemt op Alciaat die 't al te moeilijk twiften 
Der wetteo , zeer v^rwerdt, me^ -v^^finjgh mo^ite flifte ; 
Die onder 't zuur geplelt vermfDgde 't zoet gedicht: 
Het een en 't ander houwt zijn naamji? 't eeuwigh licht, 
IVlaar gints venoont zich.noch eep ftadt met oude muuren, 
Dien Rome dank.w.eet dat hagr tytelen noch, duur^o^ 
Een Padiiaan was 't die 't. gpen *t Roomfch volk oit be^eef. 
Met zijp vermaarde pen in zoo.veel boeken fchreef* 
Uw oogh volg (voer zy voort) d« Vloedt, die gints en wefir 
Haar kant' verciert ziet , door 't gebouw van meenigji lieer^ 
Daar leidt 4e rijke Oadt io de Slavpenfch^ baaren^ 
Daar Petms Bemd^ eertydts.en meer.geleerde waaren; 
Drydubbeidt in 't geluk is wel de^« Heerfchappy, 
Rijk, vreedzaam, en vol glans van beerlijkheidt daar by. 
Van hier wi^t wper 't gezicht naar 't valle landt toe ftiercn 9 
Naa de vermaarde Po, de koning der Reyieren, L^ 
Daar Icit Ferrara , dat zijns lofs geen eind.^i| wolt, 
Om dat zy was de wiegh van d'aardig^fte Poeet , 
Wiens fcUriften Spanjaarden, jaa Arabiers ontvouwen: 
Die zulke gunlle won by Ridders, en by Vrouwen, 
Als zijnde fchuldigh aan zijn geeft wel dabble dank, 
Om dat hy al haar deugdt, en min, en heufchheidt zank. 
Dees zang veel ondeugdts, en veel deugdts van oude tytn, 
* Van Karels wijsheidt, en,«jja vyandts raaemye. 
Van R^oelandts dapperheidt, en mjnnelijke ellenden. 
En van d'ontrouwc, die Olimpia dorft fchendep. 
In 't kort, »t is Arioft. Wat landt le^t zoo verffheyen 
Door bcrgh of baaren, 't welk zJjn lo|f niet hoort verbreyen? 
Dan laat Ferraar ^n 't Bolognees, door ^t bouwlandt vet; 
Aanmerkt al 't ander eerft; dan, op Tofcane let. 
Ziet ghy dat grof gebouw van uitgehouwe ftcenen, 
Wiens rondt hovaardigh Hpf dringt door de wolkpp heenen ? 
Dit 's Rome , daar men nu niet meer vindt eenigK werk , 
Dat Romens waardigh is^y dan de Sint Peters Kerk. 

1 4 Ondt 

Digitized by Google 



aoo MENGELDICHTEN EK 

Oudt Rome leidt tcr neto, en geeft ons flof tot weeneti , 
£n van dien grooten naam zie *k nu maar weiaigh fteenen. 
Den Heemel floegh het hooft^ en *t was des blixems buyt, 
D'aardt heeft de voet bewelt, de reft fchailt onder 't krnyt. 
O (ladt, het valt my zwaar u in de zln te.koome': 
Hoe ongeljjk zijt ghy u zelve nu, d Rome! 
Ghy waart het groot vertrek in de voorleede tJjdt 
Van alle wetenfchap ; toen hier van wijdt en zijdt 
Verzaamde binnen n geleerde en wijze Hoofden, 
Wier lichaam a de doodt maar nooit haar geeft beroofde. 
Hier was 4e Mantnaan, die *t.landt verbeetert heeft, 
£n in wiens godtlljk Dicht Anchifes zoone leeft. 
Dicht dat de meefteif won als ongefchaaft verbranden, 
' £n waardigh was gebergt door Vorft Angulfait handen. 
Alhier was ^afo , die door minnekonft verblindt , 
Al zingelide de wegh naa 't kille Pontns vindt. 
Hier deed Horatius uw ftroom zijn fnelheidt laaten , 
Die door het hooren van zijn zang en nieuwe maaten 
Veel zachter liep naar zee en langs zijn vruchtbre ftrandt. 
Hier woond' ook in uw muur,M»cenas, mildt van handt. 
De voefterheer van die door brein naar glory flceken ; 
Kn onzen Cicero dc vader van *t welfpreeTcen , 
Saluft, Catul, Properts, Lucaan,.en Seneca, 
En Xatitus; en meer, die d'eere volgde naa. 

Dan Romeni lof is klaar, verlaat die oude mnuren 
Om naar cm Parthenoop 't nieuwsgierig oogh le ftunrenl ; 
Te Napeh, 't w«lk ontveinft, verftport door 't Spiianfche Juk, 
Door uiterlijke vreugdt zijn innerlijke druk; 
Met al zijn ftraaten breedt en prachtigh om te aanfchonwen, 
Vervult met koetzen , vol van Ridders , en van Vrouwen. 
Voort , ziet 'hier Maroos , en ook Lamioraas Graf, 
Die aan dit Koninkrijk geen kleene naame gaf. 
Ziet ook Fnzzoles ftrandt , de kuilen < bcrgen , daalen , 
Die C«lia haar lof wel plaohten op te haalcn , 
Wanneer d^Auguriaan vertrok zijn waare nin, 

P«|. 

Digitized by Google 



JBY^CMRIFTEN. aoi 

Poetery geacht vta zijne Afgodin , 
Zoo dat zijn mln en pijn geen sinder lodn moghc benren 
Dan, laas! met eigen handt, zijn lijf en siel ce fchearcn. 
Beweeghlijk ongeluk! Waarom wcrdt, (dit ••mijn vraagh> 
Bedrukte min geflraft die zelf doch is een plaagh'? 
-Dan mooghlijk zijn minbhien o moeilijk lange redem 
Laat ons veel liever dan een ftuk te rugge treden, 
Hier voor ons Icit een Aadc, in *t vlak en open veldt » 
Nu eerft voor d'eerfte van Hetrurien getelt, 
Wiens kerk van marmor blinkt , wiens recht en effen ftraacen 
*c Gebouw een glans geeft van voorvaders naagelaaten ; 
Florence , *c fchoonfie dat ik in mljn pracht vertoon , 
Een plaaitze daar wel cer Minerye toogh ter woon , 
Als *c Aziaanfche juk, bet welk Euroop doet beven^ 
Het wijs Atbecne dwong zicb onder bem te gcven. 
Peirarcha quam hier voort, die al zijn leven lang 
Met fchaamt zijn tijdtverlies, boe zeer *t bem moeide, zang. 
2ijn Dicbt zoo godlijk meer als menfcbliik uirgefproken , 
Had beeilen wel getemt, en klippen wel gebroken 
Door kracbt van 't zoet gelaidt, en *t hadde nooit de maght, ' 
Dat bet de wreedtbeidt van een Laura t*onderbraght. 
Deei van Cnpido zong, den trinmphanten Wagen, 
Waar voor de grootfte meeft de zwaarfte ketens dragen , 
Hier voor gaat oudt en jong, en Vorft en Onderdaan ; 
Geleerdtbeidt grijs en oudt laat bier zijn boeken fhan ^ 
Zoo d*alderzachtfle zijn de meeft gemeenfle plaagen , 
Wie «Qti zijn fmart met zulk gezelfcbap niet verdragen f • 
Ook komt dit Vaderlandt een deel van Dantes lof^ 
Wien 't aardtrijk docb te kleen tot booge dicbtens f!of. 
Pees twee zijn oorzaak van mijn breedt bovaardigb treden* 
Ook overtreft Florens no al mgn andre Steden 
In grQote meenigbt van verllanden boogb en eel » 
Waar van ik niemandt noem , om datze zijn zoo veel 
Datze al onnoemlijk zijn. Want zoo *k maar iemandt roemde 
Ik deed groot ongelijki atn dien ik niet en noemde* 

Is • Zo« 



,y Google 



ft02 MBNGBLDICHTEN bn 

Zoo dat ghy nn kont zien, dat niemandt nooit bedroogh 
Die groote naam die u zoo vcrre herwaarts toogh. 
Dit is 't voornaamfte dat mijn gn.ifl u wil verklaaren. 
*k Wenfch u geluk, en dat ghy t'onzent wel mooght yaaren ! 
Dus maakt dees Vroaw een endt , en keert zich van my fnel , 
Zoo dat ik lileef allcen , en hoordc zang noch fpel. 
Doch als ik voort mijn trcdn naar iladt toe wildef ftrekken » 
Voel ik my- onverziens te rugli van^ acHtren trekken,. 
Kn haafligh ommeziend^ zoo zagh ik tocn wel ras 
Ecu heufche Vrouw , die met eeti wolk betoogen was , 
Ennaamijn landtaardt zweem , en riep: Weefl mijns gedachtigh 
O HpoFTllaat dat ghy ziet in a niet zljn zoo krachtigh 
Gelijk 't kruidt Lothos was voor dMthacoifche Vloot, 
Die 't wederkeeren tot haar Vadcrlaridt verdroot. 
In Hollandt klimt men obk tot lof langs deughdes trappen. 
Ook tracht gelcerdtheidt hier oiidt Room verby te ilappen. 
Men vindt tot Amflerdam » die met zijn boogh gedicht 
De duitlre wegh tot lof en waare deugdt verlicht. 
En Kampen , die met kunft 't gemecn beloop der dingen 
Het niu der deugdt en 't qua»dt der ondeugdt weet teziogea , 
En Kofter, Vondelen, Breerod, en Viftorijn, 
Die nu al tooncn watz* hier naamaals znllen zijn. 
Dit riepze zoo van ver gelijkz' haar quam vertoogen , 
^n met het laatfte woordt verloor ikze uit mijn oogen » 
En bleef vernikt , verbaaft alleen aan d'Arnoos kant , 
Jgn in my bleef een trek naar *t zoete Vaderlandc. 

Nn trekt n^'n hert nut huis , naar Ouderen en Neven » ' 
En a\ wat minnens waardt is zonder my gebleven t 
Kn nw gezelfchap zal my haaden docn mijn gang* 
Dat tk zoo zeer bemin , en hertlijk naar verlang* 
Godt fpaar a tot mijn vreugdt , dat ik Q zien en fpreekeit 
Al% v^ te vooren mafht ea dat in weinigh weeken. 

Fersndtnm ham V. 



,y Google 



B Y S e H: R I F T E N. ao* 

STQFFE DES BRIEFS 

V A K 

MENELAUS aar HBLENB* 

parts koninks zoon van Troyey rtizend^ ot^ de Gn'ekfchk 
fitden^zeden^ tn zinlyklieden y (0 bezichtigeny werdt tot La- 
cedamon gefejfeert van Koning Menelaus , en te Jwye geher- 
berght. TerwiJIe geviel V , dat deze , mo^tende , om zeekre hep^ 
aangefiorye goedereuy naa Kreten trekkeuy zijner gsmalim^ 
Hehne V oiithaaUn van den uitheemfchen gaji bevolen liet, 
Maar Farts y het o^gh op de Kotiinginne geworpen hebbende y is 
Z90 fchelmfch te raade gewordeny dat hy hoary met het dier» 
baarfie der kleinoodjen , en grooten fchat , ter waargenome tijdty 
in zif'n* gakyen fmeet y en naa Treye vervoerde. Menelaus y of 
Zivn t*huiskoomfiy heeft zich , in zoo leidt eeri' ntaarey ontzei 
g4lifk men denken maghy en bejlooten haar weder te hebbep ^^ 
ende dienvolgende alP de Griek/ehe vorften bemllighty my vit ' 
gemeenen naame y gezanten keen te fehikkeny die bettrnis van. 
U ongeltik verwerveny oft Troye ten oorlogh ontzeggen zondtn. 
By henluiden bejield* Ay, ter fluiky dezen briefs ten einde Ht- 
lene omzage naa haaren plicht en trouwe ; zoo die ntijjchien , 
doer U lang afv/ezen van heniy e^de *t liefkoezsn van Parity 
haar eenighfins vraaren deurgewaait. Zy y tegens danky ver» 
houden, heeft geen middel konnen hebben\'om tot haaren iftan 
te keeren , voor dat Troye overvaUen %erdt. Te welker ftonde 
liaar* onfcbuldt by hem volkomentlvk it aangenomen; ende ^ske- 
yens oyerfchot federt van httk beidCy in komnkJvk6, v,'eeld^ y, 
en groote tendraght y gejleeten^ 

I<^ . BRIEF. 

-Digitized by Google" 



S04 MENGELDICHTEI^ IN 

B R I £ F. 



J^t groetenis , belec by mondt te doen , in deezeii 
Zeindt Menelaas d^uwe ; oft die het phghc te wezei « 
O doditer vtn Jnpijn , die hy by Lede wan 
Vermomt in plnimgewatdt van zoetziogende swan. 
Gby ftaat miflchien en fnft, hoe deze brief een open 
En wegh gevonden heeft , waar lanks liy iagcfloopen 
Komt t'uwer handt , door all* de fcherpe wacht , waar met 
tJ d'yverzieke boel heeft om end* om bezet. 
Want , naa dat ik verftaa , zoo wordt ghy kort gehouwea 
Van nijdighe onmans , en van afgeleefde vrouw«n , 
Door ruftelooze zorgh van die zich innebeeWt, 
Dat hem een ander fpeeP het geen dat hy my fpeelt* 
Nochtani de min is kloek, en alle« zijn beftendigh 
Geduldt verwinnen kan. Zijn* liftigheidt behendigh 
Door alle zwaarighefin zich rcdt (ach arm!) •n lacl»« 
Om Argus oogen zelf, als hy op 15 wacht. 
Doch d'Aflaanfche wljz* is, »t Hchaam te bewaren; 
Speel* het gemoedt zoo 't wil. le Sparte' ly dt men gaaren 
Ecn» mcdevryer. Daar gebmikt men andcrs geen 
Voofnitdeel , dan goAn dienft en eighe aanvallighe^n. 
Haar dat men met geweldt, oft door bedrogb^ vermindrc« 
De vryheidt van zijn lief, en haar haar* keur verhiadrc^ 
Dat acht men hier one^l. En my gcdenkt de tjjdt> 
Dat ghy die vuiiigheidt fcholdt met den naam van njjdr. 
Noit heb ik u belet met lemandt te verkeeren : 
Noit laakte ik 't prijzens waardt in vorilen oft in heeren. 
Maar Paris , ver van daar , en heel van andren zfn , 
Verlaat zich op zijn' deugdt niet , en op d'uw' noch oiia« 
Hy gunnc niy , met u , gelyk hy leeft , te leeven ; 
^n wie van tween n dan kan beft vemoeging geeven » 
Die hebbe uw' vriendfchap! Ikoncnta u van uw' tra«w: 



,y Google 



-BYSCHRIPTEK. ttof 

Indien hy zoo verwint , dac hy u eeowigh hopw\ 

Nti fmart my, dat ik ben verfleeken, door zijn* laagen* 

Van middel om aan n « door dienilen , te behaagen i 

Kn fclirikc het afzijn soo langdnnrigfa* *T welk gewii , 

C Houd* ik} de ftllle konw van Minnet winter i^* 

De liefde groeit nochc bloeit , ontbeert sy byzyns bitten. 

£n, oft baar' kracht al fcboon gaat in den wortel zitten* 

Gelijk als *s winterdaagbs de krachten van het kruidt, ^ ^ 

Zoo vriefl, by laoge vorft, doch vaak de wortel nit. 

Kochtans, tot fmoorenf toe kan koow mijn Uefd niet flniten. 

Haar' hitte it vcel te groot : zy zoiiw door 't fneeuw opfpruiten* 

*K magh dan miju* Kreetfche reis wel vlo6kea menighwerf « 

En my n' onnutte zorgh , en 't beurea van het erf, 

Indien ik , midlerwijl , door *s roovers overtreden , 

Onterft zal moeten zijn van uw* genaadigheden. 

Ik denk, ter harte ging den goden mijn verdriet. 

Ook treffelijke ramp komt aonder voorfpook niec 

By een* lUrlichtc nacht, op !t wederomme rcizen» 

Te bedde in de kaijuit, tad ik laog l^^n peiz.ea 

Hoe verre' ik van u waar » en oft , te znlker (londt , 

Wanneer ik waakte om u , ghy ook wel flaapen kondt« 

Dc zee was goedcs moedtc , en fcheea haar* gunft te veileo. 

Ecn weeligh windtjen lagh en flabberde in de zeileo. 

pe Ihinrman qaeelde, aan *troer, ea werdt geen neoijens mo&k 

£n d*eene golf (zoo ging *t> Inifterde d'ahdre iet toe. 

De flaapgodt, op zijn' Inim, om vaak in my te werken« 

Speelde al H gefluifter naa , met wiegen van zijn' vlerken t 

£b znijefull zoo lang, dat by *t gedacht verdooft: 

Toe© viel by toe, en (loot zijn' wieken ora myn hooft. 

Cedaanteh, firalca^ wel vremdt, van droomen qnaamen boveiw- 

'T wa; over middagh , en ik zocht b in de hoverf 

Dw ouden Tyndara, door der galeryen groen 

£tt de prySel^n van oranjen en limoen. 

De telgen van een» heg> die, by geval, ontvlochten 

Poor hoveniert v«rxaim, myn padt niet vryen moghtea 

I 7 Vaa 



d by Google 



gbtf: MENGELDICHTEN kN 

Vtn iijdelingfcli gericht , my deeden ziea ter zy*. 

Daar qaaant ghy uit een bosch ^ eit Paris Was'er by. 

Ghy bloofd' , hy was begaan. Ghy hadt. het drok te xaamei^. 

Uw* oogen te gemoet, zoo 'c fcheea, elkandren quaamen. 

Ghy zaaght eens om , ais had uw' kkedren wat ^let. 

£n hy verfchikce iec aan den dn'ijQt van 't toppet. 

*T ei had geen ander oogh (magh men de waariieidt fpreeken^ 

Dan, ofk ghy, (ieelsgewijs , te zaamen hade beHeekca, 

Dat ghy u vinden zoudt op zalk e^' nor' ended : 

£n dat'er niemandt om moght weezen , dan ghy twee. 

Het fcheen dat ghy, bcducht, gewaar werdt met u beiden 

Een zwcnk van my. Diet ghy kort van elkandren fpreiddea. 

Eeril quam my groeten , met den welkoom , ds Troyaan , , 

En fprak my heel voldoende , en met veel heosheidu , aan. 

Ten laatften qoaamt ghy me6 i *t en kan my niet vefgecten) 

Quanfuis , als hadt ghy d'een van andren, niet gewecten. 

Het veinzen heelt fomtydts; maar als het wordt gefmaakt. 

Hoe dat men beter veinft, hoe *t meer bedenkens maakt. 

Zyn' oorlof Paris van my nam ; en wandeld* heene, 

Ik weet niet wat ik zei : maar leid* u toen alleeno 

Van 't volk , naar een pryeel van myrthen dicht gtblaadt. 

Daar was de fchaadnw koel : maar koeltr nw gelaat. 

En wat ik n ook fmeekte , oft eere zocht te toogen ; 

Die zighbre vonken meer niet dropte gh» uit uw' oogeu 

Die ghy my fnerken decdt wel eer in *8 harten j>!oedt , 

Gelijk een toorts, in *t nat, gegloeide droppen, doet. 

Ik vraaghde, op 't vriendelykft , van waar dees* vreemdigheden , 

En oft u Paris vrijd*. Hier hebt ghy my beleden , 

( Zoo veel vertrond' ghy noch) hoe *c met m^ wat gedaan; 

En Paris meeller *8 harts , door *t ftaadigh ommegaao. 

Ik reedde toe , hier op u wederom te vraagen , 

Hoe ver de liefd dan ging, die ghy my noch aoght draagea* - 

Want dit vertrouwen kon niet zonder liefiie sijn.' 

Mits vloogh de flaapgodt deur, met droom en looien fchljn» 

AUensjent' trok de vaak met baat' beteoterdthedea 

Ten 



,y Google 



B Y S C H R IPTEK.- aor 

Ten oogen uit , en ftreek d'onfleldtheidt van mijn' leden. 
/Uoch »t hart, dat bleef gemat, en qnijnde van den fli^: 
Gelijk een koortzigh lichaam op zljn' beter dagh. 
My lufte fine geen trooft, my noopte H6it verblijding, 
Maar briedt verfinachte dorft naa d'een^ oft d'andre tijdftng. 
Ik'landde in 't left'; en Vraagh in 't tYeeden'dver bpordt, 
Naar u. Elk zweegli. I^y was dat z\^ijgeA 't grOOtfi Woordt. ' 
Ik zit in mijn' karfos; eh laat niefrff Vkn queilett. 
Met dreigen ook , mijn volk ; tot dat 2y my vertelleri 
'T verraadt" van Priams zoon, en mijn rampzaligh lot. 
Ik vaar ter poorcen in, en berge my in *t flot; 
Daar, docht my, te^ens my, fteil - op de vloeren reeien ; 
Daar ghy , met uw gezin en dochters placht te weezen. 
*T geduldt ontgirik mijn'moedt, door 't nijpen van 't verdrlet. " 
Wie weet ^at menfch oft Godt it onbefchaldigbt liet ? 
Toegreens my d'eenzaamheidt met droevige vertooiling. 
»K ontfluit het kabinet. Hier vind ik utV verfchooning. 
By naargelaaten fchrift in aller yl geftelt; 
En dat ghy tegens dank ontvoert werdt met gcweldt. 
My trooft wcl , dat ghy bljjkt onwilligh , by uw fchfijven. 
Maar zijnde daar, wie weet hoe langdat ghy 't zuh Wijvcir?' 
De blonde Gaanymccd was mede zeer vcrvaart 
Wanneer hem d'Arendt grcep, en opvoerd* hemelwaart. 
Zijn* armen van elkadr floegh hy, zijn* helle lichtcn, 
Al wcencnd nedcr, naa dc kundighe aangezichcen , 
En een benaiiwt geluidt. Die bek, dier naaglen klcm, 
Al vierden zy zijn vlees , beneepen hem zijn* ftem. 
Maar thans ontfangcn in de goddelijkc zaalen , 
All hy den fchaaker zagh hem mildelijk onthaalen, • 
Met vriendtfchap in 't gezicht, met blikfem in der handt, 
Vergat hy makker, maagh, met vaadr* en vaderlandt. 
Doch, by Jupijn en wil ik Paris niet gelijken, 
Nocht zoo ver werpen wegh de Griekfche koninkrijkeii^ 
Men roept dat Troves maght vodrby all* andre thsedt. 
Wie roept het ? Troye zelf. Eri is 't daar oil 200 tircedt? 



d by Google 



fioS. MENG£>DICHTBN KK 

*T weet met den dreun van roem de flcchten te verbaazen 

Id weel'ge tijtels , en zijn* grootheidt op te blaazen. 

Die zeden heeft het Ooft. Hun Vorft ( 't zij ver van on* ) 

Is altijdts morgeOar, oft baftaardtbro^rs des Zoni. 

Dat *s aas voor 't lompe graauw , *t welk oordeelt van de paarden 

Naa 't geborduurt ileraadt , en naa *t vcrguldt der zwaardcn , 

De heirkracht naa '( getal , de ileden oaa 'c begrip » - 

Het harnas naa 'c verroaal , en naa de ftanders 'c fchip. 

Wat zeit de man van ftaat , wien« zinnen wuftheidt derven ; 

De guide beukelaar laat zich van 't flaal denrkerven. 

Uelmlokken vecbten niec. Krijgsorde, moedt, en tucht« 

Slaan meenighte ongefchikc, en woellheidt, in de vlucbt. 

De Troyfche middlen zijn wljdt uitgefpreit^ met alien 

Licbt om te fchudden^ en voorbaarigh om te vallen. 

Zijti* volken -ovcrheert zijn uiet zoo wel verknocht. 

Oft oproer koll nu die, nu Priam deze toght. 

Beknopt is mijn bedr|^. Het hun licht uit kan fpatten. 

Ik houw meer in den arm niet, dan ik kah bcvatten.. 

Hunn^ praal weegbt over van floddrende dartelhe^n. 

Men acbt daar hcerlijker 't verquillen dan 't be(le£n. 

ii^fchikte fiaatlijkhe^n mijn hof oorbaarlijk fieren. 

Van marmor is mijn* fchouw; maar geen* kaneele viercn. 

Van gulzigb' overdaadt mUn' taafel heeft geen' boogh. 

Mijn* fpijs ic voor de fmaak , mijn' vaaten voor het oogb, 

Geen vlaaijer kort mijn tijdt, met ongebonden klappen;^ 

Maar heufche konften , en de Griekfche weetenfchappeo. 

Aanzienlijk is mijn* deep in deftigheidt van pracht : 

Maar telbaar: geen gefpuis, en hoop van boevejaght, 

Dat Paris reede toe op fchuimen , rooven , miten. 

En breek* zijn ydel hooft , om Troye rijk te buiten ; 

My noeght wel aan mijn rijk C^ ^* waar) van minder maat: 

Maar *t zal mijn* giffing mis gaan, zoo *t niet langer llaat. 

Doeh oft hec hooge luk , geneight tot fhadigh keeren , 

Schoon, uit zijn wieken trok, om Troyes wil, de ve^res : 

£n dat het met der woon zich eeowigh troooen liet 

la 



d by Google 



BYSCHRIFTEN. - 109 

In Troyet groottheidt : noch it Parif Troye niet s 

Neen zeker, nocht het wachc alleen op zijn* beveelen. 

£n , zoo naa Priams doodt zjjn zoonen 't r^k gaan deeleo , 

Dae ieder een* bezict* al eeven veel daar af; 

*1C wedd' ik om Paris deel geed La9ed«mon gaf , 

Maar mogelijk hy u zal zoeken vroedt te maaken , 

Dat hy zal krijgen in der handt 't bewindc der zaakea * 

Alleen ; en boven all* zijn* andre broeden gaan. 

Die znllen *c Igden. Jta : ziet Hektor daar voor aan ! 

Oft znllen zy het rgk gezaamentlijk beflellen f 

Gclooft; dan heeft men zoo veel' meeflert als gezellen. 

Ook tcht ik wierden zy wel lichtlJjk zijnet mod , 

Dien veel gezagfatf wel Infl , en weenigh doenz* *er toe. 

Doch hoop ik niet, dat ghy, o znller van Minerve, 

Zoo dwaat geworden zjjt , en boghtigh ten bederve , 

Dat ghy , geblinddoekt van het niterlijk fieraadt 

En ydel blinken , zondt verlieven op z^n* fiaat. 

Die Ichande waar te groot, en zonw te leelijk rniken« 

Dat ghy, om fnoodt genot, nw lichaam Het gebrniken. 

£en welgebooren hart , dat van den vroomen qnam , 

Brandmerkte noit alzoo de gloory van zljn* (hm. 

Laat zien wat fraaijighcdn in zijn' perfoon dan bloeijen. 

Hier zal ik alles niet afgnnftelijk verfoeijen, 

£n ladren goedt met qnkadt. Noit wu ik van dien aardt. 

Zelf preea ik wel voor n, 't geen hy had prijzent Waardts 

£n, toen ik toogh op reis, beval hem wel t^onthaalen^ 

Wat het geflacht belangt, waar af hy komt te daalen , 

Dat heeft , in treflijkheidt , niet veele zich gel^. 

Doch my en dnnkt het niet, dat ik hem daar in wijk. 

Van lichaam is hy fchoon , berallijk in 't aanfchouwen* 

Wat ik ben , dar ik op mijn oordeel niet befrouwen* 

Dit evenwel it waar, dat om my heeft gebrandt 

Al meenigh* edelvronw in onze Griekenlandt.* 

£b van d'uitheemfche weet Egipten , dat mijn' minne 

Dc Joffren niet alleen ontihk , maar een' Vorftinne* 

.Be- 



d by Google 



Sio. MENGELDICHTBN en 

Beroem* sich Paria dan, al wac hy roemen mdgh. 
Van- de boerin Oeoone, oft andren lichten flag 
Van wijveo zonder naam » uic welker ommegaogei^ » 
Wat onbefchoftheidt vry aan hem is blijven haogcn. 
My gaaft ghy zeker zelf, met ,vrye keur, den lof 
(Tocn aU» dc Griekfche jeugdt lagh aan uw vaaders hoft 
En ieder leide toe, op hawen« fchaaken, fluiken) 
Dat ik alleenigh waardt uw bloeme was te plulken. 
Ook heb ik.a vertoont myn* mln met andfen fcfaijn^ 
En volgbde n, ( aU't betaamd': een' dochtep van Japjjn) 
Met *t uiterfta bew;i^'s.van ootmoedt en van eec naa. 
Dat Paris hooghlijk acht uw* fchoonheidt ,2onder we6rga£ « 
En looc^niik geenfini^ De blinden zoudendaar 
De fchemeringen zelf wel •wor4en af gewaar. 
Maar die zo* onbeaiTeliipc begoll heeft z^' vryaadje,. 
En met ontOgh zoo kleen, en znlk een.perfonaadje 
Heeft darren vergen met dien oabefchaamden mondt, 
•T geen dat hy.eerloos zelf en- ongeoorloft vendti: - 
Wat deed hy anders, doch, dab- kenneliyk bttoogen^ 
Dat brein zijn hooft ontbrak^ en -zuiverheidt zijn' 00geB» 
Om te befpidn de ^oor die uw. gelaat uitbrcidt , 
En »t zyfeem^l van Jupijn, en van zij-n' Majeileit?. 
Hy, die zoo raauw beftondt te flaan handt aan uw» leeden, 
^ewees' wel , dat hy van de grootachtbaare zeden , 
Vol g9ddeljjker geur, (daar ik voor was bedeeft) 
Te Inttel.fiaaaks had in zijn' fmaakcloozen geelL 
Doch, »t is de wjjze, dat, die zich, in 't.minnen, toooea 
^oo brnllend onbeleeft, het met den naam verfchooBCn 
Van duldelpozen braodt. Jaa Paris wil miffeliien, 
Om dat hy eetbreuk doet om u , zijn aangezien 
Voor vierig^* Maar acht niei wat hy daar af. revel', 
Hy verght het ieder, niet nit oordeel , maar uit eevel. 
Licht dat hy zondighde ook , en ilouter anneving, 
Op't praatjen, dat van u en Thefeus ommcging, 
Bevroedt te tfifoiito dan, q gloory aller viouwen. 



Wie 



d by Google 



B Y S C H R I F T E N. Ml 

Wie dat my u onthoudt ; en wie u wordt onthowwen. 

Hy qiietll der volken recht, bntrukt eea' andren 't aijm 

Ik min tot niemandts fdhaade , en eifcb niet meer dan 't Oi*4n4 

My is het , my , dat gky , bet eerft in all' uw leevcn , 

Den naam hebt van nwlief , en ran aw» man, gegerea. 

Dat ben ik. Wit it hy ? Een roover vnii be£aamt , 

Die , willends , weetends, doet , 't geen, de« zqn hart zkh fi^ftiBI* 

Met goddelijker eer plaght ik uw' naam te zeeghnen , 

£n zoudt gh^ my nu min dan menfcheUjk bejeeghnen? 

£n breeken uW'belofc zoo meenighmaals gedaan, 

Dat , alzoo lang Heten* haar' oogen open fhan , . 

Geen' andren opperheer zy in haar hart zouw Iqden f 

Dan Aoeropes zoon, den jongftien 4er Atryden. 

De daaghraadt uwer j^nghdt my gnnde ^ dat ik latt 

De roozen met den dauw, dcf frniten mst de waa^ 

Uws leevens zoete lent voor nicmandt heeftgerookeii, 

Uw' luftelijkfte Mai haar bloeifel opgtlooken 

Voor niemandt, dan voor my. En zonwC^at zwaarderi»i»i>T 

De herfft my zenden- nu zoo w^ange vmditCB t'h«i. 

Gedenkt eens welk een' vlam ging doormw zinoen wjeidwi^ 

Toen Venus, 'teerftemaal, Un maakie van ona.bcidcnif. 

Toen ongerepte'maaghdt, door grondeloozen g^obdt 

Van minne, ghy my opgaaft lichaam en gemocdti 

^loe vaak heeft fint de luft , met goddelijk vermogen , 

Ons van der aard* om hoogh in Venus troon getogen?- 

Daar fnroorden d'andre altzaam , zoo dat^er van de. vijf 

Maar een zin over bleef. Die vulde 't gtnfche lyf. 

Genaakte u^-vinger my, hy fcheeneei*' toorti teweieii; 

Zoo vloogh een felle brandt door d'aadren'opgerezew. 

En velde m'fn uw' fchoot ter voile weeld* bere^. 

Daar fmolt'ik , en ghy fmolt in mijn gefmokenheidt. 

O onbegrijplijk go^dt , wie kan uw' kracht verklaaren 9 , 

'K geloof, geen menfchlijk bloedt en fpande toen mijti Utea^ 

Maar eenigh rijper vocht, gelijk als wordt vertrouwt 

Te wezen 't geen de godn^in efeuwig^ levea houdt^ 

Ach, 



d by Google 



US MENGELDICHTEN Bit 

Ach , ach ! hoe menighwerf zijt ghy gezegen tuflen 
Myn* armen door , all flap van 'c ilibberige kufTen , 
Tot H uw* okzel fchprtt'? hoe dikwijls (ach !) bezweek 
De flar van nw gezkht , als *c mjjn haar gaf den fleck. 
Dan gingen d*oogen t'fchail, en bey' de fcheclen dooken^ 
All had een' bloode Tchaamce oft flaaawte die gelooken* 
06k hebt ghy m*iO|e&akt , met onverzaaden brandc , 
£n swangre Jonkfronw droeght uw man in *c ingewandc. 
'T welk, negen maanden lang, u laitelijk bezwaarde. 
Tot uwen tijdt toe , dat ghy » Uljde moeder , baarde , 
En my ter wereldt bracht een vrncht fchoon van aanfchijn ; 
Waar in m^n zagh aw krooft gedommelc onder *t mljn« 
En ii het dat de doodt nlet heeft aan het vernielen , . 
C Gelyk men seggen wil ) der doorluchtige zielen^ 
Zoo zal de ziel , die van ont tween't afifetfel it , 
Van onze liefde zijn een eenwigh tnighenis. 
Ook had ik van uw' boril den flentel te bewaaren. 
Hot dikmaalt gingt ghy my het heimljjkft openbaaren «. 
Dat n op t' harte lagh ? en kontte , dat pas , my 
.Veel van Laomedons trouwloosheidt toe ; hoe hy 
De goede» go^n bedroogh met overgeeven' eeden. 
Ghy wiit te haalen op , een deel lichtveirdighedcn 
Van Parity waar by bleek, dat hem ter harte ging 
Der geenen leyen , dtar hy 't leeven af ontfing. 
Wat fchentjent, onder 't fpel der'fchrandre boerteryen^ 
Kreegfa hy al « die 't niet voelde , op zijn oneedel vrycn « 
Van n , die bybragfat « hoe ghy wel gelooven kondt 
Oenone een* Nimf te zijn , dewyl 't gelaat haar ftondt 
.2oo waterkoel, dat, die gezien haar hadden, zwooreq» 
Zy waare midden uit een' grooten iboom gebooren : 
En andre ftreeken meer, die ghy det nachtt daar an 9 
Met al te zoet een' lach , verrekende uwen man. 
Vorborgentheden van verlang en wight veel groover 
Vertronw ik aan geen' brief. Legt ghy die zelf cent over, 
£0 overlegt met een , wat aaniien 't hebben zal , 



,y Google 



BYSCHRIFTEN. A13 

Dat ghy my hemelhoogh verheven hebt ten ytl. 
Want , is 't dat gliy , aan my ontfangef van weldaaden 
Zoo groot en ongemeen , nn komt te fpenren qnaaden 
Te vooren onbekent , zoo zal men n altoos 
Lichtvelvdigh achien, en nw oordeel reukelooi ; 
Om dat ghy onbedacht alznlke gnnfte wendde 
Tot iemandt dibs onwaardt, en kooft al eer ghy kende. 
Is 't ook, dat ghy my noch den man te wez^n raamt, 
Voor wien ghy my, in *teerft van onze vriendtfchap , naamt, 
£n echter elwaarts been na keen nw min te vunrigh , 
Geeft eens den naam van deft een ding zoo wiQ>eltniirigh. 
Uw zeggen zal miHchien z^'n , dat ghy op dat pas 
Toen ghy my koort , wel kend' , en dat ik ook wel wm» 
Maar dat ik, die my plagh naa wtjsbeidts wet te draagen, 
Sint van bet padt der deugbdt ter flinker ben geflaagen. 
Gelooft my, wie de deugbdt met kennis eens banteert, 
Verlieft*er op , dat by zi|n hart ook nemmer keen. 
Haar* fchoonbeidt is zoo groot van buiten en van bionen « 
Dat by haar niet vergeet (oft Godt^en krenkt zyn* zitinen) 
Maar volgbt den recbten wegb, boewel by flibbert dik. 
En fchiet bet wit wel mis , maar nemmer baiten *t IHk. 
Dan , breekt ghy awe tronw , zoo zal ik moeten meenen , 
Dat gby noit kenfler waart , al bebt ghy *t wel gefcbeenen ^ 
Van d^cerentfefte denghdt. »T welk is bet geen ik acht, 
Dat van u t'mijnen laft zal werJeft voortgebragbt. 
Wljft dan de Ihikken aan die van my zijn bedreven. 
- Heb ik n oit geflaan moordtdaadelijk naa *t leeven , 
En , als die geen ontzigb bad voor 't gerecbt der godn « 
Uit gouden drinkvat , u vergiften wy n gcbodn ? 
Oft weet gby, dat ik zwarte altaaren heb docn wyen 
Tot 's afgrondtf eer , en door vervloekte tooveryen , 
C Aan welke konflen heil een beilloos fchepfel zoekt ) ' 

Den fcbimmen van der bell* nw booft heb toegevloekt f 
Toen gby io arbeidt zaat met baarent noodt belaaden , 



,y Google 



;M4 MENGISLDICHTEN bn 

Kocht ik de vtoevroow om , dat 2y ow ligf zonw fchaaden , 

Oft loofile ik 't al den godn^ wat men te looven zagh% 

En worp den hfemel « met ge'beden , aver ftagh : 

Juno voor al, datzy wild' uw' verloffing fpoeijen? 

£n bloedden- van mijn' bijl, diendagh, geea honderdt koe^jen t 

Gewilligh deed ik al , wat ik u deed voor gofin , 

En tegeos wil zoo liet al wat ik liet te doen. 

En noit ontfing mijn hart gedacht om u te deereo. 

Laat u dat Paris eens Cacht hy een eedt iet) zweeicn. 

Noch is in mija gemoedt niet dat hetii v€rf6eit. 

Matr flelt my wefir ten ftaat, waar in ik heb gebloeit. 

Men magb de geenen , die in oude minne blaaken , 

En dappet zijn verknocht, zoo niet vertwijfelt maaken. 

'T gedacht des minnaars wil ilaAgh weiden. Zoo men 't laat 

In 't goede graazen niet , zoo kropt het aan het qnaadt : 

En berfl wel dikwijls uit , ten trenrfpel en ten blonde. 

En is n niet bek«nt , hoe dat Medea, woedde » 

Toen wederwaaidelijk lafon haar veriHet, 

En cm een* nieuwe bruidt zijn* egaa zitten liet « 

Die zoo veel zoets en zuors had met hem t'zaam genootenf 

^ heeft een^ hoogen raadt in haaren geefl beflooten. 

De finaadt bragbt haar op mi , de wanhoop voerd' haar aan. 

Daar *t qnaader niet met magh , magh alles onderibian. 

Zy holp haar' man in rouw van hoofde tot de zoolen , 

De Jonkfirouw aan haar' doodt , en Kreons hof aan koolen , 

Korinthen over eindt , wien , in den bijfb*en brandt , 

Het water viel te kort van d'een ea d'aodre Ibrandt. 

Zoo flaat de wraake voort, als minnen keert in haaten: 

Gelijk de waagen, tot den loopftrijdt, uitgclaaten, 

Rekt wat zy rekken magh » C te fchorten waar een droom ) 

Veeght met den voerman been , en Iniflert naa geen' toonu 

Hoe meent ghy dat my zij te mofi , wanneer ik treede 

Tot nw' flaapkamer in ? oft zi^ een' andre fleede , 

Daar ik genooten heb den trooll, dien ik nu mis? 

Gtlijk'er nauwlijks ftefi vry van vemienwing it. 



Hier 



,y Google 



B Y S C H R I F T E N. ai5 

Hier plaght z'haar gnlden hair 'taet elpe kam te ftreelen. 

Daar ging ze baaden. Daar #as zy gewooa te f^eclen. 

Met haar' ftaatvrouwen , als de maaltijdt was gedaan: 

Daar te bordimren op fijn dock met goude drafin, 

Hier jokken , lonken daar , hier kufTen , gints omarmeq» 

En oft ghy yzer waart , noch zood' u mijns ontfatmen , 

Wanneer ik eenzaam fuf ter dis , zoo ghy verftondt , 

Hoe dat de drooge fpijs my aanwaft in den mondt. 

Aan mijnen vinger blinkt , en ftaudigh heeft geblonken 

De ringe , iflet gevaar van opfpraak my gefchdnken , 

By duiftre nacht , ter fluik , ter venfter nit , toen ghy 

Bedeefde maaget droeght vcrhoole min op my. 

De brieven , vlechten hairs , die my van ir vennaanea , 

Kus ik , en wederkus , en znlte zln mijn* traanen % 

En flaake zncht op zncht, en qneel een' droevefi zang; 

En mijmer,- zonder flaap, de lange nachten la«g. 

O jammer ! kan het zqn dat ghy my hebt verfmeeten ? 

Zoo veer beloften en gemeenfchaps , fchoon vcrgeeten ? 

En vindt men een gedacht zoo achtloos zotader endt, 

Dat zulke dingen zich niet dieper in en prent? 

De Goden hoeden des ! Zotw voor geen* fch'ande fchroomen 

Een dochter van Jnpijn? 't en kan in my niet koomen. 

Ik acht, u tegens wil de looze fchaaker houdt, 

En dat ghy gaarne , zaaght ghy middel , keeren zondt. 

Bedenkt wat Crieken moght , ifidien hec waar gebleeken 

Dat ghy my willi^h liet , wat all* de wereldt fpreeken , 

Op znlk een voet. Dat ghy van Thefeus waart gcrooft , 

Daar heeft men niet tot noch dan ktrsjens aan gelooft. 

Nn mbmpelt men alreeds , en zeit C dit is mijn vreezen ) 

Die 'r tweemaals fbhaaken liet , gefchaakt heeft willen weezen. 

Dies maakt uw' onfchnldt klaar : oft wacht niet anders, dan 

Een' al te vuilen'klank: twee boelen tot 6in* man. 

Miffchien, dat Paris ir wel gaarne deed geloo\'en. 

Dat zJjne mogenlieidt zal alien roep verdooven. 

Ach jaa: hy kan 't gerucht den windt doen houden in. 

Oft 



d by Google 



QX€ MENGELDICHTEN en 

Oft dat het niet en blaas* dan deontjes naa zijn zln I 

Men maak* dat kindren diecfch van zes oft zeven jaaren , 

Dat iemandt maghtigh zy de tongen te bewaaren. 

Wat dwaasheidt is doch dit ? Ik weet het , dat de faam 

Wei fchamper ommefpringt , en guicbelt met zijn* naan. 

De waarheidt wil *er uit. Zy pad op giinil noch tooren* 

Jaa moet een Oppervoril fomtijdti zijn' onwil hooren: 

Ik laate Paris ilaan. £n ghy mooght weeten, hoe 

Hy wordt gefprooken van zijn' onder breeders, toe. 

Ook hoor ik I«ier wel, dat zijn' zoflers niet en toeven 

Met zeggen. Vraaght ghy, wat? Ik zond' o nod bedroeven* 

l)och, fchoon genoomen, fpraak' ook niemandt uit dit tal; 

Oenone , waant ghy , dat zy zwijgen knnnen zal. 

En oft zich alleman tot eenwigh zwijgen flelde, 

De fteene pylers, 't riet, dat Midas ooren meldde, 

De trappen van een hof , en zijn'er zoo niet aan^ 

Dat zy, om iemandts wil, ban klappen laaten iteaa. 

Dus is, yoor die der faam' meent op den mondt te kloppetr^ 

Geen ander raadt , dan van zijn' ooren toe te fioppen« 

Maar. giet ze vry vol was : zoo zal men noch daaroai 

'T getuigenifle van *t gemoedt niet maaken ilom. 

Indachtigh is a wel , hoe , toen met minnevlammen 

Ontfleeken waaren all' d'boofttakken van de itamme|| 

Der Grieken, dat men zagh krakkeelen te gemoet. 

Die nemmer anders, {Un met flortinge van bloedt. 

En bnrgerkr^igh , geweefi en zonden zijn te flilTen ; 

Mits niemandt kon verflaan tot znlk' een' bmidt te miiTen: 

Ook, met wat overleg, en welbezinden raadt, 

Uw fchoonvadr Tyndar fchoot een ichot voor zalk een^naadt* 

Eer hy zich dringen liet u iemandt te belooven* 

Hieldt hy vergaadering van all' de Griekfche hoven ; 

En droegh de zaake voor, met errenltigh befliUt, 

Dat liy niet was gezint n te befleeden nit. 

Ten waar de Vorften all' hem van te vooren swoereO), 

P?t onverzoenelyk zy oorlogh zooden voeren 



d by Google 



B Y S C HJl IIP T E N^ , ai7 • 

Tot fcfaai deg geenen die moght qaaderhandt belhan , 
Oft Q , of! , met geweldt , uw' man te randen aan. 
Hun alien Hillijk docht , en dat lien oorbaar prangde , 
Tg weeren t'zaam de vrees , daar ieder naa verlangde. 
No zijn zy op ontbodn , en ganfchelijk gereedt 
In waapen 4 elk om naa te koomen 2ij nen eedt. 
Docb fe, ten overvloedt, eer wy ons leger planten 
Verftaan te Iblrikken uit , naa Troye toe , gezanten % 
Van welke 't hooft zal zijn URfles "wel ter taal. 
" Deez' Jieeft volkomen laft , dat hy u weder haaP: 
■Oft , «oo de Phrygen iet <laar tegens overleggen , 
*T rechtweigerende rijk , te vicr , te zwaardt, t'ontzeggen. 
Hondt ghy nu met liem.aan; met hem te fpreeken traclit 
Uit eenen mondt ; voeght re6n by reedcn , klaght by klaght : 
En uitert u alzoo , dat de Troyaanen rieken , 
Hoe' daar «w licliaam Is, maar al uw zin In Grieken. 
End' is het, dat ghy keert, zoo zult ghy, wel oncfafin. 
Met grooter eer en fteft , te Sparte kooinen aan. 
En keert ghy niet , zoo houdt , als Paris , my .ten beflen , 
Dat ik mijtf fpietfe velP op de Ttoyaanfche veflen , 
Die t'elkens houden op , den trouweloozen , 't hooft ; 
En eerlijk winne , 't geen hy fthellemfch heeft gerooft. 
De wraak it op de been met haar"* bebloede zweepen. 
Eer lange zult ghy zien de zee beflaan met fcheepeu ; 
Daar uaa , de ftrandt met volk in ordening geftelt ; 
Daar naa, de lucht met ftof; pn dan, met lijken 't vcldt. 
Mljn vcelgcierghde kfing,* gecoogen uit de fcheede. 
En zal van T)loedt verzafrn de pftnte noch de fneede ; 
"Nocbt wijken eenen voet ik uit des vyandts landt , 
Ter t'y'dt toe , dat ik raak aan doodt oft overhandt, 
Indien de "hemel zich mijnr' onverdiende fmarten 
MeMoogentlijken krennt, en neemt het recht terharien; 
En met zoo zwaar een' ftraF vervolght de fnoode fchuldt , 
Dat dc voorzeggery van Kalchas wordt vervult ; 
Die uitvaart t^gcns Troye en dreight de guide daakea 
UQOTT Ih ' K Met 



d by Google 



3i8 MEKGELDICHTEK tn 

Mtt drotte oedericfaeat van branden ch van blaakea , 
Def Koninkf onderdoom met bloAen zjjnes laadts, 
De TroUbhe maaghden met de koorden d^s foldaats; 
Zoo zal bet blljlicin nocb , dat wy ons niet verhitcen 
Op vreemdc .Vorften landt , met hoogmoedt , ce bezitten : 
Maar dat alUenUjk zij, door zoo vernaamt een^ togfat»1 
£en fpiegel voor de qaafin, eti gby voor my, gezocht. 
Is ook Foi^oin zoo blindt, dat, by haar, recbt en reeden 
Niet beter zyn^gezien, dan d^ongerecbtigheden : 
En zijn de godn gedient met Menelaus bloedt; 
Zoo daar een Ooflerling zgn* fpeer in verwen moet : 
*T lijf maak ik u. Ghy zttlt n immert noch verpijnen 
In *8 kouden troony, naa te fpeuren d*oude lijnen; 
En volgeny met een* zncht* mgn' ziel voor uit getre^n* 
Dat *s alle *i wereldts troofli en daar me£ gaan wy been* 

HARDERSKOUT 

TUaSBM BAAGBNAAB. BN BOIMAK. 
BAAQBMAAR. 

Uw' trooiiy, Bosman, en bet waalen van uw wezen 
C Oft' gby uw fpraak verbijt) my bebben voorgeleezen 
»T verloop van uwen geeft , ecn* wijl nu , dagh op dagb. 
En, zoo m6n op gelaat zijn' gifting veften magh, 
Ik (peur , uit eb en vloed van wangenroodt , uit repping 
Van winkbraauw en van oogb i in u , een' lieele fchepping 
Van eeni^b nieuw gemoedt: docb kan nocb niet verftaan 
Wat dat bet worden wil. Nu beft ghy deuntjens aan , 
Veel wilder dan bet woudt , veel fcherper dan de dooren. 
- »T vee flaat en gaapt*er naa, maar beeft'er toe geen» ooren. 
Ook breekt gb' bun alP den bals; en ftort in fnfbeidt, radt. 
Zoo plomp verlooren , oft uw* ziel de ilaapzucbt bad. 
Werkt in u bosgodin oft ftroomg6din by tyen ? 
Oft vult n vader Pan met heirge razeryen ? 

Wiuit 



d by Google 



BYSCHRIFTEK. at^ 

Want ik heb wd gchoort, idft m«n, door znlk geiralt, 
Nu boven menfchhenit vticght, dtn onder beeftbeMt v»lt. 
€elijk den fiercer <lttiO i^en^ grootheidt Van gcbeuren. 
Oft z'heeft baar wedenright. Ghy plight my, hi^- m wrown, 
Tontfluiten w«l «w* bof<l» toen^y ay, Tioe#i en laat, 
Hadt haogen aan xm* -rkin, «ii hielt voor luiainrfleii raadt. 
Daar waare vrandtfciMp ecns wac wortelf faeeft fefehootoo » 
;Sy gaat 'er Jienmer «it. £a 't zoetfi dat o!c geoootea 
Van vrnndtfbbap wtzen iioght, if iiarteoiiiaat&bap|»y. 
iJir* vreoglide, bid ik dan, oft droefbeidt deelt met my, 
Dien ^y wel moo^^c het pit van nw gedtcbt vertronweiu 

1 O • M A M. 

Verlia^en soek ik niet, o UtagciMar, te bonwen 

^T geen an mijn boezea broeit. Ook is bet geenfins van 

Zulk eenen aardt, dat bet verfteeken worden kan, 

Wat lidzaart will net lift steb oit soo te behelpen , 

Dat by verfebafte raadt oat vlaauae te beflelpen 

Dat xy tk'mt nit en IceekT En oft ik ^boen voor mom 

Zaagb , in dit fink , te gaan , coo zle ik nici waan»i» 

De vkauae, die ay bkakt, gaat batten het betaamen 

C IVI^'nf oordeels ) niet ; dat ik my iiaarder licb te fobaamen. 

De fltin van Otoonooi is ^, die ray mijn ziei herbaar^ 

iIaaosnaar/ 
Wie is 't ook , dien de Min , oft wie , dien Gloorroos i^aart f 
R-ampzaaUgh Imaaj^n , noemt ghy dat herbooiteniflEe ¥ 
De gladtheidt van de Dang , de fprenklen der hegdllTe 
AI a^'n M lekkr' in ^ oogb, tot cnlk cen enbefcheidt 
Bekocven niemandt, dat by daar xija' zin op lett. 
De forflb Gloorrooa zwicbt voor traanen nocfat gebedea. 
<Zy bralt anet bitter wo^n , en met moorddaadighedfln. 
Haar^ eer is ongena^. Voor zege vekent zy 
»T vertirijflen van Vw^wen, en Wootiers j:a?cry« 
£n dat zy Eelhart ziet zijn bljjden^eft verflimmen: 
Dat Dierri|k , als kopy van d*ondenMrdtfiBhe Obhioieieo » 
Verfleten flingren loopt, met geenen va0er vott» 

Ka bw 



d by Google 



2^ MENGELDICHTEN »K 

Dan 't IJJvdooze volk by PIntoos ftrtaten doet. 
Ik zwijgh van Ypenaar, van Lindeman, en honderdt 
De.fraaiiten van 't geweft^ dien zy de zinnen.plondert, 
Pat zy nanw. wpetcn , oft zy voor oft achter gaan. 
liunn' anue beesjes zljn vail alalleens daar aan. 
i^a niet te mtn, het vel, de verw, 't vernis der oogen. 
Die , met een heet vergift , de menfchen nit doen droogen , 
Die loopt men achter an. Wat hoeft.mcn dan zoo bang 
( Ach! zegt my doch^ te zijn voor haagedis oft ilang? 
Oude Eerrijk C 't heught my pas , ) te zingen , tot een' leering 
Van onzen Landtraadt, plaght: „ O mannen, al de neeriog 
^ „ Het eene dorp zoo vet en grof meft, dat het vaft 
„ Air d'ander' over 't hooft, in maght en weelde, waft; 
„ Ate 't een geflacht van 't dorp komt 't ander t'overtreffen , 
„ Zoo ver ak boven braam de beuken zich verheffen ; 
„ Dan gaat het nemmer wel. £en voet zoo groot als 't been , 
„ Al waar ze noch zoo fchoon, misilaat het niet alken, 
„ Maar is een laA van 't UjX Gelijkheidt hondt de zeden 
„ En 'trecht in hanne kraft; en ieder doet betreden 
„ Het padt van zijnen plicht. Maar al, wat boven maat 
„ In grootheidt nitfteekt, los, en lichtlljk z^jdgang gaat.** 
Wel maakt dit Gloorroos waar : dopr dien dat alle wi^jven 
Haar* fchoonbeidt zeilt verby » de ganfche jeughdt laat drijven , 
Om deze minnezorgh , de zorgh van .alle ding. 
Wat llaat^r boogaardts wildt, en roept om baayening? 
Wat gaan'cr kocyen met haar' uijers overlaaijen ? 
Wat leit'er veldta vol gras , dat noodight tot het maaijen ? 
Wat klaaght'er koorens, dat gewiedt wordt niet genoegh? 
Hoe meenighe akkerkorft verlangt'er naa d6 ploegh ? 
Zoo die halsilerke maaghdt noch ieder yeronwaarde , 
Op eenen naa, en dicQ tot haaren man aanvaarde, 
Ik zagh'er deiir« Maar zy en acht'er (laasl) niet een'. 

B O t M ▲ M. 

A£h i laflert Gloorrooi oiet. In alles heeft zy rete. 
SJfii 'c oogh maar op. Gel^k aU, boven het bekroosen. 



,y Google 



B Y S C H R I F T E N. aai 

Het vers gewafTchen fchaap heeft rechc, te aien rerkooacii 

Zijii' zuiverlijke wol ; gelijk gewiWe roos 

Te maghtigh is, in verw en renk, de TijdelooS; 

En Pan zich zijner leeft' moet by Diane fchaamen ; 

Zoo wint het Gloorroos af der fchoonten al te zaamen. 

Wat wilt gliy, ditt die handt, die met haar' fneeuw verblendt, 

Zich in de vingren van een* houten harder cut' ? 

Ent dan de pers op eik. Wat wilt ghy, dat die haaren. 

Die , zoo met fijnte als glans , braveeren *t dierffe gaareti , 

Aan eenen lorapen arm rerllrekken waarde boey? 

Naait dan de zak met zijd*, en hnift met goudt de koey. 

Wat wilt gliy hebben, dat dat fchaapemellekszopjen , ' 

Dat blanke ftremfel van dat poezelige kropjen. 

Door zeedeloozen mondt gezoopen wcrd? die bla^a 

Van verfche roo2fen , daar haar wang mcede ig b^afin ; 

Wat wilt ghy, zegt dodi, die daar leezcn endfe fferooken. 

Van lippen die de hrcht deedt droogen en verfchrooken f 

Die Ijeve lipjes voort, zoo gloeyend' en zoo vers 

Als, tulTen 't zuur en 't zoef, de glimp is van cen' kers;' 

Wat wilt ghy, dat een bocr die, ^ met aijn' grooven- aafftfm 

En damp naa zwaare fpijs , waahebbelyk bewaafTem"? 

Laat dan hec kalf vry toe, dat bet de room in flok^ 

En geeft den roozeltar ten belfen aan den bok* 

Laat dan , al lefcfat ze dorft , bdc dan de koelile fh^omen , 

De karmozljae kert vry rotten op de boomen. 

Wat wilt ghy, dat die kUare en kroghiighe oogen , wiei> 

De yeerverwonoe zon haar* waagen hoort ct bien , 

Die tintelftarren , daar de flarren , die gaan doolen , 

Aan '8 Kernels welfTel, niet by *ijn dan doovc kodted y' 

Met maatrljk zwieren van haar' ffa-aaten, f^reeken aan 

De geen^ , die ziofa niet op* faiaren loop vcrihan T 

Dat meer is ; ieder boer en wachter van de fcliaai>€» 

Zich aan den bnrtenbaft van \ lichaam blijfr vcrg;fai»eif ; . 

En niemandt en beionkt het gcen , daar aldermceft 

De Liefde op ilaaren modi, de gaaven van haar*- gcefi V 

Cien goddelijken geeft ^ die op haar voorhooft fchildert ^ 

Digitized by Google 



^% MENGELDICRTEN Bit 

I)at lt«ff«Iijk OQtxigh, dat d^allerwoeile ontwildertf 

Dien goddelijken geell, die all' der dingen drang. 

Die zonder naadruk ziJD, oft van geriog verlafig. 

Zoo zoetelijk belacht: maar, met doorvlijmende ooftQ^ 

Opvli^nde tegen ^c fteil^ ontdekt, tot in den hoogea» 

De zaaken van geyolghy welke, tan al wat*er xs* 

Zijn geevende d» wet , en de beweegKenir I 

Wat waant gliy , Haagenaar, dat zy mt^ zijn geneiea 

Om weeten waar de mitt van Zwaantjen is gelegen f 

Wie Wolfaart in der daadt, wie dat by vryt in fchJjn?' 

Van hoe veer morgen landts dat bouweri bniikeri zijn? 

Ofc hoe veer beeOen I>uif tot noch toe heeft geaiolken f 

Zoo deen geen*^ geeflen » die met voeten treto de wolkenk 

Haar* lull ^t oyerleg van 't wightige beleidt 

Bcr wereldtlgke godn « en met befcheidenheidt 

Te wikken hun beiHer; te raamen op het naauwfte, 

Waor dat hun raadt op *^trijpft«waardatdie wasop^ratninrile:^ 

Noch (hinkt haar dit een* deun. Zy il^g^K^ net yver^ op 

£n voert zicb kFacbtelijk tot aan des hemeU top 9 

Zien wat de Wjjsheidt, die daar it ten trooQ. gezteten^ 

Yoor leflen leeft* en voe^ de werkeo. naa haar weeten* 

Dus komtf in haar bedrijf, te fidiit;eren zoo zeer. 

Dat dieftt)^Iachend licht van overblinkende cer. 

Die nit de denghde Qsmit^ met eeawige fieraadeo 

Van onverganklyk lof « bekroonend* haare deaden. ^ 

En is *t niet meer dan re^n das , dac ty ondt en jonk » * 

Dat zy *t al fleik tan brandt, ^ nicoHUidt haer ontfoi^^f 

KA.AQJLVMA.%, 

Ert is *t niet meer dtn re£n dan ook « dit ieder trtchte 
Van een onlcfchbaar vuurt zorghvuldigh zith te wachte*! 
£n niemandt wtan*" te. gaan van oagmtde- iny t ' 

B O a K A BT.^ X 

*K weet waar ghy wezen wilt. Ghy mndct beiluit* dat ny 
€een beter let en t» befofaooren dan den tndertn. 
Maar wijdc hun wit en *t mijn verfcfaeckn van elkanderen. 
£lk Imaner dieniL om iQQn,:, ill mfsr ikii afilveo vriejidt.- 

Daa 

Digitized by Google 



B Y S C H R I F T E N. 223 

Dan haar. Ik dien aScen » op dat ly z'li gedient. 
Zy-luiden vol sijo van begeerte om te geaieteiK 
Ik ftaa oas nietf van *t haar. 

Dit Icon u Ucht ontfcfaieten, 
De Hefde vlaait alzoo den minnaar in het eerft: 
Maar maakt zich met der tijdt zoo maghtigh, dat zy beerfl 
Beid* over lljf en ziei : en doet hem ^eerl^k quijuen ; 
T en zi| sijn lief haar' zln laat*^ vallen op den zijnen , 
En fluit' een varft verbondt van zoete minlijkhediu 
Gelooft my, Itefde poogbt van twee te maaken een : 
En als haar dat msilnkt :soo moet zy lodz^igh glyen 
In zorgen sonder emdt ,, en een mcscroofHgh lyen. 
*T intoomen van die vlam vcrtrouwt u zelven niet* 

B o S M A. K. 

Indien bet ongelnk wil , dat het my ontfchiet' , 

Zoo dat dit vuur met pijn mijn zinnen komt te fnerpen , 

Het zal my dut tebet haar* waardigheSn infcherpen. 

En ftls 't gedacht van fmart geklopt wordt , zal het daar , 

Tot antwoocdt, dit geluidt op flaan: Ik lijd' om haar. 

Ten qnaadllen^ dat de brandt raijn mergh en been verteere^ 

En dat ik heel end al in ecnen gloedc verkeere , 

Opoffrende mijn ^ijn-r haar' wonderhefin ten dank ;. 

En doe, gtlijk de zon, een" fchoonen ondergank. 

Want C«iet ghy 't niet?) de Har der flarren , nu zy daalen; - 

Komt til. de Wcfler zee, met fijner goudt van ftraalcn 

2ich ophi^lt, en verheught der llerffelijken oogh , 

Bet, dan toen, fnhaar* kraft, zy midwegbs hing om hoogh. 

Maar eeveuwel , zy zinkt : en , eer wy kunnen ftalleu 

Ons zatgevireid^ vee , zal het de nacht bevallen; 

Dies ik gofin avondt zeg. 

a- A. A G R N A. A R. 

En ik u goeden nadit* 

B O I M A Nv 

^ i& altiidta dagh met my,-, tot dat mijii' vlam vcrfmacht. 

K.4v OP 



,y Google 



ft24 MENGELDtCHTEH e» 

. OP HBT DAOHWBAK VAN DEM BSSK9 

CONSTANTYN HUYGENS"* 

KIDDER DBR ORDE VAN SANT MICHEL., RBBRB VAH 

KUILIC^EM , RAADT EN OBHEIMSCHRIJVBR VAN 

DE HOOGHEIDT DBS PRINSEN VAN ORANJB. 

Daghwerk , dat den pHcKt vervaat 
•S menfchen die in eere ifeat; 
Daghwerk, dat, in we^igh fton^en;; 
Komt kompas en ffrcek oorkonden , 
Om te doen behoude reis , 
Met de fchnit van *t doolziek vleis: 
Veel is *x, waardt voor Ii6n en Ian den „ 
Dat ghy konit uit Httygen* handen ; 
Die geen ander zeedefpoor 
Schildert dan «ijn hwt verkoor. 
Daar , in *8 wereldts onderrechten ,, 
Praat en daadt te zaaraen vechtcn ^ 
Vecht men om. del Leeraars zin , 
En zijn' woorden gelden min. 
Veelen die van deughde fchreeven,. 
Wifchtcn 't uit met ftrijdigb leevenj. 
liflaar zijn letter en zijn geefl 
Schoeijen jiuft op eene leefti. 

DIRK KOORN HARTS; 
BBXZ.BTBNI18. 

K ontfing tot Amfterdaw , ik gaf t«r Gouw mijn' geeft , 
Wiena ftrijdt voor Zeedfin ^Schrift > en Yryherdt is gf wec^. ^st4 



d by Google 



BTSCHRIFTBI^. airs 

or 't z s l V b» 

fTy proefi^ '^ef zeven^ en baaft zat was elkea ilnatx 
Maar bleeft van wetenfchap en vryheidc^ onvjrzaac. 

OP HET BEliLDT VAN »EN UEERE 

G E R A It D U S^ V O S S I U S. 

Een* inborlf^ Manlrer' noch V9r\ ifeorghdty -^ 

Dan 't hooft van vlokken , die 't befneenwen , ^ 
|)raaght Vo8siu«i O Grifik , wat mcoght 

Gy van uw Neftors kennis fclirceuwcn V 
Heiighd*^ hem van. dric ; den onzen henght 

Van meer dan een half hondcrdc ecuwcn. 

0» HBT APMAALSBi; JAN DETT HEERE 

CASPAR van: baarle, 

Au 't Baarlds fpraak vernam , zeF Roma , dat 's de tong 
Van mijaen Cicero^ Thans* hoord' het. dafr hy zong: 
fin zei, dat 't Maroos keel: de wereldt wort wc6r jong. 
Maar nu 't zijn* beeldtenis aanfeboat in dceze pient , 
En dat paar zielen in een' cnklen man belicnt, 
Staat hec verbaall , en denkt , de wcercldt is op 't endt». ' 
Want wie beleefde'er oit- den daghT 
D^ by zoo vreemdt •«& wdndcr zagh^ 

£ N B^ R' r^ 

rfadd' aao dirbeeldt 5an<£raaftt de ilcm'ooC koflncn geven, 

Gelijk de reft van »t leeven : 
rr verblijdae Anguihit, en ded Catili'na Iteeven, 
De Vorft waande aan den ztngj^dRt^Tsto voeK hem^ Hondt 
De fohelm, dat Cicero blies blixem uU ctien mondt» 

Its, «B 

Digitized by Google 



2t6 M£ieaELD(C»TE;It ei« 

Qf B»K M AAM. VAN t^N** HOoiSHEXDT OElf 

P R I N S y A N a R A N J E. 

Print Vi9ee4rijk vocht ,. tot izt men werdtr bm vr«d gebeeden^ 

Prins Heinrijk heeft 4en (hat beheinc met negen flee4Qn. 

Zoo <^Ma des dubb'lon m^^^nt h«il 'diediget gduidt ,. 

Met dubblen rjjkdomt hoop,, op enkle wMrheidt .nit; 

En nrracht d^.hemdU. R«%4t, 4i»r. l|©nV*« tefldti Z5<lighe^4e.P». 

Q O D.T S Q 0,EDT H ? I: D T.. 

2^00 ijwqi^ kindren befr 

^ , boozen » ipaakt g«dwef ». 

En kan tot weldoe.n xwcpken:: 

Zal niet met beil veel meer,. 

Uw vader 's HeemeU tieer 

ZijV bid4Rr«.4{in b^fchenken? ' 

-^M E N S Q H E Ijr P L I C U^ "S;. 

j^ ankleevc^t God* , in bandtr 
Van liqfde^ ipet verftandt,. 
Hart, ziel,. uit- al uw* kra<;hten% 
Hangt uwen naaft' ook an , 
IVIet, liefde , die niet kan 

^ A A '^ S: T A A T; 

Al^i menfchpB 4oe» H. ^og^of^'vUw , Jwrflnift oft fm«lt , 
^ «ft. 3u^ beTajbiid^ei^t, hea. fl?n4t en mt^e fl«l«,. 

Digitized by Google 



B T S C H* R I F T E N. 227^ 

LO-rEavspiiEUK; 

De kindtsheidc zorgeloos, die ons coo ras ontfchiet, 
Slacht rjjpe wijsheidt ,. hoopt op Wat^noch vreell vo»j Nict. 

A^ N o B JI& 8. 

T)i^ van des menfchen hart dt' winkien kond^ ontdekken 
Zx>ad* hlimUing licbt een Wat iiit al de Nieten crekken. 

A N D B & s. 

Ontdekt dfc wereldt niet. Waaromt' 
De grijns is moyer dan d^ mom. 

oil VOOR^'T AALMOESSBRZERt RVU TK STBLLBK.- 

r)en vremdding ddor noodt ten landt gedreeven nit, 
B^iat open poorc niet, soo gy *t harte voor hem fluit,. 

Af.it 9 n % a. 

Den vremd* en vondeling van alle ding ontbloot,. 
Screkt heli>ers handt: 
Zgn vaders landt , 
Hn moeders fchoot.. 

OP D^'^FBBBLOtNG OBB GBRECnTXGaBXDTk 

Wie wU dit wesen? De gelirenge ddditer Godu, 

Di6 ieder 't »yne geefi. Wat ddet ze met dfcn zwaardi?' 

Als iemandt overtreedt 't bellek zijhs rech'ten lots, 

2Joo waapent d'Overheidt haar handt tot rnft op aardd^ Qen^ 

Waar toe geblindtdoekt ? *T oog door haat nocfa liefd* aoet dwsS^ 

'X Qor Iniifare; Reden zij den evenaar dcr fcbaales^. 



,y Google 



astS MENGELDICHTKW Bi» 

UXT BET ITALIAAK^K. 

Men doet de Tronweo doch op aard geen grooter ^ijt,. 
D«n al« m'«r ouderdom- of. ktlgkheidt verwijt. 

UXT «BT aATYH VAN ^"VBIIALW. 

Tot fymzncht ii geen raadt , dat zeer i» veeT te faooAfr^ 
EeQ dichcei zeven juar moet diohten na zga doodu ^ 

HIT SftT IXALXAANfCB. 

'S Landtshe.eren doen. wordt haaft gemeea bedj^: 
Want de Laodtsheei: heeft ieders oogh op 't lijf. 

^AN J'OFFItOUWB 

TESSEILSCHADE ROEMERS^ 

'K weet xam difehten noch van deuqen* 

Niet dan keetelachtigh drennen. 

Is het y. dat mjjn fiiaren 

Baren. 

Was de keel oit gladt eh hel y, 

Ze is nu byfter van haar del ; 

Slaat niet , dan een fchor 

Geraor 

'T hart , al heefc het Phoebus tegeov. 

Wil , tot uw Ytsesoek genegeoy. 

Bo ven «ijn . vcnncugen 

Peqgffiv 

QP BSff: OBMASKBftOB JOFFBOUVS. 

Joffrwivr Lysbeth lapt haar kakea . 

Met fluweel of wat fatyns.. 

*T aanzicht om aaawit teraken. 



Krijght 



Dgtized by Google 



E TS C H R I F TE IT. jfz^ 

Krijg&t tot kora eea zwartfe grijns. , 

Slaatze niet te degen mist 
Bleeken wilze ^ ear gaat het m^en 
Bruiner dan *t van aellef is^ 



OP X>E /LFBBSLDIMOB VAN 

HENRIK.DEN VIERCtEN. 

KONXNO VlAjr VB.AKCaiJir. 

Voor vyandt zwichtte noit, of hem genade ontzei'de^ 
Dtt aanfidiijn , op wien& weak de Chril!c wereldt drcide^. 

OS DB DOODT CBS ZSLVElf. 

De hemel, langer al te groot ondr*'Ilet beleidt 

Des grooten Henriks , vondt de Frimfche 'mogentheidt. 

O alvoeruit vernuftl o goedtheidt ihgeboren!' 

O zeegbare oorloghshandc ! geen man zou hem van voren 

tkht hcbben 't fpits gcbodn, als hy gewape.it tradt. 

Of cen fchuimbekkendt paardc tuffchen twee fpooren hadt^ 

UlT HET LATYN. 

J^ goede uit licfd'ter denghdt de zonden haat. 
De quade uit vrees voor ftraf* de zonden. laat. 

UIT HET- FRAI^SCR 0»- HEMILIE DBK VIBftDEIT. 

O gy doorlnchtigh Woedt van Vrankryk , wat ontknoopen 
Wil uw geblindthokt oogh? Kent,koeiier Vorft,uw fchu'.dt. 

Verfchooning zijnze.waardt,.die aich flechts eenai, verloopen; 
Maar wie volhardt in 't qnaadt, die heeft zjn ramp^ehnldt. 



K.7 e; Pr 

Digitized by Google 



t3Q MBNCELDICHTEN en 

E E N M A I fi B ^ M,. 

MA» IOPFB.BN AWW5 EN TESSEISCHA VISSCHBRS , NAA. 
9AAIL VKILTRBK VAN MUIDEN , OBZONDEN , StRBEKT : 

Orplieu«» met zijn ftem <jiiving«», 
Slaakt* certijdtt den bomen vocten 4, 
Dat »e».by gekroonde ftoeten, 
Liepcn naa , den zoeten zinger. 
Is 't dan vremdt , dat ilt veiflinger. 
©p uw queelen , 
0:p uw fpeelen,. 
Kn loop achtejr atn uw' keelen? 
Ik die ben van 't aelve volk ? 
En, wai hy der Goien tolk, 
Ghy zijt rpeelaoots van Godinnen*. 
Ende» zet Thali' haar' zinnen 
Eens tot trouwen, zoo zult ghy 
iRdcT; bitten aan een zy. 

AANjOFPftOUW 

F R. A N C I S. C A, D U A R T E;. 

loffrouw, tat neem ik bet aan;, 

Nu geloof ik , dat de kollen 

Ros en wagen met de maan 

Van den hemel af doen boUen. 

Wat is 't wonder, dat ze rollen,. 

Op haar ncuren, ncderwaart?^ 

Ghy doct, met uw' zang, dfc fchairenv. 

Van benefen , ten hemel vaaren, 

Dat heeft wel een' andrcn aardt. 



d by Google 



B Y S e H R I F T E N.. aji 

QP BBM BAlMKfORBUJBKt AS>AM VAV V|AMEf WERK. 

Tndien ghy *t aokerloos uic nw.er handt wik Hellen , 

j^n maakt het gulden fchjp niet , tot den bodem , droogh ^ 

De gladde watergodn , die 't omendom bewcU\jn , 

Pifi zwemmen, op een kott, daar licbt meed^ uit het ooglu^ 

09. DJtJI OyXM. VAH *T MBTAALEK BBBLDt SEt 
BAJlTOOBtl VAn ALVA. 

Dea dttiiD^ de rechte wederhandt, 
I^ie, eertydtt, vsm gan^ch Nederiandt, 
Zich kulTen deedt, terwijl hy 't fchondt, 
Heeft nu Matix>08 in rijcea mondt , 
Of wringt hem , wil hy , in een hoi ,, 
%n bruikt den dwinger yoor een* doU 

17t!I! HBT XATXrv* 

In gn>ote daSn- 
I^agh wil bellaan. 

0» DB ZWBMMBMDB RQOMSCHE MAA-OHDBN ,. BY DBK 
BBBAB PIBTBB. B.UBBN8 9 OESOHILDBRT. 

CSeen wegh li oQgebaant voor vroomheidt: 200 de maaghdcn 
0ns leerejn, die op ftroom.haar lijf , om vryheidc, waaghdcn, 

LUCBBTXUf ,. IN *T BBRSTB VAN SUN. TWBSX»» BQBK^ 
OBVOLOQT. 

IDoor *t gMfiUra mo deuivindt, wanntcrde 2ee gemanelt. 

Met graQwen,.tegens *t zwerk en jaght der wolken, fpariclt^, 

U 't Boet te siCD, van dnin ,. oft haven af, hoe dftt< 

Be bootfnan waifttlt met de doodt^ in 't hoUe jsatt-. 

Men fchept geen vreoghdt noehtani , trit^mandt x^n bedroevon ^ 

1^^ 't lien.vao'fusdfrtoranp 40e^he(koflz^ welYain proe%'ea. 

U1J» 



d by Google 



asa: MENGELD-rCHT'EN rtr 

VIT DEK Rllh>VIt ATAIUN'O, 0BV0I,<SHT; 

De mfinfch, diie zich., dbor Infftotbtooslieidt, latitontfchincielerr^ 
En hijgende van toght , naar ydle winften draifc , 
I« even als een tol^ die,, met gcdnndgh zwindclen , 
ZTcb zelve Ifclit den voet , en eige grafltefi graafr. 

, ^S Y D T - D 1 C H T. ' 

OP DB ZBBCB TB WAATEft. BEHAALT , 9Y DBN PRlKSfi 

VAN ORANJBN JRBDRIK HBKRIX , X08SEN OBN 

TW^AAI^FPBM BN ZUCRTIBMOBN VAN HBRFST- 

MAANDT ,. DBS^ JAARS X<5SZ« 

Ken heLdt tea eInDe 5raght, VoorzICbtlgh^op e#n* naCht ,. 

At *c geen D; a SpaanfChc kraCht , Vllf laarcn oVer WraCht^ 

DDCCCCCLLVVVVVIIIIII. 

©P 'T VEHBONDT van HOLtAHD-f Bl* VBNETIB. 

^^^aar is paar van vernuft en van krnften zoo klbek , 
'A1« de Leeuw met liet zwaardl, eir de Leeuw met hct Bceltf 

AAN PEN BDBLEN HBBRB 

RaCHUS VAN DJ^N aoONERT, 

EBRSTBN RAADT8HBBR IN OBN BOOGBN R'AADB VAN HOl^ 
LANDTy OP ZrjN TRBVRfSBEL-: HOCS8 DB TAVBZ.BftBBXBlt.- 

^Imaghtighe uttfpraak, dfe ons met 
Uw' klank, jflScdrcunende trompctv 
Eriflnert d'overd;\*aalf(ebe dp-adt 
Ba a&al van .'t melnee(Ugb:9«adt.;.. . 



Digitized by Google 



B Y S C » R I F T E N. 33a 

•T irelk -ging z'ljni S^cWppers eer verralo , 
En bad zijn cigen fchepfel aan: 
Terwijl nw yver met befi^Tieidt 
Uitdondert, in verbolgenheidt , 
Hoe Iiittel *i wedferfpannigh volk 
Acht op deh mondt van *«hemel« tolft; 
Blykt nict alleenr, BoC 't hooghfte Recht 
Is billijk, aan uw* tong, gehccht: 
Maar dat heel HoUandt en zijn* li6a 
Behoocden uaar uw mondt ce zieo. 

UXTBORATIU9^» 

Voorzichtdjjk bewimpelt Godt 
Met dikke wolk *t genaakend Jot , 
En lacht'er om , wanneer het vleifch 
Meer liddeit ^ dau naa redes eifch^ 

DIT. LUKA.NU8V 

]^?tt VoHlen maatflag zich dc wereldt roert oft IHIt. 
Voor weenigh luide& is gefchapen 't metilchlijk giUt. 

OIT SBMEKA. 

ri et geen -, daar alle man voor zwight , 
Te temmen is manhaflAeidts plicbt. 

UlT LUKANUSi 

l^ groot ftort van zelven in. En heeft des hemels wet 
Atn 't flcigren des geluks dit tot eeu peil gcze.t« 



^uwc 



d by Google 



934 MENGEiPICHTEN nn 

QU2K , OBACKT VAZf FLOftUf aB|IAAKrw 

f^tntrunt aHqttando refa, Proh vtris aautni 
ingenium ! una dies produeit S^itula florum : . 
Jt/tera fyramides noio gravren timenteis: 
T$rtia, jam calafhos, Totum yix fuarta ptre^it 
Floris opus* Ptnunt hodie^ nifimant kgwtur, 

VBKDUflTSCm 9 TBR BB0BBRT9 OBf «BB|tBN 

VAN DEN HOaNCaX. 

Immert gloort <Ee root in *c endh. 
Maar ytvt is die blijdc Lent 
Ook een aittHgK gcwjen! d*eer(fe 
Dagh bootfeert bcf aldcrteerfte 
Knopfea naaghdngewijze flnik. 
*Z andren daagfrs roo set het buik > 
Pailend' cm de naaveltipjent. 
Op den denleo ftam de lipjeni 
Als een napjen sender fpitti 
*S Tierdea daaght, in voll^ kritf. 
Sloft iMB *t BorgCBf haar te pluiken ; 
'Savonicfl dro^t sy vaa <te ftruikca. 

yovt *f VARTOCBKBor, hMn Muw* Hwwvmouw 

HEtlO^ORA HKLLCMANSv 

An«r deoghdt en rreugfiden bron , 
Leooor mijn* hcllc zon , 
*K zoop my, dczen avondt, droitien 
In de (Iraalen van uw' lonken. 
Zoo mijn hartje met zich broght 
Wieken aUoo wel als toght. 



Want 



Digitized by Google 



B Y S C vH R I F T E N. 1^5 

Wantdc toght, die tobw me draagcn. 
Over graften , over haagen , 
Over wal en over paal » 
Over Maas, en over Waal, 
Over d'akkers zwaar om boowen » 
Die van Baeto naaa behouwen, 
Nederiandts TermaardtAe ptek» 
Over Ling en over Lek ; . 
Naa de zee genaamt naa t Zoiden,. 
Op bet hooge hvAt te Muiden , 
In des ooftertoorent fchooc : 
Daar bet lieflijk avondcroodt 
Van ow* lippen , van uw' kaaken 
Zicb zouw menges met nijn bUkeo. 
Alaar , van vlerken ! 'k heb'er geen% 
En de Min , die my ,. te Icen,, 
Met de sijne kon ftofieeren , 
Wil ze niet cen anr ontbeeren t 
Ende merkt , wat ik hem vergh , 
In den Bosd), mila' herrebergh. 



OF DB DMMK6LAAZBN BBtCRftBVBN BY JOFVROUW 

TESSELSCHA ROEMER VISSCHERS. 

Wat foft gby , Lezer, opgetogea in de toogen 
^ Zoo liiicbteljjk gezwaait , en vioeijende op haar pas ? 
Zy 2ijn, vaq loome handc,. gefleept niet; maar gevloogen 
.Uit een' doorlucht^ geeft: wient wakkre penne was 
Doorludite diamaat 9 papier doorluchtigh glas^ 



,y Google 



2^6 MENGftLDICHTEN EW 

OP BBN KERSHACHTJEN, GBZOKGBN DOOB. JOPFBOO 

TESSELSCHA. 

O loflijt keeltjcn y naa dat ghy 
All' *s wereldts (lemmcn waart verby 
Geftreeft, en zat der aardtfche dingen; , 
. Ontbrak'er meer niet , dan parthy 
Alec 's hemels £iigcleQ te- zingeu. 

OP 't PBSTHUIS t'aHSTERDAM GESTICHT I» 
DEM JAARB M D C X X X, 

/•Is het driekruifligh faar, nat zelHen eenwen , qnam,. 
Werdt dit gefticht, by 't driekruisvoerend' Amfterdam* 

A. M D B R.> I 

Jn 't zeftien honderdt en nocb drieraaals tienfte jaat,. 
Leid' hier den eerften lleen. Kornelis HaffeUar. 



St?at ftf, gezonden; en Tan dezen ingang y(f. 

Dit »s maar een graf , daar doch fomtijdts een lijk verrijlt 



De felfte dagg* der doodt , die bindt men hier in fcliefi : 
£n een' ouzaivxe plaats houdt zuiver al die llei. 

A. M D-B R. 

Hier fmoort men *t fmettendt vnur, dat wdnden broedt iiit woiiden. 
Z^ zieken dient elk hois : dit zickeu en gezonden. 

LET. 



,y Google 



B y S C H R/ I F T E N. ^ZT 

LETTERKEER 

^AM DBM HBBKE VAN ZUILICHBM. 

flhy , die met doen verheugd' , en 't ieder heugen deedt ; 
Is iiuiQHBNS aan aw' naam, of heuohnis bell befleedt? 

IN 'T KRAAMEftSGLAS DBR ZDIDEftKB&KB T'AMI TEROAM , 
OF *T BEBLDT DER UITOBELBNDE GBRBCHTIGHBIDT. 

IVIitf gifllng fcheraerooght in flaat te raamea eeven 
Van kleen en groot , van veel en luttel , 2waar en licht ; 
Gerechtigheidt verzierde , om ieder 'c zijn ce geeven ^ 
Oereedtfchap , tot haar' hulp, van maat, en-taj^^ en wight. 
Wie valfch zijn' elle fchaarll, het innerlijk gewecten 
Zal lull en raft hem toe met fchaarfier elk meecen. 

V 

VOOR 'T WBB8HUI8 TOT WBB8P. 

r)'onrype kindttheidt (achO den Weezcn h^ft onthoaden 
Verfbindt van eige zorgh , naar 't eifTen van de noodt. 
l£n d'ouwders 9 die hun troofl en zorge ifa*ekken zouden 
Ontfchaakt' hun al te vroegh de noitverzaade doodt. 
All' die dit huis befchoawt , ontfermt u over deezen 
Onnooflen hoop ; zoo ghy geen* Weezen Godti wilt weezen. 

OV BBN* GBSCBfLDBftOm AMPBTOM. 

Door troeteling der Luit' , en fmeekfrnaakende dichten , 
Liet de Thcbaanfche iladt zich vao Amphyon IHcbten. 



d by Google 



ws$ MfiNGBLDICHTEN BM 

or BIN VENUS MET DB D&Il C * ) BBVALUJKBBOBN 
0» BBN KLAVEtXM, GBtCHILDERT. 

^T onroerend minnedickt , en zangeHge (haaren , 
Als Venas aithnen, Iiaar het hel gesidit dj»klaaretu 

VEIUZBN OBtBZBN VOOI. OB fCROOASTBBN IN 'T UVU 

DBS AMBASSApBimt VAN ZWBDBN* DEN OB&DBN' 

IN BLOBXRAANOT DBS JAABt t6ig» 

Pkiiptrits pacem Sat , 9f)es ptiSf , cepia btxum. 

Luxus Idat beilamy biUuqu* pauptritm, 
fbns /tutor eft ffdHj vita mtfrs^ turhu -quretis* 

St am ^tti Skciierant^ qidqut fietvrt iadunt. 
Wt capti capitmt; & fui dcrmet^ ilimutntnr, 

fit vi6h fttpphx , pn tw* •viftdr erat. 
Sic pUbi indotnita , fie ft ant fua fyta t^rannit. 

Sic Deus altemas ytrfat in orH victim 

out VBB.OUlTSCat. 

Gel>rek geeft pays. Uit yrefi komt rjjkdoom. Ovcrvloedt 
Maakt weelde ; weelde krijgh. Het oorlogh armofi broedt. 
Haat fpruit a;t liefde ; nit doodc het leven ; rufl nit woeleiu 
Hooghzitters raaken van; laaghleggers op de (loelen. 
Die was gevangco , vangt. Geccmt » die temde , wordt. 
Voor den verwoFitimg de verwhmer aeder ftort. 
Nocht volfc , nocht dwingelandt woedt over zijn* beftekken. 
De beurtea wiflTelt Godc dtts» en verbaogt de ,hekken« 



C • ; Gratien. 



,y Google 



B Y S C H R I F T i N. 239 

OP DSN 8Cin>STk]^]]¥ VOOR dlBRALTAK. , GESCHIL^ 

OBRT Hf BBM OLAfl DER ZUIDBRKBR.KB, DOOR 

BBVBI. VAN DEM ZEERAADT. 

De pijlvoercnde Leeow befpringt de Wefler ftrande', 
Eit houdt het groote veldt. Dat was, met braaven toon. 
Den Vorft des onderganks geviogen in zijn* kroon , 
En , van *t veirme^el hooft de pracht gemaakt te fchande. 
Hoe bleek eiet Gibraltar beftorven ? Ddor uw haode' , 
De vJogge bltk'lemdrighs haar afgodts zijn gevelt , 
G Zeegegodt, wien dit, tot lof , de Zeeraadt flelt. 

DE ftrcUTlGIKO OFT STRAFrS , IN «;rEEN GEHOUWEN 
VOOR *T »INBUIfl 1)^AM8TBRDAM 8PRBBKT. 

Schrikt nict. Ik wredc gcen qnaadt: maar dwing tot goedt. 
Straf is^mijn* handt: maar Ueflgk mijn gemoedt. 

Of D*A7BBELDZNG VAN JESUS KINDTSHEIDT. 

Dns kleen , in U lecveni licbt , qnam »t Leeven en het Licht, 
Dat kindt, wicns woordt en werit de wcreldt heeft gefticht. 

OP D B 

VERTOONlNGEN, 

OVER HET TWAALBFJAARIOH BESTANDT, OBDAAN IT 

DE OUDE KAMER IN HEFD* BLOBVENDE , T'aM- 

aTERDAM. DEN'5* MAT, DES JAARf X(k>9. 

Opfchrift hoyen het loomteh 

Wil hovin eigeHhaat^ elk ten d$ Pryhtidt mmnen, 
Uiv rzffomgev/ec/ite Stamgeiu vyandt magh ontginnen. 



Digitized by Google 



240 MENOELDICHTEN kn 

I« Vsa toontiKO, 

D'hovaardige Tarquijn veld' d'hoogfte bloemeo nefir, 
0at 's , flaat de Hoofden » de Gomeent \% mt der weer. 

Jlen dwingelandt Tafguijn het vplk vertreden hiel, 
£n Brutus fpeelt den Sot, al of H hem wel geviei. 

IIL 

"W^ie eerft «ijn Moeder knft, verkrijgt de Jieerfchappy, 
iClk loopt voor Brutus heen : maar d'aarde kuHfet liy. 

IV. 

Het heilighft dat Lucress haar Man had toegewijdt, 
Rooft Sextus , '*s Koninghs Soon , uyt dulle brandt en nijdt. 



Van Lucntias trouw getnigen zljn geweeft , 

liaar bloedt voor haaren man 9 en voor de Go6n haar geeft. 

VL 

Lucretias misval 't verdrukte volk 200 deert , 
Dat het op Brutus eifcb de Koningen verzweert. 

VII. 

Tar^utf'n en zijn geflacht van d'alderhooghfte trap 
Veriiooten, moeien uyc, en gaan in balUogCchap. 



VitU 



Digitized by Google 



B Y S C H R I F T E N. 241 

VIII. 

Staat op geflacht. De flaaf beluyftert heimelijk, 
Dat Brufus Zoom Tarqvif'n beloven 't oodd Rijk. 

IX. 

r)c Vryli«ldt van zijn Landt flaat Brutus v'oor , 200 waart ,' 
Dae hy zijn Zooos daar voor niet van de doodt en fpaart. 

X. . 

B B 8 L U I T. 

J^trunie Landen, wilt ghy zoo de Ff-yheidt minnen^ 
Dat zy u 'nuiarder zij als yeders eigenbaat^ 
Zoo magh geen Dwingelandt ^ uw t^zaam gevJochte Jiaat ^ 

Met lift , noch met ver/aadt , noch met geweldt ontginnen, 

1 

9 D B 

VERTOONINGEN 

VAN DE BRUILOFT VAN 

PELEUS BN THETIS 

GEDAAN VOOR FREDBRIK PALf-OB.AVB AAN DEN 

RH^; EN ELISABETH, DOCHTBR DBS KO- 

NIN08 VAN OROOT BRITTANJB. 

t^Amfterdam, in Maymaandt^ des faars wd c xnu 

jy^EngelCche Thetis, waard om Goden te verwannen. 
Met Min , gelijk men zingt dat Nereus Dochter de6 , 
Verlaat haars Vaders Hof , en *t Rijke van ^er zee , 

En komt den Duytfche Fbrft der Vorflen in I'^n armeot 
De Hemel wek' ons een Achilles uit deez* twee. 

SOOFT 11. L OP 



Digitized by Google ^ 



24a MENCELDiCflTEN EN BYSCHRIFTEN* 

OP 2)B BfiURl T^AUSTBRDAM. 

Godinnen flibbergladt des Amfiels^ die de voet 

Van dit zwaarlljvigh werk belikt, wilt n niet beiges 

Dat gy benauder fpeelt met uw zwiereude vloedt, 

Hier» daarzc Iceelec vijf met kanft gemetft verfwelgen* 

De BBURSE rijfler, tot ontfang der volkea vremdt. 

Van de langarmde Zee . den Vtider aller Meeren , 

£n van uW maaghfchapf dat aan ^i weereldts bodem fweat, 

Gezonden oio nytheemfth nw fchn|pen te ftoffeeren. 

E I N D fi. 



,y Google 



p. C. H O OF T S 

X) tJ D B 

TOOJNNEELSPEELEN. 

B B a « & Z B M D % 

ACHILLES fcN POLYXENA. 
THESEUS BNOB. ARIADNE. 



Digitized by Google 



Geeraardt Brandt, in 't Leeven van Pxster 

CORNBLI8ZOON HOOFT. 

Zytte eerfie rymwerken^ die tot myn Tcennis zyn gekoomen, 
waaren d$ Toonneelj^eehn van achilles en polyxema, 
en THESEUS en ariadnb : het eerjfe^ myns oordeels^ voor 
zyne reize naar Italie^ het pweede naa zyne 'wederkomfte ge^ 
dicht. In beide ziet men d'uitv/erkfels van aardige gedachten , 
dock in V lejie meer zuiverheits van taale dan in '/ eerjte, 

Mr. andries pels , Gebniik en Misbruik des Toonneels , p. 57. 

Gelyk wy W9«ten , dat gy jaaren lang voor det^en 
De STRYD VAW AjAx , EN ULYSSES hcbt vcrwcezen , 
En THESEUS, en wat meer van u te voorfchyn kwam, 
O Ridder, braaffte telg van nw* bepQemde flam, 
Om dat een Iaat*re tyd meer lichts gaf aan nw oordeel ; 
En dac gy uit de minfie aanwyzing trok uw voordeel ; 
Zo zoud gc ofitwyfly^ nn , devyl dip IfUiift gie^ ipagt ■ 
Van braave mannen , en veel blokkens is gebragt 
In hooger luister veel gebrek'lykheids befpenren 
In uwe Speelen , en die voor ongangbaar keoren. 

Lambert ten Kate , Aepleidinge tot dQ kenniHe van het 
Verhevene deel der Nederd. Sprake, z Deel p. i(5x. ' 

Op dat Compas Zeilden federt meeft alU yoornaame Letter^ 
he/den 9 die den opbouw en befcbaying onzer Taale y ifyzonder- 
lyk ten opzigte^ van den CieraadftyJ^ zo manhaftig by der hand 
gevatj en Joflyk uitgevoert hebben, Onder de eerjien was 
D. V. roornhart , — voorts J. uzTBNBOGAERT , — die kort 
daama befaemt wierd; Wyders kiliaen in zyn TToordenboek; 
Vorders ev. van reyd in zyne NederU Oorhghen; het Eit- 
ropifche Ugt van geleertheid huoo de oroot , — ^ yerhe' 
vene en weergaloze p. c. hoofd a I in zyn Achilles en Polixe^ 
nas As, itfoo gefehreeven; dog in zyn Ilendrik de Groot^ als 
medo /« zyn Baeto , beiden van Afi* i^^^ 9 heeft hy zig van 
bovenftreping bedienf^ om 00k de onder/theiding van Klank 
aan te wyzen by die accent -filben^ daar een Mede-klinker 
oi^hter de Focalen komt. 

Digitized by Google 



A C H I L L E S 

B N 

P. L Y X E N A. 

TRBVRSPEL. 
MBT AYAX iM VLISSES ewbn*8TRtd^t. 



Digitized by Google 



X W Z S' C H & O ft E K«. 

4CRILLBS. 

A O A ME M N0 1f» 

in E N B L A U 8k 

If E S T O R. 

VLISSES. 

9 16 MSDE t. 

A Y A X. 

AUTOlf EDOIf. 

VATROCLUS. 5/0«lK. ' 

f O L Y X E M A. 

P R Y A BI V S. 

■'KCtJB^A.. 

SECTOR. 

ANDRO M ACKBiw 

9 A R X S.. 

HELENA. 

AENEAS. 

A H^ E N O Rr. 

91VVHOBV 8^' 

AS-d AKA%*. Sfpmi. 



,y Google 



« 



D'£EKST£, H'AND£L£NGBIS .r bsrstb uY-ncowKN. 



i- ■ 

A C U 1 L.L E 9^ 

CalehsA Theftorydes ,. al« gUy n ghioft verraete» 
Van Troyenf ondergjinck ,^ dcr Godcn wil te weton r 
Haa, wayoich wift gh'er van ,^ als gliy voorfeyde dat 
Wy ncgcn jaren lang „ voor de Troyaenfche flat 
Toe-brenghen zoudcn met ,,. verdriet en kommers maer 
Verwiooen c'^odloos voUk „ int thiend? en laetfla jaer*. 
Want V was de val na by „, van Troy ens booghe. wallen , 
Door wicns handt zoude dien », dan door Achilles valtan ^ 
Calchas 6 waert ghy int waer-fegghen zoo gbelecrc, 
Ghy zoudt Achilles val ^. wel hebbcn gheprofitccrt , 
Achilles val zegh ick ,,. en door Achilles flerven 
Der Griecken onderg^nck ,^ en eyndelijck bcderven 
Tghemeene vo^.ck die daechs ,^ met arbeyt zijn befwacrt 
Oiitlaft de nacht ,, die my de grootlle oiiruft baert, 
De Goden moc ghcdanil .., zijn laog cc riiflghcgaaa 
Ekk na.fyn lull „. behalven da verlic/de. Maen. 
Die bTceck door grooten min ,, mogUclijck te verkouwen*. 
Stilfwijghent trcurt met haer „ vergulde Staet - loffrouwpwi; 
' De. Grificxfchc Princeu flaxen zonder achterddcht ^ 

1*4. ^' 



d by Google 



S48 ACHILLES EN POLYXENA , 

En ftoute krijchflay „ ja, een groot deel van de wacht 

Achilles kan alleen „ op bed* oft balder dneren 

Achilles moet alleen ,, daechs en des nachts befaeren, 

O groote kracht des mins y, zijt ghy de zelve man 

Die korts Neptuous Zoon in eenen flach verwan , 

Ghy die nu gaet by nacht „ Troyaenfche velt door-wand'lea 

Niet ce letcen op de wachc en tfvyandts handelen, 

Niet om c'vernemen van ,> haer hulpers^ te befpien, 

Ghelijck een Capiteyn ,,^becaemt ilaech toe te zien 

Waer Troyens mueren fwacxil „ en lichcs zijn Om te krencken » 

Haer om de fchoonheyt van „ u loffrou t*overdencken , 

Achilles tis een fchandt ,, ghy die waert korteling 

Van Troyen meer ontfien „ dan eenich ander ding 

Die tfvyandts bloedich heyr „ en Hector dede gronwe , 

Wijft die vo6r een Troyaen ,i voor een Troyaenfche vrouwe 

C Polyxena ) k'heb noyt „ u broeders oyt gheacht , 

Maer u maniereu hooch „ zijn van een ander kracht , 

V teeder fclwonheyts glans „ een oorfaeck van myn fmerten^ 

V edel hens ghvlaet „ befpringhr de hooghe herten 
Gantfch op een ander wijs „ ah t*mannetijck ghewelt 
De fioute krijchflny doet „ in het beftoven velt 
Lichameli^ckcn krijch „ verwin'van volcken rycken 

En d'oorlooch van 't gemoet „ malkand'ren niet ghelijcken^ 

Wie dcet den Hercules „ oyt nntte wederftant, 

Omphale komt en neemt fyn wapens nyt de hanc 

Die metten vrouwen konft „ de fpilleh draeyen leerden , 

De gantfehe Rljcken korts „ het onderlT boven keerden, 

Maer alft u wille was „ Cnpido groote Godt 

Dat ick oock werden moft „ in uwe min verfot , 

Hoe onderworpt ghy niet „ aen zulcken vron myn zinnen , 

Die'ck zonder achterdeel „ der Griecken mochte minnen , 

Wacrom maeA ghy myn flaef „ van myne vyandiri? 

Die my zoo dootlljck haet „ als ick haer henlijck min , 

In wat manier zal nn „ Achilles trooft verwerven , 

Die zoo hy't niet en krijcht „ moet troofl-ghebreckigh flerrei^ , 

Wat zal ick dan te hulp „ aen die vafl Tfdyeii gaen? 

De 

Digitized by Google 



tREURSPEL. ft4^ 

De Princen dien ick fwoer ^ verUten en verraen7 
Want hoe zal Pryamus ,» fyn dochter konnen gheven 
Aen eene die hem llaet „ na eer , na landc , na leven , 
De Goden gonnen one „ wac beters^ hoe daer ziJQ 
Wei ander middelen „ niet oneerlijck voor mijn* 

, AUTOMBDON. 

Myn Heer. 

ACHILZ,BS. 

Tcrftont zoo moet ghy binnen 
De ihdt den outfien Zoon „ van Pryamus gaen vionen , 
£n zeght hem uyt myn naem „ Achilles wenfcht hem dat 
Hy lang voorTpoedich leeft |, tot welvacrt van (^n fladt , 
Daer naer verhaelt hem wat „ ick om fyn fafter lije ^ 
Indien hy in den noot „ my daer me wil verblyen » 
Ick zal de feriecken van „ het «oriooch af doen flaen , 
De Princen en het volck „ al t^men tfcheep doen gaen» 
En Targos tot haer Vron „ en kleyne kinders keferen , 
Die t*ryn al neghen jaer ,» haer wederkomd begheeren 
Indien hy my voldoet „ en laet myn wenfch ghefchien : 
Op dees manier alleen „ is't ongheluck te vlieu 
Dat Troyens hooverdy „ van.Godt heeft te verwachten: 
V bootfthap wel wilt doen ,, en ras tt keeren trachten, 
£n brenght myn twyffelachtigh antwoort in myn tent, 

ACfTOHADOH. 

Ick ga terftont tnyn ri«er„ daer ghy my henen zerit: 

Tis wonder „ d*alder - groothertichlte Capiteynen ' 

De manneljjckfle Mani «, hen zelvev zoo verkleyndn 

Dat fy haer eel vernuft ,, en ovcrgrooteh ^eft 

Die van een ieder wcrt „ verwondert en ghevrcefl , 

Dick dnder worpen aen », een vronwe flecht en feeder , 

BrifeTs was het laetft „ Pol^xena ift nu weder 

De kloe^kfte longheling ,, die nn het Aerdcrljck draecht. 

Was flacif van fyn flaefin „ nu iffet van een Maecht 

Die hem ionder twijffcl „ met meer plaghen meucht beladen * 

Als Ilautns viflchen heeft „ en t'bpfch van Ida bladen , '^ 

Het daeght te net „ en fck ben aen dc muercn fchicr. 



d by Google 



9^ ZtC^hLhBS Bi^ PeJ^;YXE^•A , 

. 1. HikND£LIN€H£, mwnBUB ui-HLOU^m.-^ 

WAcnx OP. nfi biiibA» 

W A C H T. 

Wie's dsterV 

A- U T O M-K D^ O' ff^ 

De Koninck van Teffalien zent my HiSr, 
En'kmoetmjTj bootfcJiap nfec „ cfirnHfector 2;plf8 uytlcggheih,^ 

w A c H T. 

Indicii ghy wat vertoeft „ men zirt't hem aen dben ze^gften^, 

itfJlOMXBOM /i# KIGTOIk' «^ <f* mtttt^ 
h V T O M E D.O N« 

Grootmoedich Prins die zj^jt ^ ws Vadcr».rijck-paacr, 

Zonder wiepsre^ihter- handt ,, de.fladb lang t'onder waer.^ 

De Zoon . van Thetis <Ue y,. fiiel. Ibopt al^had by wiecken ^ 

Die zent. my iJiyt. h&t heyr. ,^v%q de glicleerde Grieckeiiik. 

£n wenfcUce dat gby langba leeCt en. te gbclijck 

GhelUckelijck befdierm^. „ u- oudc toekomend! Rijck ^ 

Tfint dat u Moeder. laetft ^ de. Godt vaa.Delos. eerde. 

Met koft'lijck qfferant ^ en Txpyeus^beyl begbeerden,, 

En dit PQl3^:fena^,,,wet bafir. tea OtHaer quam 

©ntflack den Helt fyu.bert.,j,met zjilcjcen beeten vlamv. 

Dat Heft totjaqbt en kriicU », die by. te votcd efirde«, 

A'ltfaem ill teedfer licfd' ,». van. dcea Pjrinces. verkesi^Q: 

AU*^tnder..Qeffeniiig „,gbeflagbe.n uy-t fyn.zin,^ 

Doftt nie» "dan malen. in „ fjn ongliemeicn mio ^ 

Tn. welcke. ^fifd^ by wecftjit. „.gbejiietend' te. volherdfett 

T6t dat van 't licbaem. zai „, fyn. ziel' ghefcbeyden werdeo^ 

troont hem Polyxeaa ,^maa:mct ghetycken bnnt: 

Nut ftaet bet.gantfcb gh^lnck „. van Ttoyen in u. haot , 

Jbidieri gK» Achillfes nfct ,,,van bacr en gaet verfteken,. 

H\. zaldf Grieckei]^ van. ^ dfii mneren op^doen brekeo,^ 

2fia^ blijft u Y^dpr ondt ,^ en. broedfew in baer lof ,. 

Sh^ ftchter. tbleiide jt^c ^y zad t edel rilcke. hot I 

Dgtized by Google 



Tito Pryfttnas in.fleur „ nooh bUjven in. verblijen , 

Dai fwa^riijck wert gedreycht „ van zcer veel Prophccijen. 

H r o T o R- 
Ick wen'fch den Mirm'donrcu Frins groou van ghemo&t 
8yns Liefs ghenietingy cot vorghelding \an fyn groet ,• 
Achilles ick beloof „ nyn fufler te verecren. 
Indien hy 't Griecxfcbc beyr „ niet wil te rug doen keeren» 
Maer lev'rent inons iraoht ,^ en belpenc zelfs ver£acu9< ^ 
Pat niemandt ov&p blijfc ,,« diet macb vcrtreckon' gaen ,. 
Dat Griecken nimmermeer „> decs aenflach en macb prijfen , 
Oft. AtMu&Neven zelfs „ den wecb der bcUen wijfen. 
Die dooden met fyn bandc ^ tot voorflaadt van ons. zaeck^ 
En.eeren: Troycn met „ een' booch - vetdiende wraeck. 
Indien by eenvoldoet yy,vtm b&yden. defa dibgben,. 
Zoo gact by alle die ^ oyt trooit van lief ontfingben. 
Te bove« in gbeluck ),. en krydit myn fniler kuyt< 
Hiomedons gbeOacht „ van 'Loudt en edel buy*. 
Van Dardanus uyt Jovis Godd!lijck zaedc gbefprotea. 
Aldus fy werden macb y^ van bem alleea gbenoten; 
Maer op ^been ander wljs ,,.wint hy dees teerder Maechc. 
0ns tot fyn teote. keoct ,», eo hem. dat antwoort- draecbt, 

A u T a M B D o k; 
Spytighe tijdiogb* zal dit voor Achilles wefeny 
De wond' int boogbe bert ,y,i8 zoo niet te gbenefen^ 
Die nimmer tVwianen zoobt „ dan Ridderlyck, zou by 
Syn lull zoccken te boeten door verradery % 
Vtk. weet wel defen fmaet,, van Hector, zal hem qnolleov 
licluzal hem niet temin »^,het gantfche- iluok vertellea*. 

I. HANDELmGBE V sbrm. uT«XD]iBif». 

A' c B x;ir r B K- 
/[ tttoniedpn mrat nie«s- ,^. tireogbt . ghy on* goet gliclnet? 
Vf^ aQtWoort HeAor ? hoe- n- vertelt my t'gfmtfcbe. Oucki. - 



d by Google 



«5« ACHItLES EN POLVXEKA, 

AUTOMBI>Qir. 

Hetflor, een oorfaeck meef! „ van al der GHe^en fchiden^ 

Wilt dat ghy 't Legher oft „ de Pritfcen zult verraden , 

Hun lev'jen t' ganfche Heyr,, en helpetit moorden ftl: 

Oft zenden. met u handt„ d'Atrijden aaer de hel; 

En doet ghy een van beyj, t' volck oft de Printen flehren, 

Ghy «olt Polyxensi „ tot uwen loon verwerven , 

Dan , doet ghy gheen van bey „ en flaat fyn eyfch glieen acht , 

Zoo zet fyn fuller vry Czeyt hy) uit o ghedacht. - 

ACHILIrBS. 

Hoe nn verwaenden Prms,, de moediehft' van de Greecken » 
Vork ghy die van verraet Co fot hodvaert) aen fpreken? 
Verwaentheyt onghegront,, fchaedt niemandt dan haer Heer» 
Myn onghemetea bert „ dat diet €fn acht dan eer 
Zou die itellen ter neer,, en Uten iich verwinnen 
Van Venns Winde kindt,, en t' onvoorfiolitich minnen? 
In gheen manief , al moft,, ick derven fch6on myn Vroit: 
Voor wellttft gaet myn eer,, myn eer hanght aeri mijn tron. 
Dees handt C ick fweer't de Goon > zal u ter hellen ffaieren ,^ 
Deei handt ( ick fWeer't de Goon ) vernlelen zal n nmer^n » 
Dees handt Cick {Wter*t de Ooon> zal Mnnenkottea tQt 
Ghev*n€k;'lijck leyden t* pand „ daer ghy dus trotg me zijt , 
Zijt ghy van Godd'lijck Zat?dt„ ghelijck Aien gaet verfierei^,^ 
Die min dan menfchMijdk zljt „ en meer gheli/ft de dieren » 
Een laech ghemoet niet waen,, noch datment acht oft eert? 
Hoement meer bemheyt doet „ hoe dat het me^r begheert. 
Een edcl hooch ghemoet „ meer dan gheineeoe 2innea 
Latenr haer rii imuerm eer,, in hensheyt overwinnen; 
O vreemdttn brtnt det mina „ zoo l^Ai^lyck men wd i^tt^ 
Vti u te blnlTdien ayt„ ghelydt men n ontfleeft^ 
Maar fwaei* iftliider daef i, tt wyt hfet hwt le fdkeyeiJV 
En t* fwaerfle dat ghy hebt ;7 in u ift latag verbeyen s 
O die met a gheficht,, -Beffehke^if de ^oiine klaer, 
Elck uer tflnt ick A zach„ duud* iny \fel duyfent Jaen 
O Vewifghfeft my raet,, in myn vtnrerde zfnnen'^ 
Verfcboont indien ick zot lailer de w^fe minneiu 

- Digitized by Google 



fREURSt»Et. sig^ 

Ivoren iengeficht,, zoo goddelqck terbeflt, 
O fchoonder als het fchoonft,, dat fchoonheyt Cch Terbeelt» 
Alleen van Godts geOacht,, ciertat van onfcn tijen, 
Cupidoos hoochfte roem,, al Venus boovcrdijen, 
Achilles wel hoe nn „ is dit dat n betacmt ? 
Ghy droecht Sen vrouwe kleet „ als ghy ter ooriooch quacmt i 
Door uwe moeders vrecs „ dat ghy albier zoodt big ven ; 
Nu gh'lija gliy niet int kleet,, maer int ghemoet de wljven. 
Tot noch toe hebdy dan,, int ooriooch kloedc ghewrocfat, 
Ei> menich ftrijtbaer Helt „ int wapcn om-^hebrocht , 
Ontallijck voick ghedoot , en naer des krijdis manieren , 
De hel van borghers en „ van fpijs verfien de dieren ; 
Tot noch toe hebdij dan „ meer na t*verhart ghevecht 
Dan eenich Capitein „ win-teecken opgherecht , 
Tot noch toe' dan u naem „ verfekert voor het flerven 
/Om met een zotterny,, dat alles te bederven, 
D'onfterflijckheyt ws naems ,; daer ghy zoo veel om leet 
Met moeyt' en arbeyt ffa-eet,, beftoven en befweet? 
Hoe zijdy dus vferkeert ? al t*beeftelijck leyt boven , 
En 'tGodlijck van n aert,, verwonnen en verfdioven. 
Achilles naem, daer elck,, met znlk ontiich van fpredt, 
ZaI die nn werden met „ verradery bevleft? 
Ick fweert, in gheen manier,, maer zalgaen openbaren 
Heftors verwaentheyt zot„ en tgantfche ftuck verklaren 
Aen Atrens Neven bey „ diet aldermeefl ^t aen , 
Zoo valt de trotfche fladt „ en myn eere blijft ilaen. 

I. HAKDELINGHE, vierds uttkombn. 



O wonderlgcke (farijc,, in jenchdelijcke zinne'n., . 
Moeylijck* cergiericheyt „ en zachten Tirant van minnen, 
Wie van « beyden hier,, de grootfle zijn van kracht, 
Befloot oyt (lerflijck menfch,, wel vaft in fyn ghedacht, 
n dickmael id niet wonder 
L 7 Breoght 

Digitized by Google • 



9gAt ACH;ILLE4 IN' POLYXENA , 

BxsengHt d'cerfl vervciwc «er„ woer fyn verwmncr t'<^d«r^ 
De eer bolooft ecn lull,, daer niemaiidt af en grijll, 
£n I'ghjeii den mini aer looft,, allecn den minnael^ prijft* 
Dat al do. werelt prijil,,,kAn niet vc£l waerdich weruii ;. 
Meer dunct my t^gheen dat cen „ oft tw«c prijll wacrt ghepreiieo. 
Ghewxiout* bedrieclitcr vcel^en ander redens rdiijo, 
D*oprccIit£ oordeelaers ,,. ter w^relt zelcfaem zijii;. 
HeLprijfen groocs waer in^.de volckcn. hnex bctrouwen 
Waer. aen dc werelt. b^ngbt,) al f;Eacm.acn d'ecr haarhouwenb 
En achten dit vccl mc£r ^ <^an al haer. rijck. en Ihet , 
Maer wekke Frins was oyt,, Cupldoos. ondcrfact ? 
Gheluckich. is. hy^ dan ^ diet hem niet lact vcrdricten 
Te ftrijdea. voor fyn eer,^ en.gVlijck'weLmach glienieteu; 
De gaven van de min „ maer fyn glicluck is quact. 
Diet noodich is dat by 't^.een om het auder laet. 

, 1. HANDEUNGHE.^ v^fde ujr-TKOMEN.. 

aiEMBLAUS ^ AOAMBMNON ^ ACHILLES.. 



UEI«-ELAU9« 

Dattet'AutomedbUyi.tc konnen glieeft wcl goet,, is ;• 
Hoewcl dat Thetis Zoon,, eerlijck en hooch van moct,, li: 
Want wie wcct niet wat dick i, dc minne dbct bclHcn. 
lHaeck nicttcmcn ghecnCns hier vaii By Hem vermacn : 

A- a A M. B M N O N. 

Want twjjffel van fyn trou „ grootljcx den Prins zou qucllenir 

A C H I'L L E 84 

Daer zijn (Tc breeders bey„ ickgaet fiaer nu vertfellelf. 
Gheluck jon u Jupyn,, en cen lang levens tijt, 
Gby die van 't Griexfche Heyr „ Velthcer ghekoren ilifif 
e vreemde hooverdy.,, en fmadelijgk beghcercn . ^ 

at Hedor op my dbet,, dicdbct my tot u kceren. 

* M E N B L A U S. 

Wat zottcirny \& nu y,^ daer iu. ons vyandt dwajett ?' 



,y Google . 



A. c ai i^^ E s» 

96 kxac^t van. Venus- kindt ,,. onnoodicli is. v^rhaelr„ 
©ie hy gaet alle daech „ in volck en Princen toonen 
Hoeif^exnich by de Goon », des Hemels gae^ verfchoonen ». 
Hoe kleyn ontficBhy voor,, fyn eyghen moeder heeft, 
Per Goden Koninck zelfs„ voor wieji het Aerdtrij.ck be^ 
Doorfchiet hy en. gaei hem,, daer in niet niecr. befwaren^ 
Off IVIajefteyta qnetfuer„ gantfch gheen mifdaet en waren: 
Glieen wonder iflet dan ,,, zoo de EeKiic.qii,e blonn 
Twelrieckent hayr ghetoyt,, met een uytheemfchen vout,. 
Daar by Polyxenas,, fneeu-wit.en teeder handen,. 
Achilles zin en. her.t„ leyden in vafte banden*,. , . . . j 
Gh'lijck g|iy altfamcn weet „ want v/iifl my doch dt man-,. 
Die t'heet vcrteerend' vyer. ,», beqnaem. verhcr^en kan, 
Door laftcn van dees min„ van wien ick ben gbebonden, 
Heb ick Aiitomedon.,,. tot. aan de ftadt ghefondea 
Met al eerbiedicheit^ ftn heusheytonycrdicnt,, 
Ghelijck. een Prihs bclaft „. zou zcnden aen fyn . vrient ,. 
Om Hedtor uyt myn naem yt naer defe Maecht te vraghen ,. 
Dewelckei zoo hy zondt,,.ick loofden Troyens- plagh^n. 
Te wceren van haer mner,, en e.yndighen den twill:, 
Daer neglien jaren. in « alreedei zjjn vcrquilU 
Maer wat doejt. Heftor ?. hy „ in, plactfe, te bekenneo 
De weldaet die 'ck hem doe, v, gaet. mjr ten antwoort zcnneii. 
Ipk. raes: o ^ootei fchandt ,, Achillea jjjoet vcrftaen. 
Dafr hy dei Princen en „.fyn krljchfluy: zoiiverraeii.. 

A. G A M B M. N O N.. 

Grpotmoedith. Koninck hoe ? is Heftor niet ghefwooren' 
©08 vyandt totter doot„ gaet.ghy u daer aen iborcn?, 
Tracht na-een wreede Mrraeck ,, trooft daer med' t'hooch gemoet; 
Wy zien hoop ick wel haeli'^, dfe lladt ond^r dfi voej ,, 
I^«et Hfedor dan aUeen ,. fyn iufler n onihouw/^^, 

^ . y M E N. B. L A u fc, 

Poiyxeoa met aV d*andfer Troyaenfche vrouwen^ 
S&l binncn korten tijjc welvaUcn in ons hant^ 
Waer tochet. fmeecken dan «, oft ruymeo ilecht me^ fchanr,, 

Laci: 

Digitized by Google 



^55 ACHILLEA ei» Pt>LYXENA , 

Ltet n cen weinich tijb,, Wl'lievi&r hiet v^rdrieten, 

Dan t'gheen ghy meucht met eer ,, met fchanden te ghenieten* 

11. HANDELINGHE, Aerstb uitkom^n. 

^AVAMUS, (AUld, DIEPHOBUS, AMBA8, ANTENOR »/ /if 
muefj HECUBA, HELENA, POLYXENA , ANDROMACBJE , 

AS-^XANAX, fGriecxfche heyr pajjeert voorby^ de 
Troyanen ruften binnen ttit om tejlaan, 

' A K T B ti o ft. 
Siet Jovis dochter daer,, haer Iblioonhtfyts glans hooTaerdich 
Is 06Ck hct aenfchijn ghcen „ tien-j4rich oorlooch waerdich ? 
iBneas wat dunA a„ ghelijAfe u ^loeder Diet? 

M u t A i* 
Ick vkid' zeer wel beficet,, de kowker en t'verdriet 
Van dit ellendieh Rijck,, zoO dicTcwIls ick aenfdiouwe 
Het Gdddnijck klaer aenfchijn „ van Paris Edel-v^ouwe. 

D I E p R o B t7 s. 
Myn vrou en Tofter die,, de Griecxfehe Princen kcnt, 
Ick bid VL zegbt ons wie „ dat zy die daer ontrent 
Achilles met fyn plnym,, zoo moedich komt ghetreden 
Dat het vafl Aerdtrijct df eunt „ onder fyn trotfe fchrfi'den f 

H B Z, B M A. 

Dat dees voor Troych quaem „ grdOtmoedich Prins heklaecht 

De wacker Ajax ift,, daer naer myn broeder vraecht. 

De joncxlle vande tWce „ ^ie daer met hem fchijnt twifHdi 

Dat^s Diomedes kloeck „ in flach en aanflach liflich 

D«t*8 d*ander Ayaic „ met den helm van fchoon gellalt. 

P.B. Y A H U 8. 

Myn vrbtf ed dochter zoo 't « diet te la^ch valt 

Npemt d'ande'r Prineen me. lil Menelaus defeh. 

Die man voor man vexteaent , ghely A fchijnt. ten fyn wefen f 

H B L B M A. 

Myn Heer myn Vader ClaesI) ghekent hebt ghy hem wel 
Tfint hy hier tls Ghefiint „ was met fyn med-ghefel , 

Ti» 

Digitized by Google 



Ti8 Menelanf haet ; cv die heiti by <len kleede 
Tre<ft, dat'a VlUTes aelft „ die zoo veel moeytens deede, 
Veynfden hem selTen zot „ ploechde de dorre fbant , 
Op datmen hem met vreed* „ zon laten in fyn Landc , 
Om fyn Pefielope „ t'aenbiddeii en te rieren , 
Hoewftl de yton en it ,, maer van ghemeen manieren > 
Dat'i Patroclni, die daer^, van verr' Achiileg groec 
Dan ziet^Heef Vader, wat,, daer Agamemnon doet, 

A^O A M B M N O «. 

Strijtbare mannen die,, nyt Griecken zyt ghevaren, 
Om met n daden kloeck „ de werelc te veridaren , 
Dat niemandt trotfe a „ met fchade oft met fchant , 
Die ongha^rroken bleef,, van « verwinners hant, 
Altfamen weet ghy hoe „ dat Paris it ghekomen ' 

Tot Lacedemon , dien „ myn broeder heeft ghenomen 
Beleefd'lijck in fyn hoys,, tot welcx verghelding dat .^. 

Den valfcfaen gall hem Hal „ fyn hnyfVronw en fyn fchat. 
Daer*t recht is, zijn de Goon; het recHt it op ons zijde« 
Met dit betroQwen vaft,, gaet ghy altfaem ten ftrijde. 
Al hadden wy te flaen „ een ieder teghens thien , 
En t'recht was op ons zjjd',, men moiUb niet ontfien* 
No komen wy te veldt,, niet teghens verfche krachten$ 
Tliien mannen teghens een „ en hebdy niet te wachten: 
Gheen nieuwen vyandt ill,, oft daer ghy oyt me floecht, 
Het is het zelve volck,, dat ghy zoo dickwils joecht; 
Tzijn de Troyanen die „ binnen haer wallen zachten : 
Achilles , tis het heyr „ dat ghy alleen deet vlnchten ; 
Tis, Ayaz, »t zelve volck,, van wien ghy met « fwaert 
CGhy alleen) voor den brant,, de ibhepen hebt bewaerts ' 
Ghy Griecxfche krychfluy vroom „ die verr' van wijf en kind*lreb 
Troft om u Vaderlandt „ fyn fifhade te verhinderen , 
Ziet daer de vroawen op „ de mner C tot ons profijt ) 
Die h«er de moet benemen znllen door 't ghekrijt. 
Ziet Helena daer zelf „ wy hebben ons vemoeghen ; 
Met meeder fchrick zal haer^, ghemoet int vechten wroegh^fi* 
Ziet hier een eynd' det krgchf » die thieft jaet heeft ghednert, 

Een 

Digitized by Google 



.^ ACHILLES «N PQLYXENA ^ 

Een eynd* van al 't verdriet,, .tot ooch van u befuett, 
Toontghy hier uwen moet,,. en vUet het fchand*ly ck vrefen r 
Cheen langher wedcrftant,, komicu fy docn nacr defan. 
Draecht ghy i* hkr niet vroon^,, zoo doct ket ons gbeen tutft^ 
Dat Ayax met fyn hant,» de fchepeu heeft befchnt ; 
Want dia zjjniang verrot,, en onbequaem oq^ vlied«n> 
Kn andere bouwen «, dcrft nienuuidt van ona lieden , 
Eer Troyea Icyt daer neer „ ghelijck een iedcr fwoej 
Van defe Princen al „ wann«er men herwaerti voer. 
Dus and're uytkomd gaet „ al ftellcn uyt n zinnen,: 
Ichalven ferven vroom,, ift ecurlyck ovcrwinnen.. 

ll! HANDELINCHIS., tweedb vxtex>ueu^ 

nBCTO& MET HB9 HE¥R« 

jTroyaoen badt ghy oyt.,, oerfaeck te zifn vecbljjt, 
Zoo.bebt ghy boven al^ oorTacck op dcfcn. tijt. 
Ziet hicp den- dach en ner,, ghy krJjcbfluy en ghy Hee|reny, 
Die elck plach met 200 groot »« verlanghcn te begheeren , 
lloQ dickwils hcbt ghy iat„ befonder elck ghefeyt:. 
Och die mocht in een flach „ wreken fyn fchand* en leyt , 
En tognen t*gheen dat fy,, ghcbrcck van vroomheyt achten:-: 
Was^wangunft.van 't.gheluck,> en ghecu ghcbrcck vankrachtca,. 
Dat fy het lactfi wonnen ,» fdiroomt daorom niet. met al , 
''Hoe hooghep int gheluck,, hoc nacrder aen den val. 
Die wan zal winnen^ wacp,, is zotter recn te. vinncn?- 
Maer..dit*s des w.erclts loopi: Diet laetft vcrloor, zal winnes, 
Alree leert het gheluck », door dient lot defer Hont 
^helc^lienthey t to& wraeck „ van onfe fclundcn jont. 
Ti« tijt, Ayax met mecrder angften te doen fweten,. 
En cm ^ ftillen al „ Achilles groot vermcten.. 
Ziet de loffrouwen daer,»/zict. d?ep d'uythecmfcjic. Vioou ^ 
Dacrmen thicn ander jaer „ noch krijch om voercn zon.. 
^Di&hert heeft in fyn borft,^ die lapt hem nu niet jaghcn; 
Eawinnea W]^ da flacb-^s (is t*cynde van ons ^laghen,. 



d by Google 



TREURSPBL^ 1|9 

F^thtifilia met „ veel voUecx int gfaetal 

Venf acht ick lUe daecb ,^ dk zonder twijffci sal 

Zoo gronwelijck oocfich ,, in onfeii vyandt maken « 

Ptt hy daer door gheheel ^ in moed'lootheyt zal raketr«. 

Verila^n door iyn fchrick ,» van fyik veiiies eo (chant* 

Zoo ghy, Troyanen^ hout,^ io dees flach d'ov^rhant, ^ 

Sick eenen toont de kracht », van fynen rechter arm ^ 

£n dapi^erheyt van nio«it,). ziet daer de Grieck. Alantl 

HiBdr ioot Patroclus , en drafcht het IkhiMtn t$r t^'dert 

en fchent het^ it Griecken wintien^f weder^ tn wer*- 

dMn virjaecht; Troyanen viBorieus^ biknem, 

^: IL HANDEIJNGHB, n&b* cnrTKOifBm. -^ 

C IT O O ft. 

(Jet hoochfle dat den menfch ,» op Aerden^ It ghegheven ^ 
Door den ecrfamen raec ,9 des Hemels goeden. hooch. 
Is cer ,. het weertlle gpec ^ en tijtlijcka leven , \ 

Op "welck het grootfle hest „ aUeenliyck neemt fyn oo^hi^ 
De Goden alle ding,, den menfch om. fwcet verko9pen9 
Dot krijcht men t* hoochfle goet ,,.niet dan door dMioochflcdaet*, 
£n dat is krijchsbeleyt ,,. een konll om brave boofcn. > 

Hoaden in heerfchappy , alleen tot trv3*andtt- qnaec. ) 

Dat doet ghy , brave Prins „ gact Mars daer in te boven ♦ ^ 
Die d'cen naer d*ander rey8>> u. vyandt ftout- verwint >. ■ • > 
Dat die zelf nwe deucht ,,. ghedwonghen is te. loven«, 
Al haethet g^ene dat,, u onderfaet beminU' 
V:4agheljjcr werck ij^„ hiin flaverny 4 aU- «ygbe» 
Tc leyden Princen trots „ en treetfe mette* voet. 
Pilaer des Vaderlantt ^ die 't wreet vennetel dreyghen- 
Dcr vreeroder voI<^en (Hit ,,. en kneniV hacur boof^ mottr. 1 
Zijt danckbaer aen u Prins „ gaet de verwfnner teghen , ^ 
Schoon Edel-vrouwen, hem„ met lauren-kranflfen krooftt,, 
M b da diuickbaexbe^'t. hier;,^ z«l& am. danck. v^zki^ieQ., . ,.^ 

Den 

Digitized by Google 



IM^O ACHILLES EN POLYXENA , 

Den danck die toonlijck it „ aen a VerloHer toont , 
De palmen fan 't gantfch oogft, en bdifen van lanriereti 
ZJjn weynig int gfaetal „ 1>y fyn verdienden lof ; 
Alleoi^'tk het ghedacht „ kan hem te wille vieren , 
Ghebreckidi wen de tongh* „ doort overrloet van flof. 
Gheen flerfl^ck goet if go«t», om hem te loven^ 
Onflerfl^k eer alleen „ fyn eere wefen 2al , 
Dees feal hem na fyn doot „ aen elok onflerflijck boven » 
£n eenwich all een Godt „ verbreyen over aU 



XL HAND£LINOH£, viE&mi vtrxoWtn. 
AYJ^ mH^ hp Htbmmt yitn, tATHOotxTS) ActtiLLBf, 

VLZStKli AOAMBMMON. 
A T A Z. 

Grootmoe^li Prins, ter wyl„ met ti ghezelfchap ghy 
Den harden vyandt jaecht,, en druck aen d'ander 2y, | 

Siet hier a tronlle vrient „ door HeAon handt verllagheiu | 
Toone no d groot ghemoet,, in teghcnfpoet te draghen ;. 
Peynll op de wraeck alleen „ onntitce dioef heyt fpaert. 

A C H I L L B 8. 

Och it daik tvy de Goon „ de dencht 200 weynich waert f 1 
Och Goon! och wreede Goon,, vervloeAe loop der fterten! 
Godtleofen Hemel die „ het goet int qnaet verwerren ! 
Och wieMe Gbden fchick ! de wanghen zijn alt loot , • 
De roofen JTchenen kortt,, medMydelofe doot, ' 

Noyt deedt ghy meerder qnaet,, haa heUche rafenjljen, | 
Haa Pluto, rooft ghy dees,, wie zult ghy voortaen mijenf 
Jnpijn, haa wteed' Jnpgn,, die niet dan droefheyt dorfi, 
Komt blixem, doet te niet,, daer is Achilles borf!, 
Mengbt t^element van' 't vycr,, en t» water met malkand'ren; 
Doet d*aente iade Incht „ en Incht in d'aerd* verand'rcn ; 
Mengiht hel en hrmel t»«aem; laet gheen Jinck op fyn fle-^ 
£n , in' nttnen bederf „ verderfe u zelven me. 

ATA 



d by Google 



TREURSPEL. 26i ■ 

ATA X... 

xhUles waer toe dient onnutte reen te fpreken ? ^ 
etoont de doot fyn eer „ en peynft om a te wr^ken , . 
[eaor belacht u ron. 

AQ4MRMN0H. 

Hoe ghy meer wepnt en zucht^ 
[oe ghy hem blijder mae&„ Uec don hct droef gfaerncht. 
droef heyt zy voor hem eea oorfaeck om verblycB. 

ACHII.I.Bf. 

raecht binnen t'lichaem. dan ,, ick fweer't , tot gheenen tijen . 
e flapen anders , dan „ op d'aerde kout en hert , 
bt dat vojkom'en wraeck „ van my ghenomen wert 
ver dit wrcede fhick,, en die my, heefcdoen klaghen, 
etaelt een wreede wraeck „ Tan defe handc verflaghen. 

IT I. J S S B S. 

e uytvaert zaimen doen,, Qp \'t koilen van ghemeen, 

p 'c heeriyczfle dat maci},, branden de doode leenl 

us gheeft o Veldtheer laft,, om 't hooghe Tyer te boowen,. - 

atmen in Ida ga ,, t^rflpnt , om 't boat te houwen. 

II. HAND£LINGHE, tijfdb uttkoubn. 

C H p O B.. 

)en Hemel met fyn gpode lakens zaien 9 

erberch der Goon „ vol Goddelijcken glans, 

eerljjck ghecierf met Phabot klare flralen , 

rient fuller haer Staet dochcen leyt ten dans , 

ie op haer plaetfcn bl^venyy en die dwalen, 

oe hooch , hoe grpot fy is „ befiaet nochtanf 

oor \'rientrchap -zoet „ weick woort hier wert ghenoaeQ 

i>or eendracht vait,^ en over eene komen 

Acrdtrijck doorwrocht„ met berghen en revieren, 

;et ileden rijck^, van.toorens^ fchat en pracht, 

welck henvels fchoo099 en soete dalen cieren 

jtt dtiyfler h^fskn fm ^J9«%' f P kruydCft wcfet, 

t'Gh^ 

Digitized by Google 



^ff ACHILLES BH PdLirx&NA» 

t'Ghevogbelt* wildt,, de lorghdoefe dieren. 
En der verwaendef mcfnitlien fwack gheflatht^ 
Beftaet altfeenif, door ecndracht, ende xonder 
De vrientfchap zoudt,, vergaen en raken t*ond«r, 
Vyer, water, lucht,, en d'acrtJe r^ twcctochticht 
-Een ieder tegfaenc ander in fyn aert, 
Nochtant mtner „ oft f«rerelta Schepper nadttidi 
Heeft hacr in iedrr fchepfel zoo vergaert, 
Datter gheen iwift „ maer iltdkh ^rientfdiap knchtidl 
Weit cnflchen haer tick in ffu tmpt bewiert) 
£n ftls bet cen het ander tril vcrwlbnen , 
Bcderft het gbecn,) daer in twift ti^er beghin]iea« 
Vrientfchap if de gbeboortc vande ^cilen , 
Haer voedcfel en haer Icven „ twill haer d6«c 
Int oorlooch fwaer „ en moey'Ujck ^om beledeo 
Is eyghen twift de vreefel^kftc ftoot, 
Eendracbt maeft mscht „ in kan de maclft ve!rt>re4efl i 
Dusiwerden Hcbt de kleyne Rij<cken gmot. 
Cm inden ilach , door ghe^uen twift te dolen ^ 
Is Agamemnon t'pack alleen bevolen, 
Dan is eendmcht?, «ii vrientftbap wecrt Dm- eeitn 
Voor een gantfch Rijck,, twelck door haer weit befdrat* 
Elck men&b ailcen fy tot gbeen ibhtd* kan keercn* 
Mter d^eene vrient is d'anders ondeiihit , 
Van tl het gheen ons herte kan begheereii 
Is een ghetronwe Tfient,, bet boochite nnt^ 
Maer d^Hemel zaeyt twee vrfenden tron Tan waetdtn^ 
Cm d^bondert jaer.^, belaes maer eent op Aerden 
Dees Princen bey „ wel znlcken naem veidiendfen » 
Cbelijck den ron vin d'een wel blijcken de: 
Nn zijil ff doot en t*zijn niet meer twee Triefidta^ 
Als d*eenen yrient fterft,, d'ander flerft me^ 
Want als de<Goon „ de vrient die Ff oas liendeil 
Wecb nemen flerft , de vrientfchap^ daer ter ite% 
Zonder dewelcke wert niemant, vrient gfacheten , 
lioewel men bell m doot,) vritaci mm hta wttea. 



d by Google 



IL 



14. HANOELINGHE, sbitb uvTRONEiTk 

XtnrOMBDON, ACBII,I.BS, ftBCTOU, SOLDATBW* 
AVTOMEDON. 

iVIyn I leer de fpier brenghet tjjdingb' opter <laet 

Vat Hc<B»r te ghemoet ,« den AmaTonen gaet 

Met wcynich volcx „ oin haer Princes eer' te betooneaj , % 

2iet hier gheleghentheyt „ om t'fchelm fluck te loonea. 

achi&lbi. 
Flucx roept myn vrienden dat„ clck ander -dinghea ftacck: 
Nu op Achilles, hicr is tijt van wreede wraeck, 
Voort ras verfuyrat gheen tu't ^ maer laetP ons wel belleden « • 
<Jhy weet Automedon den wech voor uyt wilt tredeo. 

Gritckea hinnen^ hector aen d*atjBer z^fd* uyt^ ACHJLtBt 
op /}'« hieietu 

H B C T O K.. 

Want grooteiycx zijn w'al t'zaem in deei Princet ghehoawea^ ' 
Die ons te hulpe komt „ met hare ftry tbaer vrouwen , 
Hier me Troyanen hoe ? den vyandt weer wik bicn » 
Och dats Achilles zelfs, hier is gheen plaets om vUen. 

HECTOii vap ACHILLEA v^rjlughttt ^ Troyoneu v4rjaic}Um 

A<:HII.XiES% 

Zoo m'oorclenaer die niet als vroom maer als de blooden « 
Na d'overwinning noch „ voert oerlpoch met den doedep , 
Schent weer baer lichaem „ meer zalment van u niet zien , 
Het ««ly€ zal C. ick fweer't ) « lichaem cock ghefcfaien , ' 

Bcfpottct ghy myn vrient,, ghyzuPtet oock befueren^y - 
*Tte&, drymael t*lichaem rontfom Troyens hooghe roueren , 
Ohcbonden achter t'peerd^„ en flCyptTiet door het flyck. 
Tot lail^Ifjcke fchandt,, v«n bet vennetel R^ck. 

Digitized by Google 



itf4 ACHILIiE$ m POLYXBNA , 

1 1 L HANPELINGHE , bbrstb cttkombk. 

(AYAMUf , POLTXBMA » ANDBOMACBT , ASTIAKAZ. 
P R V A M tJ 8« 

D*c door fyn Adel groot „ en Scepter Cch verflont , 
Die op een hooghe Staet,, en machtich Rijck betront, 
£n daerom niet en vreeft „ dat s* Hemels Goden waerdich 
Ghel^'ck de menfchen zijn „ verkeerd'lijck en lichtvaerdlch , 
Maer ftelt fyn gheell gherufl „ in voorfpoet en gheluck , 
Die fpieghelt (Ich aen my , in dit bedroefde (luck. 
Tghelnck van d'ouden ftaet,, van al myn volck en landen 
Dat had ick al te zaem „ gheilelt in Hectors handen , 
Alfl dees vermoort wert van „ den Griecxfchen Prins verwoet , 
Doen viel al Troyens hoop „ en trooft onder de voet : 
Och armen Koninck oudt,, wel waerdich te betreuren, 
Het lichaem van u Zoon,, en mocht u niet ghebenren, 
Gtet kooptet en ontfineeft,, het den verwinder ftraf. 
Op dat het med* gheniet,, fyn oudt voor-Vaders graf. 

ANDROMACBT. 

Och kleyn Affianlr „ komt gaet den vyandt groeten , 
Den overwinder trots „ valt vrijelijck te voeten , 
Bidt hem ootmoedich aen „ en acht gheen fchanden niet 
Te doen het ghene dat,, u tVreed' gheluck ghebiedt: 
Laet dalen u ghemoet „ oft houdt fyn krachten binnen , 
Verghect u oodt gheflacht „ flelt Heftor uyt n zinnen , 
Oft too ghy oock ghevoelt,, de wonden van u leyt, 
Soo doet ghelijck ick doe,, en met u mgeder fchreyt, 

' HI. liANDELINGHE, tweedb uytkombn. 

RBSTO^ , PRTAMUS , VLItfBS , AOAMBMHON 9 ATAt 9 Alt^&O- 
MACRT, FOLTXBNA, ASYIANAZ , AUTOMBDOM. 

r 

M B f T O R. 

Hey armen Konin^c oudt „ wcj waerdich te beklish««« 
Int hoochfte van u noot „ bleef uwcn Zoon verflaghen , 

Inc 

Digitized by Google 



f RE U R S P E L. 165 

Int hoochfte van n noot„ 2Jjt ghy van hoop berooft; 
Med'lijdelijck ick beklaech „ u oudt grijshayrich hooft , 
Veel oorfaeck hebdy wel „ om droefheyt te betoonen. 
Staet op bedroefdefa Vorft „ en wilt u zelfs verfchoonen. 

V L I 8 8 B s. 
O Pryamns die't qnaet,, ghelijck als u behaccht, 
Wert vande Goden dus „ rechtvaerdelijck gheplaecht ; 
In plaetfe van ghetreur,, zoudt n veel beter voeghen 
Te dencken dat ghy ens,, eertijts wel mocht ghenoegen, 
Maer op een heuflchen eyfch „ gaeft fpijtich antwoort gram , 
Wanneer ick als Ghefant „ aen n tot Troyen quam. 

PB.TAMUS. 

Ghy Griecxfche Princen wijs „ zijt gh'oyt beleeft ghebleecken , 
Helpt nu , Achilles om „ myn Zoons lichaem doch fmeecken , 
Een ieder dencke dat„ hy mede Iterflijck zy, 
£n zit hy nu wel hooch „ het kan hem gaen als my. 

AUTOMEDON. 

Troyaenfchen Koninck ondt „ Achilles heeft vernomen 
Dat ghy om fynent wil „ int Legher zijt ghekomen , 
Indien het u belieft „ met hem te fpreken iet , 
Hy zal u hooren , gaet „ daer ghy hem zitten ziet, 

puiAMUS op /yn knien, 
Ghy zijt de oorfaeck niet „ ^Achilles van m3rn kermen, 
Maer iemandt vande Goon „ in plaets vaii hem t' ontfermen 
Over myn onderdom „ laet my dit leedt ghefchien , ' 
Na dat ick heb met fmart,, myn-kind'ren doot gheflen, 
Dewelcke, jonck en dom„ haer'op het R^ck betranden^ 
En deden dickmaeh 't gheen „ daerPhaer voor wachten zoudeo , 
Volchden haer zotten lull,, door wnlpsheyt onbedacht, 
Twelck heeft haer beyd' en my,, in dus een ftaet ghebracht: 
Ti« niemant onbekent,, al gheeft het groote fchaden, 
Dat jonghe lien altljt,, den ouderdom verfmaden: 
Indieii dat 'door myn doot „ den krijch op honwen mach , ^ 
VrywiHich ick verwacht,, den doodelijcken flach, 
Ghy zult my, hopeloos,, van immer te verblijen 
Van dees benanden gheeft „ en fwaer elent bevryen , 
HoOfT II. la Doee 

Digitized by Google 



2t6 ACHILLES EN POLYXENA , 

Doet met my wat ghy wilt,« 'kgheef my in u gheweht 

Oft ghy my ommcbrenght „ oft in ghevanck'oit ilelt , 

Want al myn levens eyndt,, zal ick in tjreuren leydeti* 

Laes ! ijiet dan teghenfpoet „ en heb ick te verbej-den, 

Och Troyen ftaet niet meer,, wanneer aid He<ftor viel!. 

13oen viel het liooghe flot,, daer Trots fyn hof op bieU 

Dan na myn kind'ren doot, en jammerlijck befwaren, 

Na 't moorden van myn volck „ en krijcli van neghen jasea 

Heb ick der Griecken Vel „ dryvoudich ftraf betaelt 

Voor 'tgbeen daerinmynZoon,, met onrecht heeft ghedwaelu 

ChedenA eens acu de Goon „ flelt trotfe moedt belijeo > 

Hebt met myn ouderdom „ helaes ! doch medelijen ; 

2po ghy dit kleyne^ kiudt „ de ziel niet gheveu kunt , 

Ten minflen 't licbaem hem „ van fynen Vader gunt. 

Ghedendt oft fwaer zou zijn„ en hoe ghy't zoudt bctrcuren, 

Dat dierghelijck* aen uwen Vader zou ghebeuren , 

Die zorghe voor u draecht,, u welvaert flaech betracht, 

Dan daer voor hoed* hem Godt „ en alle fyn gheiUcht I 

Die jon hem alle 'tgheen,, dat hy wenfcht en gheye» 

Dat hy.een zoeter ouderdom dan ick beleve. 

p R Y A M u « yah in oKmacht^ 

ANDROMACHE. 

Helaes ! beleefden Frins „ indicn 't niet mach ghefchieq 
Datment begraeft „ laet my ten minflen 't lichaem zieo « 
En dit onnoofel kindt,, dat zoo veel heeft verloren. 
Kleynen Aftianax j, waer toe zijt ghy gheboren ? 

NESTOR. 

Sjtaet op bedroefde Vorll,, van oudt beweechlijck bloet, 
Hebt hoop in ongheval „ verftert^ u fvvack ghemoet , 

f R Y A M (7 t. 

Laes ! de belecftheyt , waert „ by menfchen en by Goden* 
Daer Griecken rocm af draecht „ waer is die na gbevlodeo ? 
Tgheen zonder onderfcheyt „ ghy jont aen elck eeoy 
Weyghert ghy dat helaes! aen Fryainus alleen? 

ACB1J>> 

Digitized by Google" 



TREUilSPBL. £5f 

AC H I L L B f . , 

CKy hadt (o Koninck oudt „ ) de jeuchc b'hooren te dwinghcn 

Van uwe kiud'ren zot „ als t'haer te buytea ghinghen ; 

IMaer doen liet ghy 't haer toe „ en hadt int quaet ghedult , 

Dus zijdy zelve med' „ deelachtich aende fchult | 

fin over neghen jaer „ waert ghy 200 niet beladen 

Met ouderdom , dat fy „ u gantfchely ck verfmaden, 

Sy deden om gheen Vrou,, het fchandelijck ghewelt 

Tot Lacedemon , maer ,> om Atreus fchat en ghelt : 

flierom deeS uwe lb:af„ is niet alleen rechtvaerdich , 

Maer alffe footer waer „ ghy waertfe beter waerdich. 

Dc Griecken z[\n akijt,, van oudts zoo hcus gheweefl^ 

Dat als haer vyandt had,, ghegheven fj'nen gheeft, 

Het lichaem wederom „ fy aen de vrienden gaven , 

En lieten licht'lyck toe , datmen het zou begraven ; 

Maer Patroclus myn vrieut , als Hc<Jlor die verfloech , 

Om ^t lichaem fchandt te doen „ uyt het ghevecht hy 't droech : 

Dus heeft hy aldereerft „ de goede wys ghebroken , 

Het welck is noodich dat „ op hem weer wcrt gewroken , 

Op dat door fyne wraeck „ de ^antfche werelt leer 

D'oude beleeftheyts wet „ te brekcn nimmermeer. 

Om Heleen en om 't goudt „ dat ghylicn hebt ghenomen , 

En zijn wy Griecken niet „ dus verr' van buys gkekojaen : 

Maer om te toonen met „ de wapcns iude handt 

Jloe veel wy kloccker zijn,, als eenich ander Landt, 

Hoewel de Vrou en fchat,, rechtvaerdich oorfaeck waren. 

Want ifl u lafi, me< roof,, van and'ren^ wech te varen, 

Leght over dat het (lre«ft „ tot droe'f heyt en verdriet 

Der ghenen die van u „ dit onghelijck ghefchieti 

Soo my de Parqae fpaert,, ende Jupyn ghedooghen, 

t)a^ iak eens Troyens val , mach zien met dees myn ooghen , 

Ick fweer 't de valfche hoer „ die 't ons befueren doet , 

Dat fy 't bekoopen zal,, met haer onkuyfche bloct* 

Dae ick myh Ondert en „ myil Vaderlandt moet derven , 

£n zien myn troufle vriendc, die 'ck meefl beklaghc Hervcr^ 

Don , Pryamus , blijft hier „ ick zal e«.i wcynich gacn 

Ma ' £n 

Digitized by Google 



268 ACHILLES BN POLYXENA , 

£n zien wat inde 2aeck „ myn defe Princen raen. 
Ghy Capiteynen groot,, van macht, en wijfe Heerep , 
U is ghenoech bckent „ myn hertelijck begheeren ; 
Dat 's , dat het u belieft „ een ieder my te raen 
Het gheen hem dunft dat beft„ hier inne waer ghedaen? 

AGAMEMNON. 

Ghy Nellor hebt alree „ meer dan twee hondert jaren , 
Zijt neffens u verftandt,, in alle ding ervaren, 

V is ghebrnyck en flem ;, van vele volcken kunt , 

£n hadde Godt my noch,, thien zulcke mans ghegnnt. 
Die zoo wel konnen raen , die zoo veel dinghen weten , 
Ick achte, Troyen waer,, lang woeft en fchier verghcten; 

NESTOR. 

Het dodde lichaam doet ons nerghens in profijt. 
Ten fwaift ons vyandt niet„ maer doet h^m grooten fpljt; 
Spijt maeA moedich,, moedt maedt willich om te vechten. 
Met dat te weygh*ren is „ dan gantfch niet uyt te rechten , 
Dus neemt veel liever 'tgout,, dat brenght nutticheyt in: 
Wat dunft u Vlifles ? 

V L I 8 8 E 8. 

Soo ben ick oock van zin : 

A C H I.& I. E S. 

Wat «eght ghy Ayax ? my dunft dat het niet kan fchaden, 

A T A X. 

Ick zeg , grootmoedich Prins „ dat fy o wjjfljjck raden : 

ACHILLES. 

Blijft, Ayax, ghy by my,, ick dancku, Princen kloeck. 
Van owen wijfen raedt,, en a beleeft verfoeck, 

POLYXENA te vnt vaihnde, 

POLTXBNA. 

Helaes Achilles, een „ verwinner aller diughen. 

En kan die fyn ghemoet „ van gramfchap niet bedwingfaen T 

Dan, zoo ghy zoo verhardt,, na wreede wrake taelt, 

V op het lichaem kont „ myns breeders niet verhaelc ; 



Croot- 



,y Google 



TREURSPEL. 269 

Crootmoedich zljnde , wilt ,4 met gheen doot lichaem ftrijdi^o. 
£n oock heeft hy gheen fcbult,, Achilles aen n lijden: 
' Ilelaes ! van u ghequel „ was hy de oorfaeck niet; 
Ziei hier, Achilles, hier,, d'oorfaeck van u verdriet. 
Koelt hier u Wreet ghemoet,, door 't winnen opgheblafen, 
Ziec hier, Achilles, hier,, is d' oorfaeck van u rafen. 
Zoo gh'onverbiddelJjck zijt,, en niet dan wraeck en dorfl, 
Komt, dout u moedich fwaert,, in d'onvertfaechde borft. 
En maeA ghe^n fwaricheyt,, van 't herte te doorkerven 
Der ghener die in danck,, zal nemen 't droevich fterven, 
pfc, dun<5t u.defe wraeck,, ghenadich en tekleen, 
Belaft met ketens fwaer,, myn teeder fwacke leen. 
Die ghy gheleedt korts , by „ d'onfterflijcke Goddinnen. 
Houdt die voor d'alderflechcd' „ hclaes , van u flavinnra « 
En valt het lichaem van myn broeder niet zoo ftraf, 
Dat ghy de zelve-bant,, uyt fyn voor-Ouders graf. 

ACHILI.B9. 

Goddin , voorwaer Goddin „ ghy blijft altoos Goddio , 

£n IHert Achilles hert „ fchoon loffron , naer a zin. 

Helaes Polyxena,, als ghy u wang betraent, 

Verciert het oft ontciert „ het fchreyen n ghedaent ? 

Ick twijffel wat het doet,, 'tmach cieren oft ontderen, 

Ick weet wel 'tbuycht myn htfft,, op veelderley manieren: 

Staet op Goddin. Hoe na „ moet dan Achilles zien 

'T oytroyen van 't blont hayr,, en 'tbnyghen vande knien? 

Daer hy fyn knien voor buycht „ wat knien ? fyn fierte moedich 

Dat noyt het vreenelijczft*,, vande flachoorden bloedich 

Noch van 't verwinnent heyr „ de wreede rafemy 

Noch bleecke doot ontfach, met ,fchrick en angft daer by, 

Antomedon,, wilt hier terftont wat fpijs befchickeu 

Om defen oiiden Vorft,, een weynich te verquicken. 

Nu Pryamus, ftaet op„ ftelt aen een zij4' u leet, 

Droocht af n tranen „ en n droef heyt wat vergheec 

F R T A M U 9. 

Crootmoedich Prins, 'ken zal,, tis teghen het bebooren. 

Ms Acnxt- 

Digitized by Google 



.270 ACWIL? ES FN POr.YXPNA > 

A C H I L T. F S. 

Verwrrcht dan niet dat ick „ lact vallcn mynen tooreiT» 
Wilt ghy my te gheval,, n r.iet tot eten fpoen, 
Ick zal op gheen manier,, acn n begheert*" voidoen. 

p R Y A M D s. 
LieTts had ick dat ghy my „ myn o«gh1ack Uet betreUren ^ 
Dart mach ray anders ntet „ t'tfoodg lichacm ghebenren , 
Ick zal ontve-ynfen niet,, het aenffcht my verdriet, 
Dau 'chert en laet daerom, 'tghewoonlljck treuren niet. 

ACHILCB9. 

Ghy hebt an neghen jaer, o Pryanras. gheleden 

Eeii oorlooch tot bederf,, van al u landt en fteden> 

Dcwclcke die u eerft,, by-ftondcn inde placch. 

Die v^Uen van n af „ dit zietmen alle daech : 

Ghy zendt niet wederom,, nochtans de Griecxfche vronw^- 

Wat oorfacck hcbdy doch „ rfat ghyfe noch gaet hod we » 

Die haer zoo fchai^elijck „ ^e biiytcn heeft ghegaen , 

Hacr V'ftderlandt en al , dees krijchfliiy heeft verraen ; 

Hacr eyghen broeders me,, die doch zoo heylich wareit. 

Want fy en wilder niet „ met ons n» Troyen varen , 

Gm dees vuyl hoere weer,, te brenghen in haer landt» 

Wiens doot haer liever was „ tot wrake vand"e fchandt. 

Wwineer ghy daechlijcxzaeeht,, ii qnaet daer doorvergroote« » 

Waerom hebt ghyfe niet,, ter poorten uytgeftootent ^ 

Hoe v»lt dit draechlijck voor ;, a oud'fr Edellieti , 

Die'r fonen alle dacch,, dterlijck vemtoorden iien? 

HetfFc Godt n alteniael,, bcroeft van 'uwe zinnen, 

Dat in alfulcken ftadt „ nieraandt en is te vinncn , 

Dio, door fyn Vaderlandts,, verdrtet beweccht met ro«^ 

Jien wrcode ftralTe necm,, van dcfe valfche Vroo? 

Ten aenilcn ws ghebcdts^,, ert van u oiide levcn 

Zal ick u *tlichaora .van,,, u Zone weder ghevent 

Daer in iik houde cUt,5 myn vyandt heeft mH*dacn>» 

llQt zclve tal ict nu „ nodi nimmcmcer begaen, 

P R Y A M V S. 

WIc kan. dter Coicn fchick,, grootmoedichPrins^^ontviredcntJ 



d by Google 



T R E U R S P E L. 9?! 

2Jonder tter Goden wil „ decs dir.gTicn ^nec ghefchieden. 
Op verr' nil was eertijts,, gheen Konhick mj-ns ghelijclc 
In groothej't van glicflacht,, oft raachticheyc van Rijck, 
Van al de ghene die t'rijck „ Alien bewoonen ; 
Want tot verfcheydcn dradit „ ghewan ick vijftich foonen , 
Waer van clck my liiet gheluckich : maer op 't pas 
Dat Hecuba myn vrou,, van Paris fwangher was, 
£00 droomdYe dats' in plaets „ van 'l kindt , een toortfe bacrde 
Die Troyen Hack in brant,, *twelck o;i8 altfaem vervaerde. 
Want de Waerfegghers wijs „ zoughen met droef glielity t , 
Dat hier door wert den val,, van onfe ftddt bedayc, 
Waer door dat ick beval „ het kindt flucx om te brenghen , 
De Itfdeder veynfde dat „ fy *t gbeern zou ghebenghen , 
Maer vrouwelijck bcweecht „ over haer eyghen bloet , 
■ Caft zeker' Herders en „ clic hcbbcnt opglievoet , 
En grooc gheworden wall,, zoo fch6on in clcx bebaghen, 
Dat f>Tien doot ons fchcen „ onmogh'lijck te verdragben* 
Das quam by in myn Hof,, uyt het Idefcbe wout, 
En^fcceft Eonone,, voorts tot een wijf ghetront; 
Maer weynich tijcs daer naer ,, began fyn hert tc brnnden 
Met lliffe om te zlen „ de vreemd* en verre Landen , 
Dewelcke lull my niet „ mishacchde oft verdroot. 
Dug van ghezelfchap en „ een wel gherufle vloot 
Ick hem ^verfach „ en zoo trock by van dcfe llede 
Naer Griecken „ daer hy u belacs ! dit onghUijck dede , 

^ Door dien hy tot fyn wil „ de Griecxfche vrouwc vont , 
Dewelck' hier welkosf waff,, en niemant teghen llont. 
Een ieder wa* fy lief,, door haer maoier hoovacrdicb , 
Een ieder »cht haer wel „ een bloedich oorlooch waerdichw 
Ick houde dat een Godt,, oas tot dees zotheyt dwauek , 
Tgefchiede tegheni myn,, noch teghen^ niemants danck* 
Antenor had fyn Zoon gaen op de fdiepew vocghen y 
Maer op de wcderkond „ toondc cca quaet ghenocfen y 
En zondt hem bvtyttnt Landts. - Dets msn zccr rijp van raeo 
De zaken van het Rijck „ en t»oorlooch wel vcrlhct. 
Zoa veel alt my bela^ght,, i<k zie n^yn eyade komea^ 

. . • M4 ^ 

Digitized by Google 



§72 ACHILLES en POLYXENA , 

En tis my aenghenaem „ »k en derf daer voor niet fcliromen s 
Maer voor myn kind'ren laes ! en oude Roninghin * 
Ick my op defen tijt,, in fwatc zorghe vin. 
Die na 't verlies mijns Rijcx „ helaes 1 in flavernijen « 
'Ken weet niet van wat Heer,, de trotsheyt zuUen lijen': 
Dan.neemt, beleefden Prins,, dees kleed'ren en die goat, 
Ick danck u voor myn Zoon ,» fyn doode lichaem kout. ^ 

ACHII.I.Bff. 

Draecht wech Automedon „ des ouden Konincx gaveo , 
Daer is u doode Zoon „ om eerlijck te begraven ; 
Daer is u dochter. Neemt „ alll n belieft u keer* 

P R T A M U 8. 

Helaasl beleefde Prins,» gfaeeft ghy die my noch we«r» 
Behoutfe cot a dienfl ,» en wiltfe niet verilekeii« , 

Den tijt Is niet bequaem , om nu daer af te fpreken » 
Wy zullen »t ftellen uyt, tot op een ander dach. 

P R T A M U ». 

Ick danck n hooghe Print »» Oodt hoed' a voor ghekladu 
in. HANDELINGHE, der]»b uttkombiu 
c B o o &• 

Hoe fctioon, hoe trots,, hoe fpijtich datfe fdiiJBt, 
De werelt doch niet anders is,, als wijnt. 
Haer Haec verkeert^ ghefhidelijdc. en ras, 
Nu ifTe niet „ het gheen fy gift'ren was , 
Die giil'ren trots „ op rj^ckdom fwaer en fchat 
Weygherden 'tbroot,, aen die hem dterom badt> 
Werden, te nacfat berooft van fchat en landt^ 
Heden ghevoedt „ van iemandts milde handc : 
Die gifl'ren met fyn Adel „ groot van pracht» 
Betrouden op fyn Rijck en oudt gheflacht , ^ 
Op gnnft van 't volck „ en Capiteynen braef , 
Dient heden aen fyn vyandt voor een flaef: 
£en Hooftman van veel kloecke oorlochs-lien 



Die 



d by Google 



T R E U R S P E L. 273 

Die door fyn naem en daden wai ontfien , 

£b menich RJjck vermaerden door't ghewelty 

Wen vande dooc,, op defen nacht gheyelc: 

Die gift'ren lach,, door armoed' fwaer gheperll^ 

Van flaet en wij4' beroemtheyt alderveril, 

Wanhoopten niet,, ntaer wert boven fyn win* 

Heden ml(rchiea,fgeeQ rgck beroende Print. 

Die lladich wel„ op dit verand'ren ooght. 

Door Yoorfpoet fyn gfaemoct hy niet verhoogt^ 

Noch oock verlaecht,, aid onghelack hem lloort* 

Gheen hooverdy noch wanhoop hem bekoort: ' 

Die door 't ghelbck fyn moedt verhooghen laet» ^ 

En zich betrout op rijckdom, macht oft ftaet, 

Al dwanck hy gantfch de werelt met fyn jack, 

Hy 11 een flaef van *t wanckelbaer ghelock : 

Een die door ongheval oft teghenfpoec 

Wert moedeloos,, oft vallen laet fyn moet, 

De wanhoop weecht hem fwaerder als den dmck. 

Die hem komt uyt lichaemlijck ongheln^ : 

Maer die *t gfaemoet,, in te^enfpoet oft noot 

ChefUdich heeft, en altoot even groot, 

Al heeft hy goet noch Ibet „ nochtani is hf 

Cheborcn tot des werelts heerichappy : 

Als znlcken man een Koninckrijck aenvaert. 

Met flavemy fyn yoIck„ hy niet befwaert, 

Maer gaet hem tot de landtbeftieringV fpoeo. 

Cm aen fyn voick door't heerfcfaen dienft te doens 

Als snlcken Prins, reditraerdich waerdich Hooft^ 

Wert van fyn ftaet„ en Koninckryek berooft. 

Ten deert hem niet dat hy zich ziet verlaecht, 

Maer 't onghelnck fyns volleex hy beklaecht : 

Als zulcken alleene tracht na d*eer. 

Van .'t goet te doen aen 't v©lck tot alien keer. 

En te belHeren fyn leven en fyn doot. 

Tot welvaert van f^n volck inden noott 

Dit*8 t'hoochlb dat een (terfietjjGke menfcb- 

Ms. Vr«- 

Digitized by Google 



1^4 ACHILLES »N POLYXtyA ^ 

Vcrkriighcn kan „ en dit wm Heftors^ weafch»^ 
Van te bcflecn tQt fchad' van fyn- vyandt 
Syn leven en fyn doot,, voor*t Vaderlandt. 
Jfedlor vcrkr^«ch fyn wenfch, en voor ghewif-- 
GliceuOns dees Prins „ hier te beklaghen ii , 
|t(Ea:r wy hclaeai beklagbeur 'c onde Ilijok 
Pat door fyn val viel uedor te ghelijcfci. 

nil. ^AND£LINGH£, behstb cTTKOMBNk. 

▲ CBILLBft, A^UT»MEBONb 

ArnicnEfi 
Vervloeifte harden-,,, tn wel waerdieh nyt »• royen ,. 
ri-2 U'befraetten met,, het edclft' Woct van Troyen!* 
Yervloe(5le voeten die»» dc lioiite borft botrailt, 
De vroomftc Capjtayn „ die Afifltn heeft ghehadt ! 
En ghy zij turned' verrloetl^, o ovorwreede oogheo. 
Die zulcken moordery^ t'aenfchouwcnr kondt ghedooghcn;; 
Cu noch vcrvl^eaer zijt,, ghy ,,overwreet ghcmoct. 
Die 't inoordwMi van njyn LJcf „. liacr aldcriacfte Woct 
Verdraghen kondsl Van wftt glicfla«lu zijt ghy gUeboren 
A«}"Ilcs! dat c!e gheen,, die ghy hadt uytvericoren 
Tot een fcliocn-ljsoeder watrd' ,,. ghy zekwe dieo ven«oort 1^ 
Van mcerder wreetheyt i»„ int oorlooch noyt gheheort* 
Hela?s Polyxenal de moort heb-kk l>:drcveii, ^ 

Ce fchult Uib ick allccn^, wilt ghydic nict-Ycrghcren^ 
£n ilraft m^ na verdienft „. zoo iil met ny ghedftenf 
Ms ick niyft K ffrou bad ,> hcb ickfe latcn gaen $ 
Als fy hacr licjiaem boodt,, om>*t doode t&bevrijen». 
Goen heb kk haar niot in ,y inyn> tente wtlle» li^ r 
Als itek niet haer, maer fy.,. my om vergHbtl badt, 
Boen zondt ys^ htcn t« rug,, met dfOuden nt de fiadt!; 
9oen wild* ick opter 4aet ,, daer ione ni^t beOnyten , 
Cub t*DverlcggbeD wat,, d^r ftl oyt konde fproyten^^ 

Digitized by Google 



, T RE U R S PE £^ «7f 

Kq rtmret my^ dat lA,, dus lang h«b uytgcfleltr 
Want all ick d'eerfte mael „ lieB myn gheficlite dwale* 
In htre jonckheyts giant ,, en in baer oo^hen-lb*glen« 
Dranck ick haer beeltenit „ door d^ooghen lit myn borft ; 
£«B dranck helaas I die ni^t ^ verflaet maer fcherpt dt doFfi. 
De fckoone beeltenis,y nam in het hen fyn plaetfe,. 
£■ mae^enc tot •en kerck. AU eco Goddinne ihetfe 
Daer op eeii Oncaer hooeh ,; daer wcrt^ erkent alleen , 
£n van den.ilranck van mijn,, ghedachten acnghcbceu^ 
Daer branden tot haer cer„ dn^'ienten diiyfeiu toortfe», 
Staech fy myn herte dwinght,, met hare blixcm? koorcfen^ 
Tot een begheerte van ,^ *t ghcen haer ghclijckend? is ^ 
En 4at'f myn Lief,, dacr van is fy de beeltenis* 
Gaet,zendt u Lief van hier,, over veel tUiyfent mijlen', 
Sy heef^de booch,, tis waer, maerghy i:it hertde p^len. 
Wat helpt, Achilles,, dat ghy haer vai n verjaecht? 
Ak ghy haer Beeltenis „ bimen int herte draecht ? 
Ghy zentfe wech , om n „ ghedacht'nis tc bcdrieghen ; 
Mier zit fy in ii borft „ hfer kan 1^ u niet licglien ^ 
Hoe ghyfe meerdfisr poocht „ te flcllen art u zin ,^ 
Hoe ghy o meer verwart u, iQ ° begpnnen nmu. 
Amoaedon. 

AUTOBCEDO>N^ 

Jtfyn Heer. 

ACRILSETS; 

Ick fieb dees Brief gherchreveir,i 
Cp dat giiy die terflont,, gaet aen myn loffrouw gHevem, 
Gaet binnen Troyen nn^, dbwijl het is Beflant, 
Praec&t sorgfie dacfe ftoom „ Behoudto in haer hant;. 

AUTO M EDO N« 

Ick gty nyn Heer, en zal *t„ volkomelijck beilellea- 

ACHILLSS. 

He1aes!'de vsceie gaet „ myn hcrte. dcerHjck qnelTen ;i 
Begheerte gTiecft. my hoop ,,. en dat is al haer gront ;. 
Den minnaer licht ghelooft,, 'tgheen hy zfch zeFven fonr^ 
|6k iitbift Vadfics fiattj,. fchMne Princes^ bcdosy^arfi 

Dgtzed by Google 



ft7tf ACHILLES EN POLYXBNA, 

V waertfle broeder is „ door deci myn bandt ghellorvfo^ 

AIs ghy int Legher wiert,, toond* ick n Inttel cer^ 

AIs ick u houden mocht,^ zondt ick. o gh*l^'ck» wel weer$ * 

Zija *t minneteeckens, 4U? helaesl met groote seen • 

Ztilc ghy myn bood' yerfmaen ,, en d'brief met voeten trecti*' 

Waer toe is wanhoop goet f hoe nit Achilles hoe ? 

Betrout ghy dat dan a ,^ beleefde loffron toe? 

Tzal ifarecken tot profijt,, van al haer ondeifaten» 

Haec Ouders znllen haer „ tot awe liefd*^ bepraten 

Op alderley manier { ift om « deachden niet, 

Tzal om t'behonden zijn „ van *t gheen haer overfchiet ;^ 

Tverlies haer brenghen zou , j int ayterfle bedroeven. 

Dan , ick zal in myn tent „ haer antwoort gaen vertoeves.. 

IV. HAND£LINGH£» twsbbb uttkombm, 

VKYAMVSy PARIS » RXCDBA., POLYZBHA* 
PARIS. 

^titonedon heeft hier tefilont een brief ghebraeht ^ 
Myn Heer en Vader , daer „ ick op te letten acht.. 

B B c u B A« 

Aen wieni' 

» A R. X r. 

Maer aen n dechter ifl », myn Vroa en Moeder., 

P R T A M u s. 
Gheeftfe aen Folyxena.. 

POLTXBNA. 

Leefi ghyfe myn Heer en Breeder*. 

P A R I 9^ 

^Achilles die door minne llerfty 
,»Edel Princes ,» wietis fchoonheyt hem verwan ,. 
„ Die wenfcht n al *iwelvaren dat hy derft , 
»,En acht dat al„ dat hy n wenfchen kan. 

jB^WVn Itefde die»ck u draech ,a zoo groot en ooghemeten , . 

v9-Meend*^ 

Digitized by Google 



T R E U R S P 8 t-. * vrr 

„ Meend» i^: , Prince*, door o ,» tfwefen t» ver^ieten ; 

„ Maer laesl ghelijdc ecu ftadt,, die na Itag irederftant 

„ Snachts overrompelt en„ ghelleken wert aen brtnt; 

„Oft de verwinner fchoon,^ de toort te n^ gtet trecken, 

„ Den brant Itet daerom niet „ zich zelven voortg te llreckeat 

„ De vlamme toedt zich zelfs ^ en hem rontosune went , 

„ Zoo lang daer bays oft kerck „ oft mner is over ent. 

„ Alfoo der minnen vlam ,> hoewel ick u ontbecrde , 

„ En ghinck daerom niet uyt„ maer daghlijcx zich vermeerdfr; 

,,Die voel ick in myn borft,, nu van zoo grooten kracht^ 

„ Dat het my zeer verdriet „ dat ick oyt heb ghedacht 

„ Om u Princefle fcfaoon „ nyt mynen zin te flellen : 

y, V ztg ick die zoo lidit „ myn hooch ghemoet kan velleiv 

9, Laet myn ilancvafHcheyt ,» in nwen min vol p^'a 

„ V een verfekeringh' ,-, van myn ghctronheyt zijn , 

„En myn ghetrotdieyt , die,, ick u betoon door defen, 

„ Van myn ftantvaflidieyt „ u een verfek'ringh* wefen. 

„ Dus zaift Achilles hert „ Princes , met it ghena , ^ 

„ Op dat het in het vyer,^ gheen afch wert en verga; 

„Maer dat het in den aert,, des Salmanders verkeere,, 

„ Zoo dat de brandt het zelve voedt en niet vetteere ^ 

„0p dat den brant int hert,, en *t herte inden branc 

,s Gheduere eenwichlijck',, u tot een offerhaat," 

Heer Vade^ hier ift al „ wat dnnft n van dees zaken f 
Wat zaimen alderbefl „ hier in doch moghen maken ? 

a- R T A- M u s. 
Onnoodich lang beraet „^ want mynen zin is dit , 
Laetten ons weygh'ren niet,, dewijl by om haer bidt, 
Wy zien t' qnaet ons quam ,, door dien by bleef veriteken^ 
Voorfeker zal de PHns „ de Griecken op doen breken , 
Als danckbaar vande gunft; oft, zoo by dat niet doet, 
Polyxena heeft tijt,, te temmen fyn ghemoet, 
En zal hem metter tijt,, konnen zoo wel bepraten^ 
JDat by vergheten zal fyn toom „ en varen laten. 

Mr A^ 



,y Google 



f^ AtmiLLES BM POL YXBNA , 

Al fwQwhf kracht 200 licht.^ gheen hooch hert ncdfer iQyt 
Als eooe fchoone vrouf », vriendMjjcke ceederheyt« 
Indieu Polyxcna ,» Achilles kan bcweglien , 
Twel\afen vaa 't gantfch Rijok „ ifTcc heel aen ghele^ieiw 

« POL'VXB.NA. 

£Ucodich Kooincz kiodt,, k dan 'tghcroeen gbelucll^ 

AUcen gheleghea aen ^ h ongheval en dnick ? 

In Troyeji» hoodifte fctfi,, onder 'cgl^emeen verbljjea " 

^bdt ghy alksn benaut ^ in droefheyt zijn en Ijjcn > 

ZoQ men da pltghca niet ^ van de Troyacufche waL 

Kin keercn dan door myn,, verdriet en ongheval t 

Doot my ten beden van ^ myns Vaders ondcrfaten ^ 

VmI ecr dan ghy my zoudt „ (lavinne werden latea 

Van ecncn die myo waertila broedcr heefc ghcdoou 

p R T A M u a. 
pit's *L ccnich middel om « te komon ayt dea noot- 

PARIS* 

Kola, Hccr Vader;. «oo,, ghy Paris «cdt wilt achtcn^ 
Ghy koadi hier in vooificn „ en iliUcn hart klachtcuv 
Ick zal da Griack ontbicn „ dat hy hem vindcn laet 
Chins in. Apollos kerck,, die inde bonfcheB fhet, 
Dacr ick hem lovcn zal „ myn fuHer te doen troutrcn ^ 
Die oock zal komch daer „ met al haer Staet jonc>.vrot:wen 5 
En als Achilles minfl „ zal op fyn hoede flaen , 
Zal ick h^m onvecgens «» daer op de placu vcrHacn. 

P R /» A M U S. 

£n yreeft ghy niet de fchant,, van dees verraderijcnf 

P A. R L S« 

Wie soud^ *c bedroch in fyn ,, vyandt te. kcencken mijen t 

p^ R X A M u f. 

Die wcrck vao d'ecre macft „ en fdiandt oa lailer vreail. 

S A R- X t. 

Berlijck in winneo 9. t'zy „ dooc krachi oft kloecke ghcdl^ 

P R T A M 1; ^. 

lOk door Scdcoch verlicil^ eo acht zicfa nIet vetwooneo* 

9-i 



d by Google 



T 1. E U R S P E lu . t99 

PARIS. 

Dift hy*t 200 tcht oft nfet „ wert ntet te miJa teriToiiQem 

p & T A M u t. 
De wtre wmft dat is ,« ?t bteken van tfvyandts moec. 

PARIS. 

Waer bljjft fyn moet oft madit „ breech ick fyn bert verwcet f 

P R T A M tf Sv 

Al i» Achilki itoot,, het beyr m met gbciliroiigbeBw 

PARIS. 

Weet gby niet , Vader , wat,, Apollo beeft gfaefongben ? 
Dat Troyen nimmermeer,, zai gaen in (lavern^^ 
Indien Achilks daer,, vXtt teghen-woordicb vf-^ 
£n na fyn doet kan by*r ^ nkt teghenwoordieb wel^n : 
Wacrom bcflnyt gby niet,, wat flaet hkr docb te vrafen,? 

|I B C If » A. 

Doet «oo mytt HdVle foon „ kk en zal Kjdcir rnist 

Dat anders als gby zegbt,, in dcfe zaeck gbefchiet, 

Wrecft gby myn Heftors doot „ wreeft ghy myn heete tracen^ 

WrecA Troycns nedlerlaccb , gaet zoo de ftrate bancn 

Tot weivaert vaft irvolk ,, e» aytganck vande krijcb*, 

Wrecft zoo de wreeite rmaei:,^ Aie^kdc van droefbeyt fu-ijcb. 

p> A R r r. 
Tfa Pagie , gaet db Gricck „ terftont de bootfcbip dVagbcn \, 
'Zegbt, dat Polyzena,, tcfboorcn wil fyn klagben. 
En dacfe tot een vron ,, van betn zal zijn ^etront ,. 
Zoo by zicb vinden laet*,) gbtlis in Apollos wout. 
En gby Vrou- fuller, in „ bet eerfte t'saraen-komeo' 
Zolt bem u boocRille goet „ en Ald&rliieflle' nomcn , 
Kn Yeynjbn oft gby zeer„ toe ben gbcnegben waci^; 
Waer doop ghelegbentheit,, Ml wer^» gb'openbaerr, 
(Dm door*t gbelackig fluck ,» ons Burgbert te verquic^cn « 
9ittQiOL een ieiter gt^ ttdhmt bi» bitr toe fdiicdaci» 



ir. 

d by Google 



tSo ACHILLES en POLYXENA , 

IV. HAND£LINGH£» dbu>b uytkombm 

C B O O R» 

Elck icht gbelnckich 'i Princen leven 

Door weeldens valfche blljck, . 

Hy door dees meeniDgh* zelft gbedreren* 

Want niemant fyns ghel^'ck, 

Maer liet hy eens bet Rijck 

£n bet gbebieden willicb varen^ 

En proefd* oft laecbey t rail kan baren ^ 

D« boocbey t hy veracbten zou als fliyck r 

Dat een gbemeene man beproefde , 

Tgbeen by acbt zulck gbeluck » 

Wat zorcb en angft een Print bedroef4e» . 

Wat onmil ende dnick» 

Hy acbte beter .^t jnek 

All een gbemeene man te dragben > 

Dan and'ren met bet jock te plagben. 

Men oordeelt onervaren in dit fhick^ 

£en Prins wil datmen hem zal vreelen > 

En acbt bet zelve goet. 

Die zelve vreeft, gbevreeft te wefen. 

De nacbt hem niet behoet, 

Nocb flaep fyn fmert veribet. 

Als alle menfchen mfte rapen 

Ontdeelt bet zorgfaen hem fyn ilapen, 

Dat elck gbebenrt ,, een Prins ontbeeren moet , 

Wat boocb bays beeft oyt Prins gbenoten » 

Dat niet is om gbewent ? . ^ 

Wat vintmcn docb yoor hoogbe floten,, 

Die't oorloch niet en,fcbent? 

Waer zietmen docb ontrent 

Het Ifof de fchaemt* in ecren houwen ? 

Cherechticheyt , bouwlijcxfcbe trouwe. 



d by Google 



En 



T R E U R S P E L. ftSl 

En zijn de groote Hoven niet beketar: 

Het Hof dat volcht Bellona bloedich 

Met haer roed' inde hant: 

De helfche boofe Fnrij woedicb. 

Die hooverdije plant, 

Wiens hongfaerighe tant 

De grootile doet hoovaerdicfa ra(en , 

Verflint de ku3rren opgheblafen » 

En werpt de hooghe Princen neer int zant : 

In dien men 't oorlooch niet ziet blinckeo «. 

Maer van bedroch afflaen ; 

Het groot moet door fyn fwaerbeyt sinckta « 

En 't hooch te gronde gaeii» 

De Schipper is belaen 

Ah goede windt het fdup gaet flijveis. . 

Vreft het gheluck,, 't fchip om zal drijven, 

De hoochfle toorens meeft de buyen flacn ^ ^ 

De hoochfle eycken zietmen breken 

Die inde bolTchen ilaet: 

Tgheweer nyt lovis handt gheflrekea 

De hoochfle berghen flaet $ 

Het vetfte beeft men gaet 

C^iet 'tilechtfie) om te dooden> hdetf, 

Bereytmen koflelycke malen , 

Wat vallen zal, Fortoyn yertiooghen laett 

BeH dneren matelijcke dinghen, 

Daer t»hoogh» haeft vallen kan, 

De mate noyt ghing overfpringhea > 

Als een ghemeene man. 

Die noyt en fcheyt van ' 

De^ibant, bevreeft de Zee te naken, 

Roeyt onder 'tlandt dat hy kan raken, 

Het hoochfle luck tlhier op Aarden waB» 



mi* 



Digitized by Google 



«8a ACHILLES in POLYXENA , 

IIIL IIAKOELINGHE, vixaixB tnrTSOMiii. 

ACHtLLBt. 

ooo dect Goddin „ vecl hoogber van manieren 
AU d^ander Gooe „ telecft en goedertiercn 
Met eon ghcnadich oogh „ myn fmert aenfiet , 
Der Godtn ihct niet nicer,, 'kachc als rerwonder* 
*R en vrtes de fnelle blixem noch de donder , 
*1^ bcnij , Jupijn , d'Ambroo* „ en Neftar niet. 
TVrftoni q«am ray oen bood*„ van Pari* arghe\'aerdtcht ». 
Dat haer Polyxena „ nice langhcr veronwaerdicht 
T'erkenncn myne trou ; datfe 2al komcn nu 
Ghtns in Apollo« wont,, waer van fy lang was fcha. 
Zondcr myn fweert alteen „ en heb iek ntet te fchrome » 
Mier hoe 9 siet daer ii> Ilof , ti» t^t dat icker kone. 

IIIL HANDELINGHE, v^jr»E uttkomik. 

ACniLLBt, POLTHNA, PARIS, DXBPHOBUf* 

SONNET. 

ACRXLLBf. 

lentiel Goddin alleen,, befitfter van rayn hcrt, 

Schoon xiele van myn zlel „ MeeftcriT* van myn ghcdachtco^ 

Wiens fchoonhcytt klaie glans,, en graci my vcrkrachtcn^ 

Alf indcn blondcn ftrick „ myn hert ghevanghen wert : 

lodien ghy niet acuflet,, de wrectheyt van myn fmert, 

£n flopt u oorea voor,, my al te fware klacbcen. 

Van ray en hcbdy nictj^ dan droefheyt te verwachtcn 

In de med'l^j^Uooie ,,, doot cnde d*aerde fwert: 

M«er gady tot gbena „ n goedertieren wcnnen , 

En wilt de tronwe van „ n Dienaer rechl bckcnnen, 

Vorloft Uk wecdea baI^ van droefheyt » xorch en pijn » 

Ml. 

Digitized by Google 



TREURSPEL. aSs 

Myn h«t dat door hct ryer,, zond* Hchtelijck verteeren^ 
En xtA dan nimmermeer „ in adchcn konncn kecren, 
Maer ia een fchoonen brant,, altijt onlterflijck zijn. 

POLYXENA. 

Aenfiend* a lasg vervolch „ en aenflaen boven maten , 

Hoewel icfc oorfaeck heb„ Achilles, ii te haten, 

Sloech ick myti ooghen op„ u wijtberoemde deucht 

En op»de fchoonbeyt van,, n finer ghcftelde jencht, 

Dewelckc dtnghen tfint,, dat fy my wel ghericle , 

JBfterden een vreemden laft,, vol onrufl in myn ziele» 

In voeghen dat ick haeft,, myn toornicheyt vergat. 

En 't rent my dat ick n „ zoo leedc oy t heb ghehat. 

Ti« my de grootfle pijn,, des werelts tc ghcdcncken, 

Dat ick oyt heb ghcdacht „ Achilles a te krencken. 

Naer ick myn gramfdiap dan,, opgh*offert heb aen u, 

Kom* ick, grootmoedicb Prtns,, als u dienaerflfe nu 

Cm op te offren voorts „ acn u alhier ter (ledeii 

Myn hert, myn wil , en oock,, al myn gheneghentheden t 

Dserom, -Achiltes, wilt,, ontfaen van mj-ner hant. 

En gunftich nemcn aen , defe myn offerhant , 

En my vcrfek'ren dat „ de liefd' met fware plaghcn^ 

Die ghy ^oo langhc tijt,, tot mywaerts fchccnt tc draghen* 

Waerachtich i», en «ar„ altijt ghelbdich zijn; 

Waar aen te twijflcn valt,, my een zoo fware pijn , 

Dat ick Int midden van,, myn vlam bevries door 't \'reefcn. 

Duf maea my, Prince, dat,, ick madi verfekert weftn, 

Nadien de twijffcls my „ veel duyfent "doon aen doen. 

Mflcr waerom zoud' ick oock,, konncn ran n vcrmoen 

Dat ghy ghevcynfdelijck „ zoudt zulcken liefd' ontfanghew^ 

Ghelijqji *t herte van Polyxena heeft bevanghen ? 

Necn , neen , ten kan niet zijn „ neent , zckcrljjck met. Hee ? 

Al droecht ghy my oock gantfch ^, gheen liefd' met alien toe , 

Wecr licfd' zoud' in u hert,, voorfcker komen wercken, 

Als ghy do ^roothcyt van,, myn licfde maer kondt raerckcn-i 

Myn liefd* tfiut haer beghin^, nam zoo vcel toe en wan» 

Pat Iclefe met ghed«ch»M aan achterhalen kaa^ 

My» 

Digitized by Google 



i84 ACHILLES BN POLYXENA , 

IVIyn liefde is zoo groot „ en brant zoo onghemeten , 
Achilles, dat ick zelfs,, haer grootheyt niet kan weten* 
Het leven van myn Lief,, en fyn gheduericheyt 
Zal niet van dach oft uer,, maer zijnvan eeuwicfaeyt. 
Zoo de verdienfle van „ dit Goddelijcke lien 

V niet beweghen oft,, tot ware liefd* kan vlien. 
En zoo'Polyxena „ 'sKonincz van Troyens bloet. 
Door niemandt anders dan„ haer zelven bidden moet, 

V door n ooghen fchoon „ Achilles ick befweere , 

Door wiens Godd'lijcke kracht „ myn felle moedt viel neere , 
Dat ghy my weder mint „ ghelijck gh'uyterlijck toont , 
£n dat a liefde door,, myn trou met trouwe loont. 

A C H 1 I. I. B S. 

Had ick n over lang „ niet gaen belitfler ilellen 
Volkomen van myn hert „ een ooghen-ftrae;! zoa velien 
Zeer licht'liyck myn ghemoet „ en dwinghent tot a mln ; 
Maer tfint ghy d'eerfie mael,, de fchoonfl* fcheen in myn cm, 
Heb ick met znlcken hit„ en fmert n liefd* ghedraghen, 
Datter gheen uer voorby „ eH ghinck van zoo veel dagbea 
Oft yvrich ick aenbadt „ a fchoone beeltenis , 
De ziele van myn ziel„ myns levens leven it: 
Maer laes ! Princes „ wat zal ick n opoffren weere 
In plaetf van defe gnnfl,, en dienJdbaerheyt vol eere, 
Daer ghy my nn toeroept „ hoe kan*t weer zy n ghelooae 
Znlcken gheneghentbeyt „ als ghy tot mywaerts toont? 
Ick ben gfaedwonghen„ fchoon Princes, a te verklaren, 
Dat ick zoo groote vrencht„ voel in myn ziele baren. 
Door 't overdencken van,, 't gheen daer ick meefl na dofft, 
Dat my de wreede doot „ doorfchieten zou de borfl , 
En door de groote Inft,, alhier ter plaets bederven. 
Waft mogVlijck in n teghenwoordicheyt te ftervcn. 
Des zijt verfekert dat ick iladich ben bereyt 
T^ontfanghea uwe liefd* „ met all' eerbie^cheyt. ' 
Op die te vieren en„ te voeden zal ick pafTen, 
Dat d*alderkleynfte vonck zal , in ons herte waiTen , 
Tot datfe wert een vlam „ die d*Aerd' en Hemel zon 

Ve^ 

Digitized by Google 



TREURSPEL. 485 

Verbranden alle bey; het welck o waerde Vron 

Niet vreemt zal fchijnen noch,, teghens des redens wetten: 

Zoo ghy een lattel wilt „ op u fchoonheden lettfen , 

Oft zoo ghy xnyn ghenegheotheyt wilt mercken aen. 

Oft zoo ket u belieft „ op bpyde acht te flaen , 

Pewelcke bey aen my „ zoo ftracx zijn overkomen , 

Dat alhoewel ick vaft,, by my had voorghenomen , 

Te komen nimmermeer,, in minnen fyn verbont: 

Zoo haeft ick u aenfach,, ick my begaf terflont 

Vrywillich in u dienft „ waer in dat ick zal blijven 

Zoo lang des Heraels kloot „ zal op fyn polen drijven : 

Onnoodich is het doen „ dat ghy met bidden dringht 

Tot uwe liefd' een die,, daer toe zich zelven dwinght: 

DerGoden fchick my noodt,, om tot u min te ilreckeu, 

Al u verdienfte groot „ my tot u liefde trecken ; 

Myn roepen derwaerts, myn„ begheerten al ghemeen; 

Mj-n overfoete hoop „ voert my Princes daer heen ; 

Myn ziele waer van ghy „ zijt Koninghin en Vron we , 

Die heft my derwaerts op „ met vleughels van myn trouwe , 

Daerom hoewcl myn liefd' „ tot uwaerts eens began , 

Zijt zeker fchoon Princes „ dat die niet eynden kan. 

Oft zoo die eynden zal,, en nimmermeer gaen t'onder, 

Dat zal ghefchien ghclljck,, Phenix 'tgroote wonder. 

Die ftervend' indervlam,, aen een nieu leven raeft, 

Na dat hy levend' heeft,, van fterven eynd» ghemaeft, 

Maer hoe, wat zegh ick toch? wat flechtheyt mach ick prateni 

Zoud' n liefd* nu , en niet „ eerft'lijck , te leven laten j 

Oft zoud* ick nemen van „ het leven een beghin , 

Zonder te voelen een „ beghinfel van m3rn min ? 

Zond'ick het gheen ick ben „ wel konnen blijven wefen ,, 

Zonder u eyghen flaef „ ftadich te zijn by defen ? 

Oft zoud' ick konnen vry „ wefen van u ghebiet , 

Zonder dat ick het gheen „ ick ben te wefen liet ? 

Voorwaeif in gheen manier „ veellicht ick t'onder bleve » 

Want ick door u „ door uwen min , en door u leve : 

Maor oft my by gheval„ een zottemy beviflgj 

pat 

Digitized by Google 



sM ACHILLES BM POLYXBNA , 

Dat ick myn eyghen vyandt »« xelve wert , on gliing 
Verlmen het hoochlle goet ,, dat ick ter wereic achte , 

V alderkleyniie jond,, waer groot ghenoech van kracht* 
Om my te vr^jcn van,, al de lichtvaerdicheyt, 
Daermen ter werelt oyt „ van dacht oft hceft ghefeyt , 
Cn te leyden tot u „ Goddln vol waerde gaven « 

Myo overgroot gbemoet,, in liefd' alt^t zal dravens 
Macr waer door laet myn gheed „ bewcecht door hope bly 
Sich zelfs verlaflen? docb,, door eene prophecy. 
Zoo die ellendich cn „ van droef bey t is deelachtich , 
Alt ickfe kan voor valfch „ en gantfchlijck loghenachtig f 
Alfoo veel fchoonheyt alflcr is Goddin in dy , ' 
Zoo vee} gbenegheniheyc,, is tot a dienfl in my, 
£n myn ftantvaflichcyt „ die is zoo groot en heerl^ck 
Als mynen yver is , en minnen - fmert begbeerl^jck. 

V fchoonheyt kan u uiet„ verlaten, fchoone Vrou; 
Oflderflijck is iu u „ zoo doet in my myn trou « 
Dus leeft myn min , Princes „ door u verklaren , 
Datgbymy weer licfd' dra^cht „ enzaecht myn welvaert gareo, 
Tot levens onderhout,, myn min^na jonfle tracht. 

Die meer begheert was dan „ verhoopt , macr minil verwacht, 
Soo zal in eeuwichcyt „ Goddin , myn liefdc dueren , 
Die'ck inde fhraleu ws„ ghefichts heb laten pueren* 
In defe ftralen fchoon,, van Goddelijcker aert 
Myn min ghezuyvert is „ Goddin cn heel verklaert 
Als in een Kernels vyer „ »t welk van hem hceft ghenomtn 
Al Hgheen onwaerJich was,. Princes van u te komen. 
Myn hert dat is een heete oven vande min; 
• Myn liefde , fchoon Princes „ die is ghepadl daer in ; 
Van myne dienftbaerheyt ,y en aenghename banden 
Kan ick f gheen zekerheyt „ of gheven ander panden p 
Als d'hitte van myn hert,, en zoo ghy my wel jont^ 
Zijn dit de waertfte die,, ghy zelve wenfchen kont. 
Dan, zoomcn om de liefd',, te houden lang in leven* 
Kan eenich. onderhout „ nutter als weer-liefd» geven » 
£■ zoo def minnen bandt,, wel vail gajt cn ghcwii, 

toaer 

" Digitized by Google 



TREURSPBL. 087 . 

Daer d'een aen d'ander grootelijcx ghebouden is. 

Sender oudanckbaerbeyt „ ondanckbaer zijn te vinnen, 

Pa'P my u weldaet zou,, doen ftelten uyt myn zioneB; 

Kiiaiw:i ick u. Princes,, ghedaen hcb een mifdaet, 

Dat ic'.c met reden moft,, wanhopen van ghenaet, 

En ghy in plaets van my „ te ilraffen met u tooren , 

V Dienacr doct de jonft,, van fyne klacht t'aenhooren. 

My ^heveu inde plaets,, des doots van my verwacht, 

Een leven dat ick fchier,, gheluckzalighcr acht 

Als eenich ander dinck,, groot gheacht by de menfchen, 

Dat ick van 't avontuer „ zelfs hadde konnen wenfcUea : 

Ontfanght dan, fchoon Goddin „ al defe zekerheyt 

Van myne liefd' tot u „ en myn gbetrouwicheyt , 

Op dat den Hemel die „ tot eene haven leydc , 

Van vreucht en van gheluck „ waer uyt fy niramer fcheyde ; . 

Laet my opoffren 'tijs,, vann verftoorden zin, 

3Met d'aCfcben van myn licht „ en lang verleeden min , 

Op datter uiet en blijft „ in onfe ziel heylgierich 

Dan t'gbeen tot voedtfel dient,, van onfe liefde vyerich: 

En ick befweer Goddin „ door u volmaeAbeyt dan , 

Diemeh aenbidden wel ,, maer niet begrijpen kan , 

Dat van myn flavemy,, ghy bier verklaert de wettcn^' 

Om die met viere letters in myn hert te zetten. 

Op dat ick, fchoon Princes,, aen u gfaedacbten leer. 

Die daer te lefeu , t'overtreden nimmermecr I 

DJEPHOBUt. 

Danft hem , onheusheyt waft „ indien wy dat verfloften* 

P A R I ». 

Crootmoedich^Prins wy daacken « van u beloftcn. 

ACBILLSS yerradeldck omghebracht van Ipab^s tnde 

DIEPHOBUS. 
V L I 8 S tf S. 

Dat wy die twee daer uyt,, zoo fchielijck fpfinghen zien,- ^ 
Dat liceft naer myn verftaat „ Wat 2onders te bcdicq. 



,y Google 



M ACHILLES eh POLYXENA, 

bXOMBD^S. 

Dewijl den Grieczfchen Raedc „ ons beyde heeft bevolen 

Achilles gtd* te flaen ,, om dat hj int verholen 

De vyandt zelf befoeft „ en hem te fprake flaet , 

Op tvontner oft hy befloot eenich verraet ; 

Komt, treden wj inc wont,, en gaen hem zoo beneven. 

VLISSES. 

Wei ick zie nicmant niet „ och wat is hier bedreven ? 
Achilles , wel hoe nu ? gheeft ons het lefte woort. 

ACRII.I.Bf. 

Diephoboff en Paris,, die hebben my vermoort. 

DIOlfBDBS. 

Ghemoort? wacr hoord' men oyt„ grooter yalfcheyt verhalen? 
O blonde Son , aenfchoat „ ghy dit zonder te dalen 
Te rnggfaewaert van daer,, ghy opgherefen zijt? 

V I. X S t B S. 

Meyneedich fchellemffaick ce boos om af te malen. 

DXOMBDBS. 

O blonde Son, aenfchoat,, ghy die zonder te dalen? 

V I. I s f B f . 

Den grooten man vermaert,, in's wijde werelts pden. 
Die d*blixem zoo ontlien „ int oorlooch z^jn wy qi^jt. 

D X o M B D B a. 
O blonde Son , aenfchont „ ghy dit zonder te dalen ? 
Te mgghewaert van daer,, ghy opgherefen zljt* 

V I. X S S B S. 

Gheen klaghen helpen kan „ hy heeft veryult fyn tijt, . 
Wilt my het Uchaem kont „ op defe fchoad'ren laden , 
En gaen wy doen 't verhael „ hoe dat hy is vernden* 

V. IJUIMDBLINGHE, bb&stb mrTKOMSK. 

M$dePrincen., mestor, ataz, VLiffxi* 

N B 8 T O &• 

Gheen van dees Princen noch,, vande Grieczfche knapen, 
• Dtn ghylicn met ^ tween,, ftaet na AchiUci wapcn? ' 

Dgtzed by Google 



TREURSPEL. 089 

Dies elck om 't leerfle twifl,, en voor een eere tclt 
Te draghen 't wapen van „ dien overwonnen lielt. 
De Princen zijn alhier „ ter plaetfe neer ghefeten , 
Om ieder fyn befcheyt „ volkomelijck te wetea , 
£n wyfen toe met recht,, de wapens acn den man. 
Die met der reden bell,, fyn recht verdaden kan: 
Daerom een ieder pooch „ het ghene te vertrecken , 
Twelck aldermeefl by tot „ fyn voordeel acbt te ilrecken. 

A Y A X redenen. 

A T A X. 

Aen ftrant, Jiipljn, en by de fchepen pleyten wy, 
£n men ghelijcfl Cick raes> VlifTes noch by my! 
My, die noch vyer noch vlam,, noch Hedtors toren vruchte, 
Kn voor dees Vloote vocht „ als hy met fchande vluchte. 
Vcyligher is het dan,, o Griecken, datmen Ibijt, 
Met woorden fchoon gheciert,, dan met een fwaert dat fnijt. 
Wanneer men vechten zal „ Vliffes nyt hei perck vliet ; 
Het doen valt hem te fwacr,, en *tzegghen is myn werckniet: 
Zoo veel als ick vermach „ int krijghen met ghewelt , 
Zoo veel VliiTes int „ vrouachtich klappen ghelt. 
Doch mynder daden id,, onnoodich te verhalen ; 
Ghy hebtf ' altfaem ghefien „ laet hem de fyn verhalen , 
Die hy alleen en zonder tuyghen heeflT ghevracht 
CNa dat hy zelve zeyt),, int doncker vande nacht. 
Den loon daer ick na fta„ beken ick groot te wefen; 
Maer vanden lof verlies „ ick 't grootfte deel door defen : 
Tii groot, maer d'eerlijckheyt,, die wort daer door bemorfl, 
Mits dat ick krijghe 't gheen „ VliiTes hopen dorii. 
Verlieft hy fchoon 't krackeel,, den prijs heeft hy alreeden. 
Want men zal zeggen dat „ hy met my heeft ghefbeeden. 
Dan , 200 myn d^ucht i^as twyffelachtich by den Raet, 
Zoo zo« myn Edelheyt,, my veel komen te baet. 
Myn Vader Telamon „ heeft Troyen helpen winnen, 
£n voer met Hercules ,> om 't guide VUes te winnen ; 
HOoiT U. N sy« 



d by Google 



sgo ACHILLES en POLYXENA , 

Sya Vad^r Eacns „ aU Rechter jnde hel , 

Daer SyCphus uw Zoon „ Vliflfes lijdt gheqnel ; 

Jupijn diens Vader i«„ •k" en had h6t niet van verde; 

Dees Ayax na Jnpijn „ is int gefiacht de derde. 

Dan lact dit inde zaeck,, my gantfch gheen voordeel ztjn^ 

Zoo't niet ghemeen en ig „ Achillis huys en 't mljn, 

Ac'iilles was myn Neef „ ik eyfch myn broeders wapen , 

Maer ghy zijt uyt het bloet,, van Syfiphus ghefchapen. 

Die ghy in fchelmery „ oock te ghelijcken tracht ; 

Wat menght ghy onfen naein „ in' uw verfmaet gheflacht ? 

Oft zal my defe twifl,, om 't wapen qualijck lockeni 

Om dat ick heb van d'eerll*,, de wapens aen getrocken , 

En met myn vrijen wil „ ben na den krijch ghereyft , 

Daer zich Vlifles zOt„ en safend* heeft gheveyft, 

I>oor vreefe , van met ons „ hier inden krijch te trcckcn r 

Doe Palamedes kloeck „ fyn blooheyt quam ontdecken f 

Die doe de bloofte was „ van alle wapens fchu , ' 

Zal die (wat recht is dit ? ) de befte ncmen nu ? 

Was doch de raferny „ voor raferny ghenomen , 

Oft was fy't doch gheweeff, en hy'niet hier ghekomcQ, 

Soo zoudt ghy , Philoftetes , met zoo f waer verdriet 

Int Eylandt Lemnos als „ een balling leven niet , 

Die in fpeloncken nar„ ende boHchcn met weenen. 

En kermen , daghelijcx ^ beweecht dc ko«de fteenen , 

Kn wenfcht Vlifles 't ghcne dat hy waerdich is ; 

Twelck zoO. der Goden zljn „ hem benren zal ghewis. 

Alfoo verdwijnt door zie(S' ,, en hongher metter wijlen , 

Een van ons Icytllien zelf „ en bruyft aldaer dc pijien 

Op voghels en op wi!dt,, die Phoebus ons bcval 

Te bruycken ten verniel,, van Troyens hooghe wal. 

Ma£r Philoftetes , die „ is noch te lijf ghebleven , 

Om dat hy 't zellchap van „ VKfles hceft beghcvcn ; 

Twelck Palamedes oock,, wcl wenfchcn mocht, dunAtn?jn, 

Want zonder dat , hy zoud* „ nu noch int leven tJjn ; 

Oft immers , zou de doot „ ghcftorven wcfen ecrtijck , 

Die hy door fyn bedroch „ doen Iterveh hceft too terf^dk , 

AU 

Dgtized by Google 



TREURSPEL. 291 

Ah hy hem van bedrocTi „ aenklaghen qtfam 200 (tout , 

En' overtuychde hem „ door 't nemen van het gout 

De« vyandts (zoo hy zey bekooreiijcke gaven , ) 

Twelck hy had heym'lijck zeifs „ doeri in<<e tent begraven , 

Tot wraeck van dat hy zich „ door hem onfdecken zach , 

Het welck hem fpeet en lang „ daer na int herte lach. 

Dqor ballingfchap oft doot,, krenft hy der Griecken krachten: 

Op defe wijs is hy „ te vreeftn en te achtea. 

Oft by int fpreken fchoon Neftor te boven gaet ^ 

Noch en zal hy doch nict„ int goei verand^ren t'quaet. 

En hicr verdaden , dat „ hy vUeden ghing fyn beft ras , 

Al« Neftor ricp om hulp „ door dien fyn peerdt ghequetst wa«, 

^at ick dit niet verfler „ weet DixSmedes wel , 

Die dick de vlncht verwijt „ aen fyn goet metghefel, 

De Godn aen^en den menfch„ rechtvaerdich met haeroogheoj 

Tghebeurde , dat de gheen „ die niet en wilde pooghen 

Om Neflor by te ftaen „ zelf byftant kreegh van doen : 

Hy riep elUndich hnlp„ ick ghinck my derwaerts fpoen, 

Hoewel hy had verdient,, doof t'vHeden , datmeri even 

Als hy met Neflor deed^ „ men 6odk met hem zou leven. 

Ick <left» hem met myn fchilt „ daet hy lach bevend' bleeck ; 

'Kverfekerd' hem fyn lijf,, al eer ick van hem wecck; 

De wonden die fyn kracht „ int vechten deen vermind'ren , 

En konden hem fyn loop „ int vltichten niet verhind'ren, 

Dus berchden ick een zicl,, onedel llecht van aert. 

En dunft myn eygen daet,, my luttcl eere waert. 

Soo ghy in defen twift,, u enckel wilt verweeren, 

Komt , laet ons weder op „ de zelve plaetfe keeren ; 

Gheeft daer den vyandt weer,, uw wont en vrees daer by, 

Duyft achter *t fchildt, en twill,, daer onder teghen* my. 

Siet Heftor, die met hem,, ten flrljde leydt de Goden, 

Die hcb ick wederftaen,, als ghy zijt i^ech ghevloden. 

Al« die braveerde door 't „ vervolch van fyne moort , 

He!) ick h6m op fyn rug,, ghevelt van vrees; en voort 

Wannecr hy daechde uyt „ een om met hem te fteecken , 

Weerflont ick hem allcen; e'xi gh^, beroemde Greecken, 

Digitized by Google 



apa ACHILLES en POLYXENA, 

Beloofdet bedevaert,, indien ick niet en viU 

Verhoort wert uw ghebedt. Zoo iemant weten wil 

Den uytganck vanden krijch „ ick hebfe niet verloren. 

Den vyandt quam met macht,, het Griecxfche heyr verfloorcn. 

Tot onfe Vloots bederf,, met vyer en vlam bereyt; 

Waer was Vliffes doen „ met fyn welfprekentheyt? 

Ick heb alleen dees Vloots,, befcherming aenghegrepen. 

Ghee ft my de wapens doch „ voor meer als duyfent fchepeu. 

Indien dat ghy toewijft,, o Frxncbn,' 't recht aen mijn, 

Tzal meer de wapeqs eer„ dan Ayax eere zijn. 

Laec nu VlifTes eens „ ghelijcken by myn daden 

Tmoorden van Thefeus , die „ hy hallef heeft verraden , 

En Dolon , 's vyandts fpie „ en Helenus , dien hy 

Wanncer hem Pallas Hal „ ghevangben bracht daer by. 

Niet is by daech ghefchiet. ■ Al wat hy heeft bedreven , 

TMen moet den halven lof„ aen Diomedes gheyen; 

Idnt ghy dees wapens aen,, dees leden flecht, oneel, 

Soo deelts' en gheeft aen Diomedes 'tbeile deel. 

Vliffes zuUen fy„ doch niet te ftade komen. 

Die olighcwapent flaech „ en , niet ghelijck den vromeo , 

By nacht, den vyandt krenft,, met de ghewifte kans. 

Den gulden helm zal hem,, beklappen door fyn glans. 

Cock zal hy door 't ghewicht „ fyn hooft niet konnen roeren ; 

D'onfirjjtbaren arm kan „ Achilles fpies niet voeren. 

De fchildt waer in ghemaelt,, men fwerelts rijcken ziec. 

En zal fyn flincker arm „ wel dunft my , paflen niet. 

Wat ftaet ghy naer een gaef,, die u zal overladen; 

Twelck zoo de (Jriecken door,, haer qnalijck te beradea 

V jonnen , ghy en zondt,, daer door niet zijn ontfien; 

Maer raflcher na den buyt,, zal uwen vyant vlien, 

De vlucht, daer ghy u hoop,, ghewo*on zijt in te zettei , 

Daer in zal 't fwaer ghewicht „ Vliffes u beletteq. 

Voorts uwen fchilt is gantfch „ heeft niet met al gheledco, 

Doorkervet is de myn „ ick b'hoeffer een met reden. 

Maer ziet ons wercken aen „ onnoodich zijn de woorden , 

De wapens finyt int mids„ van de» vyandts 0achooj:den, 

Heet 

Digitized by Google 



TREURSPEL. S93 

H<et datmeng* had van daer „ en diefer brenglit van daen , 
Laet diefe tot een loon „ en tot een lof ontfken. 

V z. 1 8 8 & s Oratie. 

y L 1 8 8 B 8. 

Had mynen wenfch en u „ o Griecken , niet ghemift , 
Wy zouden rechtevoort „ niet zijn in defen twift, 
De tranen zonden my „ met krachten dus niet vlieten ; 
Ghy zoudt uw wapens, wy,, Achilles, u ghenieteu. 
Dan nu, dewijl de Goon „ ons beyd' hebben berooft 
Van het onfichtbaer onverwonnen oorloocbshooft, 
Wie zal met meerder recht „ doch volghen in fyn ftede ? 
Dan die Achilles zelfs „ den Griecken volghen dede. 
Tverftant dat dickwils heeft „ ghedient tot nw profijt , 
Tzy hooch oft laech, laet my,, niet fchaden nu ter tijt. 
Op dat ick zonder nijt „ myn redens mach ontlaycken ; 
De gaven diemen heeft „ die machmen wel ghebruycken. 
Voorvaders klare deatht „ en Adels hooghe roem , 
£n andef lieden daer „ ick nan ons eyghen noem , 
Maer om dat Ayax zeyt,, dat fyn Grootvaders Vader 
Jnpijn is, zoo zegh ick,, Jupijn is hem niet nader 
£|&a lidt dan hy my doet. Ick ben Laertis out 
Voorvader , die Arceflus voor fyn Vader hout , 
Arcefitts Vader „ is Iiipijn ; en onder defen 
Is niemant oyt tot doot „ oft ballinckfchap verwefen. 
Een ander Adeldom komt „ my van moeders zy , 
En d'oorfpronck van 't gheflacht,, zijt, o Marcurius, ghy, 
Nochtans en ga ick niet,, na defe wapens fporen, 
Om, dtt van Moeders zy „ ick hoogher ben gheboren , 
Oft dat myn Vader niet „ befchuldicht worden kan 
Met fyne broeders zondt ; ziet de verdienften an. v 
Mter »t gheen dat Telaraon „ oft Peleus heeft bedreven , 
' Datmen daer van den lof,, niet gae aen Ayax gheven^ 
Dat niet de naeft int bloet,, wert met dees prijs verheucht, 
Mter die met reden meefi,, doen blijcken kan fyn deucht. 

N 3 ^ Want 

' Digitized by Google 



Qp4 ACHILLES iw POLVXENA , 

Want anders, Peleus leeft,, w Pirrhus daerenboven 9 
Achillis fonen bey ; blijft Ayaic dock v^rf^ovipQ. 
En Teucer iffer oock ,,. al vail in eenen graet,' 
AU Ayax , die nochtana t* aiet n« de wapens ftaet. 
Dewijl wy doch alleen,, met onfe daden ftrijden, 
Ick heb meer uytgherecbt „ dan i«k bier kan belyden ; 
Ick zal »t verhalen doph ^ op 't kortft* van yor en aeo* 
Thetis , de moedcr van „ Achilles bad verftaen 
Vande Waerfegghers wijs,, indien by herwaerts qoaein» 
. Dat by 't befterven zou. Hoe groot by was van naem » 
Sy maeA hein onbekent „ om ongbeluck te vlien , 
En liet hem als een maecht „ in maechden kleeren zieiu 
Niem^t heeft b9m ghekent ,9 noch Ayax zelva mede { 
Hy waer gbebleven t'huys „ ten waer dat ick bet dede« 
Ick nam een m^irlTe , vol >, van vrouwe kramery , 
En deed' daer loofelijck „ een kr^cbfmans wapen by, 
ledere vrou befach „ bet gbeei^ baer beeft gbeleken ; 
De Prins tcrftont fyn bant), gbing aen de wapens flekeo^ 
Soo wel de fchilt en fpies „ hem in fyn banden fiont. 
Bat. eer hy 't vronwen kleet „ yerwerp , ick Hep «rl|pt 
Goddinneo ! Zoon van u „ wacht Troyen fyn bederveiH 
Waeromme twijffelt ghy„ den name te verwerven? 
Myn handt leyd' ick hem op „ en zondc hem derwaerts heep. 
Al 'tgheen hy heeft ghedaen,, noem ick dan *tmyn ntet r99t^ 
'Kheb Telephon ghetemt ; 'kheb Theben inghenomen; 
Door my is Thenedos „ in onfe'macht ghekomen ; 
Dat Lesbos, Chryfes, Cill', ApoUos fteden ftoot, 
Ona onderdanich zijn»9 voor myne daden boot, 
ten oock bet hyrvQ vyer,, dat lich te weere fieldeoi 
Ick gaf den naem die den,, Troyaenfchen Heftor veldtn. 
Door imyn Icyt He^or neer. Het wapen dat my d^ 
Achilles vinden eerft,, eyfch ick 4^cs wapens me. 
De wapens die ick hem „ int Icven heb ghcghevcn j 
Id qnrecht dat ick die,, weer eyfche na fyalevwi? 
De ruyme haven lach, van dnyfent fchepen vol, 
De wiudt bUei teghew on«„ ghefladidi wen doU 

Dwer 

Digitized by Google 



T R E U R S P E L. ; 1195 

Dacr wert ghepropheteert „ de windt en zou niet wendeo. 
Ten waer dat Atreus Neef „ fyn dochter wilde zenden 
Ten Outaer van Diaen,, en latens' offren daer, 
Om zoo te (lillcn 't weer „ en gramfchap fel van haer. 
Maer Agamemnon houdt fyn vaders gheneghentheyt , 
Wilt niet toelaten, oft „ hem gaatfch Grieck«n teghen zeyt. 
Dees dorft ick Ipreken aen „ wanneer ghy Ayax fweecht , 
£n heb hem tot profijt,, van het ghemeen beweecht^ 
Ick ^reef een fware afaeck„ van ecn partijdich Rechter; 
De ^rins vergheeft my nu ; doch hem en docht niet flechcet* 
'Tgheineene voUicx fcha,, dan 'sdochters doot, des by 
Vergolde met het bloet „ d*ontfanghen hecrfchappy. 
De moeder had by haer-,, haer dochter uytverkoren » 
Diemen bedrieghen mofl: want raden was verloren; 
VliHes zentmen been ; ick hebt allecn befhen. 
Op welcke plaets wanneer,, dat Ayax waer ghegaen, 
De fchepen laghen noch „ wel op den wint en wachten , 
Tfyn zoud' de Prins meer dan „ t'ghemeene befte achteo. 
Ick ghinck te Troyen oock,, uytrechten ah Ghefant 
De zaken my vertrout „ van het gbemeene Lant. 
Ick quam aldaer den Raedt „ en al de Princen zatten ; 
^ck klaechde Paris aen „ eyfchte de Vrou en fchatten. 
Antenor op ons zijd\, kreech ick eens Konincz flem; 
Maer Paris en de gheen „ die fchuldich zijn met hem 
Hebben haer handen nan,, van onfen moort onthouden. 
Twelck, Menelaus, ghy,^ zoo wel als ick aenfchouden. 
Van ons ghemeenen noot,, was dat den eerflen dach. 
Ick heb meer uytgherccht ,, dan ick verhalen mach , 
In defen banghen krijch,, met wijilljck doen en raden; 
Want fint het flacn ghefchiedt „ als wy te lande traden , 
Schuylde den vyandt langh „ kleynhertich , inde ftadt, 
Wy hebben ecrft dit jaer ,, middel Om flaen ghehadt. 
Goet zijdy int ghevecht „ maer wat zijdy daer buy ten ? 
Ghefmeert hadmen u moeten in een kaffe (luyten 
^hclijck ftls het gheweer,, tot datter quam den tijt 
' Datmen h bruycken mocht,, te velde op een ibrijt. 

I^ 4 Want 

Digitized by Google 



296 ACHILLES EN POLYXENA , 

Wtnt waer toe diende ghy ? dan vraechdy wat ick drijve f 

De vyandt legh ick laech „ en onfe fchanfle ftijve ; 

Tot's langhen krijchg verdrach,, gfaeef ick de gailen moet; 

Iloe fy gbewapent., hoe, fy moeten zijn ghevoet: 

Hier in ick onderwijs „ en raed' haer t'allen llonden ; 

Oft werde als Ghefant,, no hier no daer ghefonden. 

De Koninck had ghedroomt , dat hem Japijn gheboo( 

Tie keeren thuyfwaerti doch,, met de gheheele Vloot, 

J^n konde door den naem „ van Godd'l^'ck licht bewegfaen. 

Dat Ayax zich verhooch,, en zet hem daer eens teghen, 

£n vecht al wat hy mach,, waerom belett' hy't niet, 

Dat ieder man om 'tzeerft,, flakz na de fchepen vliet? 

Ten was niet groots voor hem „ die Ihidich groots kond' fpreken , 

Maer wat? hy vinchte zelfs,, en is aen ftrant gheweken. 

Jck zach het zclver aen „ en fchaemdet my te zien ; 

Ick riep terftont : wat dingh „ doet a , ghezellen , vlien , 

En Troyen , half gheftoort „ lot laten uyt u banden ? 

Wat voert ghy doch naer hays „ dan eenen bayt van fchanden T - 

Met dcfe woorden keerd' „ ick al het volk alleen , 

Kn Agamemnon riep , terflont den hoop by een. 

Een woort en dorft ghy doen „ o Ayax , niet vermelden. 

Therfitas en ontfacb „ de Princen niet te fcheldeo , 

Maer wert van my gheftraft. 'K ben opgherelen voort , 

£n deed' het voick Cy^ moedt „ weer grijpen door myn woort* 

Al 't gheen dat lint die tljt,, dan Ayax heeft bedreven, 

Komt my altfamcn toe: ick heb hem 11 ghegheven: 

Als hy tooch op de vlucht,, dan heb ick 'hem ghekeetrt, 

Maer wat Gricck ifler doch,, die n acht oft begheert? 

Dat Diomedes doet,, dat doet hy met my tzame. 

I(Tet een klcyne zaeck,, dat hy my acht bequame. 

En kieft my tot ghefel „ uyt zoo veel duyfent man , 

Als eenen die hem juyft,, in alles helpen kan? 

Ten was myn benrte niet,, nochtans nam ick by nachte 

Chevanghen •s vyandts fpie „ dicn ick oock ommebrachte , 

Nadien ick al den raedt,, van Troyen had verftaen. 

Met myn belcefdcn lof„ mocht ick te nigghe gacn. 

Digitized by Google 



TREURSPEL. aS7 

WaslijckVel niet te vreea,, maer, alseen vroomheyts plegher, 

Veruoorde ick Rhefus „ met Xya zelfchap int Legjlieu 

Dns quam ick hier, nadien,, ick had myn wille winf 

Op fyne waghen zelfa „ als eea ghezeghent Prim. 

Weyghert my »t wapen , gaet „ uw jonft tot Ayax wenden 5 

Ick hebbe met myn fwaert,, vernielt Sarpedoni benden, 

Iphetedes en Ceranoi ,ick vluchten dede , 

Alailor, Chromins,, en ooek Alcaodcr mede, 

No0mon, Pritanis,9 Halius van ghelijcken, 

Deei moeten altemael ,« voor mynen aenval wijcken ; 

Dan Thoon, Charapos en Ennomos en voort 

Cherfidamas heb ick,, met defe hant vermoort, 

£n menich flecfat foldaet. Oock ben iek niet verieghen 

Cm a te toonen dat.„ ick wonden heb ghekreghen : 

De plaetfe daeiie llaen,, o Burghers, haer verciert. 

Ghelooft gheen woorden niet^ diemen licht fcboon veril^rt; 

Siet de lidtteedcens hier: dit if de borft ghefellen, 

Die'ck voor't ghemeene not ^ zoo dickmael heb gaen ftellen. 

Maer Ayax heeft fyn bloet „ zoo menich jaer gbefpacrt , 

£n heeft fyn groote borft„ van wonden wel bewaert. 

Dan , dat hy heeft belet,, de Grieczfche Vloot te fchennen : 

It dat zoo grooten zaeck ? Dat wil ick wel bekennen , 

Want te verdoylfaren »t goet^.en wa« noyt myn bedrijf; 

Maer dat hy d'eere zich „ alleen niet toe en fchrijf 1 

Patrodus , die ghede^: „ was met Achillig wapen , 

Heeft oock ghew«rert den brandt,, tot ons bederf ghefcbapei^ 

Hy waent dat hy alleen „ een hert had in fyn borfi , 

Dat HeAors toren fel,, iloBtUijck verwachten dorft, 

Heeft Roningfaen met myn ^ Achilles zelft ^ vergheten , 

Aldaer hy inden Raedty, de n^henfi' i» gbefeten, 

Kn boven 4'ander nerghens om dan door het lot, ' 

Dan zeght, ghy ilercke Kelt,, die met de Princen ipot, 

Welck wag den aytganck doeh „ vaa't vechten met u beyen , 

Dan dat ghy ongfaewont „ Uet HeAor van u feheyen ? 

Och ! wat i(k my een finert „ te dencken op den dach 

Dstmen der Griccken moedt,, Achiileg^ valleB zmU^ 

Digitized by Google 



W^ ACHILLES IN POLYXENA , 

De tranen noch de roa^ noch vreefe kond* my fchtden^ 
Int doode licbaem kout,, op dea half te gaen laden! 
Op den half drocch ick , ziet „ Achillea , en met kern 
Pe wapens die ick wenfch ,, dacmen die my toefiea , 
Ick kebbe kraebten die „ Toor dai ghewicht niet Tieelea «, 
£n een gbenoedt dac u „ van d^ecr zal danckbaer wefen« 
De blanwe Zee goddin „ heeftfe de wapeot fcfaooa 
Seer konflelljck does fmeen y, eergiericfa- voor haer Zoon , 
Op dat een flecht foldaet „ daer wy noyt gbeeft in cag^n > 
Des HemeU gaven waeri „ oairaerdick aoode dragkea f 
Hct ghene datnjen in „ dea fchilite gfaekoodea ziet y. 
Terflaet by, weet ick wel^ bet alderaunile niet. 
Befaech hy*t eens te reckt „ hy aonder ia Tcmrerreo. 
Het Aerdtrgck en de Zee ,^ d6n loop <ler gakie flentiw 
Ghy zoudt u fchamen aelfs ,5 dtt ghy begbeerca gaet 
Be wapenf, die ghy dock^ int arfafle niet verftaet, 
Maer hy zeyt, dat iek laet^bea {ndien krijdi gbekooicnt 
£n daereatuflchen den^,, niet, dat by zoo den Troneii 
Achille* oock befcbcli. 1ft ireyafen zond* gheweeft, 
Wy veyn&n alle bey ; wie van oos beyden aieeff-? 
Ban soo^ veitoeven voor,, een miAlaet zon v er flreckeny 
Men heefV ny indbn krijdi,, aiea voor Adiillet trecfceo^ 
Hem hiel fyn moeder t^kuya „ en my myn* kuyibbe vroa. 
Hem- gafmen d'eerfte tijt „ ea al dt reft aen o«^ 
Ick zal myn mifdaet na „ doch w«l verdadea koaaca ,^ 
eikemeen met znlekcn man. Nocbtans is hy gbevonaea 
Door myne kramery „ van als by een gbefchrapt ; 
Maer ick ben door^t vemnft,, van Ayax niet becrape. 
Caet by Tyn botte toag,, met aiy M fcbeldea toonea^ 
Verwondert daeir ntet in ;: n gaet by niet verTcboonep^ 
Die valfchelijok van my,, mlftUidiefa wert gkenocmt, 
Ifleta lieden eer^j^ dat ghy die hebt verdoeart? 
Maer Palamedet koad*^,, fya Oi&kalt aiat bctoogbtn^ 
Gby zaeebt de fhieken zelft „ o Grie^en voor a oafh^ ;; 
CUqr aaecht het gondt dat taeh,, bograven ia fya teat; 
Kter zeka ket «tmet,„ was klaer ^itaoedLfaftkeQU 

Digitized by* Google 



T R E tJ BL S P ^ L. A99 

Dat Philodtetes op„ het Eylwdt is ghebleven, 
Verdaedt u eyghen zaeck 4 gheen fchalt men my kan ghcven, 
Ghy alien liet het toe,, ick heb het wel gheraen, 
Op dat hy mocht de moeyt' „ van defen krijch ontgaen , 
En zftcht door een ruft fyn overwreede pijnen. 
Hy deed* alfoo en leeft. Men zal dees raet bevijnen 
Nict flechtelijck ghetrott „ maer noch ghelackich me , 
Dies njaeft fy oock ghetron „ de ghene diefe de, 
Dewijl men propheteert „ datmen niet iiyt kan royen 
Dardanos oude Rijck,, noch flechten t'^lot van Troyen» 
Ten zy dat hy'er zij „ beveelt my niet de zaeck , ' 
Laet Ayax derwacrts gaen „ op dat hy willich maeck 
Door fyu welfprekentheyt „ een man vol rafernije , 
Oft door fyn kloecfccn gheeft,, brepghen hem «en ons zijc. 
Oft voer h«m door vernoft „ loofelijck herwaerts aen ! 
De vloet van Simone „ zal eer te rugghe gaen ,. 
£n zonder bladen fhien „ Ida den berch daer boven, ^ 
In Grlecken en de ftadt van Troyen haer belovei^, 
Eer plompcn Ayax gheeft „ den Griecken komt te fttet , 
En myn trouherticheyt „ tot uwaert u vcrlaet ,, 
Dter in ick eeuwichlijck'*,, volhardea zal ftantvaftick. 
Harde PhiloAetet,, al valt ghy my zoo laftfch, . 
De'Koninck, volck, en my,, boewel dat ghy vervloeft 
Gheiladelijck myn booft,, en nieren wenfcht oft zee A, 
Dan myn .verboopte doot „ en van nryn bloet te znyghen ; 
Nochtani zoo zal ick zien „ u htrdt ghcmoedt te bnyghen y 
. £n doen al wat ick kan „ dat ick n-herwaerts filer. 
Ick zal, joot my *t gfaelock,, 11 pijlen brenghen hier, 
Qbelijek iek Helemis,, hier heb ghebracht, ghebonden. 
En Goden fcbick ontdeft,, ghelljck ick hdb ghevonden 
JUiddel om Pallas beelt „ te krijghen op ons zy. 
En Ayax Ai«ttem)n „ di* gh*lijft hem noch by myf 
Want zond^ 't bceldt men kond' „ hem niet van Troyen wreken r 
Waar wqi doen Ayax? wa^„ war (yn vermetcl fprekent 
Wasromrae fwijcht hy doch „ hi<er? en VlilTes niet , 
Die bliDOt f htw€er DOch vre«de wapeut aen en ziet : 

Digitized by Google 



800 ACHILLES BN POLYXENA, 

Maer (loutelijck durft gaen „ door>t middtn vande wachten 5 

Binnen niet alleen „ by donckere nachten , 

Alacr tot int hooghe Slot „ en maken lattel werck 

Vande Goddione zelff „ te rooveo nyt haer kcrek , 

£b gacn met xalcken roep y, dweera door den vyaodt wagben r 

Twelck had ick oiet ghedaeo,, veri^eft zoo Ayax draghea 

Syn zeven dubbel< fchilt ,, van Oflen - hoyden grof. 

Die nacht, die nacfat, bracht icker d'overwioniagy of^ . 

Doen wan ick Troyen , als ,, ick Troyea mae^tea winlijck* 

Ayax, ziet niet op Diooiedes dos oominlijck 

Vail met a wefeo (hier,, en fpreken bmnent »ont; 

Hy heeft fyn dcel aen d'eer», wy makent onder oni » 

Als hy Cint hoochfte roem> de fchepen ghinck befchermeiw 

' A I den ghemeenea b6op „ zacfamen roatosi 11 fwemea i 
Verzelfchapt van het volck „ en waerdy met alleen ; 
V hielp het gancfcUe heyr „ eo »y niet meer dan eea. 
Welck van waer by wifi » en ,, hielde » dat ceo vechter 
IVIin dan een wijs man is,, en onghel^ck vecl flechter,, 
Hy zou oock zelver na„ de wapens talen gaen* 
Dan ander Ayax zou „ daer vrylijck oock na fiaeo « 
Die bcc gheraaticlit is; Euripyloa den kloeckea^ 
£n oock Andromoros,, Toon zouden deea eere zoeekca^ 
Idomoncfis en „ voorts Mere ones te loon , 
Soud dees begbeerea en „ eok Atrens jongfte iboB. 
Dees macbmen wei in krachten by o oock ghel^jcken,. 
r^ochtans fy willen my„ int raden gheern& wycken*. 
Tot vechten iffe goet,, ick kent uw rechterhant^ 
Docb moet gbcmaticht zijn „ van ons vrouwenverlbuit. 
Kracht hebdy zonder gbeeil 4 ick zorcb voor *t gheen mach beorcit «, 
Ghy eyfcjit te vechten my ,, de Velthecr Uyter veor^n t 
Tijdt en gheleglientheyt „ en na my» reden doet ; 
Ghy zijt van lichaem llerck,, en ick ben 't van ghesoeu 
5oo veel een Stierman wijs,, de roeyers gaet te bovtn^ 
Soo vecl men moet een hooft,, boven fyn krychfluy loven^ 
^00 veel moet , Ayax „ zijn boven n i^eacht ; 
En,heb ickgoct verOan^,, »k en heb gheen minder, kracht. . 

' - . Dank- 

Digitized by Google 



TREURSPftL^ $o» 

Danckbaer Tan m3riien dieiiil», wilt Princen, q Ycrklareny 

Voor zol-ghe die ick droecfa,, den tljt van neghen jaren; 

lent uwen waker nu„ den pr^s van dit gbevecht ; 

Ons arbeyt is op 't eyndt „ ick heb bet al gbeflecht 

Walter was inden wech ; Troyen heb ick bedorven 9 

Door dien ick middcl heb ,^ tot dienf verderf verworven* 

Dus bid ick u altfaem », door ons gbemeene hoop ^ 

£n Goden daer ick fnachts,, den vyandt me befloop, 

Door 't vallen vender fladc ,» wicns onderganck wy fwoeren ^ 

£n door het ghcen dat noch „ is wijflijck nyt te voeren. 

Iffer noch iet waer in „ moeyt' en perijckel ileedt ? 

Soo daer tot Troyens val,, noch eenich dinck ghebrteA? 

Daer door ick bid o dat „ mynder wilt ghedencken ; 

Oft wilt ghy my nu niet,, wilt Pallas d^wapent fchencken*. 

M B • T O R» 

Zoo reel de edel ziel „ 't lichaem te boven gaet , 
^00 veel all boTcn kracht,, *t vemnft te lovcn ftact, 
Daerom dees princbm u „ dees hooch-gheachte prijfen 
VliiTet toe een lof ,» en tot eeii loon bewi^fen. 



V. HANDELINGHE, tweedb urrxoMEx. 
AY AX taftenie aen '/ JvfaerU 



A T A X. 

MoHWEVRj, dit's zeker »t myn; oft cyfcht VlifTes mef 
Teghens my xelyen »al » ia ghebruycken hicr tcr fte. 
Dat dickwili nat g^ieweeft^ van 't Woet is der TrO^ncn* 
Zal in fyns meefters borft „ de wech na t^ierte banen , 
£n droypen fyn hloety^ op4u kome aen dach, 
Dtt oiemant AT*^ <^ *» Aytx verwinnea madu 



3^7 

Digitized by Google 



)Qt ACHILLES EM'POLYXEKA , 

y. HANDELINGHE, DBRDft vytxovlzh. 

TWBB SOtDATSftk 

Beweechlijck onghelucli „ leyt Ayax hier verflaghcn ! 
Wat drbeve tijding zal „ ick nn de Griecken draghen t 
Op myne {choaders wil,, ick »t doode lichaem laen. 
En daerme by fjii bloet,, ea-aaefle vrienden gaen ; 
Die fy int leven vin „ fyn eer* hebben verfteecken , 
SuUea de Griecken na,, fyn dooc noch wel om fmeecken. 

V. HANDELINGHE, yjbrob UYTKOMBit. 

C H O <» H B H« 

W^ie oyt ter werelt voortrgbebrochc 
Heeft in fyn leven rufl ghefocht , 
Noch Uer ea leeft gben iierfljjck mcsri^ 
Oft hy tracbt na een zeker wenfch « 
En waent dat diens volkomen zoct 
Son fchencken ruft in fyn ghemoet : 
Sulck vintmen der, voor feker boat, 
Dat by befit bet zorcblijck gout* 
Het welk men uyt de mijoen graeft , 
Waerom ^eru den Spaengiaert llaeft ^ 
Dat bet hem gantfch bevrijen zeii 
Van ongherullhcyu wreeden hou, 

A. 
Den Sptogjaen met godlooi ghewelt, 
Teru met zorch zich zslvea ^elt, 
Der indianen erfgbeoaem , 
Van 'J goudt ca vande zorch grsftan ^ 
Jn vr«tt van zoo ve«l i»rBetbeyt l&bh ^ 
Ali by aen »t goudt bedreven heeft. 



,y Google 



TR.EURSPEU m J9S 

B. 

Macr de Ghclt-gler en merft <Kt nict,v 
Die ander aehterdenckea vliet, 
£n bandt van *t ben de raft gfaewit^ 
Die zoeckea dacrfe niet en is* 

Vergaerden goeden allegaer, 

£n knielt voor anders gheen Altaer 

Dan vobr 't gbeval berooft van reea,. 

En brenght ten oflfer al het gheen 

Dat by een ander eer ontre A , 

Ter plaetfen daert gheen dencfat en (fartAii. 

In dees Goddin woont reden niet ; 
Noch fj wie haer eert oft aenflet ; 
Stroyt zotte gaven inden wint, 
Niet wetend' zelve wiefe vfnt ; 
Gaet eiet dan oft befcheydenheyt 
in een zinloofe vronwe leyt. 

A. 
Dan zoo 't ghevd^ niet door fyn been , 
Maer door haer zotte macht alleen 
Hem leyt ter padt eerll voorc gheftelt, 
£n hoopt fyn kiHen op met ghelc: 
Dewelck* wanneer voi zouden zijot. 
Hy waende dat fyn onrnfts pijn 
Zoud' vlien uyt bet begheerich Bert » 
Bedroghen voeltmen nieuwe (mert, 

B. 
Verlact by fdioon bet fnoot gbewiii ^ 
Hy beelt zicb zelfs >pat anders in^ 
£n , ghMjjck als vaa te Voren acbt : 
Verkreech by '^c gheen daer hy na tracbt^ 
Dat voor ghewis 't ghewenfichte goet 
Te vxeen son flelleo fy^ ghemoet ^ 

TTen 

Digitized by Google 



^4 «. ACHILLEA EN POLYXENA , 

Ten waer door d'^eyghenfchap van hacr ; 
In velck a^ wech gbenomen waer 
Den gantfch onnoemeiycken (farael, 
Uaer eer doet achten altemael , 
En ons inbcelt door fync kracht 
Haer grootheyt waerom dacmens* acht. 

A. 
Wert fhech als cerft bedroghen grof , 
£en ander bout der minnen-hof 
In d' ooghe van een fcboone Vrou , 
£n maeA een wellufl van fyn rou , 
Roept d' al te lichte Venus aen , 
£n waent ghecn goetheyt kondt beftaen, 
Verfmaen wy eouden haer gheboon » 
En achcen ons ons eyghen Goon? 
Soo meed dan 't gheen dat Godcheyt flichc , 
inde Goddin van Sypers licht : 
Te rccht wert fy oock'meeft ghevicrt 
In *t gheen fy meefl op Aerdea ciert. 

B. 

De ^min ghelljck toeval is blint , 
Soo dacmer niet met vooriicht wint ; 
Dan zoo den Minnaer onverdacht 
Verkrijcht fyn wellnfl onverwacht , 
Terftont hy licht'lijck die beweent , 
Als kleynder dan hy had ghemeent: 
Den aerdt bekennend' vande min t 
Krijcht hy iet anders inden zin. 

A. 

De grootflc lieden op der Aerd 
Haer ziel noyt hebben reyn bewaen 
Vande begheert* na eer en (lact , 
Niet duna haer voor bet heerfchcn gact , 
£n achten 't aldergrootile goet 



,y Google 



Dae 



T R E U R S P E L. 305 



Dat haer een hoop kinderen groet. 
En het krijchfvolck dicht omringht , 
Daer zorghe licht voorhenen dringht, 
pie meed in zalen hooch onthont 
Met lafp en Marber opghebout : 

B. 
f)at menich Eelman voor haer rij 
Met knechts ghekleet in Turcxfche fij. 
Die ftijf van 't goudt en peerlen kraeA, 
Dat nljt en fmaet fyn meel!er maeft , 
£n datmen voor haer eere beeft , 
Aldaer de Son haer opganck heeft , 
En met een fchrtck haer naem verhaelt 
Ter plaetfe daerfe neder daelt; 
Ons aerden kreys aen fhicken beril^ 
Van haren roem te nan gheperll , 
Om 't volck met anglle te belaen , 
Die teghens onfe voeten gaen: 

A, 
Dat na haer doot en laetfle ner 
Haer name leef en eenwich doer. 
En zonder eenich haer ghenot 
Vcrwondert wert van 't vollick zot. 

B. 
Loopt hierom over berch en fte , 
Voort dond'rich fchut en blizem me 
Koopt *t ydel voicz lichte gunH » 
Soet met bedrieghery en konfi 
Verdruft van u metghefel , 
Tot dat u weer een ander vel* 

A. 
Betront de jonlle als de wijnt. 
Die Qwen Prins te draghen fchiJQt; 
Speelt met fenijn en zoeft fyn Haet , 
,0p dat een cnder n verraet. 



Of^ 



d by Google 



806 ACHILLES EN POL VXENA, TREURSPEL. 

Oft ghy een eyndt «eeint fchandel^'ck , 
Sonder te komea aen het Rijck. 

B. 
Maer oft a wel ghelafte fcbocm. 
En veellicht ghy bcfaet de Kroon, 
De gtntfche werelt Yolcht daer aeo. 
Die zond* noch te begheerea ilaeiH 
Den jonghen Grieck maeAen gheklacb, 
Wanneer hy 't al ghewoonen zach, 
Om dat hy niet ghenaken mocht 
De werelden die naer hem docht, 
Een groot ghetal noch wacen vry» 
En |»laghen die met flaverpy. 

A. 
Begfaeert' van *t gheen dat nerghen^ was 
Volchden begheertg Tolkoming ras: 
Waer zoud' hy zoecken rufle zoet? 
Socht hyfe niet in fyn ghemoet. 

Den menfch kan meer begheerep daa 
Hy immenneer verwerven kan. 
Die fUech op fyn begheerce ach{. 
Van die volkonien ruft vcrwacht» 
Verkrycht de rufte nimmprmeer ; 
Begheerte bl^Jft altijts fyn heer. 

A. 
De* ghy, PRINCEN, hier op let, 
T'onnoodich uyt u zinnen zet, 
De nift leyt in u zelven ziet , 
Sterft n begheert' zoo derft ghy niet. 

FerandertM k0t$ *t, 

E I N D T. 

THE- 



Digitized by Google 



T H E S E U S 



ENDS 



ARIADNE. 



Digitized by Google 



PERSONAGIJSN. 

T n B f B U f . 
Jf X N O f . 
DBUCAX.Z0 1I. 

B ▲ c c n u <• 

C U P I S> o. 
. A B. I AD M ■• 

c o I. c I N B , Voefier. 
A B o L E > Nympht, 

A L B C T O. 
V B ^ U f . 

c n o o B. 

't orbbvcht. 



,y Google 



* 



EERSTE BEDRYF. 



T R K S B O f • 

Dat yemant gae fijn eeril ghedaen belofce breken, 

Wanneer dat achterdeel , oft fchade fchijnt te (leken , 

In 't'houden van zijn woordt, oft op dat hy fo raeck 

Tot voordeel groot van fchijn , dats een vervloeckte facck ; 

Hoe wel dat menich Prins hier weynich op gaet paffen. 

Met aertfche hoocheydt meent den Hemel hooch t'ontwafTep ; 

IVIaer die, bereydt tot ftraf van fchelmery, terftondt 

Velt zijn vermetel werck ghcbouwt op loofe grondt: 

En fchielijck hy verliefl 't gheloove zijnder trouwen? 

En 'C gheen hy nieraandt hont , oock niemant hem wil hopwen. 

^gcus die als Prins t'Athcoen mach ghebien , 

IVfijn Vader en mijn Heer heeft dit recht ingefien. 

En daerom alles jaers betaelt ayt onfe fiede , 

De .fware fchatting nae voorwaerde van de vrcde , 

Die tuffchen Minos laetft, en ons befloten wert, 

Wanneer ons Borghers clopck loofden, al vielt haer herdt. 

Van onfe ,kind'ren 's jaers hem feven jong-ghefellen , 

En feven dochters jongh in fijn gowelt te ftcHen , 

Om daer te payen me de lull vant voedigh Di«r, 

Zijo feyle Vrouwcn foon, half Man en halkf SciejTt 

Dien 



d by Google 



' 3IO THESEUS bnpb ARIADNE. 

Dien hy befloten hout tot vcK)r-komft van veel qnaden , 

Id eenen Dool hof groot , vol van verwarde paden , 

Twelck Djcdalus met raoeyt feer konftrijck heeft ghewrlcht. 

D'ellend'ge jonghe luy worden hier inghebracht. 

En vant verwoede Dier wreet gulfelijck verflonden. 

Tot noch toe is hier 'sjaers tgetal tltydt gefonden, 

Byt lot ghekoren nit de droeve Borghery: 

Deen Borger fach op d'aer, maer elleck fach op my, 

Alsmen de Itetlle reys omt leven quam te loten. 

Ick merckten wat het was , dies heeft het my verdroten 

D«t fy voort Vaderlandt haer kinders leven boon , 

£n dachten : Get , dea Prins He fpaart fyB cryglien foon. 

,, Bell is hy die beft doet? dies dunckt my groote fchande, 

^ Dat de ghemeent' pafleert den Prince vanden Lande, 

„ In d'overwonnen deucfid. Want ah een Vorft alleen 

„ Sal boven d'ander zyn in coftelheidt van cleen, 

,9 In lecker fjjys en dranck, alle nyterlijcke dinghen, " 

^, In fleep van Vroawen , en van dertcl HdveflingheJi , 

„ In groot ghetal Van knechts, en faym ghetorend Hof? 

„ De flechtite Burgher is dan vtel beqaamet ftof , 

„ Om daider-grootfte Prins van GrSecken tove^tteflfen , 

„ Wilmen hem nyt het flym des vollicks maer verheffen. 

fj Dan fo een Vorft het volck te boven hoort te gacii , 

,, In edel ware deucht de landen voor te ftaen , 

,^ Om het ghemeene befl in alles te bejaghen , 

„ Beqnaem om forgh alleen vobr al den hoop te draghen : 

„ Een recht ftaet-waerdich Prins fal immers dan, dunft ntyn, 

i, Wt menkh doyftnt man fivaerlyck t6 kiefen zyn.'* 

Dit drong myn moedich hert myn Borghers te betonen, 

Dat ick myn felfs niet meer dan haer luy ging verfchoneii : 

Daerom op defe reys ben ick gbetrodcen mee 

Myfl ghevend' in ghena van d'onbefcheyden Zee: 

Hoe wel nryn Vader oud dit qualyck toe wotid* laten 

Die van myn redens fWaer Cch fwaerlijck Het bepraten. 

Doch om myn ftlven err myn Burghers in 't verdriet 

Te brenghfen van de doX)dc, com ick in Qteti nieu 

Neeo, 

Digitized by Google 



THESEUS BNDE AtllADNE. 3ir 

Neen , ncen ! myn wit is niet grootbertich te verdraghen , 

•T gheen die kloeckmoedichlj van de werelt foud* verfagUen ! 

Door *t -iyden fal myn dencht nict toghen hare glans I 

Jdzer door hct edel doen fbecken den Lauren crans. 

Tot voljghenoeging van de jonghe Atheenfche zielen , 

Suit ghy van 't woede Dier, gbewent tot menfch-vemielen, 

Nemen een wrcde wraack, en ftorten *t in het zandt: 

Vertrouw ick niet vergheeft, u ThefeaS',,nw rechterhandt. ' 

Dui flet nu te ghemoet ghy Burghers van Athenen , 

Het eynde van uw rouw, en uw langdurich wenen : 

Want als het felle Bccft comt aen de doodt te buyt., 

0an is de wrede tydt van owe fthatting uyt, 

Maer hot t Wie mach dit zyn? Ontbeyt, by comt myn nader. 

BBVCALXON. THBSBUf. 
DBUCALIOK. 

Oehick groofmoedigb' Prins, ick coom van myn Hecr Vader 
Den Coninck Minos , die dit Eylandt ryck verbeert , 
Die hiet n welle-coom, door dien dat ghy vereert 
. Zyn Ryckc met uw conift s en bidt voor atle faken , 
Dat gby n herbergb van z^n Hof bfilieft te maken. 
Voor n en voor uw volck is alTe nootdruft daer, 
Qbebru^xkt bet altefaeni als oft n eygften waer: 
Van Camert toegbcruft, verfcheyden fijljs en drancken. 

T H B 8 E u s. 
Van u aenbieden betrs m.oei ick u fter bcdanckcn , 
Beleefden Conincks Soon, waer*t in d*A theenfche ftaet, 
Ick foud' uw heug'jjcyt eel verghelden metter dacdt: 
Maer bier in vremde landt , bier verre van mijn maglien , 
En kan ick niet vcel meer dan dandkbaer herte draglien. 
Mijn Heef beliefden't u, mijn fotide jonfl ghefchico, 
Indien ick aMefeerft den Conflict mochte fien y 
Om benr te hondett Voor de oorfacck vaa myn coomile. 

' -D n tJ C A -L 1 O K, 

Wat u belieft g%«(cWet van Griiickcii d^lder-rroomffe t 

Diet 

Digitized by Google 



. 8X1 THESEUS ends AR^IABNE. 

Die* laet oni derwaerts gaen. Flucx, pagie, gaet voor hccn, 
Segt myn Heer Vader dat wy volghen .u met ecn. 
V Grootmoedig' jongbeling, wat dunckt a van de zede . 
Van ons vermaerde landt ? ghevalt a onfe ftede 
Van GnofTas alfo wel als wijs Athenen doet? 

THESEUS* 

Meefl yeder prljft de plaets daer hj is op ghevoedt. 

Niec fonder reden oock , dewijl wy zijn gehonden 

T*ecren ons Vaderlandt , ghelijck wy voorfhen foodea 

Ons Ouders naem end'eer, indien daer yemant waer. 

Die die met lafler oft kleynachting qnam te naer. 

,, Maer die om d'eere van zijn ilede te vermeeren, 

„ Het waerdich Vaderlandt eens anders wil onteereo » 

„ En fetten boven al zijn aengheboren wljck, 

„ Dees doet de wijde werelt aen groot onghelyck : '* 

Alfoo ghelooflijck is dat'er in zijn te vinnen 

Veel plaetfen die de plaets van ons gheboort verwinnen. 

In vruchtbaerheyt van flijck , in fchoonheydt vin lanfdonwen « 

In goede feden heus van lieden vol van tronwen » 

In heyl'ge heerfcbappy, in treffelijcke wetten, 

Voorwaer die hoortmen oock in zyn waerdy te fetten. 

„ Daerom een oprecht Man , befcheyden van verfbndt , 

„ Acht al de Werelt niym zyn luftich Vaderlandt." 

Athenen dnnckt myn fchoon in alles waert gheprefen, 

£n GnofTus dunckt myn oock weli>ryfen8 waert te wefea, 

Aengaende *t hoogb' ghebouw van uwe mueren grof, 

Wel waerdich om te zyn 's rechtvaerdichs Conings Hot 

Aengaende d'huyfen groot, en rechte wyde Ifaraten: 

De menichte van volck van alderhande flaten , 

En dat nae by deZee, en 's havens veilich,, heidt. 

Die vol van fchepen, en fnelle geleyen „ leydt. 

De zeden canmen in een vremt landt niet ras keonen : 

„ En tot qna zeden van ons landt wy licht'lyck wennen : " 

Dies houd'ick moghfelijck t» Athenen niet vpor, quaedt, 

Het ghene datmer voor moetThpuden metter daedt : 

Daerom al kend' ick fchoon de zede vande lande, 

G1l^ 

Digitized by Google 



THESEUS ENDB ARIADNE, 3X3 

Ghelyck ick met en ken , ick mocht tot mynder fcbande 
„ Oordelen »t goedt voor »t quaedt. Al achtmen in't ghemecn ** 
Het goedt verr^ boven 't qnaedt : m^n comt niet over een 
met alle menfchen in *t^waerderen vande dinghen. 

DBUCALZON. 

Tot. oordeel onverflens en wil ick a niet dringhen : 

Oock wederfpreken niet der fladt Athenen lof: 

IVIaer dit*f de rechten wcch nae myn Heer Vaders Ho& 



99 Ghehoorfaem moet een Prim hebben ayn Onderfaten , 
9, Die haer can maken wys , en claerlyck blycken laten , 
«9 Dat hy lich fiadich tot haer voorllaen hem vercloeckt « 
99 En meer haer Inyden not dao eyghen bate foeckt. 

Ghelnckich fulcken Prim 9 die daer voor wort ghehoawen : 
Want d'Oudcrfaten hem volcomentlyck vertronwcn » 
Indien hy alfoo wyg als willich wordt gheacht 9 
In 't forghe draghea voor haer heyl dat hy betracht. 

99.Maer om in achtbaerheydt van fnlcz by 't velck te comen 9 
», Dat al wat hy ghebiedt voor »t beile werdt ghenomen 9 
99 Is *t middely in der daedt (en niet alleen in fchyn) 
99 Te wefen 't gheeae 9 dat men wil gfaehouden zyn. 

if Want die ihet fchyn van denchd* het vollidt foeckt te payen 9 
9, Met fchoon beloften loos dat om dea tuyn te layen 9 
99 Gheniet een corten tydt 9 tot datter werdt verbreydt 9 
99 De wanckelbare vrocht van syn fcherpfinHicheydt. 

Vooifichticheyt is »t een 9 en *t ander noemtmen loosheyt : 
Het eeo dat is de deachd',, H ander een treck van boosheyt : 
Het een door middels recht9 't ander door arghelifi: 
Het meefle Tooideel foeckt » d«t dick bedriechlyck mift. 

Digitized by Google 



314 THESEUS ende ARIADNE. 

Voorfichticheydt gact i^eeft al langg ghebaende we|^n4 
Masr boosheydts omnre wech de Goden feer U teghea , 
Heeft Imtel jonfle by ^lie goedighe natuyr: 
Dies dickwilj voor hec foet den loofes crycht bet fujr. 

„ Maer van bedrocb ter noodt een Prins is te bedancken , 
„ Ghelijck den Medicyn den aelwerighe crancken , 
. „ Om in tc nemen gfaeeft yet anders dan hy mient : 
^ Die 't deuchdelyck bedroch tot zyn ghefontheydt diept. 

Hierom ^gens foon laet fich te recht wel fpyten , 

Dtt by fyn leven ftil omaerdicb foud* verflyteh 

In yle kdicbeyt, en acbtet voor een fchandt, 

Dat zyn Ghemeente lydt veel drucks voor *t Vaderlandt. 

„ Voorwaer een Prince is boven 't volck niet gfaefcbapen , 
„Op dat by ryckel*yck fond* eten, drincken flapen, 
,« En wefen vry van forgb', van comm^r en van la(l, 
«, Dewyl dat zyn Gbeiseent' op hem te dienen pall. 

Maer een rechtyaerdich Prins verihie te zyn gbeboren , 
Tot dienile van a^yn v^Ack , ofte daer toe ghecorcn. 
Een ydcr Bnrgher is een dienaer van zyn Hfeer , 
Maer ydcr Heer is knecht van zyn Ghemeente weer. 

DEUCALION, THESEtJS, MIMO». . 
» E TJ C A LION. 

Siet den Atheenfchcn gaft , Heer Vader dien ghy feydea , 
V wil te wefen datmen facrwaerts foiide Icyden , 
En duen hem in uw Hof herberghen met ghemack, 
Maefr "hy beglieerd' op iny als ick hem daer van fprack , 
D<t ick^hem aldereerft tnet n fond' laten f^ekc». 

T 'H K 8 B ir s. 
Rechtvterfll^. Contitck , -dat n nimmer moct ontbreteti 
Voorfichticheydt om met ghelttck en goede fpoet , 



Al- 



,y Google 



THES-PU$ BNPR ARUONB*, 315 

Altydt tc heerfchen al« ghy t€^nwoordich dq^t 
Over hct w«licb Ryck dat u de Gooq vcrleneq, 
Wenfch ick it uyt de ntem des PriuceQ van Atbeneo , 
Mynf Vaden eo myns Heer , die myn cot nwaerts fkudu 

MINOS. 
Nu T^iefens , recht u van dcr aerde over cndt , 
Grootmoedigh' Jongheliog, dewyl ick a belove, 
liat ghy een wel-cootn gaft hier zyt in mynen Hove, 
£a rpreeckt wat n belieft, ofc gliy oni hier come by. 
Van weghen uw Ghemeeat' en doecke Borgbery: 
Oft in 't byfonder yets , coMt ^oor aw Vadef maecken 5 
Dan of bet moogbelyck is 0^ nw eygben faecken 9 
Want gby ^yt ICrfgbenaem: wat dattet fy verbaelu 
T H B 8 B u f ► 

VoorfichticV Coninck groot , wy heW)cn u betaelt 
Rechtvaerdelyck den Tol die wy u waren fcbuldicbi 
En onfe Bnrgbery beeft alle Jaer gbedaldicb 
Haer kindi*ren , fo fy bad belooft , gbefonden bier. 
Tot derelycke bnyt van 't ongbenajdicb Dier, 
Gby wset oock dat fo lang dit fchricklick B^eft fal Icren , 
Wy a gbebouden zyn den fwaren Tol te gbeven , 
Maer als 't vcrwoede Dier w^rt van detloot verraft. 
So wert ons droeve ftadt van *t bange pack ontlaft* 
Om defe f*are Tol beeft bet tot nocb ^i^^enen , 
Dat de bedmckten ^ftdt • van 't wyi benoemd* Atiieo^n , 
In 't bert vertercn' leed', deerlyck be^v^n lacb: 
Sof> dat als aenflaend* was den jamnierlyc^eii dacb, 
Datmen, om *t leven van d'Atheenioht jencbt gaet lotci, 
Sacb ick ons onde Mans baer wangen dick begoten 
Met groote tr«i«^ blanck: Idc facb Ons Vrouwen teer. 
Half raiend* van verflant, door waoboop vallen neer 
Voor d'Ontaers opghepronckt, en jOorten baer g^de« 
Wt de benaade crop met bevij|g!e van leden. 
Met dtep veriiKbten , met menigben faeeten traen , 
Met tvcckeo van baer bayr, en voor baer boxll te flacs* 
En immesi te tergbeeft wm al baer cUfiiUyck ^ke« 

Ox Aek 

Digitized by Google 



31^ THESEUS BNDE ARIADNE. 

Ach wat veruieuwing ift, hier vtn Co reel te fpreken! 

V ift , lupyn, bekent hoe dick »t my heeft ghcdcert, 
Dat ick myn waerde ftadt onwaerdich fadi verneert. 

V ift bekent hoe dick ick redeos voor ging wenden 
Aen myn Heer Vader , op dat hy my hier fond* fenden : 
Om met ghewapend' htndt te vellen *t Monfler wreedt : 
Of van het ^fich Dier te we^n d*eerfte beet : 

Offl door die vrome denchd myn voUick te berryen: 
Of by ghebreck van dien foo veel als fy te lyen : 
£41 doen het blycken aen myn Bnrgfaen metter daedt , 
Dat hare Prim het niet aen Gch ghebreken laet. 
IVIacr myn Heer Vader hiclt altydt myn reyfe teghea , 
Van wien ick fwaerlyck no myn oorlof heb ghecreghea: 
En ben belloten vaft te brengfaen tot een endt » 
Myn Burghen fware drock, haer commer en elendt: 
Of doojr de vrome doodt eeawighe lof te winnen , 
Soo ^t n belieft dat ick het ftryden mach beginnea. 
Daerom rechtvaerdich Print my defe jonft verleent: 
Denckt niet dat ick alleen , maer alle de Ghemeent 
Mynt Vaders hierom bidd*t , en met beweende oogfaen , 
Met armen uytglheftreckt , en met de knyen ghebogbea , 
£n met verflaghea hert, oormoedich tot n cryt. 
O Minos die vermaert voor To rechtvaerdich zyt, 
Ala ghenen Coning die nn Scepter draecht op aerden : 
Indies ghy houden wilt dees groote naem in waerden , 
Aenfiet de wrede laft die 't cloeck Athenen draecht : 
Ontfermt a over ons , die fwMrder lyn ghepUedtt 
Als oale fch«lt verdient t vefgnnt ons Princen fone « 
Dat hy fyn doeek ghemoet en dapper crachten tone , 
Op dac het fchricklyck Dier werde ter doodt gfaebracht^ 
Die fchaiid-vleck van nW hays 't ongoddelyck gheilachu 
Rechtvaerdich Coning dtn fnllen wy t' alien daghen , 
U , en uw edel hoys , verbonden Jonft toe draghtn t 
Maer ift dat ghy ons niet ghenadelyck iiet aei^. 
Den noot die wetten breekt, die fal ons oock ontfltte 
Van onfen dieren eedt die wy u Uefl-iMel fwoer«i» 

Doea 

Digitized by Google 



THESEUS ENDB ARIADNE. $17 

Doen wy den harden krygh niet nyt en conden voeren. 
Om ^t breken onfet eedts connen de Goon verfloorc , 
Nanw fenden fwaerder ftraf, ali dect is rechte voort. 
Grootmoedicli Coning denckt dat dit de droeve redeo 
Van onfe Burghers zyn: das n believ* te treden 
In ecnen wyfen raedt , en my vergunnen , dat 
Ick loffelyck bevry^ myn wyd' vermaerde ftadt^ 
Of dat ick mannelyck befleden mach myn leven, 
Voor *t cloecke voUick, dacr ick boven ben verheven, 
lA dattet myn gheluckt , 't is nut voor n en myn : 
Gheluckt bet niet , bet fal alleen myn fchade zyn. 

M Z K O S. 

Indien dat ghy myn gaet voor foo rechtveerdich bouwen , 

Ghelyck uw reden toont , ghy moet my niet vertrouwen , 

Grootmoedigh' Prince , dat ick willens bond' te lyf 

D^onmenfchelycke vrucht van bet oncuyfcbe Wyf, 

Om daer door alle 's jaers de vierthien Jonghelinghen » 

A en awe Burghers als gherecht*lyck af te dringben : 

Want ick hebbe daer van dat vermoeden gheen deel, 

IVIaer die zyn altefaem door d'Onverfade keel. 

Keen , ^t is myn wyfe niet , en Godt wil my beboeden , 

Te doen als fommigb' Prins , die *t quaet dat by gaet voeden / 

Tot fchynbaer oprfaeck van een fchattingh* voren wendt: 

£n bruyckt bet overfchot heel tot een ander endt. 

Ghelyck den boOfen Arts de wonden van de crancken 

Lang open hondt uyt vrees dat men hem af foud' danckea. 

Ter doodt toe haet ick dees vervloeekte fchelmery. 

Des ^aren foo veel reen onnodich bier by my. 

Ick weet dat nyt de dopdt van 't Dier, om af te gryfen. 

My niet dan alle nut en ghene fcha can ryfen: 

Maer ifler oorfaeck om beletten defen ftrydt, . 

Dat is, op dat gby niet foo fnood' verderf en lydt. 

Want moedigh' Jongbelingb , alhier moet ick n feggben , 

Dat ghy n crachcen wel te recbt wilt overlegghen. 

Teghen 't vermoghen groot van bet gheweldigh* Beei!, 

En in uw* aenHach hooch niet reuckeloos en weed 

O3 ^^««i 

Digitized by Google 



$:S THESEUS eHOe ARIADNR. 

„ Veel die door moedtcbeydt me lof en name ftreeOeiT, 
„ Onfc|cer van haer macht door (lontheydt fchielyck fneefileife 
Het foud* my deeren dat foo cloccken Joogheling , 
Tot al des Werelts fcha , foo vroeeh de doodt ontfing. 
Dewyl den harden ftrijdt noch nfet en is bcgonnen » 
Suldy nae wil van fin altydt veranderen connen , 
IVIaer nae des kryghs begin is het daer toe te laet: 
Ili^om dewyl ghy meucht, a rypelyck t>eraedt, 

T R B S B n S. 

Had ick , recTitvaerdigh' Prim , gheen valle raedt gbenomeii , 
Ick waer dus verr' niet door de trorfe Zee gbecomen , 
Maer bet ghebleven in myn Ibeie Vtderlandt. 
Dan fiende 't groot ghevaer voor ooghen, t'mynder fchandt 
Te keeren wederom! Hoe qaalyck fond* ghenoeghen 
Myn arme Burghery ! hoe foud *t my fttdich wro^hen 
In »t hooch en edel hert ! voor flecht berucht en Moot 
Soud' zyn myn groote naem ! waer ick niet beter doodt f 
Neen Minos , wilt hier in niet over my ontfiirmen , 
Soo luttel acht ick niet de crachten van myn armen : 
Soo luttel acht ick niet dapperheydt van ghemoedt » 
Die *t lichaem van fya cracht deelachtich wefen doet, 
Niet dencken wilt dat ick in opfet fal verand'ren : 
Ick en myn felfchap zyn ghecomen met malcand'rcn ; 
Wy fuUen keeren t'faem naer huys dcur 't Water ftrtf , 
Of foecken in de boyck van *t woede Dier ons graf. 

M I NO S. 

Cloeckmoedigh' Vorften foon , ghy toont aen u beflnyten , 
Dat ghy van 't hooch gheflacht der Goden fchijnt te fpmyten , 
Nu, midts ghy »yt ghemoedt onfterffelijcke lof 
Te foecken door de deughd', hier hebdy 't waerde ftof » 
Die ick u niet beny , dies laet ons gaen te famen , 
Met goede fpys en dranck verquicken ons lichamen: 
Daer nae wanneer 't u luft het Dier tot lb*ijden tert, 
Eergierigh' Jonghcling^ wafl op met fulcken bert. 



TWEE- 

d by Google 



THESEUS BNDB ARIADNE* $19 

T W E E D*E B E D R Y F. 



A R I A D H B. 

i\y ftercke fantafy, wil ick a niet verwinneo. 

Met wat begocheling verbijflerc ^y mya finnen , 

Wtt hangt my dus aen *c oogh' , 't gheen myn verflandc bemorfl T 

Wat leyter das en fpeelt onder myn llncker borll. 

En treckt door al myn leen en dreyeht myn teder harfen? 

Ach wat benautheydt comt fchielijck myn bart beparfen ? 

Nu, Ariadne cIoeck,-en bandt met al uw macbc 

Dees revelinghe uyt uw .befighe gbedacht. , 

Hebdy niet wel ghehoordt van oad' bedaerde Wijven, 

Dat in 't beginfel zy daer licht is ayt te drijven : 

Maer fwaerlijck alfle flaet ghewortelt in den fin. 

En graeft de put Too diep dauer *t moet blijven in ? 

Blacr hoe ? *t is veel te laet : myn wil is al ghedwougben ; 

Uw edel beekenis o Thefeus is gfaed^ongben 

In 't ditpfte van myn ziel en beerft alleene daer: 

Sy is niet in de rayn, maer ick ben inde haer. 

Ay edel Jongheling, van fchoonheydt uyt-ghelefeo , 

Het op-doen Goddelijck van uw hooch draghent wefeni 

Hooch-draghent niet om siet ow edel heus ghemoedt^ 

Dat in uw ooghen claer fich vrolyck open doet, 

C Kn uyt de groyne boril comen fo rype reden : 

U toondy op gevoedt te 2yn in ^uyck van fledcn : ) 

Uw nrannelijcke deuchd' en liefde tot uw landt. 

Waft yder ooghenblick in myn beroert verftandt, 

Wech foete fottemyl flucx/eg iclc wilt verreyfen , 
Eer dat myn crancke breyn fich t*eenemael vergeckt , 
So niet dan angfl en vaer in fotte minne Heckt, 
£n forghe vol verdriet , waer van het hert mach eyfcn. 
O Min , uyt mijn verilandt wilt dan te rngghe deyfen , 
Ghy die my het vernuft met lofe fchijn bevleckt : 

O 4 FIucz 



,y Google 



820 THESEUS Endb ARIADNE* 

Flucx foete fot;temy, wcch fech ick» en vertreckt 
Met nw beloftcn fchoon van ydele ghepeyfen. 
Datmen der minneo crachc in zijn ghemoedc ghedoocht, 
Wanneer een vafle grondt fich aen nw hoOp vertoocbt. 
Is cenichfins gheraen ; maer 4ie ghy kent verwinnen. 
Te minnen fonder hoop dat's droom en beufelmghen, 
f)ug, foete fotterny, vertreckt van hier ghering: 
Wech feg ick : en vertreckt uyt mijn verwarde fin. 

Sacht , Ariadne , facht ; ^hy laftert hier tcr fle 
Die gfoot vermoghen Min , en door hem Thefeos me. 
Beveelt das onverdacht uw Minne ntet te coelen. 
Ten is^heen ondeuchd', •tflreckt tot ware denchd' te voelen : 
Ten is gheen doodt-fond' datmen medelyden heeft. 
Met een die 6m de denchd'flch in peryckel gheeft. 
Dat doet ghy brave Prins, die om uw* onderfaten. 
Van d'alderfwaerfte laft te vryen , aen gaet vaten 
Een forghelycke wech vol van verwarde paen , 
Om 't vreeflelycke Dier cloeckmoedich te verflaen. 
Maar den Dool-liof die Daidalus feer conllich wrachte^ 
Wiens nytcomfl nanwelycks hy felven vonde , en achte 
Ick niet met alien, by den Dool-hof daer fo vert 
Myn renckelooa verflant is fchendich in verwert. 
De felle crachten van het Monfter onghenadich , 
Zyn niet met alien by der minnen God grootdadich : 
Ick heb veel meeirder reen om my t'ontfarmen dan 
Over myn felven , als over een ander man. 

Maer boe ? ten (y dat ick naerlUch gae befporen 
I'ot «yn behoudenis, ick felve gae verloren. 
( Deert my myn eyghen fmart , »t is onnodich ghewis » 
Dat ick met Thefens flae , en hebbe derenis : ) 
Myn wel en qualyck vaert hangt gantfch'lyck aen de ryoeo ; 
llet g»luck dat Thefens vindt, fal Ariadne vynen. 
Maer wat ift of hy fchoon het leven al behouw, 
Indicn ick niet te min gheftadich^ ia myn rouw ,~^ 

£■ 



d by Google 



THESEUS BMDB ARIADNB. 321 

En in \ verweide toet d«r Mionc blyve fleken ! 

Want Iiec miJQ niet en voeght den £eloi«n ten te fpreken. 

Acli tl tc wteden'fthaemt! wat fwtrc flaverny, 
Leght ghy de Vronwen op ? £n zijn wy niec fo vry 
Gebooren tla dc JVIms? Jae, naer wy moetea doyckeo, 
Onder het juck van deety en and're wveet gebrnycken. 
C Waer door dat onfe Lnft ftrengeljjck wen gefiioert , > 
Die fy door langfae tyt vail hebben inghevoert. 
Ach TbefisQf t So f^y -fiet wat lyen kk noet dragbett, 
Waerom en comdy niet om myne Minne vraghen? 
Dan fo ghy 't niet en fiec, fo moet ick mynen noodt, 
V claghen by ghefchrift , dew^l de fchaemte n>odt 
Te fpreken my verbiet , 4ac my de Min gaet hieten s- 
Immers de Brief ea Tal zi|jn verwt niet verfdiietenr 

ARIADHB*^ C01.CI.MS* 
A. B I A. O M B*. 

Corcine- 

e O B C I H B.^ 

Dochter* 

A B t A B M B« 

Ach. 

€ O B e I IT B« 

Wat iOer dat » deertr 

A B I A D M B. 

JA openbaert liter niet ,. n^jn finaen sgn ghekeen^ 

o o B c I M a. 
XTer yet dat-« iaifird wtltet mijn laede deltas 

JMi waerde Voefterl 

• • B c r N V. 
Addy my. bw dfoefheyr ktb»r 

Digitized by Google 



fat THCSEUIS bndb ARIADNE. 

A «. I A D K I. 

Stl ick het doen oft niety 

c o «. c I N B. 
Seght vrylijck wtt a let I 
Ea op uw Voefler wterdt* een vafl betroawen ftt » 
Dtt fy tot ttw veidriec eenigfae raede f4 crijgheo » 

A & I A D M K. 

Ach! nftjo iBivettdidi vyer en can ick niet Terfwygbeii; 
Mijn heymeljjcke Ikert moet nodtch z^n vertelc» 
Dacr coon af watter mach. De Mtn doet loiiii gbejirdc^ 
VocOer. 

c o «. e I N ■• 
Hoe an? • 

A-X. z A o n s« 
De mm 

c o 1. C I R B. 

Vertelt ay uwe faencw 

A «. X A D M B. 

DeMiB 

C O B. C Z H B. 

De Min? 

A B Z A X> IV B. 

De MiQ van Thefeua brant mijn lierte* 

C O B C I R B. 

De Minne brant m hert, hoe fegdy dat? on wien? 

A R I A P M B* 

Cm Tliefens* 

COB.cz »,*• 

Thefens? oeh, dats qualiijc toegefienr 
EcR wuffe VreiBdcUog hebt ghy toe lief verkpren* 

A R Z A D N B« 

Maer die te boven gafet al Cretaai ingebor«a« 

e a B c z » X. 
JlUr dat de minie waft» treckter ww finiten tai. 



,y Google 



THESEUS BNDX ARIADNE. 3H 

A & I A D M B« 

Te laet i& dat ghy bidt dat ick niet doen en kao. 

C O R C I N B« 

Ghy keont, indien ghy wilt, deet raf«rnye ffillea. 

A K. I A B N B. 

Indien gliy wilt, dat *s waar, maer ick en kaa niet wille«s 

€ O R C I N B. 

Ghy moct ? daer is gheen hoop : want hy bemist tt niec. 

A B I A D M B. 

Ghefchieden kan het geen dat noch nittif geifihiec y ,, 

€ o R c I N B. 

Hy weet niet van a finert; hoe foud* hy wedemintfent 

A R X A P M B. 

Ick fal *t hem weten doen , het gheen ick ly van binnes. 

c o R C I M B. 

*T ghebruyck laet het niet toe , noch ook de (chaemte ftnuru 

A R I A D N B. 

Onbillijck is *t ghebruyck, ick volUgh.de natniurt 
Wy By a fo vry ala fy» 

C O R C I N B. 

Ily ial u liet verluefen, 
Maer weyrea n siilchien. 

A R 1 A D N B« 

Can ieker in verliefenf 

C O R C I M B. 

llaer hy fal flenren of vertrecken over Zee» 

A R. I A D M B, 

So (lerft Ariadne, of (b vertrekt fy mee. 

€ O R C X M B. 

Belooft hy n zljn Mid, hy fal zijn 'woordt niet houwetii» 

A R 1 A D M B. 

Oehl menchdyzjjne denchdVel fnilicr toe-v«rtronweti? 

e o R c I H B. 
Ach eenvondighe Maecht! kenody de Mam niet bet? 
Sy fluyten foet, tot dat de Voghel is in *t net , 

0< hytif 



d by Google 



%t^ THBSEUS F^M ARIADNB. 

LkhtveercUcb en gfaevtyvfts nrec pmiAeQ om ce vrefcttt 

A B. X A D M B. 

Die feggfaeoft tlteftem 4er Vnntwen doei te wefen^ 
MiJQ Leytsata it de Min, dterom Itet tn$ befieo. 

e a ft c X » B. 
Helaet ! een eaghdiick «n ctoHBtn oiet ontvlien. 
Waaneer de Goon , verHoort ^ Tta Toorficht oof berovea^ 
Wic reden dtt iek fpreeek , fy i^'n voor eenen doves. 
No dan , mgn Dochter , fo dtn aHe goeden raedt ,, 
Om aw Tooraenen. on m ilocen , comt te Itet , 
£o condy niet de wech , die veyUcb in , betreden » 
So ftl Sek tile moeyt* en nterilieheidt befleden. 
In *t'gbeen dtt u belieft ; ibrchvoldkh', om dter dear,, 
Indien- he« aogheli^ck m , bw qatedc te eo^en ve«r. 
Chebniyckt ay in aw dknft , kk (Ite- tot aw ghebodeo» 

▲ & X A D^ M B. 

Ltet 90» gten bidden dtn de goedertieren Godev 
Om een gheUckkk endt ;. daer nte fill ick een Brief 
Schryven , op dtt ghy die gaet draghen ten mgn Lie£, 
Ser by nae \ Doolhof gaet teghcn^ bet Monller crachtidW 

C O B « I H B. 

hk YTcet voozwaer 4 God maeck mijn^ vseie loghtnacbtieb.. 



Staacb ibekt bet w^eUch Hof Byn- blinde lull te boete»» 
Die fy dan goedt of qaaedt, beel fonder onderfcheydt ;; 
Dies liet men in zijn kift meer teghenheydt ontmoeten*, 
Ala eea gbemoene Han doec synen arrebeydu 

Der Princen kind*ten teer» woiden tot alien tyen,. 
In loften opgbevoedt, die wcrden^ dickf^ilr groot^ 
Daerom fo foecken fy tot ongbewoon rerblyen, 
Ulckwils e«a aieamrt lofi^ die bzengc baer iadB nod^ 



.Die 



,y Google 



99 



THESEUS BKDB ARIADNE, ^a^ 

, Die ftadich alle daechs zijn loft gbeniet nte *t winfen^ 
Verlieil in ^c endt zixn (kaec: want de gewooarmaear cett:: 
, Dies die de kiiid']iren jong van de beweefde Princea 
, Opvoedc in wellolt:, oock h»er alk loil oacfieeit» 

Die tot de loft glMwent is van xija jooghe dagben » 
£n weet nodi goedt noch quaedt , is teder van ghemoedt;; 
,, En als de fmerte comt^ can hyfe niet verdraghen: 
^y Maer raeckt ter eeriler fioot bedrackt onder de voet.**^ 

Het dortel Hof en Is dan kder daedt To welieh, 
r^ocb wenfcheiyeke niet , gkelijck 't van buyten fcfa^'nt ;; 
Maer binnen vol vaa twift, en kaet, en nijt crackelich^ 
Zijn fchadeljjcke vrencbt eea vals bekaghen vijnK, 

Der Princen kkdren zijn (b welkb niet van leven^ 
Gheljjck als meaicb man haer oordeelt'onverdacht^ 
Soud* haer om vreemde luft dick in perijckel gheven ^ 
Alfo g^meene IrnA van haer niec wordt gheadu. 

In Ariadne fie© wy veel veranderinghen^^ 

Van verwe, van manier, van wcfen, en van ffn? 

Kn »t arricb' denckend' Ilof mompelt geen ander dinghen^,. 

Alt dat fy heeft gheleydt op Tbefeos hart Mm^ 

D*al overfiende Son hetft m voovledeti faren 
De fachte Venus en de ftoute Mars beclapt 
Aen haren Man Vulcaen, dewijl fy famen ware* 
h) laitich overf^el , daei hy btar heeft betrapt^ 

De laehende Godii^ al ii fy biy .mm ooghen^ ^^^ 
Het fpeet haer langhe tydt, fy noemden 't eea Ttrr^edt^ 
Sy fwoer by d'Helfche fbaxm^ dat zyt hem nyt fond* drQ0$tt» 
\iu andex» hare aucht niet deyndex ale liaer baet,. 

Or ©• 

Dgtized by Google 



^ THESEUS maai ARIADNfi. 

De Cayiheydt ihidich gkig hter dei ghelijck ientredcn 
En iiec baer dancken t* was haer me gbefehiM cer fpijtt . 
Want een oncnyfcfae daedt in*t openbter t*oaitdecken ^ 
In alder voeghen oock teghen de euytheydc fbaidt, 

Voorwaer een cayfcb ghemoedt fal ttimmermeer Yerliale» 
Waer in een ander keeft oncuyfTchelijck ghedaen: 
Maer een oncuyflche foeckt oock dick met loghen ulen, 
Een ander maken vnyl , zij^ vnylheyt voor te flaen* 

Deft Godinnen bey ginghen te famen (^amien, 
Om dir te wreken op des clare Sobs ^teflacht: 
Sy deden Fafipbe verachten alle Mannen , 
En minnen eenen Stier onmenlchel^'ck bedacfac 

Ontdecilers ran de Min , befchatmftert van de Coysbeyt , 
Siet dit ezempel aen, t>etoomc nw wufTe tong. 
En neemt eens naerftich waer watter tot uwen t*bnys lcyt» 
So mocbt bet dat de grofft* van n de fijnfle foitg. 

O ghy Godinnen hoocb, Wy bidden, wilt gbenoegbe* 
Aen de gbenomen wraeck , vol deerlick onghertef ; 
£n wilt bet^del Hnyt gbeen meerder fbraf toe-voegbeo » 
Door Ariadnes.Mui op baer uytheemfdie LfeC 

T H B f B ir t Gewapent, 

Godinnen die tot Krygb en Oorlogb' doet gbemenen „ vKjr, 
Pallas die 't ftercke fchilt van H wys beroemt Atfaenen,, rijt, 
Indien dat n te voet mgn Bnrgberi altegaer,* vielen, 
Wanneer dat ick vertrock nae defe ghene clenen ,, flrijdt , 
En ick ootmoet'li^ qnam voor nw hogfae Ontaer ^ knielen , 
Indien mljn Burgbers oyt nw mogbentbeyt voor waer,, hieles 
$o tot beOfbutfler u Atbenen te ^erheven „ placli , 
Toont dat bet woede Dier, van H welcmen feven paer „ sielea 
DickwUs in corcer tijt aen Proferpina ghevea „ iadi , 

Door 



d by Google 



THESEUS ENDB ARIADNE* saf 

Door deet mjjii recfater htndt comen om *t bofe lereti «, toll I 
So fal a fyckelgck ons danckbaer Burghery,, eeren, 
Dea welcken noyt fo feer aen and're faedc bedrerco^ laQb« 
Wilt n gtiedadigii oogh' hierom Godin op mij „ keerea i 
Waer fydy rechterhant ? hoc clocc'lijc moet ghy dy ^ wceren 5 
£n gby , mijn moed'ge borft , die Thefeiu noyt in fcfatndeo y, liet ^ 
Ku , gramfchap oibetcmt , alhier den tijdt voor band6n ,» fiec ,.^ 
Datmen kan kloecke denchd' van uwe rsferny,^ keren; 
Hier laec de redeo toe dat gby uyt uwe banden^ vliet» 
Aan 't vrcfelijcke Dier nwe Terbolgen tanden „ biet , 
£n gaet bet grimmicb met o crachteo oytghelaten yy aa: 
£a gby mijn. moedicb ben dat Tbefeus noyt in fchanden », liet ,, 
Door urien ick fbrijden yeel C verraeriijc boven aiateo } ,, was ?• 
Geen-faeck fo ieer als deei oujn Borgberije baten ,> kao« 

OORCXMB. THBtBITf* 
C O 1. C X H^ B. 

Hola, grootmoedigh' Prtns. Hola! om niet oovaerdidi 

Te fneven, avontnert n felven niet lichtvaetdich. 

Ick iie nw kloeck ghemoedt, gfay gntwt niet voor de doodt^s < 

Want anders bielt ghy n wel veylig uyt de noodt^ 

Ghy zljt van Godlijck zaet^ 't is aen nw moedt te mercken; 

Maer mocdt it niet ghenoecb om groote daedt te wercken , 

Ten fy dat gocden raedt kaer oock ghefelfchap hondu 

Neemt my ten beAen af , 4at haer een Vrottw verflont^ 

Om nw' grootachtbaerbeyt in zijn opfst te rteden. • 

T H B »,B u f . 

Wie fydy Moedert Oft hoe comdy dus beladen 

Met forgbe voor DJjn doodt t Wie fendt a hier ontreacY 

€ O R C X N B. 

Ick ben de Voefter van de ghene die myn feodt; 

Dat'g Ariadne, die u bidden doet ce letttn,. . 

Voordachtich op *t ghevaer, datr gfay u in gaet f6t»ii&. 

pe faeck wel overiegt , bedenckt etof wtt gby do«| , 

So ghy den Ifaijdt al wint, daer ghy toe syr-gbomoet. 

Ch#» 

Digitized by Google. 



3lS THESEUS BNOt ARIADNE, 

Ghenomeii dat ir Man nocb Pallas laet verleflieii. 

Hoe raeckc ghy weer ce rugh' nyt de Terwarde wegheof 

Daer Dcdtlus by nae blcef fellef in venlwtdt? 

T R B S K U f • 

Voorwaer ghy hebt gfaelijck in 'c gheen dat g^y verhaeUy 
MjB yver tot den iir^t liet mij fo reel niet dendces 
Op mljn behondenis , all op bet Dier te creneken. 
Wat middel om daer nae te keeren tot de Foort? 

c o & c X R B. 
Daeromme iendt n Ariadne defe koocd*, 
Om inoea ingang van bet Doolbof Talt te binden « 
En die te volgben, om den wech te rnggh' te via'dm; 
Ontfanght de nutte gaef van d*boogh-gbebooren Maecbu 

T H B f B U Br 

U edel fcboon Princes voor my meer forge draecbt, 
Als kk oyt heb verdient, als ick oodc kan verdienen. 
Ick kan haier nimmermeer vergeldinge verlienen , 
3Deet dancbaer moet'fal aijn voor d'eerdle mij gefchiet;. 

C O R C X N B« 

Sy wenfcbt Qw welvaert, en aader yergeldingh' niet,. 
En bid u defen Brief voor hw tertreck te le&o* 
Adiea, vaert weU 

T K B t B 17 f • 

Vaert weU Een Brief, wat mtcb dit wefesf 
Ick ben >i«rwondert, en ngn dnnckt een felfaem dingi» 
Snlcke gbemeenfaembeydt tegfaen een vreemdeling. 
By wylen is een V>o«w fel&em in- 't overieggben , 
ffy doet B^ grooce jonft». wat mach baer fchryven fiBggenw 

Opfihrifi dit Briifk 

Mo veel voorfpeedieheydt, o Tbefens boogb fei ' BWH. ^. 
U Ariadne wenfcht 4at a mach wcdervaren-» 
Als nw Vetbeven flK>et , aenflagben faoocb oaivaenKc 
En ali bier fleanen vmI qw waerdt. k>f vercUrea*. 



Jtrief, 



d by Google 



THESEUS INOS ARIADNE. 8^9 

BrUf. 

Grootmoedich' Johgheling, wter *t fake dat ghy droechc 

Voor mljn fo groote Ibrgh' , tls ick fchep onghenoeclit 

Wt uw perikel fwter , en met u ben te lycn , 

la waerheydt ghy fondt* mij meet foekeo te bevryep 

Wt de verwarde paen des Doolhofi daer mijn hert 

£n finnen onverdacht fo w^dt in zijn verwert: 

£o ayt het hard* gheweldt van *t Monfter onghenadIch« 

Dat myn verheert veHtandt in boeyenf hont {^eftadich; 

Meer ala ghy onverfaecht uw leven foecken fondt 

Te waghen inden Hof van Dedaloj ghebondt, 

Teghen het Moniler wreedt, dat aen nw Onderfaten, 

iSen gantfchen afcomft van ons edel Huyi doet haten. 

Idaer l«ef \ de wrede loop der Sterren liet niet toe , 

Dat Tbefeus fonde doen , het gfaeen dat ick nu doe ; 

Het gheen dat ick nn doe door dwang van vremde crachten. 

Hoe-wel 't my teghen ii, fo can ick niet verachten 

Uw Liefde tot uw landt , nw deuchd* die ghy betoonc 

Dear dien dat ghy uw lyf noch leven niet verichoont 

Voor awe Burghery: Want in myn Minne drucki^, 

Wiens oorfaeck dat dit is , houd' ick my noch ghelnok^ 

Om de waerdye van de gfaene die ick min. 

Ach? wat heeft oock myn Hefd* al tegheuTpoedt toch in! 

De oorfaeck die my doet myn waerdich* lief verkiefen. 

Is d'oorfaeck die my doet myn "waerdigh* li^ verliefen. 

Ten waer uw ed'le deuchd', ghy gaeft u in't ghevaer; 

Ick minde u oock niet indien het anders waer. 

Na dan grootmoedigh Prins, ghy zyt niet af te kceren 

Van 't heerelyc beQuyt ; ick fal de Goden eeren 

Met coftel offerhand' , en ftorten myn ghebeen , 

Op dat de groote God u d'overhandt verleen , 

Ghelyck uw deuchd* verdient, van *t wrede Dier verbolghw. 

Soo 't myn gheweyghert werdt, ick fal u haelKch volghen 

Nae Platoos duyfter Ryck, dat in den afgrond leydt, 

£n breoghen n de maer, hoe dat ghy werdt befchreydt. 



DtB 



d by Google 



^19 THESEUS INOB ARJADNBa 

Dan, foo 't Jnpyn belieft u d'ovcrhant te jonocB, 
So wilt Ariadne het leven oock vergonnen: 
Die n yervolghen fal , waer ghy fult heoen gaen , 
Ed foeken anders nfec als u ten dienfl te flaen. 

T H E « B u 8. 

Hoe Thcfens ? id een droom ? ick foud'c gaerne wetea s 
Miflchien de beelcenis van de Princes van Creten. 
Dien ghy op 't coilelyck bancq^aet te naaw befacht. 
Nam een verholen plaets te vail ia ow ghedacht ; 
£n nu aw moede leen deu traghen flaep ghedogen^ 
Compt fy u-in den droom dos onverwacht voor ooghen. 
En 't fchynt dat u de fchoon en booch-gheboren Vrouw 
Verfoeckt van minnen » dat u beter pafTen foo. 
Maer wat is dit ? een droom ? en heb ick niet in lumdeft « 
En voel , en fie 't papier ? dat haer betaycbt te braodes 
In Thefens bete Min ? Ea lees ick niet het fchrift ? 
Verftae ick niet de (in? verllae ick niet de gift. 
Die fy forchvuldich fand met wyfelijckc rede, 
Aen eenen die haer oyt de minde dienft en dede 7 
Ghelijck bemint gfaelijck; een edel heui ghemoedt 
Heeft derenis met zyns gfaelijcken teghtnfpoet* 
GrootmoQdighe Princes van uytghenomen fianeoj 
Beminder van de deuchd; cieraadt der Coniaginaent 
Tot dat de bleeke doodt mjin doecke boril fal Oaen » 
Sal owe weidaedt booch daer in ghefchrevea flaea. 

Nu Thefens, het is tijdt, en ghy zijt lang al vaerdich«. 
Betoont dat ghy de gift van d'edel Vroow zijt waerdicb. 
Siet hier den ingang van het Doolhof. Na vaert wel 
Mijn Onderfaten al, en yder meeghefel 
Die Biet mljn herwaerts qnaemt? Indien ick wederkeere^ 
Ter werelt en ghenoot noyt yemai^t meerder eere. 
Indien ick flerve vroom, de doodt en fal mijn lof 
Met m;f niet wifTen nytj maer in het^olyck Hof, 
By d'ander zielon vroom fal die myn vreuchde ghevea: 
Een Ichoone llerrefdach vereert het gantfche leven. 



d by Google 



THESEUS ENO« ARIADNE^ iSt. 

DERDB BEDR YF. 

T B B f E U «• 

Lof zy de groote Goon , tot mjjviraertf wd, gheneycfic* 

Ghelijck een hooghe rots die door de Wolcken (leycfat, 

£n paft op donder , nocli op blizem* wreedt verdinden » 

Mier met zijn trotfe cruya den hoghen Hemel dreycht , 

Blyft onbeweedit , in fpyt van de Noord - Oofle winden » 

Van haghel en van fneeuw, die d'open lacht yerUindeiiy 

£n Och van d*onghenae de» Hemels niet en krennt : 

All ondergraven we^t van vcel gbelijck gbefinden, 

Zyn wortel ofte voct , daer *t faeie lyf op Heant , 

Valt fchielijck ? van «den val rovtom het aerdryck dreant ; 

Verfchiet de Herders waft,. en de bewocode fleden ? 

So dat het wildt gfbtfdkn dat in zjn hoUen wtunt, 

Verbaeft^e famen treckt zyn riddefiigfae ledca. 

Al eveneens fo ging het op den dach van heden , 

Met het verwoefle Dier, vermetelyk ontfteldt: 

Wanneer ick onverfaecht dat te moet qnaem ghetreden^ 

Het fcfaeen' onwinnelijck te wefen voor een Hcldt; 

So groot , fo dapper , en fo crachtich van geweldt , 

So overmoedigh* flondt het op zyn flncxfe benen: 

Door onvermoede deuchd* heb ick 't ter neer gheveldt 

In 't vmcbtelofe zandt , Verloffer van Athenen ; 

En als het llorte neet , fo heeft het my ghcfchenen , 

Dat van den fwaren flagh de Wereldt was vendooft. 

Nochtans fo tradt ick toe , en heb het voort met eeneir^ 

( Vervolghende myn winlP} doeckmoedclyck berooft 

Van zyn vervloeckte ziel , en bloedt-begerigh' hooft. 

Twas doot; nochtans daer by dorft ick my nauw betrouwea 

En heb het werrick van myn handen nauw ghelooft. 

So yfelyc lacht vol wreetheydt om aenfchonwen. 

Haer facht wat Thefeos , ,facfat» wac comen hier voor Vronwtn 7 

__^^ Digitized by GoOglC 



S3« THESEUS bnob ARIADNE. 

.A&IAOHB. THBJBlTf. 
A 1. I A D N E. 

jVIecheafchen groet. 
Met fpelen en met fingen, 
• Gtet te gemoet, 

Maechden en Jongeliflgen , 
Aen een die doet , 
Zyni Vaderf lant ontfpringen 
Wt tegfaenfpoet. 

Eeawichlyck pail 
Het , defen dacb te Tiereii s 
Hy heeft verraft 
De wreetfie- van de Dierea , 
Hieromme waft 
Met veelheydt van Laurierco 
Zyn hooft belaO. 

Eeswich ghemelt 
Werdt uwen naem door defen 
Ter toon ghelleltj 
Ghy minnen doet en vrefen. 
En onvertelt 

By uw eer, lof fal wefen» 
Grootnioedigh' Heldtl 

Clieen aertfche macHt 
Verwon het Monfter woedich: 
Maer d'edel cracht 
Van Thefeus herte moedich*? 
Die van 't ghefladit 
Der groote Goden goedich 
If voort ghebracht. 

Deej Prince fchand: 
U 'teynde van uw weeneo. 



d by Google 



W«. 



THESBUS ENDE ARIADNE. 333 

Wanneec hy dwanck 

Den menfche met vier been^n , 

Met bly gheklanck 

O Btirghert van Athenen 9 

Tijd't op ter ganck. 

A1.XADNC. TRBtBOt. 
A R 7 A D M B. 

Minoi, ( grootmoedigh' Pring!) en d'Heeren alceiMle» 

Verwachten 11 te gacr in fyn vercierde Sale , 

Om daer de groote Goon, all die a deen byftandt,- 

Te dancken met ghebeen, en coftel offerhand': 

En u t'onthalen nae verdienft* van daden brave, 

T B B a B U t. 

Vooriichtighe Princei, ten waer nw' heysheydta gave,. 
My inuners alfoo veel behonden had alt fy , 
Ick acht fy kreghen noyt dees eere nu van my: 
Dewyl »t a Coo belieft , gaen wy den Coning vinnen. 

A B. X A D N B. 

Indien bet H belieft , dit if de wech na binnen» 



Die *t wanckel avontuer verheeft, 
Dat ongelycke gaven gheeft, 
Mach vroljjck fijn ghehick ghebroycken , 
Maer niet hovacrdich trotf van roem , 
Want^f werelt gMuck dat is een bloem , 
Schoon opghedaen van fwacke llrnycken. 

Het ghene dat den menfch vermack , 
Op *t midden vanden fchoonen dach , 
En wect hy of hy fal vermoghen, 
Wanneer het duyfter avondt werdt; 
Alfoo met dicke woldcen fwert, 
'T befloyt det. Hemelt is betogktn. 



f^ 



,y Google 



934 THESEUS ENDE ARIADNE. 

De menlche leeft in <!nyfleriie3rclt. 
En CofidcT oprecht onderfcheydt. 
Van ware fchae en ware bate : 
En dac hem fcheen het hoochAe g*lock « 
Is dickwils oorfaeck van zyn druck » 
En ond^rgaog van fyne flate. 

Al *t glieen daer liy tc voet voor vicl , 
- En dat hy 't boochlle voordeel Mel , 

Hem bleeck op 't booehfl* te vallenteg^a: 
'c Beroude dickTrdt menich man , 
Dat by zyn icha ontfmeeekte van 
De Goden , li^t om te beweghea. • 

Tot nocb heeft Thefeus deur gbebracht, 
Zyn loflyck leven hoogh' gheacht. 
En doet nn nuwe lof gbewaghen : 
Door dien bet flercke Monfier wreedt 
Atbenens bert« vertcrend* leet, 
Leydt door fyn recbterbandt verilagheir. 

Zyn boogbe lof gant&b Creta kryt. 
En van den danck den Hemel fplijt. 
Tot in lupyns bebouden falen. 
Wanneer het wys Athenen boordt, 
De tyding van de brave moordt, 
Het fal fyn Prins als Godt ontbaito. 

Hy daaektt bier af de .Goden : mttt . 
Wie ^eet of bet niet bet«r wacr, 
Dat by daer kkflyck was gb^Ieveo: 
Alfoo.ter wecelt menigb^Prinf, 
Die loflij<*:ltt(ye n«e «yn if ins ^ 
^ya loC.Te4oor door Jiat tc kvMU 



d by Google 



THESEUS ENDB ARIADNE. 33^ 

De fchand* is doodc van 't edel Huys, 
De fone van de Stier oncayj, 
Kn van de dulle Vrouw' beroerich : 
Een nycghelaten vrolycWieydt , 
Sich door het open Hof verfpreydt, 
£n maeckt de gantfche (lade rumoerich. 

De fchoone Conings Dochter bly, 
Vindt haer aen Thefeus waerde zy. 
Die haer zijn weder mia gast toghen: 
Waer doors' haer felven foo verghcet , 
Dat fy haer niet te veynfen weet , 
Maer hangt gfaefbdicii aea fijn ooghen. 

Ghy waent rtw vltmme werde ghebluft, 
£n beeldt u in de meefle lull 
Princes, die Godt n kan verleenen. 
O Windt vertrouwcn , defen dach 
WH neii bet 1)egiiifel mtch , 
Van « ea al 't gefltcbtr verkleeneii. 

THE SBUi* ▲RZADNB. 
T H B 8 B U S« 

D*ondragbelljcke finert , die ick gbedodgii* myn Wouwe , 
Is , dat ick mereke dat gby twijfek aen fnyn Trouwe. 
Princes eer fal ick nyt dit Eylnndt wyd' vermaert, 
Nae *twf9 Atbenen toe myn reyfe doen te paerdt: 
Het menfchelyck gheflacfat hi d'aerde laten varen , 
^n boutv«n fieden fp-of tot woonplaets op tic baren : 
De Beeck ik\ climmen op teghen 't gheberchte aen : 
De vlam fal nederwaerts in plaets van opwaerts gacn: 
De Sonne fal iicm in zryn Sirllcrs Waghen fetten : 
Des Vechters wangbea fal tie bleecke Maen blancketteii , 
Bio eer myvbett IVfin fal leflclien fynen dorfi: 

ler 

Digitized by Google 



95^ THESEUS tNDi ARIADNE. 

£er Ariadnes naem fal gaen ayt Thefeos borft 

Dut maeckt Princes een endt van nw weemoedlgh dnchten. 

A R I A D M B. 

Ayme, gr^Dtmoedigh' Prins, fal ick met u gaen vluclncn , 
Verlaten goedc en bloedt^ en myn Heer Vaderi liofl 
Myn twyfelacht'ghe forgh' neemt my ten beflen of. 
De grootheydt van 't gheluck doet my in vrefe Icven: 
Aiffiiydend* alle hoop , fal ick myn moeten gfaeven 
Alleen in nw gfaenaed*. Indien het dan gheviel 
Dat awe Edelheydt niet meer van my en hiel , 
Alt menigh' Edelman verachtte zyn Vriendinne , 
Nae 't jonflelyck ghenot van zyn verkoelde Minne : 
Wat nyt-comft flondt my op ? Wat toevlncht f Oft wat raedtt 
Waer keerd' ick heen? 

T B B S B U f • 

Godin Indies ick n verlaet, 
600 wenfcli ick dat de Goon tot gfaeentr tydt ghedogfaen , 
Dat mynen Vader gryt aenfchonwe met fyn ooghen ^ 
Zyn cnverwonnen foon : noch door myn wederkecr 
Deelacfatich werd' 4e Infl van myn verkregen eer: ^ 

Maer dat myn Boighersy in plaetfe van haer verhenghen. 
Van vyeren, en van blyd ontfaael, aenrechten menglMn 
Def leyde flacy van een overdroevicli Lyck « 
£a met verdrietich wee ontcieren 't gantfcbe Ryck* 
Ick 1ml, Princefle waert, ftelt nw ghemoedt te vredeo, 
V etren en ontfieo, a dien«n t* alder (leden, 
Indien dat ick met n uwt Vaden liandt ontvlie. 

A K. X A D M >• . 

Ach! ndiinet my dock dan : *t gbeen n belieft gbefichie* 

T a B t B tJ f • 

Nn moet* Alcander gaet flnckt heymelyck beAellea , 
Dat Scbippen, Stnerlny, ende radde Bootigfaeftllea » 
- PaflTen gbereed' te syn teghen de midder-na^t, . 
Wanaeer de werelt van de diepfle flaep betncht, 
Gbeen ommefien en heeft, wat ander Iny bedryvia^ 
Want ick bellotea bea aif t langbtr hier tt Ufrciu 

▼ UR- 

Digitized by Google 



THESEUS BVDi AHIADNE.^ . $37 

VIERDE BEDRYF. 

Ick fchon de Wereldc wen « 
En nae ghewooote gaen 
Sie ick vaft alle diu^ien; 
Sy zyn dan groot of klcea ; ' . 
Maer ick helaet aileen 
Blyf vol verandcringhen. 

De dagh die voert de nacht , 
Het windtjen wifpelt fecht » 
Over de groene dalkn. i 

Het Woudj de Bet^bea ciert, 
Maer ick ben ^1 verkjlert 
JEin blyf verkiert in alien. 

De Son, nae d^onde (lenry 
De doode crayden , deur 

Syn hitte^ doet vecryfen. . .'u . 

Die doen baeropen, bly; - L 

Maer. wie kan doch in my, , ; ^ 

Levendich leven wyfeat 

Het teder fwiickc gras. 
En *t vrolycke ghewas, 
B^ydt by dauw en reghen ; 
Die 't dorftich aerdtryck vocdt \ 
Maer, vat dat my ontmoet, 
*T is nimmermcej: tc. degben. ^ 

>Het wiWt ghedierte fpriogt , m 

•T gbevogbelt dertel finght, - 

D€ wnfte.NympbCB voeg^i* ^ • 

BOOFT n. P ^«- 

Digitized by Google 



08 THESEUS BHDB ARIADNE. 

Bebloemt haer aen den dans ; 
Mter croydt noch roofekraas 
En kan qiyn loft yernoegheo. 

Een ander heb de loop , 
Van Satyrt, over hoop, 
Vervolcht aen alle zyens 
Dat Inttel Nymphen cniyil; 
Maer ick ben niet verkvyil 
Idet haer brooddrondien yryen» 

Hct geyle Vec , nae luft , 
Syn hongher plechdch blvft; 
Van ileyle sotfca vUeten 
De beecken zeewaere in ; 
Maer ick^dntecb leyde Min, 
£q kanfe nIet gbenieten. 



Wanneer dc gnlde Son aen d^ander weroldt licht , 

£n d*Aerd' haer fchaduw^ Cet tofTchen fyn aengfaelichc : 

En tofTchen 't aenghciicfat der Maen , nen fier bevlccken 

Haer aenghename licht^ en dare glanti betretken 

f^st nare duyilemis , die, comend' onverwac)i(, 

Verbaeft met nuwe fchrick 't onwetend' aertfch' gheflacht. 

Behoeftich moet ick me op fulcke wyfe quynen, 

Soo lang als ick ontbeer de dare Sonne •fchyne, 

O Thefeui, van uw oogh', foo lang als ick ontbter 

Vw vriendelycke Sonft, myns levens vreucbde teet. 

Soo lang als ick ontbeer nw tegheawoordich weftu , 

Soo leef ick in een Zee van hope en van vrefch : 

IVIaer laes I ghy dcnckt niet cens , grootmoedigh' edel Heldt. 

Dat ick flnt uw vertireck, heb d*aren droef ghetelt, 

Welck in »t vertoeven traech' my fcheenen iHl te" toeven , 

En uyt myn bitt'rc faart een foetefiaaeck-tc pr*even. 

Haer 



d by Google 



THESEUS BNOB ARIADNE. 339 

Ma^r myn ghedacbtenis , beUes! die is Too verd*, 

Ah 'c licliaem van u is, ghevloden uyt uw hert. 

Myn ongheluck ill nn , dat ghy uw waerde minne , 

Op een fterflycke Vrouw verplant Tan een Godinne. 

Godinn' die foo veel leedts om uwent wil ghefchiedt, 

Dat het onflerffelyck te wcfen haer verdriet.- 

Ghy doet u felf te cort : daerom in plaets van wrake 

Te nemen over n , ick medelyden fmake. 

Een fterfielycke Vrouw onthoudt my myn ghenucht: 

Maer fy ^n fal uiet lang ghenieten defe vrucht. 

Indien ick ^gle ben , JEgle die door de cracbten 

Van woorden en van cruydt , dick op verfcbeyden nachtey , 

In 't midden van haer loop , heb fchielyck (HI doen llaeu 

Dc Peerden alle beyd' van de befworen Maen. 

Indien /ck door de cracht , en conft van Toveryen , 

Het lopend' Jaer heb doen vergheten fyn ghetyen , 

En 't Aerdtryck onghelien begraven in d€^ fneenw, 

Als de nae bye Son vecTocbt een hete Leeuw: 

En als hy nae den Ram ging fynen Wagbcn (Keren , 

De Boomen v^jj haer Ooft, met Coren 't veldt vercieren: 

Indien ick fonder windt, met ey(relyck gherucht, 

De trotjfe golden beb doen ryfeu inde lucht, 

£a heb 4o felv« weer verboden haer to roeren , 

Wanneer .4«q NoQrden windt met haer nuam p^iogh' To^eren. 

Indien: i«k heb de loop des fneUe Beecka belft. 
En 't. Water jiyt de ^ee doen climmen op zyn be^t: 
En »t Water des Fonteyns , in fte van wech to loopen , 
Dow Wyven op zyn plaets, hooch op malcander hoopenti 
En ick , ^ot luft v%nHLyn ghefpclen , »s avxjndts laet, . 
Heb »t oodi' gheworfcelt Wondt doen danflfen ^p de ijiaet , , 
En all^ nytgherecht wat datt^t fcbynt teiwe(en,' , ', . 
Teghens^ vafte Wet vande .a^lt^^r. Jo.de^^ .^ ' 
Sal ick door myne conftrniet ho«deti d'oyerha^dt? ^ J 
De ty^t fid «»men ^ de M»w«^^e w }jrsBwk^,.£„ylf '^i'l 

P a Ilec 



,y Google 



i4» THESEUS BNDB ARIADNE. 

Het hertc van myii Lief niet meer tyn hcrt fal krencken , 
Alf nu myn Minne do«t, dter hj niet op mach dencken. 

Ghy die de rocfte mter de ftriflle Scepter draeght. 
Van 't duyiler nare Ryck, met fchrick en angft ghcplaeght, 
prievnldigh* Hecate , betoont my nu nv jonfle , 
Jndien ick oyt nae eyfch van de vervloeckte confle. 
Met warrem menfchenbloedt , ghelyck my was gfaeleert , 
£n magh'i^ Beeflen fwert uw Outaen heb ghe - eert ! 
Heb ick u oyt met roock van doode menfch'en leden > 
£n met het ftorten van afgryflycke ghebeden, 
f(let gniwelycke dien nae de manier verfaedt, 
Soo comt my no ter tydt in myn opfet te baet. 

En ghy , o Coning wxeed* , die de bedrackte sielen , 
Een yder nae verdienft met ftraffe doet bedielen , 
£n over 't lichte volcfk flrenghe gheboden gfaeeft« 
Onder wiens tyranny den woeften mf^ondt beeft: 
Wieni donderighe ftem die rafernyen vrefen , 
£n *t nevelachtig Hof ! wilt ray te wille wefen. 
Thefyphon' en Megsra ihrurt u daerom niet « 
Datmen uw SuHer hter in 't 'swereldts licht ontbledt, 
Haer felfchap fiildy m*er een corten tydt ontbeerent 
Toc^ my heeft gfatdient ^ dan fal fy weder keerea. 

Toont altefilem uw joiift dat iclr mach varen voort t 
Siet hier al 't gheen ghereedt dat tot dc faedc behoort. 

Hecate dits nw Krans , gbevlecht van negfaen Slangheo i 
Dit'i van eent lever die Och felven hid verhangheo. 
Van een drie*jaerghe dracht is dit ghetionnen l^oeict 
£n dit een Nacfat-uyls igat, die dick wfls wonder doec.- ' 
En van een fwarte Kat zyn alle beyd' dees obgheo^ 
i)ie ick haer levendieh beb nyt het hoof^ ghetogfaeil. / 
IScn hongerjghen Hondt heeft aeti dit beca ghetaaecbt, * 



Ca 



,y Google 



THESEUS END! ARIA]>NE, 34I 

En op zyn meefle Iu(l heb ick het hem ontjaecht. 

Bit is de Pluym van Stricx« de yfelycke Veoj^hely 

Biefe ^heflroyt heeft ayt haer nare flincker vleughel. 

Deei Baert heb ick ecn Wolf al flapend' afghefneeiw * 

En defe Kaerfen zyn van Merch uyt menfchen beeo* 

Mjin Bevert is ghedaen als Tovereffen pleghen , 
Barvoets door 't nare Woudt , en eenfaem omme - wegben* 
Gheep ding en is verfuymt : daerom befweer ick dyn y 
AleAo , dat ghy bier terftondt verfchijnt voor myn. 
Finely, baeft u, Raferny, al eer dat ick my wende. 
Tot woorden die wel ftaen doen fouden over ende, 
Uw fwart fenynich Hayri tot woorden, daer de Vroaw». 
£n CoQiogin des Hels bevreeft voor beven foo. 

A OLE. ALBCTC 
A O L Br 

AI9A0, AleAo, Aleao. 

A L K C T a. 

Wee droeve* aerdtf. 
Die Doyt een meerder qnaedt , dan ick en ben , befwacrds, 
Wie iil die met gheweldt in *t licht my comen doet 
Van den ghehate dagh? Wie dwingt my dat ick moet 
Laten de droeve knyl vol eyfelijcke Beefien , 
Die tot qnellagie zijn van de verdoemde CbeeilcB? 
iEgle, wau nw begheer? 

JB G L B. 

AleAo, ick bevia 
Door cracbten van myn conft, dat Thefeus zijne Min 
Standtvaftich be^ft gtefet op de Princes van Creten j 
Diet ick begheer van n , wat by nu maeckt , te weten , 
Alfoo ghy allea weet watter ter werelt fchiedt, 

A I, s c T a. 
Weet dan dat Thefefli met Ariadne vliedt 

P 3 Doot 



d by Google 



34* THESEUS BNDB ARIADNE. 

Door d'ongBebaende Zee , en heeft haer me gbenomen 

Sender haer't Vaders raedt, om herwaerts me te cornea. 

Dies vluche hy al 2yn bell» om Minos handt t*ontgaen) 

En meent te Naxos nn te nacht te legghea aen , 

Om 2ynen legher op het Eylandt te gaen ilellen , 

En te ververfchen zyn vennoeyde Bootsghefellen. 

Ilier liebdy »t gheen ick weet , gheeft my myn ooriof dan. 

m. o'L B. 
Noch niet , maer myn ghedaent' terftondt gaet nemen an , 
£n als de nare nacht het aerdtrijck heeft betoghen, 
Soo comt te Naxoi voor myn Thefeug bedd' gbevloghen» 
En fpreeckt hem heftich aen in defe myn ghedaent': 
Maer -magher ende bleeck , en bitterlijck betraent , 
Met Ih-enghe woorden comt over fyn ontrouw claghen , 
En blaeft hem in 't vergift om fyn ghemoedt te knaghen : 
En treft hem met uw toers op dat hy flefa verbaea » 
En onverduldich , door berouw van wantrouw, raca. 
En rafende begheef llch herwaerta op de baren , 
En laet fyn nnwe Lief, en nuwc Liefde varen, 
HaefUch van hier, vertrekt; en myn ghebodt voldoet, 

A L B C T O. 

Het 0ieen dat ghy ghebiedt , volbrengh' ick matter fpoedt. 



Het vals geluc dat heeft gelogcn,met 'tfchone momme aenficht vemr, 
Het edel Conings buys bedrogen „ raeckt fchielyck in *t getreur , 
Alft in zyn meefle fleur , de tydt met vreuchden overbrachte , C<i«nr. 
£n luttel op de droef heydt achtte ,, doe llond 'c helaes ! alrede voor 

Doe voortpoedt Och alleen vertoochde , niet aengenaem ghelaet » 
Op tegenfpoedt men niet en oochde „ noch't overhangend* qnsedt : 
Helaes » hoe luttel raedt , weet den verwaenden menfch elendidi , 
Tegen 'tgeluc heel onbeftendich „ dat eencn oogenblic niet (Klen 

Cftaet. 
'T 



d by Google 



THESEUS snem AUIADKE. 343 

»T gliettKJk d« is alkea gbeftidich,, m d'oBgtefta^cheydt , 
Dtt yek de Pj-incen overdadidi „ van haer gtoot achttjterheVdt 
Soikler onderfcheydt „ verheft het weer de flechte lieden 
Tot faoaghe Iteet «n trots- gheMeden^ 
Die hittel tydts daer nae den val bereydt, 

Indien 't gheluck gewent te wenden,, fich nimmer ftil en fett 
Gheen hooghe moet en fal verblenden „ den gheen die daerop let ; 
Die wyiTelyck betredt, des weireldts padt, fal ftadich vrefen, 
Als hy voorfpoedich fchynt te wefen. 
So valt hy door geen onverficht in 't net. 

Indien 't gheluck gewent te keei«n„ lich niowienneer fet vaft. 
Men fal 'tgemoedt oock niet verneeren „ vf n ongehick verraft : 
Maer alfmeu is belaft, met hoop fyn ongheluck beiuyen, 
Alfoo 't noch goedt noch qtitedt kan duyen> 
Het welck den menfch oneffen ane tad. 

Het Hof gheleert met fyne fchade „ hoe feer 't verand'ren cs»o , 
Kn comt fyn druc niet ecns te ttade , noch leert niet eens daer an 
Dat wederorame van „ de teghenfpoedt can voorfpoedt comen , 
Waer door can d'Hope zyn ghenomen , 
Die iade dmck vertrooftet menidi Man. 

Het angfKch Hofghefin , verflagen „ door 't fchielyck ongeval , 
Doet al het Landt van Creta waghen „ met eyflelijck ghefchal : 
De Kryghs-luy overal,, de wack're roeyers haer vercloecken, 
Om met Galeyeu fuel te foecken , 
D'onfchaeckte Macchdt ghevoert nae vreemde wal. 

Mfter wie fal Ariadne vinden „ die met haer Lieffte vliedt 
' Met jonde van de dienltbaer winden „ door Thetis woeft geMedt ; 
Daermen geeh fpoor en fiet V Een yder mach een man verflreckeh , 
Het zeyl tot in den top op - trecken , 
En roeyeu al zyn bed, maer meeft om niet. 



P4 



Doen 



d by Google 



344 .THCSEUS bum ARIADNE. 

Doeo men ih rootCpotdt welich blon^eo,, wtft tydt dm toe te Geo : 
maer Weelde maeckt den menfche dronckeo,, dies 't ongelndc 

Cmoetfcfaiea: 
En nn men drnck befpien,, i9oeta*er met Ijdftemheydt in waiid*ieQ> 
Denckende dac bet cm Yennd*ren, 
En achten *t dranck die ons ten bellen dien. 



ALKCTO m i9 ghedaenu y#» jbgub. tebssus. 



A X. B C T O. 

Wee Thefeus , Thefens, wee! waer, Tbefens, itnwtrouwet 
• Dat gby WW lichte Min op etn (lerflycke Vrouwe, 
Op tterffelycke Vronw nw Minne ftellen gaet ; 
En «iy, een Velt-Godin, onwaerdelijck yerlaety 
Godinne die gby weet in uwe Min te blaken T 

Godinne die om n draecht ma;*:ber bleecke kaken?* 
Godinne die van finert, d*onllerflyckbeydt is leedt: 
Wat iflcr dat gby die ontronwelyck vergheet? 
' Soo troQweloos vergbeet: en brenght in mynen lande, 
Een nuv nytheemfche Brayt, tot mynder fpot en fcbande. 
Dees tronweloosheydts vleck nw booghe naem beAorft: 
Een nuw* ontfteken vlam , plundert uw doecke borfl. 
Hoe, Thefeus? Hoe? Wat*s dit? De gbeen die my bedroghea 
Met fulcken yvers fchyn, zyn die beloften logben? 
Jck fweer u by myn eer , dat nimmer ander brandt 
Dan iBgle, vaten fal feydy, mijn ingbewandt. 
Uwe licbtveerdicbeydt die fal bet nocb ontgbelden. 
Wee d*nnr, wee d'oogbenblick , dat gby uw Minne flelde&. 
Op nnw verkofen Lief, en d'oude Min vergaet, 
Het fal a rouwen, maer alfl rouwen comt te laet. 

THESEUS. 

•® gle , waer been ? Hoe nn ? wildy uw Lief ontrlicden t 
Ayme , vervlocckte tydt , dat nuwe vlammen brieden 

Mys 



d by Google 



THESEUS BNOB AUTADNE^ 34$ 

Myn tronwelofe borll. Ayme , vcrvloecktc tydt 

r«* ghy Cretenfche Mtechdt, my eeni ▼erfcheneo tyu 

iEgle, waer vliedy heenT BedroefUe Veldt -Godinne, 
Ick voel vertfreckcn 't vyer van myn begraven Minne. 
JEgla , wat hertfeer hecft hw wanghen roodt ontciert T 
Hoe c:)mt dat ghy nw hayr met huyf noch fnoer bcnicrt f 
Vw effen voorhooft lyckt het felfde niet met alien : 
^ Hoe comt uw aenfchyn fris dut magher inghevallen? 

Vw ontrouw* Thefeng ill , tiw ontrouw* die haer quelt » 
Dat gliyfe Too vergheet , efl in haer plaetfe ftelt , 
Een flerffelycke Vronw* ; dm zydy haerg onwaerdigh , 
OndanckbaeFf onbefchaemt , oneerlyck, en onaerdigii. 

Ay Agle ; nw edel liteldt , verfchynt my in den droom » 
IVlaer ick begheef my met myn Schepen op de flroom , 
Om keeren te hnys waert , en op een cort te vinnen 
O'AlderbegtefAe vande blyde Bofch Godinnen, 

Alcander vliecht Toor been , en doet van ilonden ae« 
De Schepen maken reed* , om vaerdich t*zeyl tt gaen^ 
Ick volghe n myn beft en wil de VroHw' hier laten » 
Tcrwylen datfe fl«ept , foo falfe met haer pratcn , 
£p jammerlyck ghebaer niet keeren myn ghemoedtr 
fiecer eleadii:h haer« alt ick- in teghenQ>oedt. 



VVrOE BEDRYF- 

-A ■: I A D N Bfr 

Wtt fcbrickdycktQ droom befwaert myn Bert met aigflef 
Lof beb Code, ick ben ontwMckt op het aldcrbangiie » 

Ps Myn 



d by Google 



345 THESEUS endi ARIADNE. 

Myn trooft , waer «ydy flaept ghy noch ? de mprgfaen Hondc 

Vertoocht haer aenfchyn blanck , en roo coralen moodt. 

Hoc Thefens, hoe myn hert, wat's dit? De leghe plaetfef 

Hoe Thefeas , ilady op van Ariadne : £n laetfe 

Sonder te fegghen wat u tot het reyfen port ? 

Waer zydy ? Och myn hoop : Antwoordt my op het kors. 

Corcinel 

C O R. C I N K. 

Dochter. 

ARIADNE* 

Wats van Thefeua? 

C O R C I M B. 

f" Dati een vrage 

Die BW antwoordt vereyfcht. , 

ARIADNE. 

Ayme, wat IVacrder plage f 
Weet ghy niet van myn Lief? 

c o R c I N B. 

Ick denck niet dat ghy boert f 
Is Thefeus wech en heeft hy ons niet me ghevoert? 
Hon Thefens. 'T gantfche Bofch verhtel myn deerlyck kry ten : 
Maer Tj^efeus antwoordt niet. 

A R I A D N B» . 

Pit's t^dt onnut verilyten. 
yiiedt fludw nae *t lirwe Bofch, en foeckt al land-waert in, 
Ick loop aen ftrai^dt befieq of iok de Schepen vin ^ 
Malcander fuUen wy hier vinden weer in 't lefte. 

€ • R C I N X» 

Dochter adieu. 

ARIADNE. 

Adieu Bujn Moeder, doet n be(le. 
Ay my, myn vrees is groot; pochuns dat Thefens Tliedc^ 
Sonder zyn waerde Licfd , dtt tnycht mijn herte niet : 
So groot ondanckbterfaeydt en can in hem niet Titen : 
Hodit^ns hecft menich man on4wckbaeriyck Y^datea . 



d by Google 



THESEUS ENDB ARIADNE. 84? 

Zyn uytTercooren Vrouw*> die hem vertroudey, ra». 

In wi&n$ bereyde jonfl hy qieell gbehouden „ was. 

Oft trouw oft oinrouw is, *t comt my wel haeft in 't lichte^. 

Want t' Zeewaert in is van dees plaets een vry ghejichte. 

A^-me , valfch Verrader I Ay vuyl onedel hert I. 
Bedrieghelycke fchelm , en , dat my meefte fmert , 
Dndancl^baer voor de jonft, waer van ghy waert onwaerdich !;: 
Gheveynsder dan gheveynil en I'chter als lichtvaerdich.. 
Menedighe rabaut , gby zyt niet van 't geflacht 
Der Goddertieren Goon : maer ghy zyt voortghebracht 
IiV 't Noorden dick befneeuwt : daer niet en is te vinnen 
Dan alle wreedtheydt ftuers. De brieflchende Leeuwinnen 
Hebbsn uw daer ghefooclit. .Tyger en Beyr^ verwoedt 
Hebben met ran we fpijs uw jongheydt opghevoedt. 
Een treffelijcke roem» ghy bebt een Vrouw* bedrogheni 
Waer henen Thefeus? keen uw Zeylen opghetoghen. 
Wendt Thefeus, en i-erfchoont uw' ingheboghen malt 
Houdc Thefeus, houdt uw Schip, 'theeft niet zijn voile lath. 
Neemt my alleen noch in , dat can u luttel fchaden. . 
Ghy voert myn ziel myu lijf fal u, niet overladen. . 

Is ,dit uW tronwe ? Dit uwe belofte fchoon ? 
Is dit de danckbaerheyt? Is dit 't verdiende loon 
Voor myn betoonde jonft? die ghy my fwoert te houwen^ 
Soo langh als Sterren aen den Hemel wcfen fouwen ? 
Aenfchouwt de clare Son » wiens Godtheydt ghy bedrieght. 
Dits inyn ghetuych dat ghy menedichlycken lieght, 
Vliedt been, vliedt been ^w beft: Ghy fult int eyndVbefpicn * 
Dat ghy my wel maer niet de Goden condt ontvlien , 
Wiens hoocheydt dat ghy fwoert. Die fullen hare fake 
Vervolghen bet als ick, en met gheen Qechte wrake. 
Haer bidd' ick ernftelijck, dat fy rampfalich.fchennen* . / 

En u gheen minder quaedt, dan ghy my doet, toefennen. 
Helaes! bedroefde Vrouw' waer fal ick vlieden heeii? 

p <s Wat 



d by Google 



S4t TIIESEUS BifDB ARIADNC. 

Wat gaet «iy ten T Voor wie Itet giiy my hicr itleeof 
Do windt die voert vt nte de ftemiiie Tin myn cUghea.7 
Mier fnelder UTe in vnt xeylen Yoon te jvgfaenw 

Wier xydy wreede doodtf wat ift dtt ghy vertocft? 
Sict nyn benmmrde boril die ow outlet behocfr. 
Wreed' , fegbick , wreede doodt : Nict om uw wreed* verflinden » 
Maer on uw wreed' vertreck , xck fal n felven Tinden r 
indien ghy noch verbcydt, ick wfl my werpen drae 
Inde verbolgfaeo Zee, en dryven Thefens nae: 
Haett dat myn coude lyck , hem eenen traen afdringhCi 
Adieir yerdrictlyck* licht : Siet hier de plaets iek fprtnghe. — ' 
Ay Moode leTensinft, met "wat ploymftryckery 
Comt ghy en fet myn clocck Toornemen aen een fyl 
Neen neen, het if om niet, die doodt fal my Ternielenr 
Herberghen fal ick gaen by^dc bedrocfHe zielen,. 
Die onghelockich hier ler weieTdt zyn gfaeweeff 
IWaer Trouw' m hare Mm; hoe, zydy noch bedeeftt 
Nil , Conincklyck ghemoedt , betoont u vroom int flerrciif 
Van eommer moet ghy toch nootfaeekdyck bedlerven 
Ten langhen teflen hier, indfen ghy u vetfchoont: 
Want dit*s een Eylant woeft daer Goit noch menfc^ en woont «. 
Die tt verqoicken can, of ccnigh* trooft can gheren;;* 
Ctt alt ghy in elend* endlcht xivr droeve leven, 
£n fiirdler nfemandt zyn d!e u de ooghen luyck*^ 
Niemtndt <Ke u begraeft, ten zy in hate bnyck*. 
Miflfehien een deerlyck graf de Dieren u bereyeo-*^ 
Die in dees BolTchen dicht haerwilde leven leyenr 
En bebben- no milTchren mr Voefter at ghefchendt , 
Die ghy door \ groene wpndt lichtvaerdtcB henen l^ndt^ 
Om u w Ifchcvaerdich Lief daer te vergheeft te foecken J 
DSe yeewaertt Itone zeylt met zyn gefpannen dbecken. 
Wm beydy dan f wat zydy itoor 4* doodt vervaert t 



eoK- 



d by Google 



THESEUS BNDB ARIADNE* sO 

CO&CXME. AIL1A91IV.. 

c a R C I K K. 

Adi ! hopeloofc Vroww* niet foo mistroolKch bacrt f 
Verfchoofic nw leven jong, en wilt eens overwegheir, 
Dat de grootraoedichcydc gheenfinv en ft gheleghen 
In 't wenfchen om de dood^, wanneer n leedt oncmoet^ 
Maer in 't verdraghen vande fware tegfaenfpoedt: 
Laet daer in blyckelyck nw manlyck herte werdem 

A K J A Jf n K. 

H U dulheydt , m zyn fmert alwfllens te volherdenw 

c o R c I N ■• 
't Is billyck dat van Godt gfary awe tydc verwacltc 

A R I A i> N B. 
Code beef^ myn ilcrtefdagh gbelaten in myn machc^ 

C O K C I N S. 

Ghy qnaeme niet als gby wondt bet leren ane vaten , 
Maer all bet Godt gbeviel ; diis mooghdy 't niet verlacen^ 
Voor dat bet hem gbevalt die *t xs ghegbeyen beefr. 

A R I A D N ST. 

^^ Gberalt ^lieen goede Godt datmen dendicfa leeft. 

c o R c I N B. 
800 lang ^y zyt te I^f can 't wontnnr nocb wemienw 

A R I A D N B. 

Helaetl wat avontunr can my 't gbelnck toefennent^ 

C O R C r N BT. 

Het felfde dat n beefl van nw gbelnck ontblooe* 

A R I A o N B. 

Ocb 9 dat it ongbefien in dees nyterfle noodt. 

c o R c I jt| B. 

Vw ongbelock wafi me, ten ii niet lang gbeledeir* 

A R I A D W B. 

Bedrregb*lyd[ Is de Hoop , diemen neemt fonder redeav 

Pr COR* 



d by Google 



350 THESEUS hndb ARIADNE, 

C O R C I N S. 

Hoe fbnder redeat Danckt u dat Too ongliefien, 
Dat eenich Schip vtn hier comt lichten beyd ons Hen T 

A B. I A D N E. 

Ghenomen het ghebewd', waer rou4' ick heneo vlien, 
Nae Griecken ? daermen my foud'' keeren van de wal ? 
Ofte nae Cceten , daermen my verfmaden fal , 
Om dat ick onverdachc f^g vluchten buyten rade 
Myni Vaders , daer ick by fal zyn in onghenade ? 
Wee my bedrnck^e Vrouw*! wee my, wat gaet my aent 

c. o & c I N B. 
Comt Dochter ! laet oni nu den tydt verbeyden gaeu , 
£en onverwacht ontfet can ons de> tydt verleenen. 

A & I A D N B. 

AchI bedd», beweeghlyc bedd', vernieuwing van myn weenen; 

Eenighe kenner van ont vreughde onghemeldt. 

Ten zy dat Thefeus nu die fpottende vertelt. 

Ghy weet van onfe luft, en vriendelycke talen: 

Ghy weet van het gfaeveyoil en onghevejiift ondiakn: 

Gifler avondt ghy ontfingt beyd* ons moede leen. 

Laei ! Waerom zyn wy niet in 't opHaen met oni tween I 

Ach ! trouwelofe borfl , met valfcheydt heel befeten , 

Ondanckbaer wreede Lief, hoe knndy foo vcrgheten^ 

Een die om u verliet haer Coninglycke ffaun? 

Ayme , vervloeckte dagh dat ick ter wereldc quam. 

BACCHUS , met een gevolg van Satyrs em Sileenen. 

ARIADNS. CO&CUIS. 
BACCHUS. 

Ick ben de groote Godt , wiens treffelycke crachten 
IndiSn ryck vermaert grootdadich t'onderbradicen. 
Ick ben .die groote Godt die 't f^ der Droyven fchanck, 
Aen 't menlchelyck geOacht, doen 't encdcel water drtnck. 
lek ben dien Veldt-heer groot,een fpiegel alder Helden, 

De 



,y Google 



THESEUS »Ni>s ARIADNE. ^i 

De Soon waer op Iiipyn mee^ »y9 vertrouwen Helden, 
AIs den verwaendea hoop dtx B^euTen , die ick> dioogh , 
Staap'ieudc bergh op bergh , zya booge Ryck befprongbr 
Doen toond' ick my bequaem te wefoa tot de wapen ,, - 
£n nict alleea tot luH van dans en fpel gbefchapen , 
Hoewel 't gheraeea gherucht my crachtich overftemt , 
Om dat de volcken^ die^ck met oorlogh heb gbeteatt^ 
Onder myn facht gbebiedt eea luilicb leven leyden : 
Niet wulp^^ Too men £eyt, maer rrolyck en befcbeydep* 
Het ging tcr wereldt wel, dat yder-Prins foo de; 
BefKcreode zyn volck m lull, in raft en vre. 
Eens yders mondt is vol van mya gheloofde wercken: 
Men e.rt my en aenbidt in fwaer gheboode Kerdten-, 
Daer , op vecl Outaers , werdt met ibete roock gbeviert , 
Die ftadelycken zyu met cranskens vars vercicrt. 
RIaer ghene Kercken ruym, hoe groot van timmeragie, 
£n flaen my beter aen als Inflighe Boirchagie, 
Dacr ick ghemcnelijck my in vermeyen gse : 
£n dees boertigbe fleep die volcht my fhdich nae. 

My docht ick boorde hier terftondt een liemme daghen y 
Dies ick my herwaerts Het van mede-lyden jaghen : 
Sadit! boor ick gheen gherucht, of eyndicht b»t ghering? 

A & X A D N E. 

Ayrae, vervloeckte ftondt, dat Vrouwe my ontfing. 
Ayrae, vervloeckte tijdt dat ick oyt ben ghebooren. 
Ach, wreden Hemel, waerom heb ick niet verlooren 
Het leven alfoo haeft, foo haeft als ick aenfach 
Het ohgbeluckigh' licht van den bedroefden daeb, 
Soo my ftondt over *t hooft d'ellendichft* aller ftatei^f 

B A C R U ff. 

Dits Ariadne , ^e van Thefeus is verlaten. 
Schoone bedroefde Vroiiw', het hert i» dnbbclt ftael, 
Dat gheen beweging voelt van uw verflaghen tael. 
launers ick voel my» borft ftaet dtei voor dubb^ opes* 



d by Google 



A % t A D n E^ 

Ceo Too bedroefde fttet, heltei! dat ick jnoet hopeir, 
t>at Wolf of wreede Leenw hem baeft oocflniiien fal 
Over mija fwter fiend* en deerl^fck ongheval , 
£n maken met mijn doodt een eyndt, van dnyfendc doocfeii « 
Pie ick gkeftadich ly: mijn qnaedc, nice om verfnooden, 
"Wacht op een ander eyndt: de hoogfae Rotfen fleyl 
Zijn meyn* ick al beweecht , maer gheenfidt Tbefeat zeyl , 
Dat Inyftert nae de wiodt, en hittel nae mijn dachten. 

B ▲ C C ■ U ». 

Ick voel mijn teer ghemoedt en iachte gheeft vercrachteay ' 
Van medelyden ilerck« mijn hert en bloedt dat treckt 
Om baer te loHen nyt d*elend* daer fy in itockt. 
Ay fcboon bedroefidc Vronw\ , 

▲ R X A D R E. 

lUedoghende Godinne 
Vennt die forgbe draegfit voor de gfactronwe Minne , 
Aenfchonwt myn wrede drack met nw UygheefHch ooghS 
Aenfchonwt eens wat ick ly<, cm dat ick d te hoogh 
Uw Godtheydt heb ghefet I Of zydy nocb verbolghen 
Op d*afcomft van de Son t Gheeft dat ick inghefwolgbes 
Werde van eenicfa Beeftc en laet myn corte pyn, 
Voor mija Voor-oudert ibnd*, awe ghcnade sym 



vmu#. f uriDo. bacchv*. aria»nb« coagimk. 
•t 

V K II ir •• 

Gheilifl myn grmnfchapf vlam, befadicht ii myn tooren» 
Uw cladht if door de lucht gfaedrongfaen my ter eosen^ 
De Godcn xyn beweeghi, (Hit nw benauwde krop , 
U naeckt een wierAer Lief, den Hemel Haet n o} • 
Der Godcn Vader gioot ilaet felkf met verlanghea. 
Met all* bet Hemtli Hof , om n. vrolyck t'on(^g^e»^ 
Kn uaten^ Godin , uw lyden it gfaeleco » 



DH 



d by Google 



THESEUS mDB AHUDNE. $59 

Dae ghy onfchvldich droecht ^ nu bebt ghy uytgfael^en. 

M3rii onderdane Soon, door wien ick veel yemoghey 
Alleen myn groote cracht: Waer is uw nette boghe? 
Grypt een ghewiflfe pyl , en in het bene (chtec 
Van Bacchttf , wiens ghemoedt en cb>ecke borfi ^y fiet^ 
Beqnaem om wonden , en foo moraw door melyen 9 
Dat tot de veere toe de pyl daer in fal glyen : 
Mjjn fone fchiec uw beft, en wel te raken tracht. 

C IT P I D o. 
Vronw Moeder wat n luft werdt haeilelyck volbracbt. 
Met dees oniichtbaer pyl com ick zyn brandt Terwecken* 
Ick gae m^'n boghe tot het pnnt toe inne trecken. 
Vrouw Moeder fiet dat treft , de fchoot is al gikegaem 

V B N U S. 

Het gheen dat flondc te doen , is op het beft gkedaen* 

B A c c B O ff. 
Ach ! edel wefen : ay manieren teer hooghaerdigh : 
Ay overfchoone ziel den hooghen Heaiel waerdigh: 
Ay edel hensheydt al t'onwaerdelJjck gheloont. 
Die noch uw claren gkns door droefheydts nerel toont. 
Yvoren aengheficht vol Goddelycke gavea: 
So diep can droefheydts damp uw fchoonheydt met begraren 
Of bare luyfter daer noch licht door henen dringt. 
Die met verblinde Lie£i niljn Godtlyck hert befpringt. 
My dcert nw leedt, het deert my: en ick brand* van binnea^ 
Om n te flellen in 't ghetal van de Godinnen. 
Nu Bacche, ghy en kennt kiefen gheen waerder Lief, 
Gaet en vertroofl haer dan , van 't qnaedt dat lich verhief 
Door haer bedroeft verlies, *t welck haer tot vrencht fal dyem 
Siet Bacchus , Ariadne* 1 een Godt comt n bevryen 
Wt uw benauwde druck en jammerlyck elend , 
Drooght af nw* tranen , en van fchreyen maeckt een endt : 
Verfchoont nw tere borft, verfchoont uw tere vlechten» 
Vcrfcboont uw armen Uanck, wilt vander aerden rechten. 



d by Google 



.854 TUBSEU6 IHDB AlUADNE. 

Uw oacfactlooft lecn. Set op het booh aw Oooa , 
Die ick fal maecken cot een Hemels teycken fchoon» 
£n a cot ten Godii » van doditcn wilt ophomren. 

A B. X ▲ D M B. 

Ken drackich Benlch en can op gheen gfadnck vertionwen , 
Al Qec liy t fohoon voor 't oogb, die is fyn eygfaen plaecfa. 
1ft moogh*lyck dat dc Goon hebben gbefien on laecb , 
Op my bedroefiie Vronw* bewvecht nwt nedcKbghen f 
Ift moogblyck dat ick met myii flerffemcke oog)iOtt 
£en Hemeli Godt aenlie ? Ach ! Bacche groote Godt , 
Ick fie nw Godtheydt felf; of if myn breyn verlbtt 
En Tpeelt nyn in bet boofc, met Tremde fantafyen 
Door myn f cr woim en fin , van *t overbandicb lyen T 
Ghy zyt bet Sr<wt< Godt , wtygbert my gbeea byftudi* 

B A C C R T7 I. 

Reyckt-, Arit^ne, my nw* witte rechterbandt; 
Zyt feker van myn hnlp; zyt ieker, Vrouw* vanvwaerde» 
l5it gbeen fierflycke menfcb noyt heeft gbeproeft op aerde 
Snlcken verandering van 't wanckelbaer gbelnck , 
Als o verloffen comt, uyt nw* benaode <kQck. 
Niet fiecbtelyck coom ick ce vryen n van roowe : 
Maer kiet u tot myn Lief, en eenwicb echce Vpo«w« : 
lielt nw gbemoedt te vrecn , en vrolyck op wilt fticn. 

A B X A D N B. 

Onfterflfelycke Godt, laet ick U bidden aen! 
^anlycx gbelo«f kk dat, al is bet groote fonde. 
Want een Godt en gfaeeft gbeen loghen nyt zynen raonde. 
Het ghe6n dat my gbebenrt, is immers gbeenen droom? 

BACCHUS. 

Gbelooft volcomelyck : Ick fweer by d'Helfche ftroom 
Dat ick u voor myn Vrouw' fal eeuwelycken eeren : 
En uwe Voefter fal te ruggh' nae Creta keeren ^ 
Met utr gbecomen fchip dat gins ien ancker Icydt, 
En brengben daer de maer van nw» onfterflyckheydt ; 
Voor al.nws Vaders Hof, een fcbielycke verblydingb* , 

In- 



d by Google 



THESEUS BHDB ARIADNE. 55$ 

Indien hei fuel Gherucht niet eerft en brenght de tydingh', 
Ghy iVilt onllerffelyck den Criftalynen vloer 
Des Hemels hooch betreen , daer ick n henen voer. 
De Snsuren zydy van den grootften Godt hier boven. 

A R I A D If B. 

Laet my danckbaerlyck nn de groote Goden loven. 
Die cm my dachten als het mind wai om vermotii. 

BACCHUS. 

Dat fnldy teghenwoordich inden Hemel doen. 

c o R c I N B. 
Ach ! falighe Godin , gheen ding fal n meer kreneken* 
Adieu ghefeghent paer, wilt, Ariadne! dencken 
Om nw» Heer Vaderi Hof? en 't alcydt joniHch «yn; 
Adieu Dochter, adieu: lof Soije Tan Jtipyn! 

•t o b Ji u c a t. . 



All Aritdne fat en deed* bter droeve clachteii, ' 

Over het wreed* vertreck , van Theftus , dieft flet 

Dat qiet zyn fchfp en voick menedich van haer vliedt. 

Die in vergheldens plaets, haer trouwe m!n belachten. 

Sy wenfchten om de doodt, miftrooftich van ghedachten, 

Dat haer de gheen , die fy behonden had ^erliet ; 

Maer Godt haer ed'le denghdt niet onvergolden Ket , 

Troolt uyt den Hemel quam , als fy die minft verwachten* 

Want Bacchus diefe fach foo fchoon en foo bedroeft. 

Door medelyen, Mins beginfel heeft gheproeft. 

Die deur haer dare deughd ghevoedt werdt in zyn linnen » 

Hy koos haer tot zyn Vrouw*, en tot Godinn' verhief. 

Om beter fy verloor een valsch en tijdtlyck Lief, 

En Creech een die haer mint , en eeuwich fal beminnen. 



CBOOR* 



d by Google 



%Sfi tHESEUS BNB« ASJADNB* 



C B O O K. 

Om beter^ alle qoaedt 
De groote Godc laet fchieden; 
,Dt( ift een fotte daedt 
.Van onbefcbeyden liedcD, 
Tot achecrdvcl le-iUcdcii 
Het fchyQbaer letfel ras ,' ' 
Al eer zyt recht befpiedea 
Oft fchaed' of voordeel wat. 

Het gheen dat dickwili fchynt 
Den m«nfch te wefen tegfaen , 
Hy naederhandt beyynt , 
£n had hy 't niet Tercregfaen, 
Ten gingheni niet te degheti » 
Dies is het fot bewindt, 
De faed^en t*overwegben 
JEer ghy het recht begint, 

MeQ moet met lydtfaembeydc 
Zyn teghenfpoedt verdraghen^ 
Want dickwils nyt het ieydc 
SpruytCD de blye dagen; 
En ids de fwaerfte plaghea 
Ons hier meeft drncken in , 
1ft dickwils Godts behaghen 
Datdien een nytcomll* Yin» 

By Godt ift gheen manier^ 
Staach hoogher te verheven^ 
De ghene die alhier 
In ftaghen voorfpoedt leyen : 
AUer wel die drackich fneveo. 



Of 



d by Google* 



THESEUS BNDB ARIADNE. %$? 

Op dat »t zyn ziele biy. 
In hooghe noodt ghegheven, 
. Te wellecomer zy. 



Soo lang de mcnfche , fwack 
In 't fware nut te leren , 
Syns lichaems fware pack, 
De ziele vo«lt vorhexen , 
Moet ghenen hoop ontbereij. 
Of hopens reen al fchort: 
Want alle ding can keren , 
Ter wereldt op een kort. 

En ofifer yemandt waer , 
Die noyt gheluck befpeurde 
In al zyn leven; maer 
Van kindt tot gryfaert trearde , 
CDat noyt miflchien ghebeurde) 
Koch was hy boos van moedt^ 
Indien hy lich verfleurde: 
Want Godt die meent het goedt. 

•t Snel-loopende Gherucht 
Gaet over al verbreyden, 
Dat Thefeus op d«"Tlucht 
Van Ariadne fcheyden : 
Maer, foofe fat en fchreyden, 
Viel op haer Bacchus fin, . 
Diefe ten Hemel leyden, 
Alaeckend* haer een Godin» 

Den Coning Minos wyi 
Doet over al verclaren 
Syn groote Dochters prys. 
En haer ten Hemel varen ; 

En 



d by Google 



I5S THESEUS bkdb ARIADNE. 

£n bide met groote fcharen 
Knielend* haer Godtbeydt an, 
Voor nuw' ghebood* Outarea 
Van haer en haren Man. 

Siet Ariadne werdt 
Ghevoerc ter hooghHer ftedc, 
Doen fy de meelle (inert 
Die'r was^ tp lyden lede. 
Dus Prince leeft in vrede^ 
Vertronwend* anders niet: 
' Dan al wat Godt oyt dede , 
Om beter is gbefchiedc. 



K Y N D E. 



d by Google 



d by Google 



d by Google 



d by Google 



1 - /.r:"r:-^ftr- vj-f >s^-V:ji^^:jv./v,> 


>Qg^^i 


...^r^i^fc 


V-^. .r: '*^J^Q^^^^^pl 


fc ' ■ 






' ' 


m 


' I^^^^^^^H 


fcrn.-. fc 


l^^^^lf ' flv 


Ifaltt^^^ ^' ^^^K. 



■&^^ 



^m.KK 



'^-^t- 



mm